ECLI:NL:RBMNE:2025:6776

ECLI:NL:RBMNE:2025:6776, Rechtbank Midden-Nederland, 10-12-2025, 11947350 MC EXPL 25-5973

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 10-12-2025
Datum publicatie 29-12-2025
Zaaknummer 11947350 MC EXPL 25-5973
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Almere

Samenvatting

Verstek. Eindvonnis. Gedaagde partij heeft ‘treintje gereden’ bij het verlaten van parkeerfaciliteit van Q-Park. Relevante bedingen in de algemene voorwaarden parkeren versie 2.2025 niet onredelijk bezwarend. De vordering wordt toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Almere

zaaknummer: 11947350 MC EXPL 25-5973

Verstekvonnis d.d. 10 december 2025

inzake

Q-Park Operations Netherlands B.V.

gevestigd te Maastricht

gemachtigde mr. C.F.P.M. Spreksel, advocaat

eisende partij,

tegen

[gedaagde]

wonende [adres]

[postcode] [woonplaats]

gedaagde partij,

niet verschenen.

1. De procedure

De eisende partij heeft een dagvaarding uitgebracht. Zij heeft gevorderd dat de gedaagde partij wordt veroordeeld om een bedrag aan haar te betalen, vermeerderd met rente en een vergoeding voor gemaakte kosten, zoals in de dagvaarding is omschreven.

De gedaagde partij heeft daar niet (op tijd) op gereageerd en niet gevraagd om op een later moment te mogen reageren. Daarom heeft de kantonrechter verstek verleend tegen de gedaagde partij.

Daarop volgt nu dit vonnis.

2. De kern van de zaak

De gedaagde partij (of een derde, die gebruik heeft gemaakt van een voertuig dat is geregistreerd op naam van de gedaagde partij, die hierna kortweg wordt aangeduid als de gedaagde partij) heeft gebruikgemaakt van een door Q-Park geëxploiteerde parkeeraccommodatie. De gedaagde partij heeft de parkeeraccommodatie na gebruik echter verlaten zonder te betalen, door direct achter een voorganger onder of langs de slagboom te rijden (‘treintje te rijden’). De kantonrechter oordeelt dat de gedaagde partij alsnog moet betalen voor het gebruik van de parkeeraccommodatie en daarbovenop ook nog een schadevergoeding, rente en een vergoeding voor gemaakte kosten verschuldigd is.

3. De beoordeling

De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen Q-Park (een professionele partij, handelend in de uitoefening van haar beroep of bedrijf) en de gedaagde partij (een consument). Op zo’n overeenkomst zijn consumentenbeschermende bepalingen van toepassing.

Sommige consumentenbeschermende bepalingen worden zo belangrijk gevonden dat de kantonrechter ambtshalve (dat wil zeggen uit zichzelf, ook zonder dat de gedaagde partij daar om vraagt) moet beoordelen of die zijn nageleefd. In de regel gaat het er daarbij om of bij het sluiten van de overeenkomst essentiële informatie aan de gedaagde partij is verstrekt en of in de gehanteerde algemene voorwaarden bepalingen (‘bedingen’) zijn opgenomen die onredelijk bezwarend zijn voor de gedaagde partij. De kantonrechter kan zich daarbij beperken tot die bedingen die verband houden met de ingestelde vordering.

In deze procedure is de overeenkomst tot stand gekomen doordat het voertuig van de gedaagde partij met een voertuig de slagboom bij de ingang van de parkeeraccommodatie is gepasseerd. Uit artikel 6:230h lid 2 onder l van het Burgerlijk Wetboek (BW) blijkt dat op een overeenkomst die op een dergelijke geautomatiseerde manier tot stand komt geen specifieke consumentenbeschermende informatieplichten van toepassing zijn (waarvan de naleving ambtshalve door de kantonrechter zou moeten worden getoetst).

Op de overeenkomst zijn wel algemene voorwaarden van toepassing, namelijk de door Q-park gebruikte Algemene Voorwaarden Parkeren, versie 2.2025. Q-Park heeft de gedaagde partij daarover geïnformeerd door bij de ingang van de parkeeraccommodatie een informatiebord te plaatsen, waarop zij niet alleen de geldende tarieven heeft vermeld, maar ook een verwijzing naar deze algemene voorwaarden. Overigens heeft Q-Park op dit bord vermeld dat een ‘tarief verloren kaart’ en aanvullende schadevergoeding is verschuldigd als niet voor het gebruik van de parkeeraccommodatie wordt betaald. Dat is in de algemene voorwaarden nader uitgewerkt.

De kantonrechter moet als gezegd ambtshalve beoordelen of de algemene voorwaarden een beding bevatten over de vergoeding van schade als gevolg van het zonder betaling verlaten van een parkeeraccommodatie en zo ja, of dat beding onredelijk bezwarend is. De kantonrechter constateert dat in artikel 5.5 van de algemene voorwaarden inderdaad een beding is opgenomen over het verschuldigde parkeergeld conform het gehanteerde tarief in geval van verloren kaart en over aanvullende schadevergoeding. De kantonrechter acht dat beding echter niet onredelijk bezwarend. Voor ambtshalve ingrijpen bestaat daarom geen aanleiding.

Omdat dit deel van de vordering de kantonrechter ook overigens niet ongegrond of onrechtmatig voorkomt, zijn het gevorderde verschuldigde parkeergeld (het ‘tarief verloren kaart’) en de gevorderde aanvullende schadevergoeding toewijsbaar, vermeerderd met de daarover gevorderde wettelijke rente vanaf de datum waarop de gedaagde partij de parkeerfaciliteit zonder te betalen heeft verlaten.

Q-Park vordert ook een vergoeding voor gemaakte buitengerechtelijke incassokosten. Die vergoeding is toewijsbaar als de gedaagde partij is aangemaand om de betalingsverplichting alsnog na te komen, op een manier die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 5 en 6 BW en het daarop gebaseerde Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna kortweg Besluit). Dat is in dit geval gebeurd, zodat ook de gevorderde vergoeding toewijsbaar is.

De door Q-Park gevorderde rente over de incassokosten is toewijsbaar vanaf de datum waarop de gedaagde partij is gedagvaard, omdat gesteld noch gebleken is dat Q-Park de incassokosten al eerder aan haar gemachtigde heeft vergoed of met die vergoeding in verzuim verkeerde.

De gedaagde partij is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de eisende partij worden begroot op:

- dagvaarding € 120,78

- griffierecht € 340,00

- salaris gemachtigde € 135,00 (1 punt(en) x tarief € 135,00)

- nakosten € 67,50 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal € 663,28.

4. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt de gedaagde partij om aan de eisende partij tegen bewijs van kwijting te betalen € 646,20, vermeerderd met de wettelijke rente over € 561,91 vanaf 13 juli 2025 en over € 84,29 vanaf 29 oktober 2025, telkens tot de voldoening;

veroordeelt de gedaagde partij in de proceskosten van € 663,28, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als de gedaagde partij niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet de gedaagde partij ook de kosten van betekening betalen;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. O.P. van Tricht, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 10 december 2025.

Grosse afgegeven aan de gemachtigde van de eisende partij d.d.

10 december 2025

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. O.P. van Tricht

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?