ECLI:NL:RBMNE:2025:6780

ECLI:NL:RBMNE:2025:6780, Rechtbank Midden-Nederland, 04-12-2025, UTR 24/4099

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 04-12-2025
Datum publicatie 05-01-2026
Zaaknummer UTR 24/4099
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

WIA. De rechtbank komt in deze uitspraak naar aanleiding van een onafhankelijk deskundigenrapport tot het oordeel dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd. Beroep gegrond.

Uitspraak

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: D. Batman),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het Uwv), verweerder

(gemachtigde: mr. R.M.H. Rokebrand).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de beëindiging van de uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) van eiseres. Eiseres is het niet eens met de beëindiging en voert onder meer aan dat het Uwv onvoldoende rekening heeft gehouden met haar medische situatie. Het Uwv blijft bij de beëindiging van de WIA-uitkering van eiseres.

De rechtbank komt in deze uitspraak naar aanleiding van een onafhankelijk deskundigenrapport tot het oordeel dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd. Het Uwv heeft namelijk niet inzichtelijk uiteengezet waarom eiseres niet verdergaand beperkt is, mede gelet op de niet veranderde medische situatie van eiseres sinds 2021. Eiseres krijgt gelijk en het beroep is gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Voorgeschiedenis en besluitvorming

2. Eiseres was voorheen werkzaam als [functie] voor 24 uur per week. Zij is op 22 mei 2019 uitgevallen met recidief psychische klachten. Na het doorlopen van de wachttijd heeft eiseres een WIA-uitkering aangevraagd.

Het Uwv heeft met het besluit van 20 mei 2021 aan eiseres vanaf 19 mei 2021 een WIA-uitkering in de vorm van een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend, omdat zij volledig arbeidsongeschikt is geschat op arbeidskundige gronden. Met het primaire besluit van 22 februari 2023 heeft het Uwv medegedeeld dat de loongerelateerde WGA-uitkering per 19 mei 2023 wordt omgezet in een WGA-loonaanvullingsuitkering. (Ex-)werkgever heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit.

Naar aanleiding van het bezwaar heeft opnieuw verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek plaatsgevonden. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft met inachtneming van de nieuwe Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 19 juni 2023 drie functies geselecteerd op basis waarvan het arbeidsongeschiktheidspercentage per 19 mei 2023 op 9,59% is vastgesteld. Op 19 juli 2023 heeft het Uwv partijen laten weten voornemens te zijn de WIA-uitkering van eiseres in te trekken, omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is geacht. Eiseres heeft een zienswijze ingediend.

Het Uwv heeft naar aanleiding van de zienswijze van eiseres opnieuw verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek uitgevoerd. Op basis hiervan heeft het Uwv het arbeidsongeschiktheidspercentage van eiseres per 19 mei 2023 op 7,59% vastgesteld. Met het besluit van 30 april 2024 (het bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van (ex-)werkgever gegrond verklaard en beslist dat de WIA-uitkering van eiseres per 3 juli 2024 wordt beëindigd.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het Uwv heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft de zaak behandeld op de zitting van 25 oktober 2024. Eiseres was aanwezig, bijgestaan door haar gemachtigde. Het Uwv is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten.

Na de zitting heeft de rechtbank het onderzoek heropend en [naam] , verzekeringsarts, als deskundige benoemd voor een onafhankelijk, verzekeringsgeneeskundig onderzoek. De deskundige heeft op 1 april 2025 een deskundigenrapport uitgebracht naar aanleiding van de vragen van de rechtbank. Partijen zijn vervolgens in de gelegenheid gesteld om op dit rapport te reageren. Het Uwv heeft in reactie op het deskundigenrapport een rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 6 mei 2025 ingediend. Eiseres heeft op het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep gereageerd.

De rechtbank heeft partijen vervolgens gevraagd of zij gehoord wensen te worden op een tweede zitting. Nadat partijen niet hebben aangegeven een tweede zitting te wensen, heeft de rechtbank het onderzoek op 1 augustus 2025 gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank dient te beoordelen of het Uwv terecht heeft vastgesteld dat eiseres per 19 mei 2023 minder dan 35% arbeidsongeschikt is.

De inhoudelijke medische beoordeling

Eiseres voert aan dat haar medische situatie is onderschat door de verzekeringsarts bezwaar en beroep. Volgens eiseres is onvoldoende rekening gehouden met haar verminderde concentratie, haar angsten, de pijn in haar schouder en nek, migraine, nachtmerries, haar psychische gesteldheid en dat werk voor een overload aan exposure zal zorgen. Eiseres concludeert naar aanleiding van dit laatste dat de medische informatie – met name de informatie van het Helen Dowling Instituut en van de fysiotherapeut – ook niet dan wel onvoldoende is meegenomen in de medische beoordeling. Verder geeft eiseres aan dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep geen rekening heeft gehouden met het feit dat traplopen voor de hoorzitting en zitten zonder te vertreden tijdens de hoorzitting eiseres moeite en stress heeft gekost en dat zij na het fysieke spreekuur rust nodig had om bij te komen. Tot slot voert eiseres aan dat een verdergaande urenbeperking is aangewezen.

Het Uwv heeft met de rapportages van de verzekeringsarts van 1 mei 2021 en van de arbeidsdeskundige van 11 mei 2021 vastgesteld dat eiseres per einde wachttijd (19 mei 2021) volledig arbeidsongeschikt is. Na de herbeoordeling in 2023 is het arbeidsongeschiktheidspercentage verlaagd naar minder dan 35%. Bij de medische beoordeling over de belastbaarheid per 19 mei 2023 hebben de verzekeringsartsen beperkingen in de rubrieken persoonlijk en sociaal functioneren en dynamische handelingen laten vervallen, terwijl niet uit de medische informatie is gebleken of door de verzekeringsarts bezwaar en beroep is gemotiveerd dat de belastbaarheid van eiseres ten aanzien van 2021 is verbeterd. De rechtbank heeft hierin, in de standpunten van partijen en in wat naar aanleiding van de door de rechtbank gestelde vragen door partijen naar voren is gebracht, aanleiding gezien om een verzekeringsarts als onafhankelijk deskundige te benoemen.

Het deskundigenrapport

De deskundige rapporteert dat bij eiseres in 2014 sprake was van borstkanker en diagnosticeert verder bij eiseres dat sprake is van gegeneraliseerde angststoornis, een sociale angststoornis, neuropathie in de vingertoppen, migraine en een somatische symptoomstoornis. De deskundige heeft vervolgens gemotiveerd dat de belastbaarheid van eiseres niet is veranderd ten aanzien van de situatie in 2021 en heeft aanvullende beperkingen aanwezig geacht per datum in geding. Deze beperkingen heeft de deskundige uiteengezet in de FML van 26 maart 2025. Hieruit volgt dat het Uwv volgens de deskundige de beperkingen van eiseres op 19 mei 2023 niet juist heeft ingeschat en acht eiseres verdergaand beperkt dan door het Uwv is aangenomen.

De reacties van partijen op het deskundigenrapport

Eiseres kan zich vinden in de conclusies van de deskundige.

De verzekeringsarts bezwaar en beroep is het niet eens met de deskundige. De verzekeringsarts bezwaar en beroep rapporteert op 6 mei 2025 dat items in de rubriek persoonlijk functioneren 1 tot en met 7 alleen worden aangenomen bij ernstige psychiatrische aandoeningen. Dat is bij eiseres niet het geval en daarbij is door de verzekeringsartsen geconstateerd dat bij eiseres geen sprake is van enig concentratieverlies. Verder licht de verzekeringsarts bezwaar en beroep toe dat de deskundige niet wordt gevolgd in de aangenomen beperkingen ten aanzien van spreken, omdat eiseres ten tijde van het primair medisch onderzoek redelijk Nederlands kon spreken en bij aanwezigheid van haar partner een probleem blijkt te zijn. Ook de beperkingen ten aanzien van het bewegingsapparaat volgt de verzekeringsarts bezwaar en beroep niet, omdat uit de informatie van de fysiotherapeut blijkt dat de behandeling is afgestemd op de subjectieve klachtenbeleving en bij de spreekuren niet is geconstateerd dat eiseres beperkt is in de rubrieken dynamische handelingen en statische houdingen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft daarom geen aanleiding gezien om de medische belastbaarheid aan te passen op basis van het medisch onderzoek door de deskundige.

Wat de rechtbank ervan vindt

De rechtbank stelt voorop dat volgens vaste rechtspraak het uitgangspunt is dat de bestuursrechter het oordeel van een onafhankelijke door haar ingeschakelde deskundige volgt als deze deskundige het standpunt inzichtelijk heeft gemotiveerd. Deze situatie doet zich hier voor. De deskundige heeft kennisgenomen van het gehele dossier, de beschikbare medische informatie zichtbaar bij de beoordeling betrokken, een uitgebreide anamnese uitgevraagd bij eiseres en haar lichamelijk en psychisch onderzocht. Het deskundigenrapport geeft blijk van een zorgvuldig onderzoek, is inzichtelijk en consistent.

De door de verzekeringsarts bezwaar en beroep ingebrachte standpunten leiden niet tot een ander oordeel. De deskundige heeft inzichtelijk gemotiveerd dat er objectief medische redenen zijn om eiseres verdergaand beperkt te achten dan het Uwv heeft gedaan. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft enkel uiteengezet waarom de deskundige de aangenomen beperkingen niet heeft mogen aannemen, maar gaat eraan voorbij dat de aangenomen beperkingen grotendeels in 2021 reeds door het Uwv waren aangewezen voor de medische situatie van eiseres. Niet is gebleken dat de medische situatie in 2023 is verbeterd ten opzichte van 2021. De deskundige heeft namelijk vastgesteld dat de situatie van eiseres zelfs sinds 2019 niet is veranderd en het volgt ook niet uit de beschikbare medische informatie. Dat de motivering van de deskundige ten aanzien van dynamische handelingen en statische houdingen te veel gebaseerd zou zijn op de subjectieve claimklachten van eiseres, is ook onvoldoende om de rechtbank te doen twijfelen aan de bevindingen van de deskundige, vooral omdat de verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft nagelaten eiseres zelf lichamelijk te onderzoeken.

Dit leidt de rechtbank tot de conclusie dat de beperkingen van eiseres per 19 mei 2023 door het Uwv zijn onderschat. Hieruit vloeit voort dat het bestreden besluit onvoldoende zorgvuldig is voorbereid en de verzekeringsarts bezwaar en beroep niet toereikend heeft gemotiveerd dat eiseres op 19 mei 2023 minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Eiseres wordt – overeenkomstig de bevindingen van de deskundige – verdergaand beperkt geacht dan door het Uwv is aangenomen. Aan de hand van de FML van de deskundige van 26 maart 2025 moet het Uwv nader arbeidskundig onderzoek doen en het arbeidsongeschiktheidspercentage van eiseres vanaf 19 mei 2023 opnieuw vaststellen. Het Uwv dient op basis daarvan opnieuw een beslissing te nemen op het bezwaar van eiseres en daarmee over haar WIA-aanspraken.

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is gegrond, omdat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit.

De rechtbank bepaalt dat het Uwv opnieuw op het bezwaar van eiseres dient te beslissen met inachtneming van wat de rechtbank in deze uitspraak heeft overwogen. De rechtbank geeft het Uwv hiervoor een termijn van zes weken. Deze termijn gaat pas lopen als de termijn om hoger beroep in te stellen is verstreken of, als hoger beroep wordt ingesteld, als daarop is beslist.

Omdat het beroep gegrond is moet het Uwv het griffierecht aan eiseres vergoeden. Eiseres heeft zich niet laten bijstaan door een juridisch gemachtigde. Daarom bestaat geen aanleiding om het Uwv proceskosten te laten vergoeden.

Beslissing

De rechtbank

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het besluit van 30 april 2024;

- draagt het Uwv op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;

- bepaalt dat het Uwv het griffierecht van € 51,- aan eiseres moet vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. V.E.H.G. Visser, rechter, in aanwezigheid van mr. M.C.G. van Dijk, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 4 december 2025. De griffier is niet in de gelegenheid de uitspraak te ondertekenen.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. V.E.H.G. Visser

Griffier

  • mr. M.C.G. van Dijk

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?