RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 december 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
Samenvatting
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/3324
(gemachtigde: mr. R. Sahin),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eemnes (het college), verweerder
(gemachtigde: S. Paffen).
1. Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres tegen het besluit van het college van 18 april 2025, waarin het bezwaar niet-ontvankelijk is verklaard. Eiseres voert aan dat sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is en dat het college het bezwaar vanwege het te laat indienen terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Eiseres krijgt geen gelijk. Het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.
Procesverloop
2. Het college heeft eerder op 3 maart 2022 een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een paardenstal en een mestplaat op de locatie [locatie] te [plaats] . Met het besluit van 10 januari 2025 (gepubliceerd op 20 januari 2025) is een omgevingsvergunning verleend voor het uitbreiden van twee reeds vergunde schuurtjes.
Eiseres heeft op 3 maart 2025 bezwaar gemaakt tegen het besluit van 10 januari 2025. Met het besluit van 18 april 2025 heeft het college het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens het te laat indienen. Eiseres heeft hiertegen beroep ingesteld.
Overwegingen
3. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Het beroep is namelijk kennelijk ongegrond. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
In deze zaak ligt ter beoordeling voor of verweerder het bezwaarschrift van 3 maart 2025 terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.
Eiseres voert aan dat de combinatie van omstandigheden (vanwege het feit dat de omgevingsvergunning uit 2022 niet, althans niet op juiste wijze, is gepubliceerd, de gemeente slecht bereikbaar was voor het verstrekken van informatie, het ontbreken van rechtsbijstand, de misvatting over de aanvang van de bezwaartermijn en haar fysieke en mentale gezondheidsproblemen) ertoe leiden dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Daarbij wijst eiseres erop dat sprake is van een geringe termijnoverschrijding, waaruit blijkt dat eiseres heeft gehandeld zodra zij daartoe redelijkerwijs in staat was.
De rechtbank overweegt dat een bezwaarschrift moet worden ingediend binnen zes weken nadat het besluit bekend is gemaakt. Daarbij geldt dat volgens vaste rechtspraak de hoofdregel is dat als publicatie van een vergunning heeft plaatsgevonden, termijnoverschrijding bij het maken van bezwaar daartegen niet verschoonbaar kan worden geacht. Uitgangspunt is immers dat belanghebbenden daarvan kennis hadden kunnen nemen.
In dit geval is het besluit bekendgemaakt op 10 januari 2025 en op 20 januari 2025 op juiste wijze gepubliceerd. Het bezwaarschrift had dus uiterlijk op 21 februari 2025 door het college ontvangen moeten zijn. Het college heeft het verweerschrift ontvangen op 3 maart 2025. Dat is dus te laat. De hoofdregel is dan dat verweerder het bezwaar niet inhoudelijk mag behandelen.
De door eiseres aangevoerde omstandigheden maken dit niet anders. De rechtbank overweegt dat het al dan niet op juiste wijze hebben gepubliceerd van de omgevingsvergunning in 2022 geen reden oplevert voor een verschoonbare termijnoverschrijding ten aanzien van het besluit van 10 januari 2025. Eiseres heeft immers kennis kunnen nemen van dit besluit.
Dat eiseres een verkeerde datum in haar hoofd had, maakt de termijnoverschrijding naar het oordeel van de rechtbank ook niet verschoonbaar. Uit de publicatie blijkt namelijk dat het besluit van 10 januari 2025 is en dat het op dezelfde datum is verzonden. In de publicatie staat ook dat binnen zes weken na de verzending van het besluit bezwaar kan worden gemaakt.
Verder ziet de rechtbank in de al dan niet slechte bereikbaarheid van de gemeente ook geen reden voor een verschoonbare termijnoverschrijding. Eiseres had namelijk in afwachting van nadere informatie alvast pro forma bezwaar kunnen indienen, om de termijn veilig te stellen.
Tot slot is met een enkele foto van een hand niet aannemelijk gemaakt dat eiseres gedurende de bezwaartermijn vanwege gezondheidsproblemen in het geheel niet in staat is geweest om tijdig een bezwaarschrift in te dienen of hiertoe (juridische) hulp in te schakelen.
Het college heeft het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank komt daarom niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de beroepsgronden tegen de verleende omgevingsvergunning. Eiseres krijgt dus geen gelijk. Zij krijgt daarom het griffierecht niet terug. Van een vergoeding van proceskosten is ook geen sprake.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. ing. A. Rademaker, rechter, in aanwezigheid van mr. M.C.G. van Dijk, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 15 december 2025.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.