RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 april 2025 in de zaak tussen
[eiser] , te [plaats] , eiser
de heffingsambtenaar van de gemeente Baarn, verweerder.
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/2094
en
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op zijn aanvraag.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Op grond van artikel 1:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt onder een aanvraag verstaan: een verzoek van een belanghebbende een besluit te nemen. Op grond van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb wordt onder een besluit verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Van een rechtshandeling in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb is sprake - voor zover hier van belang - indien er een verandering optreedt in de bestaande rechten, verplichtingen of bevoegdheden of wanneer het bestaan van rechten, verplichtingen, bevoegdheden bindend wordt vastgesteld. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder a, van de Awb wordt het niet tijdig nemen van een besluit en een schriftelijke weigering tot het nemen van een besluit gelijkgesteld met een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Op grond van artikel 8:1 van de Awb kan een belanghebbende beroep instellen tegen een besluit bij de bestuursrechter.
3. De rechtbank is van oordeel dat eisers verzoek om de gemeentelijke website voor het verstrekken van informatie over ingebrekestelling en dwangsommen bij het niet tijdig nemen van besluiten aan te passen, niet een aanvraag als bedoeld in artikel 1:3, derde lid, van de Awb is. Op een verzoek, dat geen aanvraag is, kan verweerder geen besluit nemen. Er kan daarom ook geen sprake zijn van een niet tijdig nemen van een besluit of een schriftelijke weigering tot het nemen van een besluit, waartegen beroep kan worden ingesteld. Dit heeft tot gevolg dat artikel 8:1 van de Awb niet van toepassing is en de rechtbank onbevoegd is kennis te nemen van het beroepschrift van eiser.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
5. Omdat de bestuursrechter onbevoegd is om van het beroep kennis te nemen, is eiser geen griffierecht verschuldigd. Omdat eiser het griffierecht wel heeft betaald, zal dit aan hem worden terugbetaald.
Beslissing
De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van S. Ayyildiz, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 april 2025.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.