RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/170304-24
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 23 december 2025 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [1992] in [geboorteplaats] ,
wonende [adres] in [woonplaats] ,
hierna: de verdachte.
1. Zitting
De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 9 december 2025.
Op de zitting waren aanwezig:
De zaak is gelijktijdig, maar niet gevoegd behandeld met de zaak tegen medeverdachte [medeverdachte] .
[benadeelde] zal in het verdere vonnis ook worden aangeduid bij haar voornaam [benadeelde] . Dit geldt ook voor medeverdachte [medeverdachte] .
2. Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:
feit 1:
in de periode van 26 oktober 2020 tot en met 31 december 2020 te Austerlitz en/of Woudenberg samen met een ander seksuele handelingen heeft verricht met [benadeelde] , waaronder het seksueel binnendringen van het lichaam van [benadeelde] , van wie de verdachte wist dat zij aan een verstandelijke beperking leed en daardoor niet in staat was om haar wil ten aanzien van die seksuele handelingen kenbaar te maken;
feit 2: (primair)
op 13 december 2020 te Zeist samen met een ander [benadeelde] heeft verkracht;
(subsidiair)
is dit ten laste gelegd als het samen met een ander verrichten van seksuele handelingen met het [benadeelde] , waaronder het seksueel binnendringen van het lichaam van [benadeelde] , van wie de verdachte wist dat zij leed aan een verstandelijke beperking en daardoor niet in staat was om op haar wil ten aanzien van die seksuele handelingen kenbaar te maken;
(meer subsidiair)
is dit ten laste gelegd als het samen met een ander ontucht plegen met [benadeelde] , van wie de verdachte wist dat zij leed aan een verstandelijke beperking en daardoor niet in staat was om haar wil ten aanzien van die seksuele handelingen kenbaar te maken;
feit 3:
in de periode van 26 oktober 2020 tot en met 31 december 2020 te Driebergen-Rijsenburg seksuele handelingen heeft verricht met [benadeelde] , waaronder het seksueel binnendringen van het lichaam van [benadeelde] , van wie de verdachte wist dat zij leed aan een verstandelijke beperking leed en daardoor niet in staat was om haar wil ten aanzien van die seksuele handelingen kenbaar te maken.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in de bijlage bij dit vonnis.
3. Vrijspraak
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte de feiten 1, 2 subsidiair en 3 heeft gepleegd.
De standpunten van de officier van justitie worden – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 3.3.
De officier van justitie eist dat aan de verdachte een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 9 maanden, met een proeftijd van 2 jaren en een taakstraf van 240 uur wordt opgelegd.
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte vrij te spreken van de feiten 1, 2 en 3.
De advocaat voert verschillende verweren over het bewijs. Deze worden - voor zover van belang voor de beoordeling - hierna besproken onder paragraaf 3.3.
Oordeel van de rechtbank
Feit 2 primair
De rechtbank oordeelt dat feit 2 primair niet is bewezen en zal de verdachte daarvan vrijspreken.
De officier van justitie en de verdediging komen tot dezelfde conclusie, zodat de rechtbank dit niet verder zal motiveren.
Feit 1, feit 2 subsidiair en meer subsidiair en feit 3
Juridisch kader
De verdachte wordt er op grond van artikel 243 (oud) en artikel 247 (oud) van het Wetboek van Strafrecht (Sr) – kort gezegd - van beschuldigd dat hij seksuele en/of ontuchtige handelingen heeft verricht met [benadeelde] , terwijl hij wist dat zij niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden. Het bestanddeel ‘daaromtrent’ ziet op de onder de feiten tenlastegelegde handelingen.
Met deze artikelen is beoogd volwassenen met een verstandelijke beperking strafrechtelijke bescherming te bieden tegen hen die misbruik van hun kwetsbaarheid maken.
Als waarborg tegen een te ruime toepassing van de genoemde artikelen zijn aan de strafbaarheid van de handelingen (mede) bestaande uit het seksueel binnendringen van het lichaam een aantal cumulatieve voorwaarden verbonden, te weten:
- het slachtoffer leed aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van haar geestvermogen dat zij daardoor niet of onvolkomen in staat was haar wil omtrent seksuele handelingen te bepalen of kenbaar te maken en daartegen weerstand te bieden, én
- de verdachte wist van die geestestoestand en het daaruit voortvloeiende wilsgebrek, dan wel de verdachte heeft willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat daarvan sprake was.
Op basis van het dossier en het verhandelde ter zitting is komen vast te staan dat de verdachte en de medeverdachte in de periode in geding seksuele handelingen met [benadeelde] hebben verricht. Dit wordt door de verdachte ook niet ontkend. Los van de vraag of daarbij tevens sprake is geweest van het seksueel binnendringen van het lichaam van [benadeelde] , dient de rechtbank de vraag te beantwoorden of aan de twee voornoemde vereisten is voldaan. Daarover overweegt de rechtbank als volgt.
De geestestoestand van het slachtoffer
Op basis van verklaringen van verschillende begeleiders van [benadeelde] , zoals die zich in het dossier bevinden, is de rechtbank van oordeel dat de verstandelijke beperking van [benadeelde] kan worden aangemerkt als een zodanige verstandelijke beperking dat zij niet of onvolkomen in staat is haar wil met betrekking tot de seksuele handelingen te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden. Uit de verklaringen volgt immers dat [benadeelde] een IQ heeft van 48-50 en dat zij functioneert op het niveau van een ondergrens van een puber. [benadeelde] gebruikt kinderlijke taal, spreekt met korte zinnen en woont in een 24- uurs begeleide setting van [instelling] . Ontwikkelingspsycholoog [A] , verbonden aan [instelling] (voormalig [instelling] ) geeft in de brief van december 2025 aan dat [benadeelde] emotioneel op een nog veel jonger niveau functioneert, min of meer passend bij het niveau van een kleuter.
De wetenschap van de verdachte
Vervolgens dient de vraag te worden beantwoord of de verdachte wist van de verstandelijke beperking van [benadeelde] en het daaruit voortvloeiende wilsgebrek. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.
De verdachte verklaart op de zitting dat hij fysiek en verbaal niets heeft gemerkt van de verstandelijke beperking van [benadeelde] . Hij vond [benadeelde] een beetje verlegen en een niet al te grote prater, maar dat is hij zelf ook niet. Ze spraken vooral over hobby’s, dieren en de invulling van hun dagen. Ook keken zij samen naar films. Volgens de verdachte kwam [benadeelde] in de gesprekken en contacten niet kinderlijker over dan haar kalenderleeftijd en kon zij wel degelijk aangeven wat zij wel en niet wilde. De verdachte verklaart verder dat hij niet wist dat [benadeelde] begeleid woonde. Hij stelt dat hij nooit aan [benadeelde] heeft gemerkt dat ze iets niet prettig vond wat er tussen hen gebeurde, en dat ze achteraf steeds tegen hem zei dat ze het leuk vond.
De begeleiders van het slachtoffer verklaren wisselend over hoe een ander aan [benadeelde] kan merken dat zij een verstandelijke beperking heeft. Volgens de ene begeleider is het een klein beetje te zien aan de iets schuine stand van haar ogen en aan haar openhangende mond. Ook zou zij volgens die begeleider open vragen niet goed begrijpen en uit zichzelf nauwelijks praten. Haar coördinerend begeleider verklaart daarentegen dat je als leek de beperking van [benadeelde] niet altijd goed kunt herkennen en dat [benadeelde] verbaal is. Je merkt pas dat [benadeelde] een beperking heeft als je een goed gesprek met haar aangaat, moeilijke woorden gebruikt en het tempo hoger ligt. Deze coördinerend begeleider geeft verder ook aan dat het lastig is of een leeftijdsgenoot dat ook meteen door heeft.
De rechtbank overweegt dat de verdachte [benadeelde] weliswaar meermalen heeft ontmoet, maar dat zij tijdens die ontmoetingen geen inhoudelijke en/of diepgaande gesprekken met elkaar hebben gevoerd. Daarnaast is van belang dat door begeleiders van [benadeelde] niet eenduidig is verklaard over de herkenbaarheid van de verstandelijke beperking van [benadeelde] . Dit maakt dat de rechtbank tot de slotsom komt dat er onvoldoende aanknopingspunten zijn voor de conclusie dat dat de verdachte wist, ook niet in voorwaardelijke zin, dat [benadeelde] zodanig verstandelijk beperkt was, dat zij onvoldoende in staat was om te bepalen of zij wel of geen seksuele handelingen met hem wilde verrichten en om daartegen weerstand te bieden. Gelet daarop twijfelt de rechtbank dan ook aan het bestaan van kwade intenties van de verdachte.
Concluderend oordeelt de rechtbank dat de feiten 1, 2 subsidiair en meer subsidiair en 3 niet zijn bewezen en zal de verdachte daarvan vrijspreken.
4. Vordering benadeelde partij
Vordering van de benadeelde partij
[benadeelde] heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 22.500,00, vermeerderd met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit vergoeding van immateriële schade (smartengeld).
Verder verzoekt de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de immateriële schade gedeeltelijk toegewezen kan worden tot een bedrag van € 10.000,00, waarvan € 5.000,00 hoofdelijk, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel (hoofdelijk).
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt, gelet op het pleidooi tot integrale vrijspraak, de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk te verklaren.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank spreekt de verdachte vrij van het aan hem ten laste gelegde feit. Volgens de wet kan de strafrechter dan geen schadevergoeding toekennen aan een benadeelde. De rechtbank bepaalt daarom dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering.
Proceskosten
Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. De benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in de vordering, waardoor niet is komen vast te staan of en in hoeverre de vordering terecht is ingediend. De benadeelde partij moet daarom de kosten vergoeden die de verdachte heeft gemaakt om tegen deze vordering in te gaan. De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vast staat dat de verdachte daarvoor kosten heeft gemaakt en begroot de kosten daarom op nihil.
5. De beslissing
De rechtbank:
vrijspraak
- verklaart niet bewezen dat de verdachte de feiten 1, 2 en 3 heeft gepleegd en spreekt de
verdachte daarvan vrij;
vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [benadeelde]
Dit vonnis is gewezen door mr. E.H.M. Druijf, voorzitter, mr. L.M. Reijnierse en mr. M.M. van der Zwaag, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.M.L. den Hoedt en mr. J.J. Veldhuizen als griffiers en is in het openbaar uitgesproken op 23 december 2025.
De griffiers zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
1
hij in of omstreeks de periode van 26 oktober 2020 tot en met 31 december 2020 teAusterlitz, en/of in Woudenberg, althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,met [benadeelde] ,van wie hij, verdachte, wist dat deze aan een zodanige psychische stoornis,psychogeriatrische aandoening en/of verstandelijke handicap leed dat deze niet ofonvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken ofdaartegen weerstand te bieden,een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uithet seksueelbinnendringen van het lichaam van die [benadeelde] , te weten- het tongzoenen met die [benadeelde] en/of- het betasten van de borst(en) van die [benadeelde] en/of- het betasten van de schaamstreek van die [benadeelde] en/of- het brengen en/of houden van zijn penis in de mond van die [benadeelde] en/of- het likken aan/over de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [benadeelde]en/of- het brengen en/of houden van zijn penis in de vagina van die [benadeelde]
2
hij op of omstreeks 13 december 2020 te Zeisttezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een anderefeitelijkheid,iemand, te weten [benadeelde] ,heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uitof mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam immers heefthij, verdachte,- die [benadeelde] ontkleed en/of- het lichaam van die [benadeelde] betast en/of- die [benadeelde] getongzoend en/of- zijn vinger(s) in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [benadeelde]gebracht en/of- zich doen laten aftrekken door die [benadeelde] en/of- (meermaals) zijn penis in de vagina van die [benadeelde] gebracht en/of geduwden/of gehoudenbestaande het geweld en/of een andere feitelijkheid en/of die bedreiging metgeweld en/of een andere feitelijkheid hierin dat hij, verdachte,- die [benadeelde] onverhoeds geconfronteerd met de aanwezigheid van meerderedie [benadeelde] onbekende mannen en/of- die [benadeelde] gesommeerd te dansen op muziek en/of haar kleding uit tetrekken en/of- die [benadeelde] aan haar arm(en) heeft vastgepakt en/of meegenomen naar deslaapkamer en/of- die [benadeelde] gesommeerd op het bed te gaan liggen met haar benen wijd en/of- ten overstaan van die [benadeelde] tegen een aanwezige vriend heeft gezegd “ennu ben jij aan de beurt”,terwijl die [benadeelde] meermalen, althans eenmaal, tegen verdachte heeft gezegdhet niet te willen en/of naar huis te willen
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zoukunnen leiden:
hij op of omstreeks 13 december 2020 te Zeist, althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,met [benadeelde] , van wie hij, verdachte, wist dat deze in staat vanbewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde,dan wel aan een zodanige psychische stoornis, psychogeriatrische aandoeningen/of verstandelijke handicap leed dat deze niet of onvolkomen in staat waszijn/haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstandte bieden,een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of medebestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde] ,te weten- het ontkleden van die [benadeelde] en/of- het tongzoenen met die [benadeelde] en/of- het betasten van de borst(en) en/of billen en/of schaamstreek van die [benadeelde]en/of- het brengen van zijn vinger(s) tussen de schaamlippen van die [benadeelde] en/of- het zich doen laten aftrekken door die [benadeelde] en/of- het brengen en/of houden van zijn vinger(s) en/of penis in de vagina van die[benadeelde]
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht ofzou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 13 december 2020 te Zeist, althans in Nederland, tezamen en invereniging met een ander of anderen, althans alleen,met [benadeelde] , van wie hij, verdachte, wist dat deze aan een zodanigepsychische stoornis en/of verstandelijke handicap leed dat die [benadeelde] niet ofonvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken ofdaartegen weerstand te bieden,een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten- het ontkleden van die [benadeelde] en/of- het tongzoenen met die [benadeelde] en/of- het betasten van de borst(en) en/of billen en/of schaamstreek van die [benadeelde]en/of- het zich doen laten aftrekken door die [benadeelde]
3.
hij in of omstreeks 26 oktober 2020 tot en met 31 december 2020 teDriebergen-Rijsenburg, althans in Nederland,met [benadeelde] ,van wie hij, verdachte, wist dat deze aan een zodanige psychische stoornis,psychogeriatrische aandoening en/of verstandelijke handicap leed dat deze niet ofonvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken ofdaartegen weerstand te bieden,(meermalen, althans eenmaal)een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of medebestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde] ,te weten- het tongzoenen met die [benadeelde] en/of- het betasten van de borst(en) en/of billen en/of schaamstreek van die [benadeelde]en/of- het met zijn hand(en) en/of vinger(s) betasten van de vagina van die [benadeelde]en/of- het brengen en/of houden van zijn penis in de mond van die [benadeelde] en/of- het likken aan/over de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [benadeelde]en/of- het brengen en/of houden van zijn penis in de vagina van die [benadeelde]