ECLI:NL:RBMNE:2025:6906

ECLI:NL:RBMNE:2025:6906, Rechtbank Midden-Nederland, 18-11-2025, C/16/602030 en C/16/602568

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 18-11-2025
Datum publicatie 06-01-2026
Zaaknummer C/16/602030 en C/16/602568
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Lelystad

Samenvatting

Ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing. Vanwege huiselijk geweld verblijven zowel de kinderen als de moeder op afzonderlijke geheime locaties. Omdat de vader herhaaldelijk achter de verblijfplaats van de moeder en de kinderen is gekomen, hebben zij de afgelopen periode meerdere keren moeten verhuizen. Op dit moment hebben de kinderen geen fysiek contact met hun vader en moeder. Gezien de jonge leeftijd van de kinderen, is het contact voor hun hechting wel belangrijk, mits dit veilig is. Op grond van artikel 31 van het Verdrag van Istanbul moeten Staten bij huiselijk geweld maatregelen treffen om te waarborgen dat omgang niet ten koste gaat van de veiligheid van het slachtoffer of de kinderen. Tijdens de uithuisplaatsing moet dus onderzocht worden of en hoe het contact met de ouders veilig kan plaatsvinden.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Lelystad

Zaaknummers: C/16/602030 / JL RK 25-784 (ondertoezichtstelling)

Zaaknummers: C/16/602568 / JL RK 25-809 (machtiging tot uithuisplaatsing)

Datum uitspraak: 18 november 2025

Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en een machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING,

locatie [plaats 1] ,

hierna te noemen: de Raad,

en

SAMEN VEILIG MIDDEN-NEDERLAND,

gevestigd te [plaats 2] ,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI);

over

[minderjarige 1] ,

geboren op [2021] in [geboorteplaats 1] ,

hierna te noemen: [minderjarige 1 (voornaam)] ,

[minderjarige 2] ,

geboren op [2025] in [geboorteplaats 2] ,

hierna te noemen: [minderjarige 2 (voornaam)] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[belanghebbende 1] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat mr. M. van Harskamp,

[belanghebbende 2] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat mr. P. Bosma.

1. Het verloop van de procedure

In de zaak C/16/602030 / JL RK 25-784 (ondertoezichtstelling)

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen van de Raad, ontvangen op 4 november 2025;

- het Raadsrapport van 11 november 2025.

In de zaak C/16/602568 / JL RK 25-809 (machtiging tot uithuisplaatsing)

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift met bijlagen van de GI, ontvangen op 14 november 2025.

In beide zaken

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 november 2025. Daarbij waren aanwezig:

- de vader met zijn advocaat;

- de advocaat van de moeder;

- [A] namens de Raad;

- [B] namens de GI.

De moeder is niet verschenen omdat ze haar verhaal niet (via een videobelverbinding) wil vertellen als de vader dat ook hoort.

2. De feiten

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] .

[minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] verblijven in een gezinsgerichte accommodatie.

De kinderrechter heeft bij beschikking van 21 augustus 2025 [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] voorlopig onder toezicht gesteld tot 21 november 2025.

De kinderrechter heeft bij beschikking van 3 september 2025 een machtiging verleend [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gezinsgerichte voorziening tot 21 november 2025.

3. De verzoeken

In de zaak C/16/602030 / JL RK 25-784 (ondertoezichtstelling)

De Raad verzoekt [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] onder toezicht te stellen voor de duur van twaalf maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

In de zaak C/16/602568 / JL RK 25-809 (machtiging tot uithuisplaatsing)

De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] in een gezinsgerichte voorziening te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. De standpunten

De Raad heeft het verzoek om een ondertoezichtstelling tijdens de zitting gehandhaafd, omdat er grote zorgen zijn over de ontwikkeling van [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] . De kinderen hebben veel meegemaakt en laten zorgelijk gedrag zien. Het feit dat zowel de kinderen als de moeder op aparte en voor elkaar en de vader geheime locaties verblijven, laat de ernst van de situatie zien. De kinderen hebben de afgelopen periode meerdere keren moeten verhuizen, omdat de vader steeds achter hun verblijfplaats kwam. Onder meer door de stress die hierdoor is ontstaan, blijft de ontwikkeling van de kinderen achter. Het werken aan ontwikkelingsbedreigingen van deze aard gaat tijd kosten, waardoor de Raad een termijn van een jaar passend vindt voor de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing. Binnen deze periode is het op zich niet de intentie dat er helemaal geen omgang met de vader en de moeder is, maar er moet goed beoordeeld worden of en hoe dit veilig kan.

De GI heeft het verzoek om een machtiging tot uithuisplaatsing tijdens de zitting gehandhaafd. [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] hebben veel meegemaakt. Zo zijn ze getuige geweest van huiselijk geweld, waardoor sprake is van trauma gerelateerde problematiek. Vanwege de zorgen over intiem terreur moet goed onderzocht worden hoe het contact tussen de ouders en de kinderen kan plaatsvinden. In de periode van de spoedmachtiging tot uithuisplaatsing zijn problemen losgekomen bij de kinderen. Er is voor [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] nog geen ruimte geweest voor fysieke omgang met de vader en de moeder. Daarnaast heeft de moeder zelf hulpverlening nodig voordat de kinderen bij haar teruggeplaatst kunnen worden. De vraag is of dit op korte termijn is afgerond. De GI erkent dat een machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van een jaar lang is, maar is van mening dat dit vanwege de omvang van de problemen nodig is. Wel zegt de GI dat als er de mogelijkheid is om de kinderen eerder bij de moeder terug te plaatsen, zij dit zal doen.

Namens en door de vader is op de zitting naar voren gebracht dat hij instemt met de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing. Wel verzoekt hij de duur hiervan te beperken, zodat er perspectief is en er een vinger aan de pols kan worden gehouden. De vader krijgt geen updates meer over de kinderen en ziet ze ook niet meer. In het Raadsrapport wordt gesproken over de hechting met de kinderen, maar de vader vindt dat ingewikkeld als het contact uitblijft en er ook geen perspectief op contact is.

Namens de moeder is op de zitting verteld dat zij zich kan vinden in het verzoek om een ondertoezichtstelling. Over de machtiging tot uithuisplaatsing vindt de moeder een kortere termijn passend. Op dit moment kan de moeder de zorg niet dragen en heeft zij behandeling nodig voor haar eigen problematiek. Volgens de moeder is de intensieve traumabehandeling medio januari afgerond. De verwachting is dat zij dan haar leven weer vorm kan geven en voor de kinderen kan zorgen. Op het moment dat een machtiging tot uithuisplaatsing voor een langere termijn wordt verleend, is de moeder bang dat die termijn volledig gebruikt gaat worden. De moeder vindt het belangrijk voor de kinderen dat zij bij haar wonen en dat daar hulpverlening voor hen wordt ingezet. Zeker gezien de leeftijd van [minderjarige 2 (voornaam)] en zijn hechting, vindt de moeder een termijn van vier à zes maanden al lang.

5. De beoordeling

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter stelt [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] daarom onder toezicht voor de duur van een jaar. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

[minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] zijn herhaaldelijk getuige geweest van huiselijk geweld van de vader richting de moeder. De afgelopen periode hebben de kinderen vanwege hun veiligheid vaak moeten verhuizen. Dit samen heeft hun gevoel van vertrouwen, veiligheid en hechting aangetast. Bij [minderjarige 2 (voornaam)] zijn er signalen van vroege traumatische ervaringen en opgroeien in een stressvolle situatie zichtbaar. Ook [minderjarige 1 (voornaam)] laat zorgelijk gedrag zien. Zo zoekt ze grenzen op, is ze snel overprikkeld en doet zij uitspraken over het huiselijk geweld. De moeder heeft hulp gezocht vanwege de spanningen, het geweld en de daaruit volgende psychische problemen. De draagkracht van de moeder is kwetsbaar en zij is op dit moment niet in staat om de zorg voor [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] te dragen. De vader ontkent het geweld uit het verleden en toont weinig inzicht in zijn handelen, waardoor er getwijfeld wordt aan zijn intrinsieke motivatie voor hulpverlening. Zowel Veilig Thuis, de GI en de politie hebben gemeld dat de vader dreigend is geweest naar hulpverleners en de moeder en dat de vader meermaals achter de verblijfplaats van de moeder en de kinderen is gekomen. Door de spanningen en de angst ontbreekt het vertrouwen van de moeder in de vader, waardoor het op dit moment niet mogelijk is om samen besluiten te nemen over de kinderen.

Tijdens de ondertoezichtstelling moet er gewerkt worden aan de volgende doelen:

[minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] groeien op in een veilige en stabiele omgeving;

[minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] ervaren rust, voorspelbaarheid en continuïteit in hun dagelijks leven;

[minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] leren omgaan met de meegemaakte druk, onveiligheid en onrust in hun leven;

de moeder werkt aan haar problematiek (trauma gerelateerde klachten) en haar emotionele beschikbaarheid wordt versterkt;

het contact tussen de moeder en de kinderen wordt weer opgebouwd;

er wordt bekeken of er een mogelijkheid is tot contactherstel tussen vader en de kinderen;

er wordt gewerkt aan duidelijkheid over het toekomstperspectief van de kinderen;

de vader werkt aan het wegnemen van onveiligheid in de situatie van de kinderen;

gezien het gezamenlijk gezag onderzoekt de GI op welke wijze beslissingen in het belang van de kinderen kunnen worden genomen zonder dat er direct contact tussen de ouders nodig is, totdat er voldoende herstel van veiligheid is.

Ook is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] noodzakelijk is in het belang van hun verzorging en opvoeding. [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] hebben in hun korte leven te maken gehad met veel spanningen en stress. Omdat de vader herhaaldelijk achter de verblijfplaats van de moeder en de kinderen is gekomen, hebben zij de afgelopen periode meerdere keren moeten verhuizen. Het ontbreekt de kinderen hierdoor aan stabiliteit, wat hun ontwikkeling in de weg staat. Inmiddels verblijven de kinderen op een voor beide ouders geheime locatie in een gezinsgerichte voorziening. Vanwege de verhuizingen is het nog niet gelukt om hier stappen te zetten in hun behandeling. Wel brengt deze locatie stabiliteit in het leven van [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] . Het is belangrijk dat zij hulp krijgen bij de behandeling van de trauma gerelateerde problematiek. In de echtscheidingsprocedure tussen de vader en de moeder is inmiddels bepaald dat de kinderen bij de moeder zullen wonen. Echter, de moeder heeft vanwege haar problematiek eerst zelf behandeling nodig voordat beoordeeld kan worden of zij in staat is om weer zelf voor de kinderen te zorgen. Een machtiging tot uithuisplaatsing van een jaar is lang voor zulke jonge kinderen als [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] . Toch is dit noodzakelijk. Vanwege de ernstige ontwikkelingsbedreigingen die er zijn voor [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] en de problemen tussen de ouders, is er veel hulpverlening betrokken en nog nodig voor het gezin. De omstandigheid dat zowel de kinderen als de moeder op geheime locaties verblijven toont de ernst van de situatie.

Op dit moment hebben [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] er geen fysiek contact met hun vader en moeder. Gezien de jonge leeftijd van de kinderen, is het voor hun hechting in beginsel belangrijk als dit wel zou kunnen plaatsvinden, maar dat moet wel veilig kunnen. Dit blijkt onder meer uit het Verdrag van Istanbul. Dit is een mensenrechtenverdrag waarin aan de overheid verplichtingen worden opgelegd om geweld tegen vrouwen te voorkomen en te bestrijden, én waarin aandacht wordt besteed aan de maatregelen die nodig zijn voor de opvang en bescherming van slachtoffers van geweld tegen vrouwen en van huiselijk geweld. In de memorie van toelichting bij de goedkeuring van het Verdrag van Istanbul staat bij artikel 2 lid 2 dat het Verdrag van toepassing is op alle slachtoffers van huiselijk geweld, dus ook kinderen. Volgens artikel 31 van het Verdrag moeten verdragsluitende staten, waaronder Nederland, maatregelen treffen om te waarborgen dat omgang niet ten koste gaat van de rechten en de veiligheid van het slachtoffer of de kinderen. Het is daarom belangrijk dat er tijdens de uithuisplaatsing wordt onderzocht of en hoe contact met de ouders veilig plaats kan vinden.

De komende periode zullen er grote stappen gezet moeten worden. Een termijn van jaar is daarbij passend, zodat er gewerkt kan worden aan de traumatische ervaringen die de kinderen hebben, het inzetten van hulpverlening voor zowel de kinderen als de beide ouders en het eventuele contact met hun ouders. De kinderen zijn sinds augustus 2025 uithuisgeplaatst en sindsdien zijn er nog maar hele kleine stapjes gezet.

De beslissing om [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] onder toezicht te stellen wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

stelt [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] onder toezicht van Stichting Samen Veilig Midden-Nederland met ingang van 18 november 2025 tot 18 november 2026;

verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] in een gezinsgerichte voorziening met ingang van 18 november 2025 tot 18 november 2026;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 november 2025 door mr. M.M. Janssen - Witteveen, kinderrechter, in aanwezigheid van J. Mather als griffier, en op schrift gesteld op 4 december 2025.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?