RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Almere
Zaaknummers: C/16/600396 / JL RK 25-695 (machtiging tot uithuisplaatsing [minderjarige 1 (voornaam)])
Zaaknummers: C/16/601060 / JL RK 25-734 (gedeeltelijke gezagsbelasting medisch [minderjarige 1 (voornaam)])
Zaaknummers: C/16/601063 / JL RK 25-735 (gedeeltelijke gezagsbelasting onderwijs
[minderjarige 1 (voornaam)])
Zaaknummers: C/16/600683 / JL RK 25-712 (machtiging tot uithuisplaatsing [minderjarige 2 (voornaam)])
Zaaknummers: C/16/601068 / JL RK 25-737 (gedeeltelijke gezagsbelasting onderwijs
[minderjarige 2 (voornaam)])
Datum uitspraak: 27 november 2025
Beschikking van de kinderrechter over machtigingen tot uithuisplaatsing, gedeeltelijke gezagsbelastingen onderwijs en een gedeeltelijke gezagsbelasting voor een medische behandeling
in de zaak van
SAMEN VEILIG MIDDEN-NEDERLAND,
gevestigd te [.] ,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI),
over
[minderjarige 1] ,
geboren op [geboortedatum 1] 2017 in [geboorteplaats 1] ,
hierna te noemen: [minderjarige 1 (voornaam)] ,
[minderjarige 2] ,
geboren op [geboortedatum 2] 2022 in [geboorteplaats 2] ,
hierna te noemen: [minderjarige 2 (voornaam)] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[belanghebbende 1] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. F.P. Slijkhuis LL.M.,
[belanghebbende 2] ,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats] .
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
In de zaak C/16/600396 / JL RK 25-695
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 1 oktober 2025;
de e-mail van de advocaat van de moeder van 29 september 2025, ingediend door de GI op 1 oktober 2025;
de e-mail van de vader van 30 september 2025, ingediend door de GI op 1 oktober 2025;
de e-mails van de moeder van 1 oktober 2025, 9 oktober 2025 en 13 oktober 2025;
de e-mail van de advocaat van de moeder van 21 oktober 2025, ingediend door de GI op 22 oktober 2025;
de e-mails van de moeder van 29 oktober 2025, 30 oktober 2024, 4 november 2025 en 6 november 2025.
In de zaak C/16/601060 / JL RK 25-734
het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 15 oktober 2025;
de e-mail van de advocaat van de moeder van 21 oktober 2025, ingediend door de GI op 22 oktober 2025;
de e-mails van de moeder van 29 oktober 2025, 30 oktober 2024, 4 november 2025 en 6 november 2025.
In de zaak C/16/601063 / JL RK 25-735
het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 15 oktober 2025;
de e-mail van de advocaat van de moeder van 21 oktober 2025, ingediend door de GI op 22 oktober 2025;
de e-mails van de moeder van 29 oktober 2025, 30 oktober 2024, 4 november 2025 en 6 november 2025.
In de zaak C/16/600683 / JL RK 25-712het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 7 oktober 2025;
de e-mail van de advocaat van de moeder van 29 september 2025, ingediend door de GI op 7 oktober 2025;
de e-mail van de vader van 30 september 2025, ingediend door de GI op 7 oktober 2025;
de e-mails van de moeder van 9 oktober 2025 en 13 oktober 2025;
de e-mail van de advocaat van de moeder van 21 oktober 2025, ingediend door de GI op 22 oktober 2025;
de e-mails van de moeder van 29 oktober 2025, 30 oktober 2024, 4 november 2025 en 6 november 2025.
In de zaak C/16/601068 / JL RK 25-737
het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 15 oktober 2025;
de e-mail van de advocaat van de moeder van 21 oktober 2025, ingediend door de GI op 22 oktober 2025;
de e-mails van de moeder van 29 oktober 2025, 30 oktober 2024, 4 november 2025 en 6 november 2025.
In alle zaken
- De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 27 november 2025. Daarbij waren aanwezig:
de moeder met haar advocaat;
de vader;
- [A] namens de GI.
2. De feiten
[minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] zijn erkend door de vader.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] .
[minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] wonen bij hun moeder.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 27 februari 2025 [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] onder toezicht gesteld tot 27 februari 2026.
3. Het verzoek
In de zaak C/16/600396 / JL RK 25-695
De GI verzoekt een machtiging om [minderjarige 1 (voornaam)] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een netwerkpleeggezin voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Op de zitting heeft de GI haar verzoek gewijzigd, in die zin dat zij primair verzoekt om een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1 (voornaam)] te verlenen in een regulier pleeggezin en subsidiair in een netwerkpleeggezin, te weten bij de grootmoeder van moederzijde.
In de zaak C/16/601060 / JL RK 25-734
De GI verzoekt te bepalen dat het gezag over [minderjarige 1 (voornaam)] wordt uitgeoefend door de GI met betrekking tot het geven van toestemming voor een medische behandeling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
In de zaak C/16/601063 / JL RK 25-735
De GI verzoekt te bepalen dat het gezag over [minderjarige 1 (voornaam)] gedeeltelijk wordt uitgeoefend door de GI met betrekking tot de aanmelding bij een onderwijsinstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
In de zaak C/16/600683 / JL RK 25-712
De GI verzoekt een machtiging om [minderjarige 2 (voornaam)] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een netwerkpleeggezin voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Op de zitting heeft de GI haar verzoek gewijzigd, in die zin dat zij primair verzoekt om een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 2 (voornaam)] te verlenen in een regulier pleeggezin en subsidiair in een netwerkpleeggezin, te weten bij de grootmoeder van moederzijde.
In de zaak C/16/601068 / JL RK 25-737
De GI verzoekt te bepalen dat het gezag over [minderjarige 2 (voornaam)] gedeeltelijk wordt uitgeoefend door de GI met betrekking tot de aanmelding bij een onderwijsinstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4. De standpunten
De GI heeft in de verzoeken en op de zitting naar voren gebracht dat de moeder niet meewerkt aan de uitvoering van de ondertoezichtstelling. De moeder belemmert alle hulpverlening, omdat zij eisen stelt aan de GI en de hulp weigert. [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] gaan niet naar school of een kinderdagverblijf. [minderjarige 1 (voornaam)] gaat niet naar controles voor haar diabetes. De GI heeft meerdere keren geprobeerd om [minderjarige 1 (voornaam)] in te schrijven op een nieuwe school en om haar diabetes-zorg over te dragen van [ziekenhuis 1] naar de [ziekenhuis 2] . De moeder heeft hier niet aan meegewerkt.
Verder wijzigt de GI het verzoek om de machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen in die zin dat [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] primair bij een regulier pleeggezin zullen verblijven en subsidiair bij hun grootmoeder van moederzijde die daarbij door de vader ontzorgd zal worden. Deze plaatsing bij de grootmoeder kan tot februari 2026 nog niet gerealiseerd worden, omdat de vader tot die tijd niet beschikbaar is. De grootmoeder heeft zelf behandeling nodig voor haar ziekte en kan zonder ondersteuning geen pleegzorg bieden. Volgens de GI heeft [ziekenhuis 1] toegezegd de pleegouders te informeren over en te begeleiden bij de diabetes van [minderjarige 1 (voornaam)] als zij in een regulier pleeggezin wordt geplaatst.
Namens en door de moeder is op de zitting verteld dat zij een uithuisplaatsing te ingrijpend vindt voor [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] . Het gaat thuis goed met hen. De moeder heeft zelf veel geleerd over de diabetes-zorg van [minderjarige 1 (voornaam)] . Op de vorige school van [minderjarige 1 (voornaam)] heeft de moeder twee juffen opgeleid om met de diabetes om te gaan. Deze juffen zijn vertrokken en [minderjarige 1 (voornaam)] kreeg daarna drie nieuwe juffen. De moeder trok het fysiek niet om de nieuwe juffen ook op te leiden, dus geeft zij [minderjarige 1 (voornaam)] thuisonderwijs. Zij is goed in het geven van thuisonderwijs aan de kinderen, omdat zij goede educatieve vaardigheden heeft. De moeder vindt dat de GI en de hulpverlening haar tegenwerken in de opvoeding van de kinderen, doordat de samenwerking niet van de grond komt. Zij is van mening dat haar veel onrecht wordt aangedaan.
De vader vindt een uithuisplaatsing bij een pleeggezin met geen of weinig kennis van diabetes niet wenselijk. Hij is ervan overtuigd dat de moeder geen slechte moeder is. Zij beschikt over de nodige kennis over de zorg voor [minderjarige 1 (voornaam)] . De vader is bereid zijn verantwoordelijkheid te nemen. Hij zal de grootmoeder ontzorgen als de kinderen bij haar geplaatst zullen worden. Dit kan hij pas doen vanaf februari. De vader heeft nog een andere zoon. Deze zoon is ernstig ziek en zal in januari een ingrijpende operatie ondergaan. De vader zal zich in januari hiervoor in moeten zetten.
5. De beoordeling
De kinderrechter houdt de beslissing op alle verzoeken aan tot de zitting van 17 februari 2026. De kinderrechter legt hierna uit waarom.
In deze procedure wordt onder meer verzocht om een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] bij primair een regulier pleeggezin en subsidiair, wanneer de vader in staat is om de grootmoeder van moederzijde te ontzorgen, in een netwerkpleeggezin. De kinderrechter begrijpt dat een eventuele plaatsing bij de grootmoeder pas vanaf februari mogelijk is. De vader is tot februari niet in staat om de grootmoeder te ondersteunen in de zorg voor [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] omdat hij voor een van zijn andere kinderen, die een ernstige operatie ondergaat, moet zorgen.
[minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] zijn sinds februari 2025 onder toezicht gesteld en zouden in dat kader gedwongen hulpverlening moeten ontvangen. Dat betekent niet dat de moeder zelf geen verantwoordelijkheid meer over de kinderen heeft. Van de moeder wordt ook tijdens een ondertoezichtstelling verwacht dat zij de belangen van de kinderen voorop stelt en werkt aan het wegnemen van hun ontwikkelingsbedreigingen. Dat is tot nu toe niet gelukt. Het is de GI niet gelukt om [minderjarige 1 (voornaam)] in te schrijven op een school. Ook heeft de GI de, door de moeder gewenste, overdracht van de diabetes-zorg voor [minderjarige 1 (voornaam)] van [ziekenhuis 1] naar de [ziekenhuis 2] niet kunnen realiseren. Dit komt door de weerstand tegen - en voorwaarden die de moeder aan alle vormen van hulpverlening stelt.
De moeder zegt dat het goed gaat met de [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] , maar de kinderrechter is niet in staat om dat te controleren omdat er geen hulpverlening betrokken is en de GI ook geen zicht op hen heeft kunnen krijgen omdat de moeder daarvoor geen ruimte biedt. De kinderrechter vindt het ook daarom zorgelijk dat [minderjarige 2 (voornaam)] niet naar een kinderdagverblijf gaat, [minderjarige 1 (voornaam)] niet naar school gaat en zij al meer dan een half jaar niet onder controle van een diabetes-arts staat.
De kinderrechter vindt het nu niet wenselijk om [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] bij een regulier pleeggezin te plaatsen en een eventuele plaatsing bij de grootmoeder kan pas in februari gerealiseerd worden. De moeder zegt dat zij wil samenwerken en het belang van de kinderen voorop zet. De kinderrechter geeft de moeder daarom de kans om te laten zien dat zij de belangen van de kinderen daadwerkelijk voorop stelt, door zelf, in overleg met de vader en de GI, vóór februari 2026 een school en diabetes-zorg bij of [ziekenhuis 1] of de [ziekenhuis 2] te regelen. De kinderrechter vindt het belangrijk dat de moeder en de vader de gezinsvoogd op de hoogte houdt van de ontwikkelingen. Een ondertoezichtstelling is niet vrijblijvend.
6. De beslissing
De kinderrechter:
houdt de behandeling van de verzoeken aan tot 17 februari 2026;
verzoekt de GI, (de advocaat van) de moeder en de vader om uiterlijk 3 februari 2026 de kinderrechter te informeren over de stand van zaken;
roept de GI, de vader en de moeder op te verschijnen tijdens de zitting van mr. M.M. Janssen-Witteveen van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Almere, in het gerechtsgebouw aan De Diagonaal 37 in Almere op 17 februari 2026 te 14:15 uur, om nader op het verzoek te worden gehoord.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 27 november 2025 door mr. M.M. Janssen - Witteveen, kinderrechter, in aanwezigheid van J. Mather als griffier, en op schrift gesteld op 17 december 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.