RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[eiser] uit [plaats] , eiser
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/4007
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 juli 2025 in de zaak tussen
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap [gemeente], verweerder
(gemachtigde: mr. P.E. Boersma).
Procesverloop
In de beschikking van 28 februari 2023 heeft de heffingsambtenaar op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van het adres [adres] in [plaats] vastgesteld op € 582.000,- voor het belastingjaar 2023 naar de waardepeildatum 1 januari 2022.
De heffingsambtenaar heeft bij deze beschikking aan eiser als eigenaar van de woningen ook een aanslag onroerendezaakbelasting en watersysteemheffing opgelegd waarbij deze waarden als heffingsmaatstaf zijn gehanteerd.
In de uitspraak op bezwaar van 18 juli 2023 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van de woningen gehandhaafd.
Tegen de uitspraak op bezwaar heeft eiser beroep ingesteld. De heffingsambtenaar
heeft een verweerschrift met een taxatiematrix ingediend.
Het beroep is behandeld per zitting van 1 juli 2025. De gemachtigde van de heffingsambtenaar en [taxateur] (taxateur van de heffingsambtenaar) hebben deelgenomen aan de zitting.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
2. De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 50,- aan eiser te vergoeden.
Overwegingen
3. De WOZ-waarde van de woning is de waarde in het economisch verkeer. Dat is de prijs die bij verkoop op de voor die woning meest geschikte wijze en na de beste voorbereiding door de meest biedende gegadigde voor die woning zou zijn betaald. De waarde wordt bepaald door middel van de vergelijkingsmethode. Dit houdt in dat de waarde van de woning wordt vastgesteld aan de hand van een vergelijking met de verkoopopbrengst van woningen die rondom de waardepeildatum zijn verkocht en voldoende vergelijkbaar zijn met de woning. De referentiewoningen hoeven dus niet identiek te zijn aan de woning. Wel moet de heffingsambtenaar inzichtelijk maken op welke manier hij met de onderlinge verschillen rekening heeft gehouden.
De rechtbank heeft acht geslagen op de beroepsgronden van eiser en vastgesteld dat de door de heffingsambtenaar overgelegde matrix de vastgestelde waarde van de woning ruim voldoende onderbouwt. De vier referentiewoningen kennen aanzienlijk hogere prijzen per m², waarbij rekening is gehouden met verschillen en/of mankementen ten opzichte van de woning van eiser. Hierdoor acht de rechtbank aannemelijk dat de waarde van eisers woning niet te hoog is vastgesteld.
Ten aanzien van de verwijzing naar de woning van de buurman overweegt de rechtbank dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel niet slaagt. Het enkele feit dat de woning van de buurman mogelijk onjuist is gewaardeerd, is ontoereikend om een geslaagd beroep op het gelijkheidsbeginsel te doen.
Nu de waarde van de woning niet te hoog is vastgesteld, acht de rechtbank het beroep ongegrond. Wel heeft de heffingsambtenaar toegezegd het griffierecht te vergoeden vanwege de onduidelijke argumentatie in de uitspraak op bezwaar. Om die reden zal verweerder het griffierecht aan eiser dienen te betalen.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 1 juli 2025 door mr. J.W. Veenendaal, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Vermeer, griffier.
griffier
rechter
(de griffier is buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen)
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.