RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[eiser] , uit [plaats 1] , eiser
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/3885, UTR 23/3895, UTR 23/3897 t/m UTR 23/3900, UTR 23/3902 t/m UTR 23/3905.
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 juli 2025 in de zaak tussen
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap [plaats 2], verweerder
(gemachtigde: mr. P.E. Boersma).
Procesverloop
1. In de beschikking van 28 februari 2023 heeft de heffingsambtenaar op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van diverse onroerende zaken in [plaats 2] voor het belastingjaar 2023 naar de waardepeildatum 1 januari 2022 als het volgt vastgesteld:
De heffingsambtenaar heeft bij deze beschikking aan eiser als eigenaar van de woningen ook een aanslag onroerendezaakbelasting en watersysteemheffing opgelegd waarbij deze waarden als heffingsmaatstaf zijn gehanteerd.
In de uitspraak op bezwaar van 14 juni 2023 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van de woningen gehandhaafd.
Tegen de uitspraak op bezwaar heeft eiser beroep ingesteld. De heffingsambtenaar
heeft een verweerschrift met een taxatiematrix ingediend.
Het beroep is behandeld per zitting van 1 juli 2025. De gemachtigde van de heffingsambtenaar en [taxateur] (taxateur van de heffingsambtenaar) hebben deelgenomen aan de zitting.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
2. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond
Overwegingen
3. De WOZ-waarde van de woning is de waarde in het economisch verkeer. Dat is de prijs die bij verkoop op de voor die woningen meest geschikte wijze en na de beste voorbereiding door de meest biedende gegadigde voor die woningen zou zijn betaald. De waarde wordt bepaald door middel van de vergelijkingsmethode. Dit houdt in dat de waarde van de woningen wordt vastgesteld aan de hand van een vergelijking met de verkoopopbrengst van woningen die rondom de waardepeildatum zijn verkocht en voldoende vergelijkbaar zijn met de woningen. De referentiewoningen hoeven dus niet identiek te zijn aan de woningen. Wel moet de heffingsambtenaar inzichtelijk maken op welke manier hij met de onderlinge verschillen rekening heeft gehouden.
De heffingsambtenaar heeft aannemelijk gemaakt dat de vastgestelde WOZ-waarde van € 210.000,- per woning niet te hoog is vastgesteld. Daarbij heeft hij vier verkoopcijfers aangedragen die goed vergelijkbaar zijn met de woningen en verkocht zijn voor een hoger bedrag. Daarbij is rekening gehouden met de verschillen tussen de referentiewoningen en de woningen. De heffingsambtenaar heeft een lagere prijs per m² gehanteerd, zodat er nog voldoende investeringsruimte overblijft om de woningen op peil te krijgen. De heffingsambtenaar hoeft geen rekening te houden met het feit dat de woningen door een belegger zijn gekocht of dat de woningen verhuurd worden. Dit is niet bepalend voor de marktwaarde in het kader van de Wet WOZ. Daarom is de rechtbank van oordeel dat de waarde niet te hoog is vastgesteld.
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de WOZ-waarde voor alle woningen € 210.000,- blijft. De heffingsambtenaar hoeft geen griffierecht te vergoeden.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 1 juli 2025 door mr. J.W. Veenendaal, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Vermeer, griffier.
griffier
rechter
(De griffier is buiten staat om deze uitspraak mede te ondertekenen)
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.