ECLI:NL:RBMNE:2025:6998

ECLI:NL:RBMNE:2025:6998, Rechtbank Midden-Nederland, 22-12-2025, UTR 24/1860

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 22-12-2025
Datum publicatie 19-01-2026
Zaaknummer UTR 24/1860
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Wht; eiseres kan met dit beroep niet bereiken dat zij als gedupeerde wordt aangemerkt omdat de lichte toets is ingehaald door de integrale herbeoordeling. Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang.

Uitspraak

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 december 2025 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. S.N. Ali),

en

Dienst Toeslagen

(gemachtigden: [gemachtigden] ).

Inleiding

1. Bij besluit van 26 september 2022 heeft Dienst Toeslagen bepaald dat eiseres op basis van de uitgevoerde lichte toets niet in aanmerking komt voor een minimaal compensatiebedrag van € 30.000,-.

2. Met het bestreden besluit van 5 november 2024 op het bezwaar van eiseres is de Dienst Toeslagen bij de afwijzing gebleven.

3. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

4. De Dienst Toeslagen heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

5. De rechtbank heeft het beroep van eiseres op 11 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigden van de Dienst Toeslagen.

Beoordeling door de rechtbank

6. De rechtbank dient allereerst te beoordelen of eiseres een belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van haar beroep.

7. In deze procedure gaat het over het besluit waarin het resultaat van de lichte toets is neergelegd. Deze eerste toets wordt gevolgd door een integrale toets, waarin dieper op de omstandigheden wordt ingegaan. Die integrale toets heeft inmiddels plaatsgevonden en ook op grond daarvan is vastgesteld dat eiseres geen gedupeerde is en dat zij niet in aanmerking komt voor € 30.000,-

8. Naar het oordeel van de rechtbank kan eiseres feitelijk met dit beroep niet bereiken dat zij als gedupeerde wordt aangemerkt. Met de integrale beoordeling is een volledige herbeoordeling van het verzoek van eiseres verricht. Dat houdt in dat er grondiger (dan bij de lichte toets) is gekeken naar de situatie van eiseres en naar de vraag of zij als gedupeerde aangemerkt moet worden. Daarbij is ook heroverwogen of de lichte toets anders had moeten uitpakken en of eiseres toch wel recht had op compensatie uit de Catshuisregeling. Als dat zo zou zijn geweest, dan zou verweerder bij de integrale beoordeling die compensatie alsnog uitkeren, met wettelijke rente over de periode dat eiseres de compensatie heeft moeten missen omdat eerder bij de lichte toets een foute beoordeling is gemaakt. De integrale beoordeling haalt dus de beoordeling van de lichte toets in.

9. Eiseres zal alleen met rechtsmiddelen tegen het besluit in de integrale beoordeling eventueel kunnen bereiken dat zij alsnog wordt aangemerkt als gedupeerde. De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat eiseres geen procesbelang heeft bij een beoordeling van haar beroep tegen de lichte toets.

Conclusie en gevolgen

10. Het beroep is niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang. Dit betekent dat het bestreden besluit niet inhoudelijk wordt beoordeeld. Gemachtigde van eiseres heeft op de zitting verzocht om een proceskostenvergoeding omdat de integrale beoordeling te lang heeft geduurd. De rechtbank ziet in deze omstandigheden geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding in deze procedure over de lichte toets.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van

mr. M.A. Barmentlo, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op

22 december 2025.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. I. Helmich

Griffier

  • mr. M.A. Barmentlo

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?