uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 oktober 2025 in de zaak tussen
[eiser] , te [plaats] , eiser
(gemachtigde: H.J. de Liefde)
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hilversum,
verweerder.
Inleiding
In de uitspraak van 8 december 2023 (zaaknummer UTR 23/2460) heeft deze rechtbank verweerder opgedragen om met toepassing van de uitgebreide voorbereidingsprocedure een nieuw besluit op de aanvraag van eiser te nemen. Eiser stelt nu beroep in omdat verweerder dat nog niet heeft gedaan. Volgens eiser is er inmiddels sprake van een van rechtswege verleende vergunning. Daarom verzoekt eiser de rechtbank om te bepalen dat verweerder de van rechtswege verleende vergunning publiceert op straffe van een dwangsom Indien de rechtbank oordeelt dat de vergunning niet van rechtswege is verleend, dan verzoekt eiser de rechtbank om zelf over de aanvraag te beslissen.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. In de uitspraak van 8 december 2023 heeft de rechtbank verweerder opgedragen om een nieuw te nemen besluit voor te bereiden met de uitgebreide voorbereidingsprocedure. Gelet hierop kan geen sprake zijn van een van rechtswege verleende vergunning. Maar als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift kan de betrokkene, na een ingebrekestelling, daartegen wel in beroep gaan. Dit staat (onder andere) in de artikelen 6:2, 6:12 en 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3. Omdat de uitgebreide voorbereidingsprocedure uit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht moet worden toegepast, bedraagt de beslistermijn, analoog aan artikel 3:18, eerste lid, van de Awb, zes maanden na verzending van de uitspraak van 8 december 2023. De uitspraak is op 8 december 2023 verzonden. Verweerder had dus uiterlijk op 9 juni 2024 moeten beslissen. De rechtbank stelt vast dat de termijn waarbinnen verweerder moet beslissen voorbij is. De rechtbank stelt verder vast dat eiser verweerder op 6 maart 2025, ontvangen door verweerder op 10 maart 2025 in gebreke heeft gesteld en dat sindsdien twee weken voorbij zijn gegaan.
4. Omdat verweerder nog geen (nieuw) besluit heeft genomen bepaalt de rechtbank dat verweerder dit alsnog moet doen. Verweerder moet dit doen binnen twee weken na het verzenden van deze uitspraak (artikel 8:55d, lid 1, Awb). Het zelf beslissen op de aanvraag door de rechtbank behoort niet tot de wettelijke mogelijkheden.
5. De rechtbank bepaalt dat verweerder een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden door verweerder. Daarbij geldt wel een maximum van € 15.000, -.
6. Het beroep is kennelijk gegrond (artikel 8:54 van de Awb).
7. Dat betekent ook dat eiser een vergoeding krijgt voor de proceskosten die hij heeft gemaakt. Verweerder moet dit betalen. Volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht is dit een vast bedrag omdat eiser een professionele (juridische) hulpverlener heeft ingeschakeld om voor haar een beroepschrift in te dienen. Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden wordt een lager bedrag toegekend (wegingsfactor 0,5). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Toegekend wordt € 418,50,-.
8. Omdat het beroep gegrond is moet verweerder het griffierecht aan eiser betalen.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- draagt verweerder op binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit bekend te maken;
- bepaalt dat verweerder aan eiser een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000, -;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 194,- dat eiser heeft betaald moet betalen;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 418,50,- aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan eiser.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen rechter, in aanwezigheid van S. Ayyildiz griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 31 oktober 2025.
de griffier de rechter
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.