ECLI:NL:RBMNE:2025:7056

ECLI:NL:RBMNE:2025:7056, Rechtbank Midden-Nederland, 09-10-2025, UTR 25/1371, UTR 25/1373 t/m UTR 25/1379, UTR 25/1381 t/m UTR 25/1399

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 09-10-2025
Datum publicatie 08-01-2026
Zaaknummer UTR 25/1371
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Geen griffierecht; niet-ontvankelijk; wijst verzoek om schadevergoeding af;

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 oktober 2025 in de zaak tussen

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummers: UTR 25/1371, UTR 25/1373 t/m UTR 25/1379, UTR 25/1381 t/m UTR 25/1399

mr. D.A.N. Bartels veronderstellenderwijs handelend namens [eiseres] B.V., te Utrecht, eiser,

en

de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap, verweerder.

Procesverloop

Eiser op 18 februari 2025 beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van 6 januari 2024.

De zitting heeft plaatsgevonden op 22 september 2025. Eiser is verschenen. Namens verweerder is niemand verschenen.

Overwegingen

1. Iemand die beroep instelt, moet op grond van artikel 8:41, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) griffierecht betalen. De griffier stelt op grond van artikel 8:41, vierde en vijfde lid, van de Awb een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Dat betekent in dit verband dat het hele bedrag binnen die termijn is bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dat het binnen die termijn is betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald, verklaart de rechtbank op grond van artikel 8:41, zesde lid, van de Awb het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als eiser een geldige reden heeft waarom zij het griffierecht niet (op tijd) heeft betaald. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.

2. Beoordeeld moet worden of aan het niet (op tijd en/of volledig) betalen van het griffierecht omstandigheden ten grondslag hebben gelegen op grond waarvan moet worden geoordeeld dat eiser ter zake niet in verzuim is geweest. De rechtbank heeft bij brief van 15 juli 2025 aan eiser gevraagd waarom het griffierecht niet is voldaan. In zijn reactie van 25 juli 2025 heeft eiser verklaard dat hij de nota niet heeft ontvangen.

3. Eiser heeft ter zitting naar voren gebracht dat de rechter kan beslissen.

4. De rechtbank heeft eiser bij aangetekende brief van 26 maart 2025 in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na de dagtekening van die brief. Uit de Track & Tracé van PostNL is op te maken dat deze brief op 29 maart 2025 om 11:19 uur voor ontvangst is afgetekend.

5. De rechtbank acht de stelling van eiser niet aannemelijk. De rechtbank gaat er daarbij niet aan voorbij dat het haar ambtshalve bekend is dat het geregeld voorkomt dat aangetekende brieven die de rechtbank aan eiser in zijn hoedanigheid als gemachtigde heeft geadresseerd, naar zijn stelling niet door hem in ontvangst zijn genomen. Hoewel bekend is dat de bezorging door PostNL van aangetekende brieven in het algemeen niet altijd vlekkeloos verloopt, acht de rechtbank het wel zeer opmerkelijk dat dit in het geval van eiser dermate geregeld gebeurt. Tevens is het opmerkelijk dat eiser hierover nimmer om opheldering heeft verzocht bij het servicepunt van PostNL. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser dan ook geen aannemelijke verklaring gegeven voor het feit dat de brief van 26 maart 2025 kennelijk wel door iemand voor ontvangst is ondertekend, maar dat deze brief vervolgens niet in zijn bezit zou zijn gekomen.

6. De rechtbank komt tot het oordeel dat eiser in verzuim is geweest wat betreft de betaling van het griffierecht. Gelet daarom is het beroep niet-ontvankelijk. Dit betekent dat het beroep niet inhoudelijk wordt behandeld.

Machtiging

7. Het beroep is door eiser veronderstellenderwijs ingesteld namens [eiseres] B.V. Bij het beroepschrift is er geen toereikende machtiging meegestuurd. In artikel 6:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) staat dat een beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard, als het beroep niet voldoet aan de wettelijke vereisten. Zo’n vereiste is het overleggen van een machtiging als de rechtbank daarom verzocht heeft. Voordat het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard, moet de indiener van het beroep wel in de gelegenheid zijn gesteld om het verzuim te herstellen.

8. Bij brief van 21 februari 2025 heeft de rechtbank eiser in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken een machtiging, uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel en een kopie van de statuten in te dienen, waaruit blijkt dat hij gemachtigd is om namens [eiseres] B.V. beroep in te stellen en in beroep op te treden. Bij brief van 20 maart 2025, heeft eiser een machtiging overgelegd die is ondertekend door [A] , [B] en [C] . Ook zijn bij deze brief de KvK en statuten toegevoegd. De KvK is van [bedrijf 1] B.V. en de statuten zijn van [bedrijf 2] B.V. Beide stukken zijn dus niet juist. Bij brief van 8 april 2025 heeft de rechtbank eiser nogmaals in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken een machtiging, een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel en een kopie van de statuten in te dienen. Bij brief van 22 april 2025 heeft eiser weer een machtiging van [A] , de KvK van [bedrijf 1] B.V. en nu de statuten van [bedrijf 3] B.V. overgelegd.

9. De overlegde volmacht is niet controleerbaar als machtiging die is ondertekend namens één of meer door de daartoe bevoegde bestuurders van [eiseres] B.V. Een kopie van de juiste KvK en statuten zijn ook niet overlegd. Het is daardoor niet bekend of de overlegde machtigingen, ondertekend door [A] , [B] en [C] door voldoende bevoegde personen ondertekend zijn. Dat betekent dat er in deze beroepsprocedure geen toereikende machtiging is overgelegd.

10. Het beroep is ook om deze reden niet-ontvankelijk.

Overschrijding redelijke termijn

11. Eiser heeft verzocht om vergoeding van immateriële schade, omdat de procedure over de belastingaanslag onredelijk lang heeft geduurd. Uit het voorgaande volgt dat de rechtbank niet heeft kunnen vaststellen dat [eiseres] B.V. beroep wenste in te stellen en een procedure wilde starten. Om die reden kan ook niet worden vastgesteld dat [eiseres] B.V. immateriële schade heeft geleden in de vorm van spanning en frustratie. De rechtbank wijst het verzoek om schadevergoeding daarom af.

12. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Wolbrink, rechter, in aanwezigheid van S. Ayyildiz, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 oktober 2025.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J. Wolbrink

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?