RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Kantonrechter
locatie Utrecht
zaaknummers: 11978260 & 11978267
Beschikking van 3 december 2025
Inzake het verzoek van:
[moeder] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna: de moeder.
De moeder heeft het verzoek gedaan in hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van haar minderjarige kinderen:
[minderjarige 1] ,
geboren op [geboortedatum] 2009,
wonende te [woonplaats] ,
en
[minderjarige 2] ,
geboren op [geboortedatum] 2012,
wonende te [woonplaats] .
1. De procedure
Op 29 september 2025 heeft de kantonrechter machtiging verleend aan de door de moeder voorgestelde verdeling van de nalatenschap van [A] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973, overleden te Utrecht op [overlijdensdatum] 2025, laatste woonplaats [woonplaats] . De minderjarigen zijn de enige erfgenamen.
Aan de machtiging heeft de kantonrechter onder meer de voorwaarde verbonden de gelden uit de overlijdensrisicoverzekering te storten op een bankrekening met clausule “Belegging Erfenis en andere gelden Minderjarigen” (BEM).
De moeder heeft op 4 oktober 2025 een e-mail gezonden aan de griffie van deze rechtbank. Deze e-mail vat de kantonrechter op als het verzoek om machtiging te verlenen om de gelden van de minderjarige op de door haar voorgestelde wijze te mogen beheren / beleggen.
2. Het verzoek
De moeder verzoekt voor de beide minderjarigen om de nalatenschap als volgt te mogen beheren / beleggen:
- Bij de Rabobank een bankrekening van € 92.447,84, plus de nog te ontvangen uitkering van de Gouden Handdruk.
- Bij de ING-Bank een bankrekening van € 90.000,00.
- Bij de Triodosbank een bankrekening van € 10.000,00.
- Bij de ING-Bank een bankrekening van € 3.826,50.
Als onderbouwing voert de moeder aan dat met deze wijze van beheer / belegging van het vermogen de tegoeden zijn gedekt onder het depositogarantiestelsel en er geen onnodige kosten worden gemaakt voor het openen van extra bankrekeningen met BEM-clausule. Daarbij krijgen de kinderen de mogelijkheid te leren omgaan met geldbedragen die passen bij hun leeftijd.
Verder heeft de moeder verzocht machtiging te verlenen om jaarlijks middelen vrij beschikbaar te stellen om onder meer de door de kinderen verschuldigde inkomstenbelasting te kunnen voldoen.
3. De beoordeling
De kantonrechter acht het in het belang van de minderjarigen om machtiging te verlenen aan het door de moeder gedane voorstel tot beheer / belegging van het vermogen van de minderjarigen. De reden is dat daarmee alle banktegoeden gedekt worden onder het depositogarantiestelsel en geen extra kosten voor meer bankrekeningen gemaakt hoeven worden. De kantonrechter zal de gevraagde machtiging daarom verlenen.
Om toezicht te houden op het (verloop van het) vermogen van de minderjarige kinderen, zal de kantonrechter de moeder opdragen om voor 3 maart 2026 een boedelbeschrijving bij de griffie in te dienen van het gehele vermogen van de minderjarigen.
Daarnaast zal de kantonrechter de moeder opdragen om jaarlijks rekening en verantwoording af te leggen aan de kantonrechter over het gevoerde bewind over het vermogen van de minderjarigen, overeenkomstig de wettelijke bepalingen die voor voogden gelden.
De kantonrechter merkt op dat er geen machtiging vereist is om jaarlijks middelen vrij beschikbaar te stellen om onder meer de door de kinderen verschuldigde inkomstenbelasting te voldoen. Dat is namelijk het voldoen van gewone lasten van de minderjarigen en dat valt onder het normale beheer van hun vermogen. Dit verzoek wordt in zoverre afgewezen.
4. De beslissing
De kantonrechter:
- verleent machtiging om het vermogen van de minderjarigen te beheren / beleggen als hiervoor gemeld;
- draagt de moeder op om voor 3 maart 2026 een boedelbeschrijving bij de griffie van deze rechtbank in te dienen van het gehele vermogen van de kinderen;
- draagt de moeder op om jaarlijks rekening en verantwoording af te leggen aan de kantonrechter over het gevoerde bewind over het vermogen van de minderjarigen, overeenkomstig de wettelijke bepalingen die voor voogden gelden;
- wijst het meer of anders verzochte af.