ECLI:NL:RBMNE:2025:7074

ECLI:NL:RBMNE:2025:7074, Rechtbank Midden-Nederland, 24-12-2025, 11861221 UC EXPL 25-6977 SV/40160

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 24-12-2025
Datum publicatie 05-01-2026
Zaaknummer 11861221 UC EXPL 25-6977 SV/40160
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Verrekening minuren met de eindafrekening. Art. 7:628 BW. CAO Gehandicaptenzorg. Werknemer is onvoldoende in de gelegenheid gesteld om te weinig gewerkte uren te werken.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 11861221 UC EXPL 25-6977 SV/40160

Vonnis van 24 december 2025

in de zaak van

[geopposeerde] ,

wonende te [woonplaats] ,

verder ook te noemen: [geopposeerde] ,

gedaagde partij in verzet,

eisende partij in de oorspronkelijke verstekprocedure,

gemachtigde: FNV IBB,

tegen:

de besloten vennootschap

[opposante] B.V.,

statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,

verder ook te noemen: [opposante] ,

eisende partij in verzet,

gedaagde partij in de oorspronkelijke verstekprocedure,

gemachtigde: mr. M.B. Bruinsma.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verstekvonnis van 28 mei 2025 met zaaknummer 11684726 UC EXPL 25-3954- de verzetdagvaarding van 30 juli 2025- de brief van 10 november 2025 met 3 producties van [opposante]- de brief van 10 november 2025 met een aanvullende productie van [geopposeerde]- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald- de mondelinge behandeling van 20 november 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

Op 20 november 2025 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. [geopposeerde] was aanwezig, bijgestaan door mr. E.F.J. van West, haar gemachtigde. Namens [opposante] was aanwezig [A] , directeur, bijgestaan door mr. Bruinsma voornoemd, gemachtigde. Tijdens de zitting heeft [geopposeerde] haar vordering verminderd met € 662,88 bruto aan achterstallig loon voor een Special Week in augustus 2020.

Daarna is vonnis bepaald op vandaag.

2. De kern van de zaak

In het verstekvonnis van 28 mei 2025 is [opposante] veroordeeld tot betaling van onder meer € 10.950,95 bruto voor ingehouden minuren, achterstallig loon, onregelmatigheidstoeslag, eenmalige uitkering, eindejaarsuitkering en vakantiegeld. [opposante] is in verzet gegaan tegen het verstekvonnis. Volgens [opposante] was zij bevoegd om het loon voor minuren met de eindafrekening te verrekenen en heeft [geopposeerde] geen recht op onregelmatigheidstoeslag. De kantonrechter is van oordeel dat het verzet tijdig is ingediend en dat een deel van de oorspronkelijke vordering van [geopposeerde] ten onrechte is toegewezen. Ook heeft [geopposeerde] haar oorspronkelijke vordering verminderd. De kantonrechter zal het verstekvonnis vernietigen en opnieuw beslissen. [opposante] heeft de minuren ten onrechte verrekend. [opposante] moet [geopposeerde] nog € 6.281,65 bruto betalen. [opposante] moet ook de wettelijke verhoging, wettelijke rente, buitengerechtelijke kosten en proceskosten betalen.

3. De achtergrond van de zaak

[geopposeerde] is tot 1 januari 2021 werkzaam geweest voor [opposante] op basis van aansluitende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd. Tot en met 28 februari 2019 was [geopposeerde] werkzaam voor gemiddeld 16 uur per week, vanaf 1 maart 2019 voor gemiddeld

24 uur per week. De laatstelijk verrichte functie was [functie] . Het laatstelijk verdiende salaris was € 1.665,26 bruto per maand. Op de arbeidsovereenkomst is de cao Gehandicaptenzorg (de cao) van toepassing.

Omdat de arbeidsovereenkomst na 31 december 2020 niet is voortgezet, heeft [opposante] [geopposeerde] in december 2020 een eindafrekening toegezonden. Uit de loonstrook van december 2020 blijkt dat [opposante] met de eindafrekening de in 2019 en 2020 teveel opgenomen vakantie-uren heeft verrekend. [geopposeerde] is het daarmee niet eens. Partijen hebben daarna een tijd gecorrespondeerd over het verrekenen en het aantal minuren, maar dit heeft voor [geopposeerde] niet tot een oplossing geleid.

4. De beoordeling

[opposante] is op tijd in verzet gekomen 4.1. [opposante] is op tijd in verzet gekomen. Het verstekvonnis is gewezen op 28 mei 2025 en is op 8 juli 2025 aan [opposante] betekend. De termijn voor het indienen van verzet is 4 weken en gaat lopen na betekening of na daad van bekendheid van de veroordeelde met het vonnis of de tenuitvoerlegging daarvan. [opposante] heeft tijdens de zitting bevestigd dat zij het verstekvonnis op 10 juni 2025 per e-mail van de gemachtigde van [geopposeerde] heeft ontvangen. Alleen de ontvangst van het verstekvonnis per e-mail is niet genoeg om een daad van bekendheid met het vonnis aan te nemen. De gemachtigde van [opposante] heeft tijdens de zitting toegelicht dat hij op 3 juli 2025 kennis heeft genomen van het verstekvonnis en dat hij hierover contact heeft gehad met de gemachtigde van [geopposeerde] . De kantonrechter beschouwt dit als een daad van bekendheid van [opposante] met het verstekvonnis. De verzetdagvaarding is daarna op 30 juli 2025, binnen de verzettermijn van 4 weken na 3 juli 2025, tijdig betekend.

[opposante] heeft ten onrechte minuren ingehouden op de eindafrekening 4.2. [geopposeerde] heeft tijdens de zitting toegelicht dat de vordering tot betaling aan haar van € 4.006,42 bruto aan ten onrechte ingehouden minuren moet worden gelezen als een vordering tot het geven van een verklaring voor recht dat [opposante] ten onrechte € 4.006,42 bruto aan minuren heeft ingehouden.

[opposante] heeft op de eindafrekening van december 2020 in totaal € 4.006,42 bruto voor teveel opgenomen vakantieuren (in 2019: 42,84 uur en in 2020: 247,32 uur) ingehouden. [geopposeerde] erkent dat zij in deze jaren minder uren heeft gewerkt dan zij volgens haar arbeidsovereenkomst had moeten werken. Op grond van artikel 6:2 lid 8 van de cao worden bij het einde van de arbeidsovereenkomst te weinig gewerkte uren ingehouden op het laatste salaris. [geopposeerde] stelt dat [opposante] geen minuren op de eindafrekening had mogen verrekenen omdat deze niet voor haar rekening moeten komen. [geopposeerde] heeft steeds volgens het rooster gewerkt dat door [opposante] werd vastgesteld en zij is niet in de gelegenheid gesteld minuren in te halen.

De beoordeling of [geopposeerde] recht heeft op loon voor uren die zij niet heeft gewerkt, moet plaatsvinden aan de hand van artikel 7:628 lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW). Dit artikel is per 1 januari 2020 inhoudelijk gewijzigd, zodat op de vordering van [geopposeerde] zowel de tekst van het artikel van toepassing is dat tot 1 januari 2020 gold, als de tekst van het daarna gewijzigde artikel. De kantonrechter ziet in deze wetswijziging geen wezenlijke wijziging van de bescherming van het recht op loon als de werknemer niet heeft gewerkt.

Uit de cao volgt dat de arbeidsduur bij een voltijd dienstverband 1878 uur per jaar bedraagt en dat het aantal te werken uren op jaarbasis (netto) wordt bepaald door de overeengekomen arbeidsduur (bruto) te verminderen met vakantie-uren, betaald verlof en feest- en gedenkdaguren (artikelen 6:1 lid 1 en 6:2 lid 1). Het netto te werken aantal uren, vermeerderd met vakantie-uren, wordt vastgelegd in het arbeids- en rusttijdenpatroon. Deze uren worden ingeroosterd op overeengekomen dagen (artikel 6:2 lid 2). De werkgever dient de werknemer in de gelegenheid te stellen het aantal in het kader van de jaarurensystematiek vastgestelde uren te werken. Indien de werknemer niet door de werkgever in de gelegenheid is gesteld het aantal vastgestelde uren te werken, mag dit tekort aan uren niet als vakantie worden aangemerkt (artikel 6:2 lid 7).

De kantonrechter is van oordeel dat [opposante] [geopposeerde] onvoldoende in de gelegenheid heeft gesteld haar arbeidsduur te werken. Vaststaat dat [opposante] het werkrooster maakte en dat [geopposeerde] in dit rooster structureel voor minder uren dan haar arbeidsduur werd ingepland. [opposante] is als werkgever verantwoordelijk voor het inroosteren volgens de overeengekomen arbeidsduur. Omdat [opposante] [geopposeerde] voor te weinig uren heeft ingeroosterd, had zij [geopposeerde] op grond van artikel 6:2 lid 7 van de cao in de gelegenheid moeten stellen de te weinig ingeroosterde uren tijdens haar dienstverband te werken. [opposante] heeft onvoldoende onderbouwd dat zij [geopposeerde] die gelegenheid heeft gegeven. [opposante] stelt dat [geopposeerde] uit eigen beweging open diensten op zich had moeten nemen om er zo voor te zorgen dat zij voldoende uren maakte. Hiermee legt [opposante] de verantwoordelijkheid hiervoor dus bij de werknemer, waar die niet thuishoort. De kantonrechter is van oordeel dat het bieden van de mogelijkheid om op open diensten in te schrijven, onvoldoende is om te concluderen dat [opposante] [geopposeerde] in de gelegenheid heeft gesteld de te weinig ingeroosterde uren te werken. [opposante] had daarvoor tenminste [geopposeerde] er regelmatig op moeten wijzen dat zij minuren had en dat van haar verwacht werd dat zij op open diensten zou inschrijven om voldoende uren te kunnen maken. Dat dit is gebeurd heeft [geopposeerde] betwist en is door [opposante] niet onderbouwd.

[opposante] stelt ook dat [geopposeerde] geen extra uren werkte als zij daarom vroeg. [opposante] heeft daarvoor tijdens de zitting onder meer verwezen naar Whatsapp-berichten tussen [geopposeerde] en [opposante] . Daaruit blijkt dat [geopposeerde] vier keer een verzoek van [opposante] om extra te werken heeft geweigerd. [geopposeerde] heeft toegelicht dat zij dit kort van te voren hoorde waardoor het voor haar niet mogelijk was om dan nog oppas te regelen voor haar kinderen. De kantonrechter is van oordeel dat uit de verzoeken aan [geopposeerde] om extra diensten te werken, die kort van te voren zijn gedaan, niet blijkt dat [geopposeerde] voldoende gelegenheid heeft gekregen haar volledige arbeidsduur te werken. [opposante] wist dat [geopposeerde] jonge kinderen heeft waardoor zij minder flexibel is om op het laatste moment extra te werken omdat zij een oppas voor haar kinderen moet kunnen vinden. Het was van [geopposeerde] daarom niet onredelijk om deze extra diensten te weigeren. [opposante] heeft ook gesteld dat zij vaak met [geopposeerde] heeft gebeld om extra te werken, maar dat is door [geopposeerde] betwist en door [opposante] niet onderbouwd. De kantonrechter ziet geen aanleiding om [opposante] in de gelegenheid te stellen hiervoor nadere stukken in te dienen.

Omdat niet is komen vast te staan dat [opposante] [geopposeerde] voldoende in de gelegenheid heeft gesteld de te weinig gewerkte uren tijdens haar dienstverband te werken, is het niet redelijk de minuren bij het einde van het dienstverband voor rekening van [geopposeerde] te laten komen en het loon voor de minuren met de eindafrekening te verrekenen. De kantonrechter zal de gevorderde verklaring voor recht toewijzen.

[opposante] moet [geopposeerde] onregelmatigheidstoeslag betalen 4.9. [geopposeerde] vordert de uitbetaling van de onregelmatigheidstoeslag (ORT) over de periode dat zij bij [opposante] werkzaam was. Voor de berekening van de hoogte van de ORT heeft zij verwezen naar excel-overzichten van de gewerkte uren op grond van het door [opposante] gebruikte urenregistratiesysteem, Shiftbase (productie 22).

[opposante] verzoekt productie 22 buiten beschouwing te laten omdat uit de dagvaarding niet blijkt dat [geopposeerde] recht heeft op ORT en voor welk bedrag. Tijdens de zitting heeft [opposante] gesteld dat de ORT is verrekend in uren en dat dit uit Shiftbase blijkt.

De kantonrechter is van oordeel dat [geopposeerde] nog recht heeft op betaling van € 2.509,72 bruto aan ORT. [opposante] heeft niet betwist dat [geopposeerde] onregelmatige diensten heeft gewerkt. [geopposeerde] heeft met productie 22 voldoende onderbouwd wanneer zij in 2019 en in 2020 onregelmatige diensten heeft gewerkt en welke vergoedingen daarvoor gelden. De kantonrechter ziet geen aanleiding productie 22 buiten beschouwing te laten zoals [opposante] heeft verzocht. In de dagvaarding onder punt 31 heeft [geopposeerde] gesteld dat productie 22 de berekening is van de ORT over de gewerkte uren. Uit deze productie blijkt per werkdag voor welke gewerkte uren een ORT geldt en dat dit leidt tot een totaal aan ORT voor 2019 van

€ 1.113,53 bruto en voor 2020 van € 1.396,19 bruto. [opposante] heeft op deze berekening niet gereageerd. De kantonrechter is daarom van oordeel dat voldoende vaststaat dat de door [geopposeerde] gewerkte onregelmatige diensten leiden tot een ORT van € 2.509,72 bruto. [opposante] heeft haar stelling dat de opgebouwde ORT al is verrekend in uren, wat [geopposeerde] heeft betwist, op geen enkele manier onderbouwd. Bovendien mag vergoeding van een onregelmatige dienst in uren op grond van de cao alleen als de werknemer daarom heeft verzocht. [opposante] heeft erkend dat [geopposeerde] daar niet om heeft verzocht. Voor zover [opposante] de vergoeding voor een onregelmatige dienst al heeft verstrekt in uren, was zij niet bevoegd om dit eigen beweging te doen. De kantonrechter zal de gevorderde ORT van € 2.509,72 bruto toewijzen.

[opposante] moet de eenmalige uitkering, de eindejaarsuitkering, het vakantiegeld en het loon over december 2020 betalen 4.12. [opposante] voert geen verweer tegen de gevorderde betaling van de eenmalige uitkering (€ 258,48 bruto), eindejaarsuitkering (€ 1.261,37 bruto), het vakantiegeld (€ 816,08 bruto) en het loon over december 2020 (€ 1.436,00 bruto). De kantonrechter zal deze vorderingen daarom toewijzen.

De wettelijke verhoging 4.13. De wettelijke verhoging is verschuldigd omdat sprake is van te late betaling van loon. [geopposeerde] vordert de maximale wettelijke verhoging van 50% van de vordering op grond van artikel 7:625 BW. De kantonrechter ziet geen aanleiding om de wettelijke verhoging te matigen.

De wettelijke rente 4.14. [geopposeerde] vordert ook de wettelijke rente op grond van artikel 6:119 BW over de gevorderde betalingen vanaf de datum van opeisbaarheid. [opposante] voert hiertegen verweer. [opposante] stelt dat [geopposeerde] niet heeft gemotiveerd dat de gevorderde bedragen opeisbaar zijn en dat deze bedragen niet in een eerdere procedure zijn gevorderd zodat [geopposeerde] geen wettelijke rente kan eisen vanaf de datum van opeisbaarheid.

[opposante] is de wettelijke rente verschuldigd over het achterstallige loon vanaf het moment dat dat opeisbaar is geworden. De gevorderde loonbetalingen zijn op grond van artikel 7:623 lid 1 BW opeisbaar vanaf 1 januari 2021. [geopposeerde] hoeft hiervoor niet te stellen vanaf wanneer de betalingen opeisbaar zijn geworden omdat dit al uit de wet volgt. De wettelijke rente over het achterstallig loon wordt daarom toegewezen vanaf

1 januari 2021 tot de dag van de volledige betaling. Over de wettelijke verhoging is pas wettelijke rente verschuldigd nadat de werkgever in gebreke is gesteld en in verzuim is geraakt. Deze kan daarom nu nog niet worden toegewezen.

De buitengerechtelijke incassokosten 4.16. [geopposeerde] vordert vergoeding van buitengerechtelijke kosten van € 884,51. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [geopposeerde] voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten is hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief, omdat van een hoger bedrag is uitgegaan dan nu wordt toegewezen. De kantonrechter zal het bedrag dan ook toewijzen tot het wettelijke tarief van € 738,94, berekend over de toewijsbare hoofdsom vermeerderd met de langer dan een jaar verschenen rente.

Proceskosten

[opposante] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten (inclusief nakosten) worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [geopposeerde] worden begroot op:

- dagvaarding € 147,43

- griffierecht € 732,00

- salaris gemachtigde € 812,00 (2 punten x tarief € 406,00)

- nakosten € 135,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal € 1.826,43

Uitvoerbaar bij voorraad

De kantonrechter verklaart deze uitspraak uitvoerbaar bij voorraad. Dat betekent dat de uitspraak moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat de hoger beroepsrechter een andere beslissing neemt.

5. De beslissing

De kantonrechter

verklaart het verzet van [opposante] gegrond,

vernietigt het door deze rechtbank op 28 mei 2025 met zaaknummer 11684726 UC EXPL 25-3954 gewezen verstekvonnis, en ontheft [opposante] van de veroordelingen die voortvloeien uit dat verstekvonnis,

en opnieuw beslissend:

verklaart voor recht dat [opposante] op de eindafrekening ten onrechte € 4.006,42 bruto voor minuren heeft ingehouden,

veroordeelt [opposante] tot betaling aan [geopposeerde] van de volgende bedragen:

€ 2.509,72 bruto voor onregelmatigheidstoeslag

€ 258,48 bruto voor eenmalige uitkering

€ 1.261,37 bruto voor eindejaarsuitkering

€ 816,08 bruto voor vakantiegeld

€ 1.436,00 bruto voor salaris over december 2020,

in totaal € 6.281,65 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover met ingang van 1 januari 2021 tot de dag van de volledige betaling,

veroordeelt [opposante] tot betaling aan [geopposeerde] van de maximale wettelijke verhoging als bedoeld in artikel 7:625 BW over het onder 5.4 genoemde bedrag van € 6.281,65 bruto,

veroordeelt [opposante] tot betaling aan [geopposeerde] van € 738,94 voor buitengerechtelijke incassokosten,

veroordeelt [opposante] in de proceskosten van € 1.826,43, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [opposante] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.L. Rijnbout en in het openbaar uitgesproken op 24 december 2025.

40160

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl AR-Updates.nl 2026-0049 VAAN-AR-Updates.nl 2026-0049 Sdu Nieuws Arbeidsrecht 2026/16
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?