ECLI:NL:RBMNE:2025:7082

ECLI:NL:RBMNE:2025:7082, Rechtbank Midden-Nederland, 17-12-2025, C/16/574808 / BE ZA 24-30

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 17-12-2025
Datum publicatie 08-01-2026
Zaaknummer C/16/574808 / BE ZA 24-30
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Erfrecht

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Bureau Erfrecht

Zittingsplaats Utrecht

Zaaknummer: C/16/574808 / BE ZA 24-30

Vonnis van 17 december 2025

in de zaak van:

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

eiseres,

advocaat: mr. L.C. Fuijkschot,

tegen:

[gedaagde] ,

in zijn hoedanigheid van erfgenaam in de nalatenschap van [erflaatster] en

in zijn hoedanigheid van executeur in de nalatenschap van [erflater] ,

wonende in [woonplaats 2] ,

gedaagde,

advocaat: mr. S.M. Oor.

1. De procedure

Het verloop van de procedure volgt uit:

- de inleidende dagvaarding (met producties 1 t/m 15),

- de conclusie van antwoord (met producties 1 t/m 23),

- de akte houdende vermeerdering van eis (met aanvullende productie 17).

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden ter terechtzitting van 20 november 2025. Partijen zijn in persoon verschenen en bijgestaan door hun advocaten. De advocaat van gedaagde heeft op schrift gestelde pleitaantekeningen voorgedragen welke aan het dossier zijn toegevoegd.

Vonnis is bepaald op heden.

2. Het geschil

Eiseres vordert, ná vermeerdering van eis, dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

Gedaagde te veroordelen om binnen 14 dagen na betekening van het in deze te wijzen (tussen)vonnis aan eiseres te verstrekken:

- Volledige boedelbeschrijving met waardering per datum van overlijden erflaatster met onderliggende stukken;

- Volledige omschrijving inboedelgoederen met waardering;

- Taxaties auto’s, verkoopfactuur auto;

- Aankoopfactuur traplift;

- Bankafschriften van alle bankrekeningen van erflaatster en de heer [erflater] op de datum van overlijden van erflaatster;

- Afschriften van alle banken, waar erflaatster en de heer [erflater] bankierde, gedurende een periode van vijf jaar voor het overlijden van erflaatster;

- Afschriften van alle aangiften en aanslagen IB van erflaatster en de heer [erflater] gedurende een periode van vijf jaar voor het overlijden van erflaatster tot aan haar overlijden;

- Specificatie kosten uitvaart erflaatster;

- Polisvoorwaarden en uitkering uitvaartverzekering Dela;

- Taxatierapport woning aan de [adres] te ( [postcode] ) [woonplaats 2] ;

- Afschrift c.q. overzicht hypothecaire leningen per datum overlijden erflaatster;

- Facturen notaris i.v.m. nalatenschap erflaatster;

- Lijst inboedelgoederen met specificatie waarde van de goederen;

- Kopie testament de heer [erflater] .

Te bepalen dat -indien en voor zover gedaagde de gevorderde bescheiden niet tot zijn beschikking heeft- gedaagde deze gevorderde bescheiden binnen 14 dagen na betekening van het in deze te wijzen (tussen)vonnis dient op te vragen en nadien aan eiseres ter beschikking te stellen, zulks op straffe van een dwangsom van € 250,-- per dag -een gedeelte van een dag daaronder begrepen- met een maximum van € 25.000,-- voor iedere dag of dagdeel dat gedaagde hiermee in gebreke is.

Gedaagde te veroordelen om binnen 14 dagen na betekening het in deze te wijzen (tussen)vonnis, althans subsidiair binnen een zodanige termijn als U Edelachtbare in goede justitie vermeent te behoren, mee te werken aan de taxatie van de woning staande en gelegen aan het adres te [postcode] [woonplaats 2] aan de [adres] , ten overstaan van [persoon1] van [makelaardij] te [woonplaats 2] , althans een door u Edelachtbare aan te wijzen NVM Makelaar, met bepaling dat de kosten voor de uit te voeren taxatie ten laste van de nalatenschap zullen komen en met bevel dat de gedaagde zich dient te onthouden van gedragingen en/of mededelingen die de taxatie (zouden kunnen) schaden of (zouden kunnen) belemmeren en de man ervoor zorg draagt dat hij de woning op de dag van de taxatie zodanig acterlaat dat dit de waardebepaling ten goede komt en de makelaar toegang tot de woning verschaft, althans subsidiair een door U in goede justitie vast te stellen regeling te treffen, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,-- per dag of dagdeel, met een maximum van € 25.000,--, dat de man in gebreke blijft aan het in deze te wijzen vonnis te voldoen, althans subsidiair een door U in goede justitie te bepalen dwangsom.

Te bevelen en te gelasten dat indien en voor zover gedaagde weigert zijn medewerking te verlenen aan het onder III. gevorderde, het door U Edelachtbare in deze te wijzen (tussen)vonnis in de plaats treedt van de benodigde medewerking van gedaagde en dientengevolge eiseres zelfstandig bevoegd is de woning staande en gelegen aan het adres te [postcode] [woonplaats 2] aan de [adres] te laten taxeren, althans subsidiair een door U in goede justitie vast te stellen regeling te treffen.

Gedaagde te veroordelen om binnen 14 dagen na betekening van het in deze te wijzen (tussen)vonnis, althans subsidiair binnen een zodanige termijn als U Edelachtbare in goede justitie vermeent te behoren, mee te werken aan het opvragen van de bankafschriften van alle bankrekeningen van erflaatster en de heer [erflater] , gedurende een periode van vijf jaar voor het overlijden van erflaatster tot op heden, althans subsidiair een door U in goede justitie vast te stellen regeling te treffen, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,-- per dag of dagdeel, met een maximum van € 25.000,--, dat de man in gebreke blijft aan het in deze te wijzen vonnis te voldoen, althans subsidiair een door U in goede justitie te bepalen dwangsom.

Te bevelen en te gelasten dat indien en voor zover gedaagde weigert zijn medewerking te verlenen aan het onder V. gevorderde, het door U Edelachtbare in deze te wijzen (tussen)vonnis in de plaats treedt van de benodigde medewerking van gedaagde en gedaagde en dientengevolge eiseres zelfstandig bevoegd is de bankafschriften van alle bankrekeningen van erflaatster en de heer [erflater] , gedurende een periode van vijf jaar voor het overlijden van erflaatster tot op heden op te vragen, althans subsidiair een door U in goede justitie vast te stellen regeling te treffen.

Op grond van de door gedaagde verstrekte informatie alsmede op grond van de taxatie van de woning én de banksaldi, de hoogte van de geldvordering van eiseres in de nalatenschap van erflaatster vast te stellen;

Gedaagde te veroordelen in de kosten van de onderhavige procedure, te voldoen aan eiseres binnen 14 dagen na dagtekening van het vonnis en -voor het geval van voldoening van de proceskosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt- te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening.

Gedaagde verzoekt de rechtbank om eiseres niet ontvankelijk te verklaren in haar vorderingen, althans haar deze te ontzeggen, met veroordeling van eiseres in de kosten van de procedure.

3. De beoordeling van het geschil

De volgende feiten staan vast:

- Eiseres en gedaagde zijn de kinderen van de op [datum overlijden1] 2023 overleden [erflaatster] (hierna: erflaatster).

- Erflaatster was ten tijde van haar overlijden in tweede echt, in gemeenschap van goederen, gehuwd met [erflater] .

- Erflaatster heeft bij testament van 5 maart 2014 over haar nalatenschap beschikt. In dit testament heeft erflaatster:

 tot haar enige erfgenamen benoemd: haar echtgenoot, [erflater] voor 1/100e deel, eiseres voor 33/100e deel en gedaagde voor 66/100e deel,

 de wettelijke verdeling van toepassing verklaard, en

 haar echtgenoot tot executeur benoemd.

- Kort ná het overlijden van erflaatster, te weten op [datum overlijden2] 2023, is dhr. [erflater] , overleden.

- Dhr. [erflater] heeft bij testament van 15 maart 2022 over zijn nalatenschap beschikt.

- Bij verklaring van executele van 17 april 2023 is gedaagde als enige executeur in de nalatenschap van de heer [erflater] aangesteld.

Aan de vordering onder I ligt, kort samengevat, de stelling ten grondslag dat eiseres als erfgename recht heeft op inzage en afschrift van alle bescheiden die zij nodig heeft voor de berekening van haar erfdeel dan wel opeisbare geldvordering. Gedaagde heeft in zijn hoedanigheid van erfgenaam van erflaatster alsmede executeur in de nalatenschap van de heer [erflater] de beschikking met betrekking tot alle door eiseres benodigde bescheiden.

Aan de vordering onder II ligt, kort samengevat, de stelling ten grondslag dat het noodzakelijk is een prikkel tot nakoming te verbinden aan de veroordeling van gedaagde nu gedaagde sinds het overlijden van de heer [erflater] geen informatie aan eiseres verschaft, ook niet ná herhaaldelijk verzoek daartoe van eiseres.

Aan de vorderingen onder III en IV liggen de volgende stellingen ten grondslag:

“Tot op heden heeft er nog altijd geen taxatie van de woning plaatsgevonden. Het is thans bijna twee jaar na het overlijden van erflaatster en [eiseres] heeft de hoogte van haar erfdeel uit de nalatenschap van erflaatster nog altijd niet kunnen vaststellen. Dit terwijl de vordering van [eiseres] op [datum overlijden2] 2023, bij het overlijden van de heer [erflater] , al opeisbaar is geworden.

De maat is vol en [eiseres] wenst niet nog lager aan het lijntje te worden gehouden. Er dient actie te worden ondernomen en [eiseres] wenst haar vordering vast te kunnen stellen en voldaan te krijgen. Hiervoor is het noodzakelijk dat de woning wordt getaxeerd en de bankafschriften worden opgevraagd c.q. verstrekt.

Gelet op de weigerachtige houding van [gedaagde] , voelt [eiseres] zich derhalve genoodzaakt om haar vorderingen uit te breiden, teneinde een taxatie te kunnen laten uitvoeren en de bankafschriften te kunnen opvragen.

[eiseres] zal derhalve vorderen om [gedaagde] te veroordelen zijn toestemming c.q. medewerking te verlenen aan het (laten) uitvoeren van een taxatie van de woning alsmede om zijn toestemming c.q. medewerking te verlenen aan het opvragen van de benodigde bankafschriften.

Subsidiair zal [eiseres] vorderen om vervangende toestemming, in dier voege dat het in deze te wijzen (tussen)vonnis in plaats treedt van de benodigde toestemming van [gedaagde] , zodat [eiseres] bevoegd is om zelfstandig de woning te taxeren alsmede de bankafschriften op te vragen.”

Aan de vordering onder V en VI ligt de stelling ten grondslag dat gedaagde zich nog steeds niet heeft ingespannen om bankafschriften op te vragen en te verstrekken aan eiseres.

Aan de vordering onder VII ligt de volgende stelling ten grondslag:

“Daarnaast vordert eiseres, op basis van de door gedaagde aan te leveren bescheiden en informatie, vaststelling van haar opeisbare vordering uit hoofde van de nalatenschap van erflaatster.”

Aan de vordering onder VIII ligt de volgende stelling ten grondslag:

“Eiseres is zich ervan bewust dat een proceskostenveroordeling in erfrechtzaken niet gebruikelijk is, docht acht eiseres dat in deze procedure wel op zijn plaats. Gelet op het handelen van gedaagde en het -ondanks meerdere verzoeken hiertoe- niet overgaan tot de verstrekking van de benodigde bescheiden om de opeisbare geldvordering van eiseres vast te stellen, is eiseres genoodzaakt om gedaagde in rechte te betrekken. Eiseres stelt dan ook dat gedaagde in de volledige proceskosten veroordeeld dient te worden.”

Gedaagde heeft verweer gevoerd. Op dit verweer wordt hierna, voor zover van belang voor de beoordeling van de vordering, ingegaan.

De rechtbank overweegt allereerst het volgende.

Het gaat in deze zaak om de omvang van de geldvordering van eiseres uit hoofde van de nalatenschap van erflaatster. Deze geldvordering is opeisbaar geworden door het overlijden van dhr. [erflater] . De vordering onder VII strekt tot vaststelling van deze geldvordering. De vaststelling van de omvang van de geldvordering uit hoofde van de wettelijke verdeling geschiedt door middel van een overeenkomst tussen partijen. Komen partijen niet tot overeenstemming dan kan de meest gerede partij een verzoek tot de kantonrechter richten, niet tot de rechtbank.

De rechtbank ziet geen aanleiding om deze zaak, al dan niet ná één of meer tussenvonnissen, aan te houden en/of (voor een deel) te verwijzen naar de kantonrechter. Met de op de mondelinge behandeling gemaakte afspraken(die in dit vonnis zijn verwoord), de verdere inhoud van dit vonnis en de in het dictum uit te spreken veroordelingen, moet het partijen -al dan niet met hulp van hun advocaten- lukken om voor wat betreft de overzichtelijke en niet al te omvangrijke nalatenschap van erflaatster tot overeenstemming over de omvang van de geldvordering van eiseres te komen.

Voor wat betreft de hierna in het dictum van dit vonnis uit te spreken veroordelingen overweegt de rechtbank reeds nu geen aanleiding te zien een dwangsomveroordeling op te leggen (vordering onder II.) Uit de conclusie van antwoord van gedaagde blijkt voldoende van een coöperatieve houding van gedaagde. Wel dient meer voortvarendheid te worden betracht. Het is immers bijna drie jaar geleden dat erflaatster is overleden.

De rechtbank zal hierna de geschilpunten tussen partijen bespreken.

Gedaagde heeft bij conclusie van antwoord een aantal documenten heeft overgelegd waarom eiseres heeft verzocht. Het had vervolgens op de weg van eiseres gelegen om haar vordering aan te passen (te verminderen met hetgeen zij inmiddels heeft ontvangen). Eiseres heeft dit niet gedaan. De rechtbank zal, voor wat betreft de vordering onder I, hierna alleen ingaan op de nog ontbrekende, relevante, stukken. Deze zijn:

a. volledige boedelbeschrijving met waardering per datum van overlijden erflaatster met onderliggende stukken,

b. afschriften van de bankrekeningen van erflaatster en dhr. [erflater] , gedurende een periode van vijf jaar voor het overlijden van erflaatster tot aan haar overlijden,

c. afschriften van aanslagen en aangiften IB van vijf jaar voor het overlijden van erflaatster tot aan haar overlijden,

d. lijst inboedelgoederen met specificatie waarde van de goederen.

ad a.

Niet geheel duidelijk is op welke grondslag eiseres meent dat gedaagde gehouden is een boedelbeschrijving op te maken. In beginsel is er als zodanig op basis van de wettelijke verdeling geen boedelbeschrijving verplicht. Zoals eiseres in nr. 6 van haar dagvaarding zelf schrijft, dienen eiseres en gedaagde gezamenlijk de nalatenschap van erflaatster af te wikkelen. Niettemin zal de rechtbank gedaagde wel veroordelen om binnen twee maanden na dagtekening van dit vonnis een boedelbeschrijving op te stellen en aan eiseres toe te sturen. Artikel 16, lid 1 bepaalt immers dat ieder kind kan verlangen dat een boedelbeschrijving wordt opgemaakt en uit de conclusie van antwoord volgt dat gedaagde over de daarvoor benodigde bescheiden beschikt. Hier komt nog bij dat gedaagde in de nalatenschap van dhr. [erflater] executeur is en uit dien hoofde verplicht is een boedelbeschrijving op te maken. Deze boedelbeschrijving wordt weliswaar niet ten behoeve van eiseres opgemaakt maar vermeldt voor wat betreft de schulden, wel de geldschuld aan eiseres (en overigens ook aan gedaagde).

Een boedelomschrijving is overigens niet meer dan één A4 waarop aan de ene kant vermeld de bezittingen van eiseres met de waarde van ieder bezit en aan de andere kant de schulden met de vermelding van de waarde van de schulden. Voor zover over de waarde van een bezit overeenstemming bestaat tussen partijen (hierna verwoord) behoeft gedaagde geen onderliggende stukken meer over te leggen. Dat geldt ook voor de onderliggende stukken die reeds bij conclusie van antwoord zijn overgelegd. Voor zover een waarde van een bezit of schuld nog niet bekend is (bijvoorbeeld de verschuldigde erfbelasting/inkomstenbelasting 2023) dient gedaagde wel de schuld te vermelden maar (nog) niet het bedrag dan wel het geschatte of te verwachten bedrag te vermelden. Wel dient gedaagde eiseres te informeren (met onderliggende stukken) over de stand van zaken met betrekking tot de erfbelasting/inkomstenbelasting 2023.

ad b.

De rechtbank is het eens met gedaagde waar hij in nr. 37 van zijn conclusie van antwoord schrijft dat eiseres in het geheel niet heeft onderbouwd waarom zij de bankafschriften nodig heeft van datum overlijden erflaatster tot vijf jaar vóór datum overlijden van erflaatster. Niettemin heeft gedaagde op de mondelinge behandeling verklaard dat er geen enkel bezwaar bestaat dat eiseres inzage heeft in en afschriften ontvangt van de bankrekeningen van erflaatster en dhr. [erflater] maar dat zij die dan wel op eigen kosten moet opvragen bij de betreffende banken.

Een gebruikelijke gang van zaken in deze is een gezamenlijk verzoek van partijen dan wel een schriftelijke verklaring van gedaagde dat hij, als mede-erfgenaam, ermee instemt dat de banken (Rabobank en ABN-AMRO bank) desgevraagd de afschriften van de bankrekeningen van erflaatster aan eiseres ter beschikking stellen. Gelet echter op het feit dat partijen ernstig gebrouilleerd zijn zal de rechtbank hierna uitspreken dat dit vonnis in de plaats treedt voor de medewerking van gedaagde, indien en voor zover die medewerking nodig is voor afgifte aan eiseres van de rekeningafschriften.

ad c.

Ook voor wat betreft de aangiften en aanslagen IB 2018 en 2019 (2020, 2021 en 2022 zijn aan eiseres verstrekt) geldt dat eiseres in het geheel niet heeft onderbouwd waarom zij deze nodig heeft. Niettemin heeft zal de rechtbank hierna gedaagde veroordelen (zonder dwangsom) een kopie van aangiften en aanslagen IB 2018 en 2019 aan eiseres ter beschikking te stellen. De rechtbank acht het van groot belang dat deze overzichtelijke en niet-omvangrijke nalatenschap spoedig, met wegneming van ieder wantrouwen bij eiseres, wordt afgewikkeld. Daar komt bij dat gedaagde zijn medewerking heeft toegezegd (nr. 24 pleitaantekeningen mr. Oor).

ad d.

Met betrekking tot de inboedel (met uitzondering van de sieraden van erflaatster) zijn partijen op de mondelinge behandeling tot overeenstemming gekomen. De rechtbank zal hierna in 3.6 op deze overeenstemming ingaan.

De omvang van de nalatenschap van erflaatster is overzichtelijk. De bezittingen van erflaatster bestaan in ieder geval uit:

- inboedel,

- auto,

- saldi bankrekeningen,

- woning,

- sieraden.

De schulden van de nalatenschap van erflaatster bestaan uit:

- notariskosten,

- hypotheekschuld

- erfbelasting en IB 2023.

Voor wat betreft de inboedel zijn partijen op de mondelinge behandeling overeengekomen uit te gaan van een waarde van € 500,--. Dit bedrag dient door 2 gedeeld te worden daar eiseres in gemeenschap van goederen was gehuwd met dhr. [erflater] . Derhalve dient op de boedelbeschrijving een bedrag van € 250,-- te worden opgenomen.

Apart van de overige inboedel hebben partijen waarde toegekend aan een traplift: partijen zijn een waarde van € 1.200,-- overeengekomen. Gedeeld door 2 dient op de boedelbeschrijving een bedrag van € 600,-- te worden opgenomen.

Voor wat betreft de auto zijn partijen op de mondelinge behandeling overeengekomen uit te gaan van € 14.750,--. Gedeeld door 2 betekent dit dat op de boedelbeschrijving een bedrag van € 7.375,-- te worden opgenomen.

Ten tijde van het overlijden van erflaatster waren er vijf bankrekeningen waarvan de helft van het saldo tot de nalatenschap van eiseres behoort. Het saldo op overlijdensdatum blijkt voldoende uit de producties 7, 8, 9, 10 en 11 bij de conclusie van antwoord.

Voor wat betreft de waarde van de woning stelt eiseres zich op het standpunt dat een taxatierapport moet worden opgemaakt terwijl gedaagde zich op het standpunt stelt dat volstaan kan worden met het verslag verkoopgesprek [adres] in [woonplaats 2] (productie 6 bij dagvaarding).

De rechtbank overweegt dat op de boedelbeschrijving de waarde van de woning in het economisch verkeer (marktwaarde) per sterfdatum ( [datum overlijden1] 2023) dient te worden opgenomen. Nu eiseres niet instemt met enkel zichttaxatie en overigens ook niet betrokken is geweest bij de opdracht aan [bedrijf] oordeelt de rechtbank dat een taxatierapport dient te worden uitgebracht. De rechtbank ziet hiertoe ook aanleiding omdat voornoemd verslag verkoopgesprek -zonder nadere toelichting die ontbreekt- vragen oproept. Zo is de geschatte marktwaarde lager dan de WOZ waarde (hetgeen veelal niet zo is). Hetzelfde geldt voor de vergelijkingsobjecten: de geïndexeerde verkoopprijs is lager dan de werkelijke verkoopprijs. Dit terwijl zowel in 2022 als 2023 in het algemeen de huizenprijzen stijgende waren.

Op de mondelinge behandeling heeft eiseres aangegeven geen vertrouwen te hebben in [bedrijf] . Wat hier ook van moge zijn, het komt de rechtbank voor -gelet op de ernstig gebrouilleerde onderlinge verhouding- noch [bedrijf] noch de door eiseres genoemde makelaar ( [makelaardij] ) de taxatie moet verrichten. Eenvoudig raadplegen van internet leert dat er meerdere NVM makelaars zijn in [woonplaats 2] . Partijen dienen gezamenlijk aan één van deze andere makelaars een taxatieopdracht (marktwaarde per sterfdatum erflaatster) te geven. Deze waarde dient vervolgens op de boedelbeschrijving te worden opgenomen.

De kosten van de taxatie zijn overigens kosten van de nalatenschap en dienen als zodanig te worden opgenomen op de boedelbeschrijving.

Gelet op de coöperatieve houding van gedaagde is er geen aanleiding om te veronderstellen dat gedaagde niet zal meewerken aan het uitbrengen van een taxatierapport. Daarom wordt volstaan met alleen de veroordeling zoals verwoord in het dictum van dit vonnis en wordt hetgeen verder onder III en IV is gevorderd afgewezen.

Eerst op de mondelinge behandeling -en dat is eigenlijk te laat- heeft eiseres aangevoerd dat erflaatster nog sieraden in bezit had en dat de waarde hiervan ook op de boedelbeschrijving dient te worden opgenomen. Daarop heeft gedaagde geantwoord dat erflaatster (i) een witgouden ring met briljantjes, een omgesmolten trouwring en een setje oorbellen bezat, dat (ii) erflaatster is gecremeerd met sieraden aan en dat (iii) er verder nog een horloge was waarvan de batterij al lang niet meer werkte.

Over deze sieraden (gesteld noch gebleken is dat er meer sieraden zijn) zal de rechtbank geen uitspraak doen. Immers, zoals hiervoor onder 3.4 overwogen, is de kantonrechter daartoe bevoegd indien en voor zover partijen zelf niet tot overeenstemming komen. De rechtbank spreekt de hoop en verwachting uit dat partijen het niet zover laten komen. Daartoe draagt bij als gedaagde op de door hem op te stellen boedelbeschrijving een klein bedrag aan waarde sieraden opneemt.

De notariskosten blijken genoegzaam uit productie 23 bij conclusie van antwoord.

De hypotheekschuld blijkt genoegzaam uit de door gedaagde overgelegde producties 20, 21 en 22 bij conclusie van antwoord.

Voor wat betreft de belastingschulden verwijst de rechtbank naar hetgeen hiervoor onder 3.5.1 is overwogen: gedaagde dient eiseres te informeren over de stand van zaken met betrekking tot aangifte erfbelasting en IB 2023 en dient op de boedelbeschrijving een geschat/te verwachten bedrag op te nemen.

Gelet op het feit dat partijen zus en broer zijn en mede gelet op de coöperatieve houding van gedaagde (gedaagde heeft zowel bij conclusie van antwoord als daarvoor stukken aan eiseres ter beschikking gesteld) ziet de rechtbank aanleiding de proceskosten te compenseren aldus dat partijen ieder hun eigen kosten dragen.

4. De beslissing

De rechtbank:

veroordeelt gedaagde om binnen 12 (twaalf) weken ná dagtekening van dit vonnis aan eiseres een boedelbeschrijving van de nalatenschap van erflaatster aan eiseres te verstrekken;

veroordeelt gedaagde om binnen 6 (zes) weken ná dagtekening van dit vonnis samen met eiseres aan een erkende NVM makelaar/taxateur te [woonplaats 2] (met inachtneming van hetgeen hiervoor in 3.6.4 is overwogen) opdracht te geven tot taxatie van de woning aan het adres [adres] te [woonplaats 2] welke taxatie ziet op de waarde van de woning in het economisch verkeer op sterfdatum erflaatster ( [datum overlijden1] 2023);

veroordeelt gedaagde om binnen 6 (zes) weken ná dagtekening van dit vonnis aan eiseres een kopie te verstrekken van de aanslagen en aangiften IB 2018 en 2019 van erflaatster;

bepaalt dat dit vonnis in de plaats treedt van de medewerking van gedaagde, indien en voor zover die medewerking noodzakelijk is om aan eiseres te verstrekken afschriften van de bankrekeningen van erflaatster bij de RABO bank en de ABN-AMRO bank van vijf jaar vóór sterfdatum erflaatster ( [datum overlijden1] 2023) tot datum overlijden erflaatster;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

compenseert de proceskosten aldus dat partijen ieder hun eigen kosten dragen;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.W.J. van Veen, rechter in de rechtbank Midden Nederland en uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier op 17 december 2025.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. R.W.J. van Veen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?