RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 april 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , te [plaats] , eiseres,
de heffingsambtenaar van de gemeente Woerden, verweerder.
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/3574
(gemachtigde: mr. D.A.N. Bartels MRE),
en
(gemachtigde: P.H.M. Verhoef).
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van 10 mei 2022.
De zitting heeft plaatsgevonden op 7 april 2025. Eiseres is zelf niet verschenen, maar haar gemachtigde wel. Namens verweerder is de heer P.H.M. Verhoef verschenen.
Overwegingen
1. Een bezwaarschrift moet worden ingediend binnen zes weken nadat het besluit bekend is gemaakt (artikelen 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). In artikel 3:41 van de Awb staat hoe dat bekendmaken gebeurt. In dit geval is de WOZ-beschikking bekendgemaakt op 15 februari 2022. Het bezwaarschrift had dus uiterlijk op 29 maart 2022 door verweerder ontvangen moeten zijn. Verweerder heeft het bezwaar volgens de poststempel ontvangen op 28 april 2022. Dat is buiten de wettelijk voorgeschreven termijn. De hoofdregel is dan dat verweerder het bezwaarschrift niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het bezwaarschrift te laat is ingediend. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen.
2. Verweerder stelt in zijn verweerschrift dat eiseres ondanks de late indiening van het bezwaarschrift geen reden daarvoor heeft opgegeven, en dat, aangezien er geen argumenten te bedenken zijn voor de te late toezending, het bezwaar op 10 mei 2022 niet-ontvankelijk verklaard.
3. In haar bezwaarschrift heeft eiseres geen reden gegeven waarom zij te laat was. Omdat verweerder moet beoordelen of er een geldige reden is voor het te laat indienen van het bezwaarschrift, moet verweerder vragen naar de reden waarom het bezwaarschrift te laat is ingediend. Verweerder heeft dit niet gedaan en heeft het bezwaar van eiseres
niet-ontvankelijk verklaard. De reden die verweerder hiervoor geeft, voldoet niet.
4. Het beroep is om bovenstaande reden gegrond en de uitspraak op bezwaar moet op dit onderdeel worden vernietigd. De rechtbank zal vervolgens beoordelen of sprake is van een verschoonbare reden voor de termijnoverschrijding.
5. De gemachtigde van eiseres heeft tijdens zitting naar voren gebracht dat hij een vaste werkwijze heeft, waarbij hij elke avond alle post ophaalt. Hij vindt dat verweerder de verzending van de aanslag op 15 februari 2022 niet aannemelijk heeft gemaakt.
6. De rechtbank ziet in wat eiseres aanvoert onvoldoende grond om te twijfelen aan de verzending van de aanslag op of omstreeks 15 februari 2022. Eiseres heeft niet eens een datum genoemd waarop ze de aanslag zou hebben ontvangen. Hoe de gemachtigde van eiseres te werk gaat is verder niet relevant. Dat zegt immers niets over de datum waarop eiseres de aanslag heeft ontvangen.
7. Zoals de rechtbank hiervoor al heeft overwogen, is het bezwaarschrift te laat ingediend. Wat eiseres op de zitting als reden hiervoor aanvoert, kan niet als een verschoonbare reden worden aangemerkt. Dat betekent dat het bezwaar niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Omdat verweerder dat met de bestreden uitspraak op bezwaar ook heeft gedaan, zal de rechtbank de rechtsgevolgen van de te vernietigen uitspraak op bezwaar in stand laten. Het beroep is dus gegrond, maar de inhoudelijke beslissing verandert niet (het bezwaar van eiseres blijft niet-ontvankelijk).
Overschrijding van de redelijke termijn
8. De gemachtigde van eiseres heeft namens haar verzocht om een vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. Een vergoeding van immateriële schade wordt op verzoek toegekend als een procedure over een belastingaanslag onredelijk lang heeft geduurd. Daarbij geldt als uitgangspunt dat een periode van twee jaar voor de bezwaar- en beroepsfase gezamenlijk als redelijk wordt beschouwd. De termijn hiervoor vangt aan op het moment waarop verweerder het bezwaarschrift ontvangt.
9. In dit geval gaat de rechtbank echter uit van een verlengde termijn van drie jaar voor de bezwaar- en de beroepsfase samen. Daaraan ligt ten grondslag dat de gemachtigde van eiseres een zeer groot aantal bezwaar- en (hoger)beroepsprocedures heeft lopen bij deze rechtbank, dat hij geen personeel heeft en dat zijn handelswijze noodzakelijkerwijs leidt tot het oplopen van de duur van de behandeling van de door hem ingestelde beroepen en daarmee tot het overschrijden van de redelijke termijn. Die handelswijze kan aan de gemachtigde van eiseres worden toegerekend.
10. Het bezwaarschrift is door verweerder ontvangen op 28 april 2022. Dit leidt tot de conclusie dat de redelijke termijn in dit geval niet is overschreden en dat het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
11. Omdat het beroep gegrond is moet verweerder het griffierecht aan eiseres betalen.
12. Eiseres krijgt ook een vergoeding voor de proceskosten die zij heeft gemaakt. Verweerder moet dit betalen. De rechtbank stelt deze kosten op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 226,75 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 0,25).
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van de vernietigde uitspraak op bezwaar in stand blijven;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 365,- aan eiseres te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten tot een bedrag van€ 226,75.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van S. Ayyildiz, griffier. De beslissing is uitgesproken op 24 april 2025.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.