ECLI:NL:RBMNE:2025:7094

ECLI:NL:RBMNE:2025:7094, Rechtbank Midden-Nederland, 29-07-2025, UTR 24/6802, UTR 24/6804 en UTR 24/6806

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 29-07-2025
Datum publicatie 09-01-2026
Zaaknummer UTR 24/6802
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Te weinig griffierecht betaald; restant te laat betaald; niet-ontvankelijk;

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 juli 2025 in de zaak tussen

[eiser] , te [plaats] , eiser,

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummers: UTR 24/6802, 24/6804 en 24/6806

(gemachtigde: D.A.N. Bartels),

en

de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht, verweerder

(gemachtigde: D.J. Koopmans).

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser op 1 november 2024 heeft ingediend tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van 5 oktober 2024.

De zitting heeft plaatsgevonden op 21 juli 2025. De gemachtigden van beide partijen zijn verschenen.

Overwegingen

1. Iemand die beroep instelt, moet op grond van artikel 8:41, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) griffierecht betalen. De griffier stelt op grond van artikel 8:41, vierde en vijfde lid, van de Awb een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Dat betekent in dit verband dat het hele bedrag binnen die termijn is bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dat het binnen die termijn is betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet volledig wordt betaald, verklaart de rechtbank op grond van artikel 8:41, zesde lid, van de Awb het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als eiser een geldige reden heeft waarom hij of zij het griffierecht niet volledig heeft betaald. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.

2. Nu moet beoordeeld worden of aan het niet volledig betalen van het griffierecht omstandigheden ten grondslag hebben gelegen op grond waarvan moet worden geoordeeld dat eiser ter zake niet in verzuim is geweest.

3. Bij brief van 24 december 2024, ontvangen door de rechtbank op 7 januari 2025, is door Bartels een beroep op betalingsonmacht gedaan en verzocht om het griffierecht in (deel)termijnen te betalen. Aangezien Bartels beroep heeft ingesteld, is de financiële positie van eiser van belang. Een onderbouwing daarvan is achterwege gebleven.

4. Gemachtigde van eiser heeft tijdens de zitting naar voren gebracht dat hij per ongeluk een bedrag van € 50,- heeft overgemaakt in plaats van € 51,-. Het is volgens de gemachtigde van eiser een tikfout geweest. Vervolgens geeft gemachtigde van eiser aan dat er geen brief naar hem is verzonden met de mededeling dat er nog een bedrag openstond van € 1,-. Daarna heeft gemachtigde van eiser aangegeven dat hij in een eerdere zaak wel een brief heeft ontvangen waarin het resterende bedrag werd opgevraagd en dat als er in deze zaak ook een brief was verzonden, hij het resterende bedrag wel betaald zou hebben. De gemachtigde eiser heeft tijdens de zitting een bankafschrift overgelegd waaruit blijkt dat op 11 mei 2025 een bedrag van € 1,-. is overgemaakt.

5. De rechtbank is van oordeel dat het opvragen van het resterende bedrag bij gemachtigde van eiser geen wettelijke verplichting is. Het is de verantwoordelijkheid van de gemachtigde, die namens eiser het beroep heeft ingesteld om voor de volledige betaling van het griffierecht zorg te dragen. Dat de gemachtigde dit heeft nagelaten komt voor zijn rekening en risico.

6. De griffier heeft bij aangetekende brief van 5 december 2024 gemachtigde eiser in de gelegenheid gesteld het griffierecht van € 51,- te betalen binnen vier weken na de dagtekening van die brief. De rechtbank heeft via de Track & Tracé van PostNL vastgesteld dat de brief door of namens gemachtigde eiser op 7 december 2024 is afgehaald bij een PostNL-locatie. Gemachtigde eiser heeft op 9 januari 2025 een bedrag van € 50,- betaald en op 11 mei een bedrag van € 1,-.

7. De rechtbank komt tot de conclusie dat de gemachtigde van eiser het griffierecht niet binnen de gestelde termijn heeft voldaan. Gelet daarop is het beroep

niet-ontvankelijk. Dit betekent dat het beroep niet inhoudelijk wordt behandeld.

Overschrijding redelijke termijn

8. De gemachtigde van eiser heeft namens hem verzocht om een vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. Uit vaste jurisprudentie blijkt dat als het beroep niet-ontvankelijk is wegens het niet (of niet op tijd of niet volledig) betalen van griffierecht, de rechtbank in beginsel geen uitspraak hoeft te doen over een verzoek tot toekenning van immateriële schadevergoeding wegens een overschrijding van de redelijke termijn. Dat is slechts anders als de rechtbank uitspraak doet op het beroep nadat sinds het instellen van het beroep meer dan anderhalf jaar is verstreken.

In dat geval is het uitgangspunt dat recht bestaat op immateriële schadevergoeding als sinds de ontvangst van het bezwaar meer dan twee jaar is verstreken. De rechtbank verwijst hiervoor naar de uitspraak van de Hoge Raad van 2 december 2016.

9. De rechtbank heeft het beroepschrift ontvangen op 1 november 2024. Dat betekent dat sinds het instellen van beroep minder dan anderhalf jaar is verstreken, zodat de rechtbank zich verder niet hoeft uit te laten over het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.

10. Het beroep is niet-ontvankelijk en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

11. Omdat eiser uiteindelijk wel griffierecht heeft betaald, maar binnen de termijn te weinig en het restant te laat, zal het betaalde bedrag aan hem worden terugbetaald.

Beslissing

De rechtbank verklaart:

Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van S. Ayyildiz, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 29 juli 2025.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. I. Helmich

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?