RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 mei 2025 op het verzet van
[oppossant] , te [plaats] , opposant,
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/3811-V
En
De Minister van Justitie en Veiligheid, verweerder.
(gemachtigde: E.W.B. Wilting).
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen het besluit van verweerder van
20 februari 2024.
In de uitspraak van 18 november 2024 heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard
Opposant heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld. De zitting heeft plaatsgevonden op
8 mei 2025. Opposant is verschenen. Verweerder is ook verschenen.
Overwegingen
1. De rechtbank heeft de uitspraak van 18 november 2024 gedaan zonder dat zij een zitting heeft gehouden. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als over de uitkomst van de procedure in redelijkheid geen twijfel mogelijk is.
2. In deze zaak moet de rechtbank, oordelend op het verzet, beoordelen of de rechtbank toen terecht heeft geoordeeld dat er geen twijfel over de uitkomst was en dat er dus geen zitting nodig was. De rechterbank, oordelend op het verzet, kijkt (nog) niet of opposant gelijk heeft met zijn beroep. Dat gebeurt pas als de rechtbank, oordelend op het verzet, van oordeel is dat de uitspraak van de rechtbank van 18 november 2024 niet juist was.
3. Volgens opposant is de uitspraak van de rechtbank van 18 november 2024 niet juist omdat hij het bezwaarschrift op tijd heeft ingediend. Opposant voert aan dat zijn bezwaarschrift van 16 november 2023 aangetekend is verzonden door zijn moeder en door verweerder volgens de bijbehorende en ook in beroep overgelegde Track&Trace-gegevens van PostNL is ontvangen op 20 november 2023.
4. De rechtbank komt tot het volgende oordeel. Het besluit van verweerder van 9 oktober 2023 is verzonden op 12 oktober 2023. Opposant heeft een bezwaarschrift tegen dit besluit overgelegd met de datum van 16 november 2023. Volgens de bijbehorende door opposant overgelegde Track&Trace-gegevens van PostNL is dit bezwaarschrift op 20 november 2023 bij verweerder bezorgd. De gemachtigde van verweerder heeft dit tijdens de zitting ook niet betwist. De rechtbank acht het zodoende aannemelijk dat opposant het bezwaarschrift tijdig heeft ingediend en verweerder dit tijdig heeft ontvangen, namelijk vóór 23 november 2023.
5. Dit betekent dat opposant hierover gelijk heeft. Het verzet is dus gegrond en de uitspraak van 18 november 2024 vervalt (op grond van artikel 8:55, negende lid, Awb). De rechtbank hervat het onderzoek in de stand waarin dat zich bevond voordat de buiten-zitting uitspraak van 18 november 2024 werd gedaan. De zaak wordt nu verder behandeld door de rechtbank. Opposant krijgt hierover nog bericht.
6. De rechtbank neemt nu nog geen beslissing over de vergoeding van de proceskosten van opposant. Dit gebeurt pas in de einduitspraak over het beroep.
Beslissing
De rechtbank verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Skerka, rechter, in aanwezigheid van S. Ayyildiz, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2025.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op: