RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 oktober 2025 op het verzet van
[oppossant] , te [plaats] , opposant.
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/1514-V
Procesverloop
Opposant heeft beroep ingediend tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag en op zijn beroep tegen het besluit van 18 april 2024.
In de uitspraak van 3 februari 2025 heeft de rechtbank beide beroepen niet-ontvankelijk verklaard.
Opposant heeft tegen deze uitspraak een verzetschrift ingediend.
Opposant heeft niet gevraagd om op een zitting te worden gehoord.
Overwegingen
1. De rechtbank heeft de uitspraak van 3 februari 2025 gedaan zonder dat zij een zitting heeft gehouden. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als over de uitkomst van de procedure in redelijkheid geen twijfel mogelijk is.
2. In deze verzetprocedure is de beoordeling van de rechtbank beperkt tot de vraag of terecht uitspraak is gedaan zonder opposant op een zitting te horen. De rechtbank moet dus beoordelen of door de argumenten van opposant twijfel ontstaat over die eerdere uitkomst. Zo nee, dan is het verzet ongegrond en blijft de eerdere uitspraak in stand. Zo ja, dan is het verzet gegrond en vervalt de eerdere uitspraak.
3. Volgens opposant is de uitspraak van de rechtbank van 3 februari 2025 niet juist omdat, hij heeft aangegeven dat hij zijn beloverzicht wil ontvangen. Opposant geeft aan dat Telio dit heeft toegezegd en de Dienst Justitiƫle inrichtingen zijn verzoek heeft geweigerd. Vervolgens geeft opposant aan dat hij meerdere keren heeft aangegeven wat hij wil bereiken, namelijk een kopie van zijn bel gegevens om dit aan te kunnen tonen tijdens zijn rechtszaken.
4. De rechtbank stelt vast dat verweerder op 18 april 2024 heeft beslist op het verzoek van opposant. Vervolgens heeft opposant op 8 mei 2024 zijn belgegevens ingezien. De rechtbank heeft in de uitspraak van 3 februari 2025 dan ook terecht geoordeeld dat opposant geen procesbelang heeft en het beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard.
5. Dit betekent dat het verzet ongegrond is en dat de uitspraak van de rechtbank van
3 februari 2025 in stand blijft.
Beslissing
De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Lenstra, rechter, in aanwezigheid van S. Ayyildiz, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2025.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op: