ECLI:NL:RBMNE:2025:7119

ECLI:NL:RBMNE:2025:7119, Rechtbank Midden-Nederland, 26-11-2025, 25/4862

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 26-11-2025
Datum publicatie 07-01-2026
Zaaknummer 25/4862
Rechtsgebied Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

BNT WOO bezwaar

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 november 2025 in de zaak tussen

[eiseres] B.V., uit [plaats] , eiseres

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zeist, verweerder.

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 25/4862

(gemachtigde: mr. C. van Deutekom),

en

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend op 21 augustus 2025 omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op haar bezwaar van 31 maart 2025.

Bij de e-mail van 16 oktober 2025 heeft verweerder een reactie gegeven op het beroepschrift.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Wel moet de betrokkene dan eerst een ‘ingebrekestelling’ aan het bestuursorgaan sturen. Dat wil zeggen dat de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan moet laten weten dat er binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar. Dit staat (onder andere) in de artikelen 6:2, 6:12 en 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

3. Eiseres heeft op 31 maart 2025 haar bezwaarschrift tegen het besluit van 18 februari 2025 ingediend. Verweerder moet binnen twaalf weken beslissen, gerekend vanaf het moment waarop de termijn voor het indienen van een bezwaar is verstreken. Dat staat in artikel 7:10 en 7:13 van de Awb. Bij de brief van 1 april 2025 heeft verweerder de beslistermijn met zes weken verdaagd op grond van artikel 7:10, derde lid, van de Awb. Verweerder had dus uiterlijk op 5 augustus 2025 moeten beslissen. De rechtbank stelt vast dat de termijn waarbinnen verweerder moet beslissen voorbij is. De rechtbank stelt verder vast dat eiseres verweerder op 6 augustus 2025 in gebreke heeft gesteld. Eiser heeft meer dan twee weken daarna, op 21 augustus 2025, beroep ingesteld.

4. Verweerder geeft in zijn e-mail van 16 oktober 2025 aan dat hij in overleg is met de gemachtigde van eiseres en dat dit wellicht tot gevolg heeft dat het beroep niet behandeld hoeft te worden. In de week van 20 oktober 2025 zou daar meer over bekend zijn. Tot op heden heeft verweerder hier niks meer over laten weten.

5. Omdat verweerder tot op heden geen beslissing op bezwaar heeft genomen, bepaalt de rechtbank dat verweerder dit alsnog moet doen. Verweerder moet dit doen binnen twee weken na het verzenden van deze uitspraak (artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb).

6. De rechtbank bepaalt dat verweerder een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden door verweerder. Daarbij geldt wel een maximum van € 15.000,-.

7. Het beroep is kennelijk gegrond (artikel 8:54 van de Awb).

8. Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiseres een vergoeding voor de proceskosten die zij heeft gemaakt. Verweerder moet die vergoeding betalen. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De bijstand door een gemachtigde levert 1 punt op (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907,-), bij een wegingsfactor 0,5. Toegekend wordt € 453,50.

9. Omdat het beroep gegrond is, moet verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 385,- aan haar moet vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;

- draagt verweerder op binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een beslissing op bezwaar bekend te maken;

- bepaalt dat verweerder aan eiseres een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 453,50;

- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 385,- dat eiseres heeft betaald moet betalen.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van I. van Ittersum, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 26 november 2025.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. I. Helmich

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?