RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 juli 2025 op het verzet van
[oppossante] , te [plaats] , opposante,
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/4681-V
(gemachtigde: G.M. Oudijk-Rijswijk).
Procesverloop
Opposante heeft beroep ingediend tegen de beslissing op bezwaar van 21 mei 2024.
In de uitspraak van 18 oktober 2024 heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Opposante heeft tegen deze uitspraak een verzetschrift ingediend.
Opposante heeft niet gevraagd om op een zitting te worden gehoord.
Overwegingen
1. De rechtbank heeft de uitspraak van 18 oktober 2024 gedaan zonder dat zij een zitting heeft gehouden. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als over de uitkomst van de procedure in redelijkheid geen twijfel mogelijk is.
2. In deze zaak moet de rechtbank beoordelen of de rechtbank toen terecht heeft geoordeeld dat er geen twijfel over de uitkomst was en dat er dus geen zitting nodig was.
De rechtbank kijkt (nog) niet of opposante gelijk heeft met haar beroep. Dat gebeurt pas als de rechtbank van oordeel is dat de uitspraak van de rechtbank van 18 oktober 2024 niet juist was.
3. Volgens opposante is de uitspraak van de rechtbank van 18 oktober 2024 niet juist, omdat opposante zich niet kan vinden in de argumenten van de rechtbank. Wat de rechtbank aangeeft over alternatieve mogelijkheden om het beroep tijdig in te dienen klopt volgens opposante niet. Als ze onderweg naar de rechtbank een PostNL-punt had bezocht om de post aangetekend te verzenden, zou het na afloop van de beroepstermijn ter post bezorgd zijn. En volgens opposante kon het beroepschrift niet via Zivver worden ingediend, omdat er geen emailadres op de website van de rechtbank zou staan.
4. Uit het dossier blijkt dat het beroepschrift is ontvangen op 3 juli 2024. Nu het besluit is verzonden op 21 mei 2024 en de termijn om beroep in te dienen liep tot 2 juli 2024, is het beroepschrift te laat. Opposante heeft in verzet geen omstandigheden of feiten aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat het te laat indienen van het beroepschrift verschoonbaar is. Of de alternatieven die de rechtbank heeft genoemd wel of niet bruikbaar waren voor eiseres verandert er niets aan dat zij zelf verantwoordelijk is voor het op tijd indienen van het beroepschrift. Dat de brievenbus al gelicht was toen zij het beroepschrift wilde posten, komt daarom voor haar risico. Vervolgens heeft zij ervoor gekozen om het beroepschrift de volgende dag zelf bij de rechtbank te bezorgen. Dat was na afloop van de beroepstermijn.
5. De rechtbank ziet geen aanleiding om anders te oordelen dan dat in de uitspraak van
18 oktober 2024 is gedaan. De termijn voor het indienen van een beroepschrift is een fatale termijn van openbare orde. Dit betekent dat de rechtbank geen ruimte heeft hier soepel mee om te gaan.
6. Dit betekent dat het verzet ongegrond is en dat de uitspraak van de rechtbank van
18 oktober 2024 in stand blijft.
7. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.
Beslissing
De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van der Knijff, rechter, in aanwezigheid van S. Ayyildiz, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2025.
De griffier is verhinderd deze
uitspraak te ondertekenen. rechter
Afschrift verzonden aan partijen op: