ECLI:NL:RBMNE:2025:7129

ECLI:NL:RBMNE:2025:7129, Rechtbank Midden-Nederland, 07-07-2025, UTR 25/951-V

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 07-07-2025
Datum publicatie 07-01-2026
Zaaknummer UTR 25/951-V
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Beroep te laat; beroepschrift geen stempel van PostNL; verzet gegrond;

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 juli 2025 op het verzet

[oppossant] , te [plaats] , opposant.

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 25/951- V

Procesverloop

Opposant heeft beroep ingediend tegen het bestreden besluit van het college van 20 december 2024.

In de uitspraak van 1 april 2025 heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat het beroepschrift te laat is ingediend terwijl opposant daarvoor geen goed (verschoonbare) reden had.

Opposant heeft tegen deze uitspraak een verzetschrift ingediend.

Opposant heeft niet gevraagd om op een zitting te worden gehoord.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft de uitspraak van 1 april 2025 gedaan zonder dat zij een zitting heeft gehouden. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als over de uitkomst van de procedure in redelijkheid geen twijfel mogelijk is.

2. In deze verzetprocedure is de beoordeling van de rechtbank beperkt tot de vraag of terecht uitspraak is gedaan zonder opposant op een zitting te horen. De rechtbank moet dus beoordelen of door de argumenten van opposant twijfel ontstaat over die eerdere uitkomst. Zo nee, dan is het verzet ongegrond en blijft de eerdere uitspraak in stand. Zo ja, dan is het verzet gegrond en vervalt de eerdere uitspraak.

3. De opposant stelt dat de uitspraak van de rechtbank op 1 april 2025 onjuist is, omdat hij ervan uitgaat dat hij het beroepschrift niet te laat heeft ingediend. In de kern betoogt opposant dat hij het beroepschrift tijdig, namelijk op 31 januari 2025, voor verzending bij PostNL heeft aangeboden.

De rechtbank overweegt hierover als volgt.

Een beroepschrift is op grond van artikel 6:9, tweede lid, van de Awb tijdig ingediend wanneer het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.

Het gemeenteblad is op 20 december 2024 gepubliceerd, dus de beroepstermijn liep tot 31 januari 2025.De rechtbank heeft het beroepschrift op 4 februari 2025 ontvangen. Het beroepschrift is dus ontvangen binnen een week na afloop van de beroepstermijn. De vraag is daarom of het beroepschrift voor het einde van de termijn ter post is bezorgd. In dat geval is het beroepschrift namelijk tijdig ingediend. Volgens opposant is dat het geval. Hij stelt dat hij het beroepschrift op 31 januari 2025 bij de Primera op de post heeft gedaan.

Volgens vaste rechtspraak is een door PostNL aangebrachte datumstempel het uitgangspunt bij het vaststellen van de datum waarop een beroepschrift ter post is bezorgd. De rechtbank ziet in dit geval op het beroepschrift alleen een stempel staan waaruit blijkt dat de rechtbank het beroepschrift op 4 februari 2025 heeft ontvangen. De rechtbank ziet op het beroepschrift geen stempel van PostNL waaruit blijkt op welk moment het beroepschrift bij PostNL is aangeboden voor verzending. Dat is ook logisch, want PostNL zal een poststempel op de envelop zetten en niet op het beroepschrift zelf. De rechtbank heeft echter de envelop niet bewaard. Daarom valt niet te achterhalen wat de datum is van de poststempel van PostNL. Dat betekent dat de rechtbank in dit geval niet kan uitgaan van het uitgangspunt van de datum van de poststempel. De rechtbank kan daardoor niet vaststellen of opposant het beroepschrift tijdig (op 31 januari 2025) of te laat (na 31 januari 2025) op de post heeft gedaan. Gezien de omstandigheid dat de envelop waarin opposant het beroepschrift heeft verstuurd door toedoen van de rechtbank niet bewaard is gebleven, moet opposant het voordeel van de twijfel krijgen. De rechtbank zal daarom uitgaan van wat opposant heeft aangegeven over de datum waarop hij het beroepschrift bij PostNL heeft aangeboden, te weten 31 januari 2025.

4. Dit betekent dat opposant gelijk krijgt. Het verzet is dus gegrond en de uitspraak van 20 november 2024 vervalt (artikel 8:55, negende lid, van de Awb). Het vervallen van de eerdere uitspraak betekent dat de rechtbank de behandeling van het beroep (mede gericht tegen het alsnog genomen besluit) zal voortzetten. Opposant krijgt over de verdere behandeling nog bericht.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet gegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van S. Ayyildiz, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2025.

de griffier is verhinderd deze uitspraak

te ondertekenen

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. I. Helmich

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?