ECLI:NL:RBMNE:2025:7143

ECLI:NL:RBMNE:2025:7143, Rechtbank Midden-Nederland, 27-03-2025, UTR 23/2174

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 27-03-2025
Datum publicatie 08-01-2026
Zaaknummer UTR 23/2174
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

verzet ongegrond; NOBZ; geen verschoonbare termijnoverschrijding

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 maart 2025 op het verzet van

[opposant] , te [plaats] , opposant,

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 23/2174-V

(gemachtigde: mr. R. Kaya).

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat opposant heeft ingediend tegen het besluit van de Raad van bestuur en Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het UWV) van

10 maart 2023.

In de uitspraak van 1 september 2023 heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard. Opposant is tegen deze uitspraak in verzet gegaan en heeft niet gevraagd om op een zitting te worden gehoord.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft in de uitspraak van 1 september 2023 het beroep ongegrond verklaard, omdat verweerder het bezwaarschrift terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Omdat de rechtbank geen twijfel had over de uitkomst van de zaak, heeft zij de uitspraak gedaan zonder eerst een zitting te houden. Dat mag op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

2. In deze zaak moet de rechtbank beoordelen of de rechtbank toen terecht heeft geoordeeld dat er geen twijfel over de uitkomst was en dat er dus geen zitting nodig was.

De rechtbank kijkt (nog) niet of opposant gelijk heeft met zijn beroep. Dat gebeurt pas als de rechtbank van oordeel is dat de uitspraak van de rechtbank van 1 september 2023 niet juist was.

3. Volgens opposant is de uitspraak van de rechtbank van 1 september 2023 niet juist omdat zijn gronden onvoldoende zijn afgewogen en bijzonder beknopt en niet geheel juist zijn weergegeven. De overmacht van opposant en zijn moeder ligt niet enkel in de familieomstandigheid, maar ook in het handelen van het UWV. In het beroepsschrift heeft opposant te kennen gegeven dat hij vanaf het bericht van de medewerker van het UWV totdat de termijn voor bezwaar is beëindigd 48 uren tijd resteerde. Dit is onacceptabel kort en kan niet worden afgedaan door het UWV met een verweer dat de moeder dan maar binnen die 48 uren de termijn moest redden met een pro-forma bezwaarschrift. Dat opposant en zijn moeder niet eerder beschikten over de stukken blijkt ook uit de brief van het UWV van

16 december 2022. Uit voornoemde brief blijkt ook duidelijk dat de verzochte stukken pas met deze brief zijn verstuurd. De datum van 16 december 2022 is een vrijdag. Zaterdag, zondag en maandag heeft opposant de stukken nog niet ontvangen. Naar alle waarschijnlijkheid zijn de stukken pas op 20 december 2022 ontvangen. Op diezelfde dag was ook het gesprek over de voorgenomen beslissing van een andere kwestie waarop opposant maandenlang wachtte en talrijke keren achteraan had gebeld. De combinatie van het feit dat de stukken onacceptabel laat zijn toegestuurd aan opposant en/of zijn moeder, twee zaken tijdens een en hetzelfde telefoongesprek worden besproken, daags daarvoor de vader van de schoondochter is overleden en de moeder van opposant haar kleinkinderen moest opvangen en troosten, maar ook de grote onduidelijkheid in deze zaken heeft gemaakt dat opposant dan wel zijn moeder niet tijdig bezwaar hebben gemaakt. Uit de brief van het UWV was ook niet duidelijk waartegen opposant bezwaar zou (moeten) maken. Het UWV stuurt immers een brief op 11 november 2022 met enkel de mededeling dat zijn Wajong-uitkering zal worden gewijzigd. Hoe en wat, is nog volstrekt onduidelijk. Daarnaast werd de moeder van opposant telkens te kennen gegeven dat zij moest wachten met bezwaren totdat op het eerdere bezwaarschrift van 15 juni 2022 is beslist. Ook hierdoor zijn opposant en zijn moeder op het verkeerde been gezet.

4. De rechtbank overweegt dat opposant tot 23 december 2022 de tijd had om in bezwaar te gaan tegen het besluit van 11 november 2022. Van 12 november 2022 tot en met 18 december 2022 heeft opposant geen actie ondernomen. Op 19 december 2022 werd opposant plotseling geconfronteerd met familieomstandigheden. Op 20 december 2022 heeft er een telefonisch gesprek plaatsgevonden tussen opposant en het UWV waarin het UWV onder andere erop heeft gewezen dat de bezwaartermijn over 3 dagen zou verstrijken. De rechtbank begrijpt dat de vader van de schoondochter van de moeder van opposant op 19 december 2022 onverwachts overleed en de moeder van opposant plotseling twee kleinkinderen moest opvangen. De rechtbank ziet echter niet in dat opposant daardoor niet in staat was om pro-forma bezwaar in te dienen om in ieder geval de bezwaartermijn van opposant veilig te stellen. Daarbij merkt de rechtbank op dat het UWV opposant in het telefoongesprek van 19 december 2022 nog op heeft gewezen dat de bezwaartermijn over drie dagen zou verlopen. Dat het UWV in dit telefoongesprek ook andere zaken met opposant heeft besproken, betekent niet dat het voor opposant niet duidelijk kon zijn wat de uiterste datum was voor het maken van bezwaar. Dat opposant desondanks niet tijdig bezwaar heeft gemaakt, komt voor zijn risico.

5. Opposant stelt dat uit de beslissing op bezwaar van 16 december 2022 blijkt dat hij niet beschikte over het besluit van 11 november 2022 en de betaalspecificatie van 14 november 2022 en dat deze voor het eerst met de beslissing op bezwaar van 16 december 2022 zijn meegestuurd. De rechtbank volgt deze stelling niet. Uit de beslissing op bezwaar van 16 december 2022 blijkt dat opposant pas eind oktober 2022, na ontvangst van een bankafschrift, heeft opgemerkt dat zijn werkgever de loondispensatie toepast en dat opposant het besluit van 15 juli 2022 tijdig heeft ontvangen. Deze feiten zeggen niets over het al dan niet te laat ontvangen van het besluit van 11 november 2022 en de daarbij horende betaalspecificatie van 14 november 2022. Deze verzetsgrond slaagt niet.

6. Verder zegt opposant dat uit het besluit van 11 november 2022 niet duidelijk is waartegen opposant bezwaar zou (moeten) maken. Uit het besluit van 11 november 2022 blijkt dat het voorschot op de uitkering van opposant per 1 november 2022 € 581,60 (zonder vakantiedagen) wordt. Ook staat in dit besluit dat de betaalspecificatie van de 20e van iedere maand is te vinden op [internetsite] . De rechtbank stelt vast dat het besluit van 11 november 2022 en de daarbij horende betaalspecificatie voldoende informatie bevat zodat opposant, gedurende de bezwaartermijn, de keus kon maken om wel of niet bezwaar in te dienen. De enkele stelling dat opposant op het verkeerde been is gezet door het UWV omdat het UWV steeds tegen de moeder van opposant zou hebben gezegd dat ze moeten wachten met het indienen van een bezwaarschrift totdat op het eerdere bezwaarschrift van 15 juni 2022 is beslist, treft geen doel.

7. Dit betekent dat het verzet ongegrond is en dat de uitspraak van de rechtbank van

1 september 2023 in stand blijft.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van O. Asafiati, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2025.

de griffier is verhinderd de uitspraak

te ondertekenen

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. I. Helmich

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?