ECLI:NL:RBMNE:2025:7148

ECLI:NL:RBMNE:2025:7148, Rechtbank Midden-Nederland, 08-04-2025, UTR 23/5044

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 08-04-2025
Datum publicatie 08-01-2026
Zaaknummer UTR 23/5044
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

verzet ongegrond; beroep te laat; geen verschoonbare termijnoverschrijding.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 april 2025 op het verzet van

[opposante] , te [plaats] , opposante.

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 23/5044-V

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat opposante heeft ingediend tegen het besluit van de heffingsambtenaar van de gemeente Zeist van 11 augustus 2023. In de uitspraak van 14 juni 2024 heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Opposante is tegen deze uitspraak in verzet gegaan. De zitting heeft plaatsgevonden op

24 maart 2025. Opposante is verschenen. Verweerder is niet verschenen.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft in de uitspraak van 14 juni 2024 het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat opposante te laat was met het indienen van haar beroepschrift en er geen sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding. Omdat de rechtbank geen twijfel had over de uitkomst van de zaak, heeft zij de uitspraak gedaan zonder eerst een zitting te houden. Dat mag op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

2. In deze zaak moet de rechtbank beoordelen of de rechtbank toen terecht heeft geoordeeld dat er geen twijfel over de uitkomst was en dat er dus geen zitting nodig was.

De rechtbank kijkt (nog) niet of opposante gelijk heeft met haar beroep. Dat gebeurt pas als de rechtbank van oordeel is dat de uitspraak van de rechtbank van 14 juni 2024 niet juist was.

3. Volgens opposante is de uitspraak van de rechtbank van 14 juni 2024 niet juist, omdat opposante haar chronische aandoening en vele andere persoonlijke omstandigheden ervoor hebben gezorgd dat zij niet aan de termijn kon voldoen voor het indienen van het beroepschrift. Opposante heeft circa tien jaar last van een chronische aandoening. Hierdoor kan zij niet meer goed lopen en staan. Opposante is eind augustus 2023 twee weken op vakantie geweest. Er waren daarnaast ook persoonlijke omstandigheden, zoals het ontbreken van huishoudelijke hulp vanaf juli 2022 tot september 2023, een mishandeling door haar buurman eind juli 2023, een burn-out en ziekmelding op werk begin juli 2023, een cursus voor het re-integreren op haar werk eind september 2023 en de afvalcontainers op het perceel werden niet geleegd waar zij weer achteraan moest bellen. De laatste week van het beroepstermijn was opposante niet thuis, omdat zij weg was voor een re-integratie cursus van haar werk. Deze omstandigheden maakte het niet mogelijk om het beroepschrift tijdig in te dienen. Ter zitting heeft opposante haar gronden uitgebreider toegelicht, maar zijn er geen andere redenen aangevoerd waarom ze te laat was.

4. Iemand die een beroepsschrift indient moet dit binnen de wettelijk gestelde termijn van zes weken doen. Dit staat in artikel 6:5 van de Awb. Dit is een harde termijn, waarop alleen een uitzondering kan worden gemaakt als blijkt dat opposante een geldige reden had waarom zij haar beroepsschrift te laat heeft ingediend. Voor deze uitzondering gelden strenge eisen.

5. Ondanks de persoonlijke omstandigheden van opposante is de rechtbank van oordeel dat zij voldoende tijd heeft gehad om tijdig een beroepschrift te kunnen indienen. De persoonlijke omstandigheden die opposante noemt maken dit niet anders. Opposante had ook een pro-forma beroepschrift kunnen indienen om de termijn veilig te stellen of iemand kunnen inschakelen om (pro-forma) beroep in te dienen voor haar, zoals bijvoorbeeld het juridisch loket of een advocaat-gemachtigde. Opposante heeft niet aannemelijk gemaakt waarom ze niemand heeft kunnen inschakelen. Een geldige reden is iets waar iemand echt niets aan kan doen. De rechtbank begrijpt dat opposante veel aan haar hoofd heeft gehad, naast haar chronische ziekte en beperkte energie, maar dat is niet voldoende. Dit betekent dat opposante niet aannemelijk heeft gemaakt dat er een geldige reden is waarom het beroepschrift te laat is ontvangen door de rechtbank

6. De rechtbank heeft terecht besloten om de uitspraak van 14 juni 2024 op grond van artikel 8:54 van de Awb zonder een zitting te doen, omdat er geen twijfel over de uitkomst van de zaak was. De rechtbank ziet in wat opposante heeft aangevoerd geen aanleiding voor het oordeel dat het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard. Een dergelijke uitzonderlijke situatie doet zich hier niet voor.

7. Dit betekent dat het verzet ongegrond is. De uitspraak van 14 juni 2024 blijft in stand.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van O. Asafiati, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 april 2025.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na verzending daarvan beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. I. Helmich

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?