ECLI:NL:RBMNE:2025:7153

ECLI:NL:RBMNE:2025:7153, Rechtbank Midden-Nederland, 15-07-2025, UTR 23/6538

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 15-07-2025
Datum publicatie 08-01-2026
Zaaknummer UTR 23/6538
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

verzet ongegrond; beroep terecht no omdat geen beroep open staat tegen ambtshalve besluit

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 juli 2025 op het verzet van

[opposant] , te [plaats] , opposant,

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 23/6538-V

(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat opposant heeft ingediend tegen het besluit van de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht (verweerder) van 22 november 2023.

In de uitspraak van 24 februari 2025 heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Opposant is tegen deze uitspraak in verzet gegaan.

De zitting heeft plaatsgevonden op 29 april 2025. Opposant is zelf niet verschenen, maar zijn gemachtigde wel. Namens verweerder is mevrouw D.J. Koopmans verschenen.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft in de uitspraak van 24 februari 2025 het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Daarbij heeft de rechtbank overwogen dat de heffingsambtenaar bij beschikking van 28 februari 2022 op grond van de Wet waardering onroerende zaken (wet WOZ) de waarde van de woning van opposant heeft vastgesteld, en dat opposant tegen die beschikking niet in bezwaar is gegaan. Op 2 april 2023 heeft opposant een brief gestuurd naar de heffingsambtenaar en daarin verzocht om ambtshalve vermindering van de waarde van de woning. Bij besluit van 22 november 2023 heeft de heffingsambtenaar volgens de rechtbank de brief ten onrechte als bezwaarschrift aangemerkt. Maar de heffingsambtenaar heeft daarbij de WOZ-waarde wel ambtshalve getoetst en besloten die waarde ambtshalve niet te verlagen. Omdat tegen een ambtshalve beslissing van de heffingsambtenaar geen bezwaar en beroep openstaat, heeft de rechtbank het beroep van opposant niet-ontvankelijk verklaard. Omdat de rechtbank geen twijfel had over de uitkomst van de zaak, heeft zij de uitspraak gedaan zonder eerst een zitting te houden. Dat mag op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

2. In deze zaak moet de rechtbank beoordelen of de rechtbank toen terecht heeft geoordeeld dat er geen twijfel over de uitkomst was en dat er dus geen zitting nodig was. De rechtbank kijkt (nog) niet of opposant gelijk heeft met zijn beroep. Dat gebeurt pas als de rechtbank van oordeel is dat de uitspraak van de rechtbank van 24 februari 2025 niet juist was.

3. Volgens opposant is de uitspraak van de rechtbank van 24 februari 2025 niet juist. Volgens opposant is duidelijk dat de WOZ-waarde verminderd had moeten worden, gelet op de vergelijking met andere woningen en de wijze waarop ten aanzien van die woningen de WOZ-waarde is bepaald. Verder heeft opposant er op gewezen dat hij op een zitting naar voren had willen brengen dat zijn brief van 2 april 2023 toch als ‘te laat bezwaar’ aangemerkt had moeten worden. Dan had opposant kunnen verzoeken om toepassing van artikel 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht. Opposant is een bejaarde burger van inmiddels 85 jaar oud en dan geldt dat zonder kennis van het belastingrecht redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

4. De rechtbank overweegt dat de beoordeling in onderhavige verzetsprocedure zich beperkt tot de vraag waarom opposant het niet eens is met de uitspraak van de rechtbank van 24 februari 2025. Aan hetgeen opposant heeft aangevoerd over de hoogte van de WOZ-waarde en de wijze waarop die waarde is vastgesteld, komt de rechtbank dan ook niet toe.

4. De rechtbank volgt opposant ook niet in het betoog dat bij nader inzien de brief van 2 april 2023 wel degelijk als (verschoonbaar) te laat ingediend bezwaar aangemerkt had moeten worden. Uit de bewoordingen van die brief blijkt dat opposant beoogt een verzoek om ambtshalve vermindering in te dienen en geen bezwaarschrift. In de brief lijkt opposant juist te onderkennen dat van een bezwaar geen sprake is, omdat hij daarvoor te laat is. Zo stelt hij dat hij voor de waardering per 1 januari 2022 wel tijdig bezwaar zal indienen. In het beroepschrift stelt opposant vervolgens dat de uitspraak van de heffingsambtenaar is gedaan “op een niet ingediend bezwaarschrift’. Gelet hierop ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat de rechtbank op onjuiste gronden heeft overwogen dat de brief ten onrechte is aangemerkt als bezwaarschrift.

5. Bij het oordeel van de rechtbank dat geen sprake is van een voor bezwaar en beroep vatbaar besluit, heeft de rechtbank in de uitspraak van 24 februari 2025 verwezen naar de betrokken regelgeving. Dat dit oordeel juist is volgt ook uit jurisprudentie. Opposant heeft geen gronden aangevoerd die leiden tot een ander oordeel.

7. Voor zover opposant beoogt te stellen dat ten onrechte geen proceskostenvergoeding is toegekend omdat gemachtigde wel degelijk een beroepsmatige rechtsbijstandverlener is, overweegt de rechtbank dat dit standpunt blijk geeft van een onjuiste lezing van de uitspraak. In de uitspraak is geen proceskostenvergoeding is uitgesproken omdat het beroep niet-ontvankelijk is verklaard. Aan de vraag of gemachtigde van opposant rechtsbijstandverlener is, is de rechtbank niet toegekomen.

8. Dit betekent dat het verzet ongegrond is en dat de uitspraak van de rechtbank van

24 februari 2025 in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Blok, rechter, in aanwezigheid van O. Asafiati, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2025.

De griffier is verhinderd om deze

uitspraak mede te ondertekenen

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na verzending daarvan beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. P.J. Blok

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?