ECLI:NL:RBMNE:2025:7154

ECLI:NL:RBMNE:2025:7154, Rechtbank Midden-Nederland, 15-07-2025, 24/5898

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 15-07-2025
Datum publicatie 08-01-2026
Zaaknummer 24/5898
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

verzet ongegrond; niet aannemelijk gemaakt dat bezwaar is ingediend.

Uitspraak

RECHTBANK [MIDDEN-NEDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 juli 2025 op het verzet van

[opposant] , te [plaats] , opposant,

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 24/5898-V

(gemachtigde: mr. J.W. Vugts).

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat opposant heeft ingediend op 12 september 2024 omdat de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht (verweerder) niet op tijd beslist zou hebben op het bezwaar van opposant.

In de uitspraak van 29 januari 2025 heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard.

Opposant is tegen deze uitspraak in verzet gegaan. De zitting heeft plaatsgevonden op

29 april 2025. Opposant is zelf niet verschenen, maar zijn gemachtigde wel. Namens verweerder is mevrouw D. Koopmans verschenen.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft in de uitspraak van 29 januari 2025 het beroep ongegrond verklaard, omdat het bezwaarschrift niet als ingediend kan worden beschouwd. Omdat de rechtbank geen twijfel had over de uitkomst van de zaak, heeft zij de uitspraak gedaan zonder eerst een zitting te houden. Dat mag op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

2. In deze zaak moet de rechtbank beoordelen of de rechtbank toen terecht heeft geoordeeld dat er geen twijfel over de uitkomst was en dat er dus geen zitting nodig was.

De rechtbank kijkt (nog) niet of opposant gelijk heeft met zijn beroep. Dat gebeurt pas als de rechtbank van oordeel is dat de uitspraak van de rechtbank van 29 januari 2025 niet juist was.

3. Volgens opposant is de uitspraak van de rechtbank van 29 januari 2025 niet juist omdat opposant meent dat wel aannemelijk is gemaakt dat het bezwaarschrift verweerder heeft bereikt. In het CRM-systeem van gemachtigde van opposant is te zien dat het is afgeleverd en niet is ‘gebounced’. Opposant legt daartoe een screenshot over, met een overzicht van e-mails. Bij een e-mail met het onderwerp “‘t.a.v. de heffingsambtenaar aangaan de pro-forma bezwaarschrift MC. Toet” staat “Afgeleverd”. Opposant heeft destijds gezegd dat hij bereid is om via teamviewer of iets dergelijks toegang te geven tot hun systeem zodat hij had kunnen laten zien dat de schermafbeelding daadwerkelijk overeenkomt met wat in hun systeem staat. Opposant stelt dat de vermelding dat de e-mail is afgeleverd overeenkomt met het overleggen van een ontvangstbevestiging.

4. De rechtbank volgt opposant niet. De rechtbank overweegt het volgende.

5. In de uitspraak van 29 januari 2025 is het uitgangspunt weergegeven dat in geval verweerder gemotiveerd heeft betwist dat hij het bezwaarschrift heeft ontvangen dat het dan aan opposant is om aannemelijk te maken dat verweerder het bezwaarschrift wel heeft ontvangen. Dit uitgangspunt volgt uit de wetsgeschiedenis waarnaar verwezen is en volgt ook uit de jurisprudentie. Dit betekent dat de bewijslast bij opposant ligt. Uit de jurisprudentie volgt ook dat een schermafbeelding waarop staat dat een e-mail is verzonden en afgeleverd als onvoldoende wordt geacht.

6. Opposant wijst in het verzetschrift wederom op een schermafbeelding, waaruit zou blijken dat de e-mail inclusief bezwaarschrift zou zijn afgeleverd. De stelling dat een dergelijke schermafbeelding gelijk zou zijn te stellen met een lees- of ontvangstbevestiging onderbouwt opposant verder niet. Op de zitting heeft opposant in dit kader er op gewezen dat hij ook geen nadere informatie kan overleggen. Een ontvangst- of leesbevestiging kan opposant evenmin overleggen, omdat – zo heeft opposant op de zitting toegelicht – gebruik wordt gemaakt van een systeem waarbij die functie ontbreekt. Dat opposant de verzending en ontvangst van het bezwaarschrift door verweerder aldus niet aannemelijk kan maken, komt voor zijn rekening en risico.

7. De rechtbank ziet in wat opposant heeft aangevoerd dan ook geen aanleiding om anders te oordelen dan in de uitspraak van 29 januari 2025. Het verzet is ongegrond. Dit betekent dat de uitspraak in stand blijft.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Blok, rechter, in aanwezigheid van O. Asafiati, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2025.

De griffier is verhinderd om deze

uitspraak mede te ondertekenen

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen de uitspraak over het beroep kan binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden hoger beroep worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. P.J. Blok

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?