RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 februari 2025 op het verzet van
[oppossant] , uit [plaats] , opposant,
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/4740-V
(gemachtigde: M.M. Breukers),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht (het college), verweerder.
Procesverloop
In de uitspraak van 10 juni 2022 heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard en het college opgedragen een beslissing op het bezwaarschrift van 15 december 2021 te nemen.
Deze uitspraak gaat over het tweede beroep dat opposant heeft ingediend op
11 oktober 2022. Opposant heeft dit ingediend, omdat het college naar aanleiding van genoemde uitspraak nog steeds geen besluit op het bezwaarschrift had genomen. In de uitspraak van 13 januari 2023 heeft de rechtbank dit beroep gegrond verklaard.
Beide partijen hebben tegen de uitspraak van 13 januari 2023 verzet ingesteld. Zij hebben daarbij niet gevraagd om op een zitting te worden gehoord.
Overwegingen
1. Volgens beide partijen is de uitspraak van de rechtbank van 13 januari 2023 niet juist, omdat het college inmiddels op 17 november 2022 wél een beslissing op bezwaar had genomen.
2. Bij het doen van de uitspraak van 13 januari 2023 heeft de rechtbank deze omstandigheid blijkbaar niet onderkend of was hiermee niet bekend. Het verzet is dus gegrond en de uitspraak van 13 januari 2023 vervalt.
3. De rechtbank zal het beroep dat thans gericht is tegen het besluit van
17 november 2022 verder in behandeling nemen. Daartoe zal de rechtbank de gronden van het beroep, alsmede de stukken van het dossier bij opposant respectievelijk het college opvragen. De rechtbank neemt nu nog geen beslissing over het verzoek tot vergoeding van de proceskosten en de immateriële schadevergoeding. Dit gebeurt pas in de einduitspraak over het beroep.
Beslissing
De rechtbank verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van O. Asafiati, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2025.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op: