ECLI:NL:RBMNE:2025:7162

ECLI:NL:RBMNE:2025:7162, Rechtbank Midden-Nederland, 16-10-2025, UTR 23/4048

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 16-10-2025
Datum publicatie 08-01-2026
Zaaknummer UTR 23/4048
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

verzet niet-ontvankelijk; te laat; geen verschoonbare termijnoverschrijding.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 oktober 2025 op het verzet van

[oppossant] , te [plaats] , opposant.

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 23/4048-V

Procesverloop

Opposant heeft bij de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (de minister) een inzageverzoek op grond van de Wet open overheid (Woo) gedaan. Bij besluit van

20 april 2023, gehandhaafd bij besluit van 25 juli 2023, heeft de minister het verzoek afgewezen. Opposant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 25 juli 2023. Bij uitspraak van 26 maart 2025 heeft de rechtbank dit beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft opposant verzet ingesteld.

De zitting heeft plaatsgevonden op 8 oktober 2025. Opposant is verschenen. De minister is verschenen bij gemachtigde K. al Hamdi.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft in de uitspraak van 26 maart 2025 het beroep ongegrond verklaard. Omdat de rechtbank geen twijfel had over de uitkomst van de zaak, heeft zij de uitspraak gedaan zonder eerst een zitting te houden. Dat mag op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

2. In deze zaak moet de rechtbank beoordelen of zij in de uitspraak van 26 maart 2025 terecht heeft geoordeeld dat er geen twijfel over de uitkomst was en dat er dus geen zitting nodig was. De rechtbank kijkt (nog) niet of opposant gelijk heeft met zijn beroep. Dat gebeurt pas als de rechtbank van oordeel is dat de genoemde uitspraak niet juist was.

3. Een verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken nadat de uitspraak van de rechtbank is verzonden. In dit geval was dat op 28 maart 2025. Het verzetschrift had dus uiterlijk op 9 mei 2025 bij de rechtbank ingediend moeten zijn. De rechtbank heeft het verzet evenwel pas ontvangen op 16 mei 2025. Dat is te laat. De hoofdregel is dan dat de rechtbank het verzet niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het verzetschrift te laat door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar opposant niets aan kan doen.

4. De rechtbank heeft opposant verzocht om toe te lichten waarom het verzet te laat was ingediend. Opposant heeft verklaard dat hij het verzetschrift al op 8 mei 2025 ter verzending aan de minister had aangeboden, maar dat hem later bleek dat er iets misgegaan was bij PostNL. Bij e-mailbericht van 27 mei 2025 heeft opposant verder toegelicht dat hij eind maart 2025 ernstig ziek was en dat zijn herstel lang duurde. In diezelfde periode heeft hij te maken gehad met een ernstige doodsbedreiging. Deze situatie heeft veel van de aandacht van opposant gevergd. Ook speelde mee dat hij meerdere Woo-procedures had lopen. Dit alles heeft ertoe geleid dat het opstellen en indienen van een verzetschrift is vertraagd.

5. De rechtbank oordeelt dat de door opposant aangevoerde omstandigheden geen verschoonbare redenen opleveren voor de termijnoverschrijding. Zo heeft opposant niet onderbouwd dat hij het verzetschrift al op 8 mei 2025 ter verzending zou hebben aangeboden bij PostNL. Verder heeft opposant niet aannemelijk gemaakt dat de overige aangevoerde omstandigheden van dien aard waren, dat het voor hem onmogelijk is geweest om tijdig een verzetschrift in te dienen. Dit had hij kunnen doen door de termijn voor het instellen van verzet te sauveren met een pro forma-verzetschrift. Ook had hij iemand kunnen benaderen om voor of namens hem tijdig een verzetschrift in te dienen.

6. De rechtbank oordeelt dat het verzet niet-ontvankelijk is. De rechtbank komt daardoor niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het verzetschrift. De uitspraak van

26 maart 2025 blijft aldus in stand.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van O. Asafiati, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 oktober 2025.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. R.J.A. Schaaf

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?