ECLI:NL:RBMNE:2025:7175

ECLI:NL:RBMNE:2025:7175, Rechtbank Midden-Nederland, 27-08-2025, C/16/592991 / FO RK 25-540

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 27-08-2025
Datum publicatie 12-01-2026
Zaaknummer C/16/592991 / FO RK 25-540
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Verhuiszaak. De rechtbank wijst het verzoek van de moeder om vervangende toestemming om met de kinderen te verhuizen af. De noodzaak om te verhuizen is onvoldoende gebleken en een verhuizing is niet in het belang van de kinderen. Ook wijst de rechtbank de verzoeken van de ouders over een verwijzing naar hulpverlening af, omdat zij het niet eens zijn over welke vorm van hulpverlening nodig is.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht

locatie Utrecht

zaaknummer: C/16/592991 / FO RK 25-540

Verhuizing

Beschikking van 27 augustus 2025

in de zaak van:

[verzoekster] ,

wonende in [plaats 1] ,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. M.F.J. Martens,

tegen

[verweerder] ,

wonende in [plaats 1] ,

hierna te noemen: de vader,

advocaat mr. S.N. Ziekman-Meijerink.

1. De procedure

De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:

het verzoekschrift van de moeder (met producties 1 tot en met 17) binnengekomen op 7 mei 2025;

het aanvullend verzoekschrift van de moeder (met producties 18 tot en met 25) van 15 juli 2025;

het verweerschrift van de vader (met producties 1 tot en met 15) met daarin een aantal zelfstandige verzoeken van 17 juli 2025;

het verweerschrift van de moeder op de zelfstandige verzoeken van de vader van 22 juli 2025;

de brief van de vader van 22 juli 2025.

De verzoeken zijn besproken tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van 23 juli 2025. Daarbij waren aanwezig:

de ouders met hun advocaten;

de heer [A] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).

De rechtbank heeft aan de minderjarige [minderjarige 2 (voornaam)] , de zoon van de ouders, gevraagd wat hij van de verzoeken vindt. [minderjarige 2 (voornaam)] heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om zijn mening te geven.

De rechtbank heeft de aan minderjarige [minderjarige 1 (voornaam)] , de dochter van de ouders, niet gevraagd wat zij van de verzoeken vindt. De rechtbank vraagt dat alleen aan kinderen van acht jaar of ouder. Kinderen onder de acht jaar vindt de rechtbank daar nog te jong voor.

De advocaat van de vader heeft tijdens de zitting een pleitnotitie overgelegd en deze voorgedragen.

2. Waar de procedure over gaat

De ouders zijn met elkaar getrouwd geweest.

Zij hebben samen twee kinderen:

[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2018 in [geboorteplaats] (België);

[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2017 in [geboorteplaats] (België).

De ouders hebben samen het gezag over [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] . Dat betekent dat zij samen de belangrijke beslissingen over de kinderen moeten nemen.

[minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] hebben hun hoofdverblijf bij de moeder. Zij verblijven zes nachten in de twee weken bij de vader en acht nachten bij de moeder, waarbij op de woensdagen wordt gewisseld om 9.00 uur. De vakantie- en feestdagen zijn bij helfte verdeeld.

[minderjarige 2 (voornaam)] heeft het syndroom van Marfan, een genetische aandoening die invloed heeft op het bindweefsel. Daarnaast is bij [minderjarige 2 (voornaam)] een ongespecificeerde neurobiologische ontwikkelingsstoornis vastgesteld met kenmerken van het autismespectrumstoornis. Hij heeft daardoor moeite met onder andere prikkelverwerking en raakt snel overbelast.

De moeder is zwanger van haar huidige partner; de baby wordt naar verwachting een week na de zitting geboren.

De moeder vraagt de rechtbank om vervangende toestemming om met [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] naar [plaats 2] te verhuizen met wijziging van school (primair onderwijs). Ook vraagt zij de rechtbank om een parenting coördinator te benoemen met een beslissingsmandaat, die partijen in ieder geval, maar niet uitsluitend, gaat begeleiden bij overleg en besluitvorming van partijen over de medische zorg voor met name [minderjarige 2 (voornaam)] (maar ook voor [minderjarige 1 (voornaam)] ), het sporten van de kinderen, de keuze van het voortgezet onderwijs voor de kinderen en de uitvoering van de zorg- en contactregeling.

De vader is het hier niet mee eens. Hij vindt dat de verzoeken van de moeder moeten worden afgewezen. De vader vraagt de rechtbank om te bepalen dat de moeder haar medewerking verleent aan gerichte en specialistische hulpverlening en ouders door te verwijzen naar een traject ouderschapsbemiddeling en hen aan te melden bij [instelling] , het Uniforme Hulpaanbod, of een ander daarvoor gespecialiseerde hulpverleningsinstantie. De vader verzoekt om te bepalen dat het hoofdverblijf van [minderjarige 2 (voornaam)] en [minderjarige 1 (voornaam)] voortaan bij de vader zal zijn, als – zo heeft hij tijdens de zitting verduidelijkt – het verzoek van de moeder om te verhuizen wordt toegewezen.

De moeder vindt dat de verzoeken van de vader moeten worden afgewezen.

3. De beoordeling

De rechtbank zal de verzoeken van de moeder afwijzen. Dat betekent onder andere dat de moeder niet met de kinderen naar [plaats 2] mag verhuizen en zij de kinderen daar niet op een basisschool mag inschrijven. Daarmee hoeft de rechtbank niet meer te beslissen op het voorwaardelijke verzoek van de vader. Verder zal de rechtbank het verzoek van de vader afwijzen. De rechtbank zal hieronder uitleggen waarom zij deze beslissing neemt.

De verhuizing

De rechtbank stelt voorop dat iedere ouder het recht heeft om zijn of haar leven met de kinderen in te richten op een manier die hem of haar goed lijkt. Daaronder valt in beginsel ook de vrijheid om op een andere plek met de kinderen te gaan wonen. Als de ene ouder het niet eens is met de verhuisplannen van de andere ouder, dan moet de rechtbank alle omstandigheden in kaart brengen en een belangenafweging maken. Bij gezamenlijk gezag heeft de ene ouder namelijk toestemming nodig van de andere ouder voor het wijzigen van de woonplaats van de kinderen. Het belang van het kind staat bij de belangenafweging voorop, maar afhankelijk van de omstandigheden kunnen andere belangen zwaarder wegen.

Uit vaste rechtspraak van de Hoge Raad blijken verschillende factoren die een rol kunnen spelen bij de beoordeling van dergelijke verzoeken. In dit geval zal de rechtbank voornamelijk ingaan op de vraag of de noodzaak om te mogen verhuizen voldoende is onderbouwd, wat de gevolgen zijn voor het contact tussen [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] en de vader en of de verhuizing in het belang van de kinderen is. Die factoren zijn naar het oordeel van de rechtbank in onderlinge samenhang bezien in dit geval doorslaggevend.

De noodzaak om te verhuizen

Naar het oordeel van de rechtbank is de noodzaak om naar [plaats 2] te verhuizen met [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] zoals de moeder die stelt, onvoldoende gebleken. De verhuizing is volgens de moeder nodig omdat haar huidige woning niet voldoende ruimte biedt voor een babykamer en om te kunnen gaan samenwonen met haar partner. De vader heeft gesteld dat de woning van de moeder een normale eengezinswoning is, die gemakkelijk door een gezin met drie kinderen bewoond kan worden. Daarnaast heeft hij erop gewezen dat in [plaats 1] en de directe omgeving van de huidige woning van de moeder meerdere (koop)woningen beschikbaar zijn die meer ruimte bieden. De moeder heeft hierop tijdens de zitting verklaard dat zij niet heeft gezocht naar een grotere woning in [plaats 1] of de directe omgeving van de huidige woning. Zij wil met haar partner, die nu in Amsterdam woont, en de kinderen naar [plaats 2] ( [.] ) verhuizen en de kinderen ook daar naar school laten gaan. De rechtbank kan de moeder hier niet in volgen. Zij gaat er met deze plannen aan voorbij dat [plaats 1] voor [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] al enkele jaren het centrum van hun leven is en dat zij daar inmiddels geworteld zijn. Weliswaar is de afstand tussen [plaats 1] en [plaats 2] ( [.] ) in (auto)kilometers relatief beperkt, maar de rechtbank vindt, met de vader en de Raad, dat de kinderen door een verhuizing naar [plaats 2] [.] worden weggehaald uit hun vertrouwde omgeving en dat is onwenselijk. De rechtbank betrekt daarbij dat [minderjarige 2 (voornaam)] en [minderjarige 1 (voornaam)] inmiddels in [plaats 1] naar school gaan en dat het daar met beiden goed gaat. [minderjarige 2 (voornaam)] is al een keer van school gewisseld naar de huidige school, en kan nu op het reguliere basisonderwijs goed mee komen. Juist voor hem is het belangrijk dat deze positieve ontwikkeling kan worden voortgezet.

Ook is de rechtbank niet gebleken dat, zoals de moeder stelt, de verhuizing naar [plaats 2] noodzakelijk is voor de kinderen vanwege de daar beter beschikbare specialistische zorg voor [minderjarige 2 (voornaam)] en grotere ontwikkelmogelijkheden voor beide kinderen. Niet is gebleken dat de zorg voor [minderjarige 2 (voornaam)] in de huidige situatie of de nabije toekomst ontoereikend is of dat de ontwikkeling van de kinderen anderszins tekortschiet als zij in [plaats 1] wonen. Zo krijgt [minderjarige 2 (voornaam)] fysiotherapie, logopedie, begeleiding bij de revalidatiekliniek [naam] en sinds kort ook hydrotherapie. Voor zover deze zorgverlening niet in [plaats 1] is, brengen de ouders [minderjarige 2 (voornaam)] daarheen met de auto en op de zitting is naar voren gebracht dat beiden ervoor voor kunnen en willen zorgen om hem daar te brengen. De moeder heeft onvoldoende aangetoond dat de benodigde zorg voor [minderjarige 2 (voornaam)] in [plaats 2] , zoals hydrotherapie, niet toegankelijk is vanuit [plaats 1] . Daarnaast hockeyen beide kinderen in [plaats 1] ; dat ze dat ook in [plaats 2] kunnen doen, maakt niet dat het in [plaats 1] niet goed is. De moeder maakt zich zorgen dat de situatie van [minderjarige 2 (voornaam)] , en daarmee zijn behoeften in de toekomst, mogelijk zal veranderen. Dat is op zichzelf voorstelbaar maar dat is nu niet aan de orde. De rechtbank vindt dan ook dat de moeder daarmee vooruitloopt op iets waarvan niet zeker is dat het zich in de toekomst voordoet en voorbij gaat aan het belang van de kinderen bij het voortbestaan van de huidige, voor hen positieve situatie. Het is mogelijk dat er in de toekomst veranderingen plaatsvinden gezien de gezondheids- en ontwikkelingsproblematiek van [minderjarige 2 (voornaam)] , maar dat is geen reden om te oordelen dat er daarom nu een noodzaak is om te verhuizen naar [plaats 2] .

Verhuizing niet in het belang van de kinderen

Verder is de rechtbank van oordeel dat de verhuizing naar [plaats 2] ook gezien de zorgregeling niet in het belang van de kinderen is. Er is nu sprake van een co-ouderschapregeling waarbij de kinderen door de week deels bij de moeder als bij de vader verblijven. De ouders zijn het erover eens dat de verdeling van de zorgtaken moet blijven zoals die nu is. De rechtbank ziet dat de ouders, ondanks de scheiding, de zorg voor de kinderen de afgelopen jaren op een hele goede manier met elkaar hebben kunnen regelen. De kinderen gaan al een aantal jaar heen en weer tussen beide ouders, die op loopafstand van elkaar in dezelfde buurt wonen. Beide ouders hebben daarbij een nagenoeg gelijk aandeel in de verdeling van de zorgtaken. Voor de kinderen is deze omgeving het centrum van hun dagelijks leven, waarbij beide ouders volop betrokken zijn. De rechtbank volgt de moeder daarom niet in haar standpunt dat de verhuizing zo goed als geen impact zal hebben op de zorgregeling: bij het deels gaan wonen in [plaats 2] zijn er twee leefomgevingen waar zij mee te maken zullen krijgen. De praktische gevolgen voor de kinderen van een verhuizing van huis en school naar [plaats 2] , zijn dan ook groot. Dat terwijl de kinderen, zoals de vader onweersproken heeft gesteld, nu juist in hun eigen woonomgeving steeds zelfstandiger worden en vrijer kunnen bewegen. Hun vriendjes en klasgenootjes wonen grotendeels in de buurt van school en de ouders en de kinderen kunnen - ongeacht bij welke ouder ze zijn - gemakkelijk zelf even bij een buurtkindje langs of op het schoolplein spelen. De situatie die moeder beoogt, waarbij steeds in ieder geval een deel van de week van en naar school heen en weer gereden moet worden met de auto, is voor de kinderen nadelig. [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] gaan nog in ieder geval minimaal vier jaren naar de basisschool. Zij zullen vanwege hun leeftijd de komende jaren nog steeds afhankelijk zijn van het vervoer naar school, naar de andere ouder en naar (speel)afspraken buiten schooltijd. Dat vergroot de onrust maar werkt ook belemmerend bij buitenschoolse activiteiten. Het aanbod van de moeder aan de vader om als compensatie de kinderen op de wisseldagen naar de vader te brengen, heft dit nadeel voor de kinderen niet op.

Verder is van belang dat het nu goed gaat met de kinderen in de huidige woonomgeving. Zij hebben daar vriendjes en vriendinnetjes, nemen deel aan sociale activiteiten en sportactiviteiten en het gaat goed op school. De rechtbank maakt zich met de Raad zorgen over de impact van de voorgenomen verhuizing op de ontwikkeling van met name [minderjarige 2 (voornaam)] , omdat hij moeite heeft met prikkelverwerking en snel overbelast raakt. [minderjarige 2 (voornaam)] is in augustus 2023 van het speciaal onderwijs ingestroomd op het regulier onderwijs in [plaats 1] . De vader heeft onweersproken gesteld dat de ontwikkeling van [minderjarige 2 (voornaam)] sindsdien met grote stappen vooruit is gegaan. Hoewel de moeder zich zorgen maakt over de beperkte ruimte voor passende ondersteuning en de grootte van de klassen op de huidige basisschool, is niet aannemelijk dat dergelijke zorgen (of andere problemen) zich op een school in [plaats 2] niet voor zullen doen. Een wisseling van school is in die zin een gok met een onvoorziene uitkomst en daarom voor [minderjarige 2 (voornaam)] niet verantwoord. De school in [plaats 1] zegt [minderjarige 2 (voornaam)] juist wel voldoende te kunnen begeleiden en voorziet niet dat nu extra zorg voor hem nodig is die de school niet zelf kan bieden. Het is daarom belangrijk dat [minderjarige 2 (voornaam)] voorlopig op dezelfde basisschool kan blijven om zijn ontwikkeling te waarborgen. Gelet op de voorgaande omstandigheden vindt de rechtbank het niet in het belang van de kinderen, en met name niet in die van [minderjarige 2 (voornaam)] , om te verhuizen en daarmee van basisschool te veranderen.

De moeder heeft ter zitting nog de mogelijkheid voorgesteld om bij een verhuizing naar [plaats 2] , de kinderen in [plaats 1] op school te laten. Daarbij gaat zij echter naar het oordeel van de rechtbank ook voorbij aan de(zelfde) praktische gevolgen voor de kinderen en bezwaren voor [minderjarige 2 (voornaam)] . Het standpunt van de moeder dat een nieuw sociaal leven in [plaats 2] niet in de plaats komt van het sociale leven van de kinderen in [plaats 1] maar daarop een toevoeging zal zijn, volgt de rechtbank om dezelfde redenen als hierboven niet, gelet op de belastbaarheid van [minderjarige 2 (voornaam)] .

Parenting coördinator / hulpverlening

De moeder stelt dat zij, als de gevraagde toestemming van de rechtbank krijgt, nooit zal kunnen samenwonen met haar nieuwe partner. Dat is uiteraard niet zo, maar de moeder zal bij haar wens om een ander huis te betrekken, rekening moeten blijven houden met de gevolgen van een verhuizing gezien vanuit de behoeften van [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] . Zij kan daardoor niet in alle vrijheid bepalen waar zij wil wonen. Zij zal in overleg moeten gaan met de vader over wat wel mogelijk is ten aanzien van een verhuizing.

Beide ouders hebben gevraagd om een verwijzing naar hulpverlening omdat het hen niet lukt zelfstandig te overleggen. De rechtbank is het wel met beide ouders eens dat zij hulpverlening nodig hebben. Om te kunnen verwijzen naar een bepaalde vorm van hulpverlening is echter instemming en medewerking van beide ouders vereist. Nu de ouders het niet eens zijn over welke vorm van hulpverlening nodig is, kan de rechtbank beide verzoeken niet toewijzen. De ouders zullen dus een vorm van hulpverlening moeten zoeken waar zij beiden voor open staan.

Het baart de rechtbank zorgen dat kennelijk de verstandhouding tussen partijen anders is geworden sinds zij het ouderschapsplan hebben ondertekend in juli 2024. Daarin is weinig afgesproken over een verhuizing, namelijk alleen dat de ouders elkaar tijdig informeren en overleggen over de eventuele gevolgen voor de invulling van het ouderschap. Dat de moeder nu een andere partner heeft en er sprake zal zijn van een nieuwe gezinssituatie bij haar (en voor de kinderen), brengt wellicht mee dat de ouders andere afspraken moeten maken dan eerder. Het betekent echter niet dat de moeder het ouderschapsplan naast zich neer kan leggen en eenzijdig beslissingen kan nemen, zoals om enkel via de e-mail te overleggen met de vader. De zorgen die de moeder heeft geuit over de houding van de vader in haar richting, vinden geen steun in wat de rechtbank in de stukken en op de zitting heeft gezien.

De ouders hebben gezamenlijk het gezag over de kinderen en zullen de komende jaren nog veel met elkaar moeten overleggen en afspraken moeten maken. De moeder wil een deel van de verantwoordelijkheid voor het nemen van beslissingen over de kinderen bij een derde leggen. Gezaghebbende ouders moeten echter samen de beslissingen nemen.

Het zou daarom voor de kinderen goed zijn wanneer de ouders hulp zoeken om elkaar meer te accepteren als ouder en om een passende vorm van onderlinge communicatie als ouders-ex partners te vinden. Ouderschapsbemiddeling is daarvoor een aangewezen weg. Vooral de problematiek van [minderjarige 2 (voornaam)] vergt een constructieve samenwerking van de ouders en korte lijntjes in de communicatie. Verder is het belangrijk dat de ouders de positie van [minderjarige 1 (voornaam)] en haar ontwikkeling niet uit het oog verliezen. Op dit moment zijn er geen zorgen over haar ontwikkeling, maar de rechtbank vindt het met de moeder belangrijk dat zij niet onnodig gebukt gaat onder de zorgen over haar broer [minderjarige 2 (voornaam)] en de echtscheidingsproblematiek. Dat vereist (ook in de toekomst) in het bijzonder samenwerking van de ouders, zodat [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] voelen dat de ouders gezamenlijk de verantwoordelijkheid dragen en niet zij.

De proceskosten

De rechtbank zal bepalen dat de ouders allebei hun eigen proceskosten moeten betalen, omdat zij geen reden ziet om één van de ouders in de proceskosten te veroordelen.

Hierna volgt de beslissing. De rechtbank gebruikt daar de begrippen uit de wet.

4. De beslissing

De rechtbank:

wijst de verzoeken van de ouders af;

bepaalt dat de ouders allebei hun eigen proceskosten moeten betalen.

Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. V.M.M. van Amstel (kinder)rechter in samenwerking met mr. A.W.S. Stukker, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 augustus 2025.

Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. A.W.S. Stukker

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl Sdu Nieuws Personen- en familierecht 2026/44
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?