ECLI:NL:RBMNE:2025:7200

ECLI:NL:RBMNE:2025:7200, Rechtbank Midden-Nederland, 19-12-2025, UTR 24/7813

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 19-12-2025
Datum publicatie 16-01-2026
Zaaknummer UTR 24/7813
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Wet hersteloperatie toeslagen (WHT), beroep gegrond, onvoldoende gemotiveerd waarom vermogen van B.V. niet onder WHT zou vallen

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 december 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

De minister van Financiën

Samenvatting

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 24/7813

en

(gemachtigde: mr. A. van der Spoel).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser tot het overnemen van een schuld op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Eiser is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de aanvraag tot overname van de schuld is afgewezen. Eiser krijgt dus gelijk en het beroep is dus gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. De minister heeft de aanvraag van eiser met het besluit van 11 juni 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 22 oktober 2024 op het bezwaar van eiser is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 10 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Het bestreden besluit

3. Eiser is aangemerkt als gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire. Hij heeft aan Sociale Banken Nederland (SBN) een schuldenlijst toegezonden met de bedoeling om in aanmerking te komen voor overname van zijn private schulden. Op de schuldenlijst staan diverse schulden, waaronder een schuld aan [bedrijf 1] B.V. Het geschil ziet enkel op deze schuld.

4. Met het bestreden besluit heeft de minister het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Ter zitting heeft de minister nader toegelicht dat – kort samengevat – de schuld van eiser niet wordt overgenomen, omdat het een zakelijke schuld van een B.V. betreft. Zakelijke schulden worden niet overgenomen. De minister wijst er verder op dat het vermogen van een B.V. naar zijn aard gescheiden is van het privévermogen. Dat eiser zich hoofdelijk voor alle verplichtingen aansprakelijk heeft gesteld voor de leningen van zijn B.V., doet hieraan niets af. Dit is namelijk zijn eigen keuze geweest.

Heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat de schuld van eiser bij [bedrijf 1] B.V. niet voor overname in aanmerking komt?

5. Eiser voert – kort samengevat – aan dat zijn schuld moet worden gezien als private schuld in de zin van de Wht. De schuld bij [bedrijf 1] B.V. is weliswaar aangegaan door de B.V. [bedrijf 2] ( [bedrijf 2] ), maar eiser staat persoonlijk garant voor de schuld. Dat is ook in de leningsovereenkomst opgenomen. Daarmee is de schuld van [bedrijf 2] aan [bedrijf 1] B.V. ten laste gekomen aan het privévermogen van eiser. Het was voor eiser geen keuze om persoonlijk garant te staan, in tegenstelling tot wat de minister beweert. Eiser wijst er op dat het gaat om een eenmanszaak en dat in de financiële wereld het vereiste om als directeur groot aandeelhouder persoonlijk garant te staan, gebruikelijk is. Eiser heeft hiervoor verwezen naar de algemene voorwaarden van verschillende banken en naar regelingen van de rijksoverheid, waarbij deze eis ook wordt gesteld.

6. De rechtbank overweegt dat niet in geschil is dat eiser persoonlijk garant staat voor de schuld die [bedrijf 2] bij [bedrijf 1] B.V. is aangegaan. Ook is niet in geschil dat deze schuld opeisbaar is geworden. Uit het bestreden besluit en wat er op de zitting is besproken maakt de rechtbank verder op dat de minister ook niet betwist dat de schuld verhaald kan worden op het privévermogen van eiser.

In zowel de tekst als de wetsgeschiedenis van de Wht vindt de rechtbank geen steun voor het standpunt van de minister dat de schuld niet in aanmerking komt om overgenomen te worden, omdat de Wht niet zou voorzien in overname van zakelijke schulden. In de wettekst van de Wht staat geen weigeringsgrond voor een zakelijke schuld die is aangegaan door een B.V. waar de gedupeerde DGA of enig aandeelhouder van is.

De memorie van toelichting bij de Wht, waar de minister ter onderbouwing van zijn standpunt ook naar heeft verwezen, luidt als volgt:

In lijn met het beleid ten aanzien van de kwijtschelding van bestuursrechtelijke zakelijke schulden is ervoor gekozen om ook privaatrechtelijke zakelijke schulden die voortvloeien uit de vorm van een eenmanszaak of een personenvennootschap gedreven onderneming die op het privé vermogen van de gedupeerde ouder dan wel zijn of haar toeslagpartner kunnen worden verhaald te betalen. Het kabinet wil voorkomen dat gedupeerden door verhaal op hun privé vermogen voor ondernemingsschulden alsnog persoonlijk in de problemen komen.

Uit de wetsgeschiedenis volgt dus dat privaatrechtelijke zakelijke schulden die voortvloeien uit een eenmanszaak of personenvennootschap die drukken op privévermogen van gedupeerde ouder, kunnen worden overgenomen.

7. Weliswaar worden alleen eenmanszaken en personenvennootschappen genoemd, maar een schuld van een B.V. wordt ook niet expliciet uitgesloten. Voor het standpunt van de minister, dat de wetgever er bewust voor heeft gekozen een B.V. weg te laten in de opsomming in de memorie van toelichting en dat de B.V. daarom bewust is uitgesloten, ziet de rechtbank geen onderbouwing. Hoewel de minister er terecht op wijst dat het vermogen van een B.V. in beginsel is afgescheiden van het privévermogen, is in dit geval niet in geschil dat de schuld van de B.V. kan worden verhaald op het privévermogen van eiser. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat de wetgever ruimte heeft willen bieden voor het overnemen van private zakelijke schulden die rusten op privévermogen, ter voorkoming dat gedupeerden door verhaal op hun privévermogen voor ondernemingsschulden alsnog persoonlijk in de problemen komen. De rechtbank ziet zonder nadere motivering niet in waarom de schuld van eiser onder de genoemde omstandigheden niet ook voor overname in aanmerking kan komen.

8. De minister heeft er in het bestreden besluit op gewezen dat eiser er zelf voor heeft gekozen om de scheiding tussen vermogens te doorbreken door persoonlijk garant te staan voor de lening. De omstandigheid dat de schuld op het privévermogen van eiser drukt is in zoverre aan eiser verwijtbaar volgens de minister. Op de zitting is besproken dat volgens de memorie van toelichting (aantoonbare) verwijtbaarheid een rol kan spelen bij het niet overnemen van schulden, maar dat daarbij gesproken wordt over ernstig misbruik, nalatigheid of strafbare feiten. Op zitting heeft de minister erkend dat van ernstig misbruik, nalatigheid of strafbare feiten hier geen sprake is. Bovendien heeft eiser naar voren gebracht dat het in de financiële wereld gebruikelijk is om bij het aangaan van een lening persoonlijke garantstelling te vragen van een DGA van een B.V. en dat in zoverre het niet ongebruikelijk is dat de scheiding met het privévermogen doorbroken wordt. Dit heeft eiser met verschillende documenten onderbouwd. De minister is in zijn geheel niet ingegaan op dit standpunt. Ook op de zitting heeft de minister niet toegelicht waarom dit standpunt van eiser niet kan worden gevolgd en waarom dit geen aanleiding vormt om de schuld in zijn situatie toch over te nemen. De enkele snelle zoektocht op internet op zitting dat er kennelijk ook leningen zijn zonder het vereiste van persoonlijke garantstelling van de DGA is daarvoor onvoldoende en vindt de rechtbank geen zorgvuldige werkwijze.

9. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister onvoldoende gemotiveerd dat de schuld van eiser onder de genoemde omstandigheden niet voor overname in aanmerking komt.

Conclusie

10. Het voorgaande betekent dat de minister naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende heeft gemotiveerd waarom in het geval van eiser de schuld aan [bedrijf 1] B.V. niet overgenomen kan worden op grond van artikel 4.1 van de Wht. De minister zal het overnemen van deze schuld opnieuw moeten beoordelen.

Conclusie en gevolgen

11. Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit. De minister dient een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van zes weken, gerekend vanaf de dag na verzending van deze uitspraak.

Omdat het beroep gegrond is moet de minister het griffierecht aan eiser vergoeden. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen is niet gebleken.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- draagt de minister op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een

nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;

- bepaalt dat de minister het griffierecht van € 51,- aan eiser dient te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Blok, rechter, in aanwezigheid van

mr. M.A.W.M. Engels, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 19 december 2025.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. P.J. Blok

Griffier

  • mr. M.A.W.M. Engels

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?