ECLI:NL:RBMNE:2025:7201

ECLI:NL:RBMNE:2025:7201, Rechtbank Midden-Nederland, 10-11-2025, UTR 25/5592

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 10-11-2025
Datum publicatie 16-01-2026
Zaaknummer UTR 25/5592
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Intrekking erkenning bedrijfsvoorraad, verzoek afgewezen, mondelinge uitspraak

Uitspraak

[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker

en

De directie van de Dienst wegverkeer, RDW

(gemachtigde: mr. S.C. van Bergen).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker in het kader van een besluit van de RDW.

De RDW heeft met het besluit van 15 augustus 2024 de erkenning bedrijfsvoorraad van eiser ingetrokken voor de duur van 4 weken, waarvan 2 weken voorwaardelijk, vanwege overtreding van artikel 62, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994. Met de beslissing op bezwaar van 22 september 2025 (het bestreden besluit) is de RDW bij de intrekking van de bedrijfsvoorraad gebleven. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening ter schorsing van de tijdelijke intrekking van de erkenning bedrijfsvoorraad, totdat op het beroep is beslist.

De RDW heeft de sanctie opgeschort tot twee weken na de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening.

De RDW heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 10 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker en de gemachtigde van de RDW. Ook zijn namens verzoeker [A] en [B] verschenen.

Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) alleen een voorlopige voorziening als “onverwijlde spoed” dat vereist. Daarvan is volgens verzoeker sprake. Volgens verzoeker zal als gevolg van de intrekking de bedrijfsvoering nagenoeg stil komen te liggen. Gedurende de intrekking van de erkenning bedrijfsvoorraad kan eiser geen gebruik maken van de zogeheten VIA procedure, het online aanvragen van een Nederlands kenteken. Hierdoor kan verzoeker alleen met een fysieke keuring bij een RDW-keuringsstation een Nederlands kenteken aanvragen. Dit is voor verzoeker geen werkbare optie, omdat de wachttijd voor die procedure al snel drie weken bedraagt. Op de zitting heeft verzoeker daarbij toegelicht dat hij voor het maken van een afspraak een chassisnummer nodig heeft. Het is voor hem dan ook niet mogelijk om nu al een afspraak voor in de periode van de schorsing te maken, omdat bij hem nu nog niet bekend is om welke chassisnummers het gaat. Verzoeker wijst er op dat hij als gevolg van de sanctie klanten op de hoogte zal moeten brengen dat zijn dienstverlening twee weken langer zal duren. Dat zal er toe leiden dat die klanten – die gelet op het hoge segment ook hoge eisen stellen – naar de concurrent over zullen stappen. Naast het inkomen dat verzoeker hierdoor misloopt in de periode van intrekking, zal hij ook reputatieschade lijden. Klanten zullen elkaar op de hoogte brengen. Zijn zorgvuldig opgebouwde netwerk van klanten en de zorgvuldig opgebouwde reputatie van betrouwbaarheid en snelheid zullen dan worden aangetast.

2. Uit vaste rechtspraak volgt dat een financieel belang op zichzelf onvoldoende reden vormt om een voorlopige voorziening te treffen. Eventuele schade kan immers worden verhaald, indien achteraf blijkt dat het bestreden besluit onrechtmatig is. Het beroep is in zoverre – anders dan verzoeker stelt – ook niet illusoir. Een financieel belang kan wel voldoende reden zijn voor het treffen van een voorlopige voorziening indien aannemelijk is dat verzoeker in een financiële noodsituatie zal komen te verkeren.

3. In dit geval is naar het oordeel van de voorzieningenrechter uitsluitend sprake van financiële belangen. Verzoeker wijst met name op de omstandigheid dat zijn klanten langer zullen moeten wachten en naar de concurrent zullen overstappen. Dat betekent dat hij in de periode van de intrekking klanten zal mislopen. Verder is het volgens verzoeker aannemelijk dat hij ook daarna klanten zal mislopen, omdat hij tijdelijk niet aan de korte doorlooptijd kan voldoen en zijn reputatie als gevolg daarvan in het geding komt. De voorzieningenrechter oordeelt dat het door verzoeker geschetste gevolg van de intrekking in de kern neerkomt op het mislopen van klanten. Dit duidt op het mislopen van inkomen, wat naar zijn aard een financieel belang betreft.

4. De volgende vraag is dan of aannemelijk is geworden of verzoeker in een financiële noodsituatie zal verkeren. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is niet gebleken dat daar sprake van zal zijn. Verzoeker heeft niet naar voren gebracht wat de omvang van de gestelde financiële schade zal zijn en evenmin dat hij die financiële schade kan dragen.

5. De voorzieningenrechter komt tot de conclusie dat enkel sprake is van een financieel belang, waarbij niet aannemelijk is geworden dat verzoeker in een financiële noodsituatie zal komen te verkeren. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is er dan ook geen sprake van een spoedeisend belang.

6. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af. De beslissing op bezwaar zal niet inhoudelijk worden getoetst. De beslissing op bezwaar is niet geschorst. Op de zitting is besproken dat partijen in gesprek zullen gaan over de datum waarop de tijdelijke intrekking van de erkenning bedrijfsvoorraad in zal gaan.

7. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenvergoeding.

8. Partijen zijn erop gewezen dat tegen deze mondelinge uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 10 november 2025 door mr. P.J. Blok, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.A.W.M. Engels, griffier.

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M.A.W.M. Engels

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?