ECLI:NL:RBMNE:2025:7205

ECLI:NL:RBMNE:2025:7205, Rechtbank Midden-Nederland, 19-12-2025, 11963202 \ UV EXPL 25-285 WMB/61313

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 19-12-2025
Datum publicatie 13-01-2026
Zaaknummer 11963202 \ UV EXPL 25-285 WMB/61313
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Vordering tot nabetaling loon en verstrekking specificaties. Vordering grotendeels afgewezen, omdat daar al aan is voldaan. (ZIE OOK: ECLI:NL:RBMNE:2025:5111)

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht, kantonrechter

Zittingsplaats Utrecht

Zaaknummer: 11963202 \ UV EXPL 25-285 WMB/61313

Vonnis in kort geding van 19 december 2025

in de zaak van

[eiser] ,

wonend in [woonplaats] ,

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

hierna te noemen: [eiser] ,

gemachtigde: mr. J.W. Menkveld,

tegen

ALLES REINIGING B.V.,

gevestigd in Utrecht,

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

hierna te noemen: Alles Reiniging,

vertegenwoordigd door [A] .

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties van 25 november 2025;

- de e-mail van [eiser] met aanvullende producties van 1 december 2025;- de conclusie van antwoord met producties, met daarin een eis in reconventie, van 4 december 2025;- de mondelinge behandeling van 5 december 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

[eiser] is met mr. Menkveld bij de mondelinge behandeling verschenen. Namens Alles Reiniging is verschenen de heer [A] , [functie 1] bij Alles Reiniging. Aan het begin van de zitting heeft [eiser] bezwaar gemaakt tegen het toelaten van de conclusie van antwoord. Volgens [eiser] is die te laat ingediend, omdat dat tot uiterlijk drie dagen voor de zitting mocht. De kantonrechter heeft het bezwaar afgewezen, omdat een conclusie van antwoord tot uiterlijk 24 uur voor de zitting mag worden ingediend en niet meer vast te stellen is of Alles Reiniging het stuk (net) te laat bij de ontvangstbalie van de rechtbank heeft ingediend. Daarnaast is de conclusie van antwoord maar drie pagina’s en bestaat het grootste deel van de producties uit de gevraagde loonspecificaties, berichten aan en van [eiser] , en betalingsbewijzen van betalingen aan [eiser] . De kantonrechter heeft [eiser] de mogelijkheid geboden om de stukken op de gang met zijn advocaat of gezamenlijk in de zittingszaal door te nemen. Hij heeft voor het laatste gekozen. Ook op een later moment heeft de kantonrechter [eiser] de mogelijkheid geboden de stukken zelf nog door te nemen. Van deze mogelijkheid heeft [eiser] geen gebruik gemaakt. De kantonrechter heeft aan het eind van de zitting bepaald dat vonnis zal worden gewezen.

2. De kern van de zaak

[eiser] is bij Alles Reiniging in dienst als [.] medewerker . [eiser] wil (in conventie) dat Alles Reiniging hem een bedrag van € 4.567,36 netto aan achterstallig loon betaalt, vermeerderd met de wettelijke verhoging, en dat Alles Reiniging op straffe van een dwangsom wordt veroordeeld tot het verstrekken van correcte loonspecificaties vanaf 1 oktober 2023 tot het einde van het (huidige) dienstverband. Alles Reiniging zegt dat zij het loon al heeft betaald en al correcte loonspecificaties heeft verstrekt. Alles Reiniging wil (in reconventie) dat de kantonrechter voor recht verklaard dat de loonstroken correct zijn en [eiser] veroordeelt om het loon van september tot en met november 2025 terug te betalen. De vorderingen van [eiser] in conventie worden voor een beperkt deel toegewezen. De vorderingen van Alles Reiniging in reconventie worden afgewezen.

3. De achtergrond van de zaak

[eiser] (geboren op [geboortedatum] 1975) is bij Alles Reiniging voor bepaalde tijd van 2 januari 2025 tot en met 1 januari 2026 in dienst als [.] medewerker . Van 1 oktober 2023 tot en met 30 september 2024 heeft [eiser] bij Alles Reiniging dezelfde functie vervuld, ook op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Tijdens de zitting is gebleken dat [eiser] tussen dat dienstverband en het huidige dienstverband als ZZP’er ook werkzaamheden voor Alles Reiniging heeft verricht. Sinds 1 mei 2025 is [eiser] ziek en verricht hij geen werkzaamheden meer. Op 26 mei 2025 hebben partijen een beëindigingsovereenkomst gesloten, die [eiser] later heeft ontbonden. In het kortgedingvonnis van 4 september 2025 is bepaald dat hij dat rechtsgeldig heeft gedaan, dat Alles Reiniging verplicht is om zijn loon door te betalen tot het einde van zijn dienstverband, en dat Alles Reiniging hem deugdelijke loonspecificaties moet verstrekken vanaf 16 juni 2025, op straffe van een dwangsom.

4. De beoordeling

in conventie

[eiser] heeft spoedeisend belang bij zijn vorderingen

Voor toewijzing van zijn vorderingen in dit kort geding, is vereist dat [eiser] daar spoedeisend belang bij heeft. Dat heeft hij. [eiser] zegt dat hij te weinig loon heeft ontvangen en daardoor onder andere in de problemen is gekomen met zijn huurbetalingen.

[eiser] heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij te weinig loon heeft ontvangen

[eiser] wil dat Alles Reiniging hem een bedrag van € 4.567,36 netto aan achterstallig loon en de wettelijke verhoging daarover betaalt. Hij baseert zijn vordering op de loonstroken voor de maanden januari tot en met september 2025. Volgens hem volgt daaruit dat hij over die periode in totaal € 17.427,47 (netto) aan loon had moeten ontvangen. Dit bedrag is gebaseerd op de bedragen die op de loonstroken staan vermeld onder “Netto te ontvangen loon”, vermeerderd met inhoudingen. [eiser] zegt dat Alles Reiniging maar € 12.860,11 en dus € 4.567,36 te weinig heeft uitbetaald. Alles Reiniging betwist dat zij [eiser] te weinig loon heeft uitbetaald en wijst op een lijst met betalingen die zij zegt te hebben verricht.

De kantonrechter is van oordeel dat [eiser] onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij te weinig loon van Alles Reiniging heeft ontvangen en overweegt daarbij als volgt.

Alles Reiniging vindt dat zij [eiser] meer moest betalen voor de relevante periode dan [eiser] zelf zegt. Op basis van de bedragen die Alles Reiniging in de conclusie van antwoord noemt, zou het gaan om een totaalbedrag van € 18.182,44. De bedragen komen grotendeels overeen met de bedragen die op de loonstroken staan vermeld onder “Netto loon”. Dat totaalbedrag is € 6,00 hoger dan het bedrag dat volgt uit de loonstroken, als gevolg van een verschil van een paar euro in de maand mei en een euro in de maand augustus. De kantonrechter gaat ervan uit dat dat verschrijvingen zijn en Alles Reiniging bedoelt dat [eiser] in totaal € 18.176,44 (netto) aan loon moest ontvangen in die periode.

Het verschil tussen de totaalbedragen die partijen noemen van € 748,97 (= € 18.176,44 - € 17.427,47) bestaat dan uit het vakantiegeld waar Alles Reiniging wel rekening mee heeft gehouden en [eiser] niet. De kantonrechter merkt daarbij op dat partijen kennelijk geen discussie hebben over de bekeuring van € 133,75, die in april 2025 op het loon is ingehouden, omdat [eiser] niet stelt dat dat bedrag wel moet worden uitbetaald.

Alles Reiniging zegt dat zij [eiser] tot nu toe in 2025 in totaal € 22.435,36 heeft uitbetaald. De kantonrechter begrijpt dat dat bedrag ook het nettoloon van € 2.129,46 omvat voor de maanden oktober en november 2025, zodat voor de maanden januari tot en met september in totaal € 18.176,44 (= € 22.435,36 -/- € 2.129,46 -/- € 2.129,46) is betaald met de volgende betalingen:

1.

10 januari 2025

1.500,00

2.

29 januari 2025

1.103,34

3.

4 februari 2025

2.000,00

4.

25 februari 2025

1.103,34

5.

26 februari 2025

300,00

6.

7 maart 2025

700,00

7.

25 maart 2025

1.877,12

8.

23 april 2025

1.413,35

9.

26 mei 2025

4.250,00

10.

8 oktober 2025

412,96

11.

4 november 2025

2.129,46

12.

18 november 2025

3.516,33

13.

25 november 2025

2.129,46

Totaal

22.435,36

Die lijst met betalingen komt grotendeels overeen met de lijst die [eiser] in de dagvaarding heeft opgenomen, met uitzondering van de bedragen die dikgedrukt zijn. De kantonrechter heeft die bedragen tijdens de zitting met [eiser] doorgenomen en hij heeft bevestigd dat hij al die bedragen ook van Alles Reiniging heeft ontvangen. Kortom, al het loon dat volgens [eiser] moest worden betaald, met daarbij nog een bedrag aan vakantiegeld, is betaald.

Tijdens de zitting heeft [eiser] gezegd dat er desondanks sprake is van een tekort, omdat een deel van de betalingen niet ziet op zijn loon uit 2025. Volgens hem krijgt hij nog loon en/of andere vergoedingen vanuit zijn eerdere dienstverband in 2023 en 2024 en moet Alles Reiniging nog facturen betalen voor werk dat hij als ZZP’er heeft verricht. Die stellingen heeft hij onvoldoende aannemelijk gemaakt. Daarover heeft hij namelijk niets gezegd in de dagvaarding en daarvan blijkt ook op geen enkele manier uit de stukken die hij heeft overgelegd. De vordering tot betaling van achterstallig loon en wettelijke verhoging daarover zal daarom worden afgewezen.

Alles Reiniging moet correcte loonspecificaties voor 2025 overleggen

[eiser] wil daarnaast dat Alles Reiniging wordt veroordeeld om correcte loonspecificaties te verstrekken vanaf 1 oktober 2023 tot en met het einde van het huidige dienstverband, op straffe van een dwangsom van € 1.000,00 per dag of dagdeel dat Alles Reiniging daar niet aan voldoet. De vordering zal gedeeltelijk worden toegewezen.

De kantonrechter stelt voorop dat [eiser] recht heeft op deugdelijke loonspecificaties. Alles Reiniging heeft bij de conclusie van antwoord (nogmaals) alle loonstroken overgelegd. In tegenstelling tot wat uit de dagvaarding leek te volgen, heeft [eiser] bovendien op de zitting gezegd dat hij de loonstroken voor 2023 en 2024 destijds al heeft ontvangen. [eiser] heeft daarnaast zelf alle loonstroken voor 2025 – uiteraard met uitzondering van december 2025 – bij de dagvaarding overgelegd. Voor zover [eiser] vindt dat de loonstroken niet correct zijn, is het aan hem om uit te leggen wat daar mis mee is. Anders is het namelijk niet duidelijk wat zijn belang is bij zijn vordering en zou Alles Reiniging bij toewijzing een dwangsom boven het hoofd komen te hangen, zonder dat zij weet hoe zij aan de veroordeling moet voldoen.

[eiser] heeft op de zitting gezegd dat hij bezwaar heeft gemaakt tegen de loonstroken uit 2023 en 2024 toen hij die destijds ontving. Daar is in de dagvaarding echter niets over gezegd. Ook heeft hij tijdens de zitting geen uitleg gegeven over wat er volgens hem precies mis is met de loonstroken. De vordering zal daarom worden afgewezen voor zover die ziet op de loonstroken uit 2023 en 2024.

[eiser] heeft wel duidelijk gemaakt wat er volgens hem mis is met de loonstroken uit (begin) 2025, namelijk dat daarin in de maanden januari tot en met april 2025 onterecht inhoudingen zijn opgenomen. De kantonrechter beperkt zich bij de beoordeling van de vordering daarom tot dat punt en overweegt als volgt.

[eiser] zegt dat de inhoudingen met de omschrijving ‘inhouding voorschot’ onterecht zijn, omdat hij nooit voorschotten heeft ontvangen. Tijdens de zitting heeft hij uitgelegd dat hij wel steeds heeft gevraagd om voorschotten, maar dat hij dat deed omdat hij zijn (vermeende) vorderingen uit 2023 en 2024 nog betaald wilde krijgen. Alles Reiniging betwist dat zij nog iets voor 2023 en 2024 moest betalen en zegt dat de betalingen van 10 januari (€ 1.500,00), 4 februari (€ 2.000,00), 26 februari (€ 300,00) en 7 maart (€ 700,00) allemaal voorschotten zijn. Zij verwijst daarbij naar de betaalbewijzen van die betalingen waarbij telkens de omschrijving ‘voorschot’ is opgenomen. Daarnaast heeft zij een whatsappbericht overgelegd tussen [eiser] en vermoedelijk de heer [B] ( [functie 2] van Alles Reiniging), waarin [eiser] schrijft ‘[B (voornaam)] stuur 700 pak je volgende maand terug’.

Gelet op het verweer van Alles Reiniging en het feit dat [eiser] zelf zegt dat hij steeds om voorschotten heeft gevraagd, heeft [eiser] onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de inhoudingen (kennelijk bedoeld als verrekening) onterecht op de loonstroken zijn opgenomen.

Hoewel beide partijen hebben verklaard dat volgens hen alle verstrekte loonstroken over de periodes vanaf mei 2025 correct zijn, volgt uit de stellingen van Alles Reiniging tegelijkertijd dat de loonstroken over heel 2025, althans meerdere maanden daarvan, niet juist kunnen zijn. Volgens Alles Reiniging heeft zij namelijk € 4.500,00 aan voorschotten betaald, terwijl daarvan maar € 2.600,00 terug is te zien op de loonstroken. De bedragen die zij noemt zijn bovendien niet te rijmen met de bedragen die op de loonstroken zijn opgenomen. Dat moet Alles Reiniging corrigeren, zodat [eiser] uit de loonstroken kan opmaken welke voorschotten er volgens haar zijn uitbetaald en wanneer die zijn verrekend met het loon. De vordering kan daarom worden toegewezen voor zover die ziet op de loonstroken uit 2025, op straffe van een dwangsom, die wordt beperkt en gemaximeerd zoals omschreven in de beslissing. Daarbij is van belang dat Alles Reiniging in het kortgedingvonnis van 4 september 2025 al is veroordeeld tot het verstrekken van deugdelijke salarisspecificaties over de periode vanaf 16 juni 2025, op straffe van een dwangsom, zodat [eiser] geen belang heeft bij zijn vordering voor die periode.

De proceskosten in conventie worden gecompenseerd

De kantonrechter ziet reden om de proceskosten in conventie te compenseren, in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt. Daarbij speelt een rol dat slechts een beperkt deel van de vorderingen van [eiser] wordt toegewezen en [eiser] niet heeft voldaan aan zijn substantiëringsplicht. Pas op de zitting is immers gebleken dat hij alle loonspecificaties al had ontvangen en er meer was uitbetaald dan hij aangaf in de dagvaarding.

De veroordeling wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard

Alles Reiniging heeft de kantonrechter gevraagd om een veroordeling in conventie niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, maar niet uitgelegd waarom. De kantonrechter ziet daarom geen reden om af te wijken van het uitgangspunt dat uitspraken uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.

in reconventie

De vorderingen van Alles Reiniging worden afgewezen

Alles Reiniging wil in reconventie dat [eiser] wordt veroordeeld om het loon over de maanden september tot en met november 2025 terug te betalen, omdat [eiser] niet bereid is mee te werken aan zijn re-integratieverplichtingen. Daarnaast wil Alles Reiniging een verklaring van recht dat alle loonstroken correct zijn. De vorderingen zullen worden afgewezen. Alles Reiniging heeft niet gesteld of onderbouwd welk spoedeisend belang zij bij haar vorderingen heeft. Daarnaast wil Alles Reiniging nu kennelijk achteraf een loonopschorting of -stop inzetten, terwijl zij het loon al heeft uitbetaald. Dat kan niet, aangezien die maatregelen bedoeld zijn om de werknemer te bewegen om weer aan zijn re-integratieverplichtingen te gaan voldoen. Uit een verslag van de bedrijfsarts blijkt bovendien dat hij [eiser] op 27 november 2025 heeft gesproken, [eiser] nog steeds volledig arbeidsongeschikt is, en dat er geen vervolgafspraken meer zijn ingepland omdat het dienstverband eindigt op 2 januari 2026. Een verklaring voor recht (ten aanzien van de loonstroken) kan bovendien niet in kort geding worden toegewezen. In randnummer 4.13. is verder al overwogen dat de loonstroken uit 2025 niet correct zijn.

Alles Reiniging moet de proceskosten van [eiser] in reconventie betalen

Alles Reiniging is in reconventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten van [eiser] betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op € 543,00 aan salaris gemachtigde.

5. De beslissing

De kantonrechter:

in conventie

veroordeelt Alles Reiniging om binnen twee weken na betekening van dit vonnis correcte salarisstroken vanaf 1 januari 2025 tot 16 juni 2025 aan [eiser] te verstrekken, op straffe van een dwangsom van € 50,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 1.000,00 is bereikt,

compenseert de proceskosten in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt,

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

wijst de vorderingen van Alles Reiniging af,

veroordeelt Alles Reiniging in de proceskosten van € 543,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.A.T. Werner en in het openbaar uitgesproken op 19 december 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl VAAN-AR-Updates.nl 2026-0109 AR-Updates.nl 2026-0109
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?