ECLI:NL:RBMNE:2025:7208

ECLI:NL:RBMNE:2025:7208, Rechtbank Midden-Nederland, 31-12-2025, 11628843 \ LC EXPL 25-779

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 31-12-2025
Datum publicatie 12-01-2026
Zaaknummer 11628843 \ LC EXPL 25-779
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Lelystad

Samenvatting

Aannemer moet schade vergoeden. In reconventie mag hij aantonen dat hij een termijn voor de werkzaamheden heeft opgegeven. En dat de opdrachtgever een aanvullende opdracht heeft gegeven.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Lelystad

Zaaknummer: 11628843 \ LC EXPL 25-779

Vonnis van 31 december 2025

in de zaak van

[eiser] ,

te [plaats] ,

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

hierna te noemen: [eiser] ,

gemachtigde: DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V.,

tegen

[gedaagde] , H.O.D.N. [handelsnaam],

zaakdoende te [plaats] en wonende te [woonplaats] ,

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

gemachtigde: mr. M.F.J. Martens.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 27 maart 2025 met negentien producties;- de conclusie van antwoord tevens conclusie van eis in reconventie met vier producties;

- de conclusie van antwoord in reconventie met vier producties;

- de mondelinge behandeling van 8 oktober 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. Het geschil en de vorderingen in het kort

[eiser] heeft op 19 september 2022 met een e-mail een offerte van [gedaagde] van 10 september 2022 voor werkzaamheden aan (de daken en goten van) zijn huis geaccepteerd. De offerte vermeldt de volgende werkzaamheden:

“70 m2 Oude bitumen + oude isolatie laag verwijderen + afvoeren

7 m1 Balken 10x75mm + 3 m1 rand ophoging Vuren Balken geschaafd aan 70x170mm inc oude balken verwijderen (door het plaatsen van de nieuwe isolatie en het oude bitumen laag te verwijderen word de nieuwe afwatering naar de afvoeren gecreëerd)

70 m2 60MM (Rd 2,70) PIR Recticel Eurothane 1200x600mm isolatieplaten bevestigen inc dakschoeven

1st Burgerhout Safe-PP kunststof Skyline dakdoorvoer HR Zwart 2x80mm + oude verwijderen

70 m2 Icopal Eshabase onderlaag bitumen P460P14 3 mm

4 st Loden onder uitloop 60x80 mm 300 mm water afvoeren plaatsen + oude verwijderen

115m2 Esha gum 470K14 gemineraliseerde bitumen dakbedekking inc overlapping + afwerking

60m Oude zinkwerk verwijderen & Aluminium dak trim 60x45 mmn bevestigen inc zelftap schroeven.

Lichtkoepel alleen glas vervangen 1.20 x 1.20.

Service van het bedrijf

2 Goten water aflopend met kiezelbak”

en

“30 m2 - Extra oude dak beschot verwijderen + afvoeren

- Extra 12 mm underleyment dakplaten plaatsen

- lucht kanaal verwijderen + terug plaatsen

- lucht kanaal opnieuw inwerken door middel van isolatie & bitumen dakbedekking

+ extra afval stort kosten”

De totale aanneemsom bedroeg € 22.807,35. [eiser] heeft de aanneemsom voldaan, op een bedrag van € 2.754,51 na, dat hij contant zou betalen.

[gedaagde] is op 23 oktober 2022 met de werkzaamheden gestart.

in conventie

Volgens [eiser] is [gedaagde] tekort geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen. Hij heeft de werkzaamheden niet goed en niet tijdig uitgevoerd. Als gevolg van de fouten van [gedaagde] zijn volgens [eiser] lekkages ontstaan, die tot schade hebben geleid.

[eiser] vordert - samengevat - voor recht te verklaren dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst tot aanneming van werk en een veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 16.151,75 ter vergoeding van de schade die [eiser] daardoor geleden heeft, € 858,30 aan buitengerechtelijke incassokosten en van € 1.149,50 voor expertisekosten.

[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.

in reconventie

[gedaagde] stelt in reconventie dat [eiser] een deel van de oorspronkelijke aanneemsom (€ 2.754,51) nog niet heeft betaald. Verder stelt hij dat partijen op 2 mei 2024 een aanvullende overeenkomst hebben gesloten, voor werkzaamheden die ook door [gedaagde] zijn uitgevoerd. [eiser] moet volgens [gedaagde] de overeengekomen prijs van € 15.790,50 nog betalen.

[eiser] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [gedaagde] , met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van de procedure.

3. De uitspraak in het kort

De kantonrechter komt in het navolgende tot het oordeel dat [gedaagde] zijn verplichtingen niet deugdelijk en niet tijdig is nagekomen. Hij is daarom verplicht de schade die [eiser] daardoor lijdt te vergoeden. De door [eiser] gevorderde schadevergoeding is echter niet in zijn geheel toewijsbaar, omdat [eiser] onvoldoende onderbouwd gesteld heeft dat alle door hem gevorderde schade een gevolg is van de tekortkoming door [gedaagde] . Verder is sommige schade twee keer gerekend.

In reconventie zal [gedaagde] in de gelegenheid worden gesteld om bij akte aan te geven of hij [eiser] van tevoren heeft geïnformeerd over de termijn waarbinnen de werkzaamheden uitgevoerd zouden worden. Verder zal [gedaagde] worden opgedragen te bewijzen dat [eiser] de aanvullende overeenkomst van 2 mei 2024 heeft ondertekend.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

in conventie

De vraag die de kantonrechter in deze procedure moet beantwoorden is of [gedaagde] zijn (hoofd)verplichtingen uit de overeenkomst met [eiser] deugdelijk is nagekomen en zo niet, of [gedaagde] de schade die [eiser] als gevolg daarvan stelt te hebben geleden moet vergoeden. Het gaat om een overeenkomst tot aanneming van werk in de zin van artikel 7:750 van het Burgerlijk Wetboek (BW). [gedaagde] is op grond van die overeenkomst verplicht om deugdelijk (en gelet op de aard van de werkzaamheden tijdig) werk op te leveren.

Volgens [eiser] heeft [gedaagde] niet aan zijn contractuele verplichtingen voldaan. Dat volgt volgens [eiser] uit twee verschillende documenten, te weten het rapport van [bedrijf 1] en de offerte van [bedrijf 2] . De kantonrechter zal de in deze rapporten genoemde gebreken hierna bespreken.

De schade die volgt uit het rapport van [bedrijf 1]

[bedrijf 1] heeft op 29 juli 2024 een onderzoek uitgevoerd aan het huis van [eiser] . [gedaagde] was daarvoor uitgenodigd maar heeft er voor gekozen daar niet bij aanwezig te zijn. Uit het rapport van [bedrijf 1] van 7 oktober 2024 volgt dat [gedaagde] zijn werkzaamheden op de volgende punten niet naar behoren heeft uitgevoerd:

(i) de bitumen dakbedekking is over het algemeen correct aangebracht, maar op een aantal plaatsen, met name de hoeken, niet afgeschuind afgesneden wat tot onthechting kan leiden. Ook is er afvalmateriaal op het dak achtergebleven;

(ii) de nieuwe dakgoten zijn niet deugdelijk gemonteerd, doordat de dakgoot aan de achterzijde is afgewerkt met tape, in plaats van met een zinken afdekker. Ook is de dakgoot aan de voorzijde niet waterdicht op de oude randafdekker bevestigd;

(iii) de nieuwe dakpannen zijn in plaats van plat golvend en liggen daardoor tegen de houten gevelbekleding aan. Daardoor kan het hout ter plaatse minder goed drogen en gaan rotten. Ook zijn er geen panhaken toegepast, terwijl dat op grond van het Bouwbesluit wel had gemoeten;

(iv) de lichtkoepel is niet recht, maar iets gedraaid op de bestaande uitsparing aangebracht en één van de uitlopen is boven een vergaarbak te lang en steekt te ver uit.

De herstelkosten bedragen volgende [bedrijf 1] in totaal € 3.878,05 (inclusief btw).

[gedaagde] heeft de conclusies van [bedrijf 1] allereerst weersproken door aan te voeren dat een aantal foto’s in het rapport genomen zijn vóór hij met zijn werkzaamheden begon. Maar de foto’s die volgens hem oud zijn, zijn foto’s van waterschade door lekkages, de beweerdelijke gevolgschade door de tekortkoming van [gedaagde] . Of de op deze foto’s zichtbare waterschade nu wel of niet het gevolg is van de ondeugdelijke uitvoering van de werkzaamheden door [gedaagde] doet niet ter zake voor de vraag of [gedaagde] de onder 4.3 genoemde werkzaamheden deugdelijk heeft uitgevoerd. De stelling dat de foto’s oud zijn, doet niet af aan de conclusies van [bedrijf 1] over de (on)deugdelijkheid van het aangenomen werk. Omdat [gedaagde] de conclusies van de deskundige verder niet gemotiveerd betwist heeft gaat de kantonrechter ervan uit dat de door de deskundige vastgestelde gebreken er daadwerkelijk zijn. De kantonrechter zal in het navolgende nagaan of [gedaagde] de daardoor onstane schade moet vergoeden.

(i) Geen fout komen vast te staan bij de dakbedekking

[bedrijf 1] heeft vastgesteld dat de bitumen dakbedekking over het algemeen correct is aangebracht. Maar op bepaalde punten zijn de bitumen delen niet afgeschuind afgesneden, waardoor mogelijk onthechting kan plaatsvinden. Dat moet worden hersteld. Verder liggen er nog materialen/afvalstukken en spijkers op het dak die moeten worden opgeruimd. [gedaagde] heeft hierover aangevoerd dat de geconstateerde gebreken niet aan hem toerekenbaar zijn, maar aan [bedrijf 3] die in januari 2024 aan het dak gewerkt heeft.

Het staat niet ter discussie dat [bedrijf 3] begin 2024 werkzaamheden aan het dak heeft uitgevoerd. Het is dus mogelijk dat de door [bedrijf 1] geconstateerde gebreken door [bedrijf 3] zijn veroorzaakt, en niet door [gedaagde] . Omdat [gedaagde] op dit onderdeel verweer heeft gevoerd had het op de weg van [eiser] gelegen om nader te onderbouwen dat dat dit gebrek het gevolg is van een fout van [gedaagde] (en niet van [bedrijf 3] ). Een dergelijke nadere onderbouwing ontbreekt. De kantonrechter zal de vordering, voor zover gebaseerd op de ondeugdelijke dakbedekking en het opruimen van het afval, daarom afwijzen.

(ii) Er is een gebrek aan de dakgoten

De door [bedrijf 1] gesignaleerde problemen met de dakgoten zien op het feit dat deze aan de achterzijde aan de kopse kant zijn afgeplakt met folie/plakband. Deze moeten met een zinken afdekker worden afgewerkt. Aan de voorzijde is de kopse zijde ook niet correct afgewerkt. Daar is de oude randafdekker aan de nieuwe goot gesoldeerd maar niet over het geheel. Die overgang is daardoor niet waterdicht.

[gedaagde] heeft dit niet, althans niet gemotiveerd weersproken. Daarmee is voldoende komen vast te staan dat [gedaagde] op deze onderdelen tekort is geschoten. De herstelkosten komen dan ook in principe voor rekening van [gedaagde] .

[bedrijf 1] heeft op dit onderdeel gerekend met een herstelkosten van € 57,50 + € 200,00 + € 245,00 = € 502,50 exclusief btw. Dat is € 608,03 inclusief btw. Uit de offerte van [bedrijf 2] blijkt dat voor de posten ‘Dakgoten afwerken’ en ‘vergaarbakjes leveren en monteren’ in werkelijkheid € 250,00 + € 200,00 = € 450,00 exclusief btw is gerekend. Dat is € 544,50 inclusief btw. Omdat dit een concrete begroting is voor de werkzaamheden (terwijl [bedrijf 1] een schatting heeft gemaakt) zal de kantonrechter van dit laatste bedrag uitgaan.

(iii) Er is een gebrek door de aanleg van de dakpannen

Uit het rapport van [bedrijf 1] blijkt dat de nieuwe dakpannen onvoldoende aansluiten bij de gevelbekleding. Dat is niet bevorderlijk voor de levensduur van de gevelbekleding. Ook zijn geen panhaken toegepast wat volgens de deskundige op grond van het Bouwbesluit wel verplicht is. [gedaagde] heeft daarover gesteld dat de dakpannen in overleg zijn gekozen en dat de gevel eventueel bij een tweede opdracht aangepast zou worden.

De kantonrechter is van oordeel dat [eiser] mocht verwachten dat [gedaagde] de dakpannen zodanig zou aanleggen dat die geen gebrek zouden vormen, zoals nu door de deskundige is vastgesteld. Als het alleen mogelijk was om deze dakpannen te gebruiken als daarna nog een aanvullende opdracht door [eiser] aan [gedaagde] zou worden gegeven voor extra werkzaamheden, had het op de weg van [gedaagde] had om [eiser] hiervoor te waarschuwen. Het is niet gebleken dat hij dat gedaan heeft. [gedaagde] kan daarom de kosten om een en ander te herstellen niet bij [eiser] neerleggen.

Verder heeft [gedaagde] niet onderbouwd dat het niet nodig zou zijn panhaken toe te passen. Dat had – vanwege het feit dat er een deskundigenrapport ligt waarin staat dat de huidige manier van aanleggen ondeugdelijk is – wel op zijn weg gelegen. De kantonrechter gaat daarom uit van wat de deskundige hierover heeft vastgesteld.

[gedaagde] moet de door de deskundige berekende schade gevolg van dit gebrek daarom in principe vergoeden. [bedrijf 1] heeft de kosten op dit onderdeel begroot op € 365,00 + 520,00 + € 247,50 + 102,50 = € 1.235,00 exclusief btw. Dat is € 1.494,35 inclusief btw. [bedrijf 2] heeft dit geoffreerd voor € 875,00 exclusief btw (€ 1.058,75 inclusief btw), maar dat is exclusief de kosten voor de panhaken, waarop het door [bedrijf 1] begrote bedrag van € 520,00 betrekking heeft. De kantonrechter gaat er daarom van uit dat de totale kosten € 875,00 + € 520,00 = € 1.395,00 exclusief btw (zijnde € 1.687,95 inclusief btw) bedraagt.

(iv) Er is een gebrek door de wijze waarop de lichtkoepel is aangelegd

[bedrijf 1] heeft vastgesteld dat de lichtkoepel niet recht boven de bestaande sparing is uitgebracht. Hij staat iets gedraaid. Verder is een van de nieuw aangebrachte uitlopen te lang en steekt deze te ver in de vergaarbak. In de conclusie van antwoord heeft [gedaagde] gesteld dat de schade aan de lichtkoepel door [bedrijf 3] B.V. zou zijn aangebracht. Verder heeft hij gesteld dat de uitloop in overleg met [eiser] is uitgevoerd.

[gedaagde] heeft tijdens de mondeling behandeling erkend dat hij de lichtkoepel heeft geplaatst. Hij heeft niet weersproken dat de door de deskundige geconstateerde gebreken in de lichtkoepel aanwezig zijn. Verder heeft [eiser] gesteld – en dat heeft [gedaagde] niet weersproken – dat hij [bedrijf 3] B.V. heeft ingeschakeld om een noodreparatie aan het lekkende dak uit te voeren. Zonder nadere toelichting, die [gedaagde] niet heeft gegeven, valt niet in te zien hoe een noodreparatie aan het lekkende dak tot gevolg zou kunnen hebben dat de lichtkoepel gedraaid op het dak is komen te staan.

Voor zover [gedaagde] heeft bedoeld te betogen dat de uitloop in opdracht van [eiser] langer is gemaakt, overweegt de kantonrechter als volgt. Voor zover [eiser] zou hebben gevraagd om de uitloop te verlengen (wat niet is komen vast te staan) rustte op [gedaagde] een waarschuwingsplicht als die uitloop te ver van de vergaarbak af zou eindigen. Kortom, [gedaagde] had [eiser] moeten waarschuwen als de opdracht van [eiser] een onjuistheid bevatte die tot een ondeugdelijke uitvoering van het werk zou leiden. Dat volgt uit de artikelen 7:760 en 7:754 van het Burgerlijk Wetboek. [gedaagde] heeft niet gesteld dat hij aan die waarschuwingsplicht heeft voldaan, terwijl dat ook niet uit de stukken van dit geding blijkt. De gevolgen van de fout in de opdracht dan wel de afspraak blijven daarom voor zijn rekening. Ook op dit punt is dus sprake van een tekortkoming van zijn kant.

Conclusie van het voorgaande is dat [gedaagde] in principe aansprakelijk is voor dit gebrek en de schade moet vergoeden. [bedrijf 1] heeft de kosten voor herstel van de lichtkoepel begroot op € 680,00 + € 330,00 = € 1.010,00 exclusief btw. Dat is € 1.222,10 inclusief btw. Dat gaat alleen om een begroting. Uit de offerte van [bedrijf 2] blijkt dat de kosten voor herstel van de lichtkoepel in werkelijkheid zijn begroot op € 1.000,00 + € 275,00 + € 1.750,00 = € 3.025,00 exclusief btw, zijnde € 3.660,25 inclusief btw. De kosten voor het inkorten van de uitloop zijn door [bedrijf 1] begroot op € 57,50 exclusief btw, zijnde € 69,58 inclusief btw. In totaal zal de schade voor deze post daarom worden begroot op € 3.660,25 + € 69,58 = € 3.729,83 inclusief btw.

Conclusie: de in principe te vergoeden schade bedraagt € 5.962,28

Conclusie van het voorgaande is dat de kosten voor de door [bedrijf 1] genoemde gebreken (waarvan [gedaagde] ion principe de kosten moet vergoeden) worden begroot op:

dakgoten € 544,50

dakpannen € 1.687,95

lichtkoepel € 3.729,83

Totaal € 5.962,28

Er is sprake van verzuim

[eiser] kan alleen vergoeding van de schade vorderen als er sprake is van verzuim aan de zijde van [gedaagde] . Verzuim ontstaat als [eiser] [gedaagde] sommeert om de gebreken binnen een redelijke termijn te verhelpen en [gedaagde] daar vervolgens niet aan voldoet. Als er sprake is van verzuim heeft de schuldeiser (in dit geval [eiser] ) de bevoegdheid om de overeenkomst te ontbinden, schadevergoeding te vorderen of de overeenkomst om te zetten in een overeenkomst tot betaling van vervangende schadevergoeding.

Uit de overgelegde stukken volgt dat [eiser] [gedaagde] zeer vaak heeft gevraagd om de ontstane gebreken te komen verhelpen. De eerste melding van [eiser] van een lekkage dateert al van 18 november 2022 (de werkzaamheden waren aangevangen op 23 oktober 2022). Uit de overgelegde Whatsappcorrespondentie volgt dat [gedaagde] tussen 18 november 2022 en 19 september 2023 vele toezeggingen heeft gedaan om langs te komen die hij niet is nagekomen. Op 19 september 2023 heeft [eiser] [gedaagde] geschreven:

19-09-2023 03:13 - [eiser] : [gedaagde] , je was ma. om 10.45 uur niet aanwezig en neem aan dat je vandaag, maandag niet bent geweest.begin mijn geduld echt te verlizen en zker niet zoals mijn zoon accepteer ik dit niet meer. Wij hebben jullie altijd correct betaald en als gasten behandeld en daarbij met alle fatsoen en respect behandeld. Uwerzijds kan ik stellen dat u als ondernemer u plicht verzaakt, (corr. geheel vastgelegd plus telf. gesprekken.) [gedaagde] , 2 dingen, he voert uit als jl. afgesproken of en met de daarbij behorende communicatie, of ik ga mij voorbehouden dat te doen of te laten jou te houden aan de schriftelijke afspraken. Ter verduidelijking, ben tot op heden meer dan coulant geweest. Ik eis dat je binnen 14 dagen na nu, dat alle openstaanden werkzaamheden zijn uitgevoerd op de geldende kwaliteits normen voor de nog openstaande werkzaamheden .

Wil van u alle foto's van alle uitgevoerde werkzaamheden, vooral die van het vernieuwde dakdeel. Merk even op dat 2 dakpannen met doorvoer niet correct zijn uitgevoerd, echt ondeskundig/ klant mislijsend en niet normaal vakkundig uitgevoerd .(tape) Hoe verzin je dit. De uitvoeringen van hout en loodwerken zijn van slecht tot zeer slecht niveau evenals het nog hebben uitvoeren van nieuwe dakkakapellen, goten en de standaard daarbij behorende loodwerken . Ook de dakbalkons zijn uitgevoerd op min. onvakkundige wijze en tegels ter bedekking zijn nog niet vastgesteld, (tegels van kwaliteit) [gedaagde] , wij zijn het zat en overwegen de ons door de NEDERLANDSE WETGEVING gestelde rechten te zullen aanwenden tot uitvoering van de werkzaamheden als omschreven in uw offerte te doen of laten uitvoeren cf. het NEDERLANDS RECHT door u of derden. Behoud mij ook voor door een buro, deskundig in bouwkunde een kwaliteitsrapport te laten opmaken ter uwer kosten. [gedaagde] , stel voor, voldoe binnen gestelde termijn aan cpl. Aflevering en kwaliteitscontrole. Onder voorbehoud van mijn rechten en weren, [eiser] , [adres] te [plaats] , [telefoonnummer] .”

Daarna heeft [eiser] nog sommaties gestuurd op 13 januari 2024, 15 januari 2024, 28 februari 2024, 26 april 2024, 12 juni 2024 en 4 juli 2024. In deze laatste brief heeft [eiser] aangekondigd een deskundige in te schakelen om de schade vast te stellen en te beoordelen of de werkzaamheden naar behoren uitgevoerd waren. Daarna is [bedrijf 1] op 29 juli 2024 langs geweest voor de inspectie van het woonhuis van [eiser] (waar [gedaagde] ondanks daartoe te zijn uitgenodigd niet bij aanwezig is geweest). Op 7 oktober 2024 heeft [bedrijf 1] haar rapport uitgebracht. Op 5 november 2024 heeft [eiser] [gedaagde] nogmaals gesommeerd om de in het rapport genoemde gebreken binnen vier weken te verhelpen. Volgens [eiser] is [gedaagde] desondanks niet tot herstel overgegaan. [gedaagde] heeft dat niet betwist. Hierdoor is [gedaagde] in verzuim gekomen. [eiser] had daarom de bevoegdheid de overeenkomst om te zetten in een verbintenis tot betaling van vervangende schadevergoeding. In de brief van 5 november 2024 heeft [eiser] al aangekondigd dat hij van dat recht gebruik zal maken als [gedaagde] niet tot herstel overgaat. Conclusie van het voorgaande is dat [gedaagde] het bedrag van € 5.962,28 aan [eiser] moet vergoeden.

De schade die volgt uit het rapport van [bedrijf 2]

[eiser] heeft het overige deel van de door hem gevorderde schade onderbouwd door overlegging van een offerte van [bedrijf 2] . Daarin staan de volgende posten, die hierna door de kantonrechter beoordeeld zullen worden:

2 x aftimmeren lichtkoepel i.v.m. inkijk op isolatie en niet afwerken van de lichtkoepels inpandig;

steiger bouwen in woonkamer om bij lichtkoepel te kunnen werken;

lichtkoepel vernieuwen i.v.m. afgebroken hoek;

zinken afdeklijsten zijkanten woning i.v.m. verhoging pannendak;

dakgoten afwerken;

vergaarbakjes leveren en monteren;

platdak balkons slopen en opnieuw opbouwen i.v.m. teveel wat niet wegloopt na renovatie vorige dakdekker;

rubberen tegels leveren en aanbrengen op balkons;

woonkamer afplakken;

woonkamer schilderen.

De dakgoten, dakpannen en lichtkoepel

De kantonrechter heeft hiervoor al gerekend met de eerste zes hiervoor genoemde posten uit de offerte van [bedrijf 2] . De kosten die zijn genoemd in de offerte van [bedrijf 2] zijn namelijk concrete kosten voor herstel (en geen inschatting van een deskundige).

De herstelkosten balkons worden afgewezen

[bedrijf 2] heeft een bedrag van € 2.500,00 exclusief btw geoffreerd voor het opnieuw opbouwen van het platte dak op twee balkons, en een bedrag van € 420,00 voor rubberen tegels op de balkons. Uit het rapport van [bedrijf 1] blijkt echter niet dat sprake is van ondeugdelijk werk aan de balkons. [eiser] heeft ook niet op andere wijze onderbouwd dat daar sprake van is en dat dat aan [gedaagde] is toe te rekenen. Verder heeft hij niet onderbouwd waarom [gedaagde] de kosten van rubberen tegels zou moeten betalen. De vordering van [eiser] is op deze onderdelen dan ook onvoldoende onderbouwd, zodat de kantonrechter [gedaagde] niet zal veroordelen op deze onderdelen een schadevergoeding te betalen.

De herstelkosten waterschade worden afgewezen

[eiser] heeft verder kosten gevorderd voor het herstel van de waterschade. Ter onderbouwing van deze post heeft [eiser] gesteld dat er als gevolg van de gebreken lekkages zijn ontstaan die tot waterschade hebben geleid. De kosten voor het herstel van deze waterschade in de woonkamer zijn door [bedrijf 2] geoffreerd voor (€ 425,00 + € 1.275,00 exclusief btw, dus in totaal:) € 2.057,00 inclusief btw.

[gedaagde] betwist dat hij aansprakelijk is voor de waterschade. Volgens hem was er al sprake van waterschade in het huis toen hij met zijn werkzaamheden begon. De foto’s die bij het rapport van [bedrijf 1] zitten zijn volgens [gedaagde] genomen voor hij met zijn werkzaamheden begon.

De kantonrechter is van oordeel dat de herstelkosten voor de waterschade alleen toewijsbaar zijn als vast komt te staan

i) dat er sprake is geweest van lekkages, waarvoor [gedaagde] aansprakelijk is, en;

ii) de schade waarvoor een vergoeding wordt gevorderd daar een gevolg van is.

Voor wat betreft het eerste onderdeel zal de kantonrechter hierna nog overwegen dat daarvan naar zijn oordeel sprake is. Maar het tweede onderdeel staat in de weg aan toewijzing van deze vordering.

[gedaagde] heeft gesteld dat er al sprake was van lekkages en/of waterschades voor hij met zijn werkzaamheden begon. De foto's 12 tot en met 18 en 20 tot en met 27 bij het rapport van [bedrijf 1] tonen volgens [gedaagde] de situatie zoals die was voor hij met zijn werkzaamheden aanving. [eiser] heeft dat niet gemotiveerd weersproken. De kantonrechter gaat er daarom van uit dat er waterschade zichtbaar was op het moment dat [gedaagde] zijn werkzaamheden aanving.

Op zichzelf is denkbaar dat die (oorspronkelijke) schade inmiddels verholpen was, doordat de benedenverdieping al geschilderd was. Als dan nieuwe waterschade was ontstaan doordat [gedaagde] zijn werkzaamheden niet naar behoren uitvoerde, zou [gedaagde] in principe voor die schade aansprakelijk zijn. Maar in dit geval is niet gebleken dat de oorspronkelijke schade al verholpen was. Het is dus ook mogelijk dat de oorspronkelijk zichtbare waterschade nog altijd zichtbaar was en dat de op de offerte van [bedrijf 2] opgenomen kosten de kosten zijn om dat te verhelpen. In dat geval zouden het kosten zijn die [eiser] hoe dan ook had moeten maken. Het had op de weg van [eiser] gelegen om het nader te onderbouwen als dit laatste niet het geval was. [gedaagde] heeft op dit onderdeel namelijk gemotiveerd verweer gevoerd. Nu [eiser] die nadere onderbouwing niet heeft gegeven, komen de kosten voor herstel van de waterschade niet voor vergoeding in aanmerking en zal de vordering op dit punt worden afgewezen.

Conclusie

Voor de gebreken zullen geen andere kosten worden toegewezen dan hiervoor onder 4.18 zijn genoemd.

Kosten herstel pvc-vloer

[eiser] vordert verder vergoeding van een bedrag van € 350,00. [eiser] stelt dat hij voor dit bedrag herstelkosten heeft moeten maken aan de pvc-vloer. Die was beschadigd als gevolg van de lekkages. [gedaagde] betwist dat hij aansprakelijk is voor deze schade.

Ook voor deze vordering geldt dat deze alleen toewijsbaar zou zijn als zou komen vast te staan dat de schade een gevolg is van de aan [gedaagde] toe te rekenen lekkages. Dat dat het geval is kan de kantonrechter niet vaststellen aan de hand van de documenten die in dit geding zijn overgelegd. Het enige wat uit de overgelegde stukken kan worden afgeleid is dat er op 2 oktober 2024 een factuur is gestuurd voor de reparatie aan de vloer. Daaruit volgt echter niet wanneer de schade was ontstaan, en of dat was nadat [gedaagde] met zijn werkzaamheden aanving. Omdat dat niet kan worden vastgesteld zal ook deze post worden afgewezen.

Kosten noodreparatie

[eiser] vordert verder veroordeling van [gedaagde] tot betaling van de kosten voor een noodreparatie door [bedrijf 3] ter hoogte van € 1.070,00 inclusief btw. Dit deel van zijn vordering zal worden toegewezen.

Uit de Whatsappconversatie tussen partijen blijkt dat [eiser] vanaf 18 november 2022 heeft geklaagd over lekkages. [eiser] heeft verschillende keren gemeld dat het lekte en dat de gevolgschade alleen maar groter werd. In de aanvankelijke berichten ging het voornamelijk over lekkages in de slaapkamer. Dit is de Whatsappcorrespondentie van 18 tot en met 28 november 2022:

“18-11-2022 12:57 – [eiser] : Hey [gedaagde] , zou je zo vriendelijk willen zijn om mij te bellen (…) Ben niet echt blij zoals de lekkage nu nog voortduren.

21-11-2022 12:06 - [eiser] : [gedaagde] , plafond sl. kamer lekt nog steeds en op het balcon is het waardeoos, water loopt niet weg. Grt. [eiser] .

21-11-2022 16:13 - [eiser] (…) water op balkon kan niet weglopen en de lekkage boven mijn ben houdt nog steeds aan. wat en wanneer gaat het worden opgelost? Grtjs. [eiser] [plaats] .

(…)

22-11-2022 12:09 - [eiser] : Toestand van gisteren is heden nog hetzelfde! Wat gaan we er aan doen? Wacht op antwoord, grtjs. [eiser] [plaats] .

23-11-2022 09:36 - [eiser] : Hey [gedaagde] , waarom geen contact, vervolgschade wordt wordt alleen maar groter, Grtjs. [eiser] [plaats]

23-11-2022 09:40 - [handelsnaam] [gedaagde] / [A] : Goedemorgen [eiser] , Ik zit in een vergadering, wij zijn morgen bij je aanwezig. Gr [gedaagde]

24-11-2022 09:23 - [handelsnaam] / [A] : Goedemorgen [eiser] , We hebben wat ziekmeldingen vandaag en komen niet uit met de schema, vind je het goed dat we morgenochtend komen. Gr [gedaagde]

24-11-2022 11:47 - [eiser] : Goedemorgen [gedaagde] , jullie hebben de regie, dus altijd

welkom om de klus te klaren, Grtjs. [eiser] .

27-11-2022 13:52 - [eiser] : Hey [gedaagde] , waarom geen enkel bericht? Heb nog steeds lekkage in mijn slaapkamer, zichtbaar op 2 plaatsen, zoals ook bij bekend. Laat wat van je weten, grtjs. [eiser] .

28-11-2022 12:51 - [handelsnaam] [gedaagde] / [A] : Goedemiddag [eiser] , Woensdag of Donderdag komen wij de werkzaamheden afronden want dan hebben we ook de goten binnen. Gr [gedaagde]

28-11-2022 15:17 - [eiser] : Hey [gedaagde] , binnenaftimmering, opheffen lekkage?

28-11-2022 15:56 - [eiser] : Toevoeging; balcon achter, voorbalcon loop niet af, pijpen op dak, 1x lucht en 1x ontluchting. kastplanken in badkamer hebben waterinzuiging. (Planken worden dikker daardoor)

Gezamelijk op dak om afwerking te bekijken, Wat we nog tegenkomen. Grtjs. [eiser] .

Op 27 december 2022 schreef [gedaagde] dat hij de komende donderdag de werkzaamheden wilde komen verrichten en zaterdag met zijn timmerman de binnenkant wilde afmaken, kast en plinten. Op 3 januari 2023 is hij langs geweest.

Op 10 januari 2023, 9 februari 2023 en 6 maart 2023 meldde [eiser] nieuwe lekkages. Op 9 februari 2023 heeft [eiser] [gedaagde] medegedeeld:

“Attentie, wij hebben al een paar lekkage in de woonkamer op onze nagenoeg nieuwe keuken. Verzoek je hierbij vandaag nog kontakt met mij op te nemen.”

“voor zover wij zien komt deze lekkage vanaf het dak”

[gedaagde] heeft daarop diezelfde dag nog geantwoord:

“wij gaan het zo spoedig mogelijk maken, ik ga het zo snel mogelijk inplannen.”

Op 15 februari 2023 heeft [eiser] [gedaagde] via WhatsApp het volgende geschreven:

“Hey [gedaagde] , komende dagen weer regen, hebben dan weer lekkage. Kom je dit morgen oplossen want schade kan wel eens uit de hand gaan lopen. Neem aan dat ik je morgen zie ter reparatie. Gaarne vandaag nog bericht. Grt. [eiser] .”

Kennelijk was het probleem op dat moment dus nog steeds niet opgelost.

Op 17 februari 2023 heeft [gedaagde] [eiser] laten weten de week daarop langs te komen. Op 27 februari 2023 heeft [gedaagde] [eiser] geschreven dat hij niet is langsgekomen, omdat hij de week daarvoor vader geworden is en de volgende zaterdag de werkzaamheden te gaan verrichten. Op 11 maart 2023 heeft [gedaagde] [eiser] geschreven dat hij ziek is en niet kan komen. Hij heeft daarbij toegezegd langs te komen, zodra hij hersteld zou zijn.

Op 18 april 2023 heeft [eiser] [gedaagde] gevraagd wanneer hij zou komen om het werk af te maken. Op 19 april 2023 heeft [gedaagde] geantwoord:

“Ik zal ervoor zorgen dat we volgende week aanwezig zijn en weer aan het werk gaan en alles af ronden.”

Op 25 april 2023 is [gedaagde] bij [eiser] geweest om werkzaamheden aan het dak te verrichten.

Op 16 mei 2023 heeft [eiser] [gedaagde] gevraagd wanneer hij weer zou komen om de werkzaamheden af te maken dan wel de schade als gevolg van lekkages te herstellen. [eiser] en [gedaagde] hebben elkaar via WhatsApp het volgende geschreven:

16-05-2023 11:52 - [eiser] : Hey [gedaagde] , waarom nog geen tegen bericht, grths. [eiser] .

16-05-2023 16:25 - [handelsnaam] [gedaagde] / [A] : Goedemiddag [eiser] ,

Ik lig in het ziekenhuis vanwege een Haarnestcyste, die word verwijderd en ik moet

daarvoor een week voor herstellen, ik wil dan volgende week langskomen om alles af te

maken. Gr [gedaagde]

16-05-2023 17:03 - [eiser] : Hey [gedaagde] , eerstens wens ik je beterschap met deze vervelende aandoening. zie uit naar een tijdig whatsappje van jou wanneer je komt dat indien mogelijk 1 of 2 dagen vooraf. Denk je nog aan het timmerwerk. Tot spoedig ziens, grtjs [eiser] .

24-05-2023 13:01 - [eiser] : Hey [gedaagde] , alles weer genezen? wanneer gaat er bij mij weer wat worden afgemaakt. Gaarne bericht of telf. Grtjs. [eiser] .

26-05-2023 09:26 - [handelsnaam] [gedaagde] / [A] : Goedemorgen [eiser] , ik mag weer vanaf volgende week aan de slag. Gr [gedaagde]

26-05-2023 12:30 - [eiser] : Hey [gedaagde] , goed om te horen, je kunt bij ons aan de gang as week, de gehele week, m.u.v. donderdag mid- dag 1 juni 2023 vanaf 12.00 Hoop dat je echt komt cf. je afspraak. Tot ziens as week, grtjs. [eiser] en Geke.

30-05-2023 20:44 - a. c. [eiser] : Hey [gedaagde] , hoor dat je bij mijn zoon de ellende gaat oplossen en dat je naar ik mag aannemen dat je dat jeook dat bij mij ook gaat doen. Neem als je bij [B] bent de kastplank mee van de badkamerkast. Ben morgen, woensdag, de gehele dag van huis. Ik verwacht tenminste dat je mij donderdag, vrijdag of zaterdag in de middag of 's avonds belt om te komen tot het maken van afspraken tot het afmaken van de klus bij mij thuis. Jammer vind ik dat het grote vetrouwen wat in jullie bedrijf had bijna tot het nulpunt gedaald is. Tot spoedig horens, grt. [eiser] .

Op 18 juli 2023 is [gedaagde] bij [eiser] langs geweest en heeft werkzaamheden verricht. [gedaagde] zou op 15 augustus 2023 terugkomen om verdere werkzaamheden te verrichten, maar heeft die afspraak afgezegd vanwege een vertraagde vlucht.

Op 4 september 2023 heeft [gedaagde] problemen met de levering van materialen gemeld. [eiser] en [gedaagde] hebben elkaar via WhatsApp het volgende geschreven:

“04-09-2023 09:57 - [handelsnaam] [gedaagde] / [A] : Goedemorgen [eiser] , wij hebben net een conflict gehad met onze groothandel want ze hebben de koepels niet teruggepakt en rekenen dubbele kosten en voor de goten hebben ze een prijs gerekend wat ze niet hadden afgesproken en die komen ruim 2x zo duurder uit, wij gaan nou naar een ander groothandel om alles te bestellen, vind je het goed als we morgenvroeg komen dan ga ik vandaag alles bestellen bij de nieuwe groothandel. Gr [gedaagde]

04-09-2023 10:07 - [eiser] : [gedaagde] , dit is meer dan vervelend. Wordt het echt zat. Zie je morgen om de de nog openstaande klussen deels op te lossen en daarna de klus deze week geheel af te werken. Lijkt mij toch redelijk om dit van jou te mogen verwachten .Zie je morgenochtend, [eiser] .

04-09-2023 10:12 - [handelsnaam] [gedaagde] / [A] : □□

09-09-2023 09:10 - [handelsnaam] [gedaagde] / [A] : Goedemorgen [eiser] , ik heb gisteren een zware zonnesteek opgelopen, voel me eigen niet best, we willen maandag komen.

09-09-2023 11:56 - [eiser] : Hey [gedaagde] , je komt echt as maandag 11 sept. 2023?

Het dak is niet lekdicht, dit even ter herinnering, Wacht op je antwoord.

[eiser] 9 sept. 2023.

11-09-2023 07:08 - [handelsnaam] [gedaagde] / [A] : Goedemorgen [eiser] , wij zijn er vandaag iets later aanwezig. Gr [gedaagde]

11-09-2023 11:40 - [eiser] : Hey [gedaagde] , kom je nog?

11-09-2023 11:50 - [handelsnaam] [gedaagde] / [A] : Hey [eiser] , jazeker we zijn er rond half2

16-09-2023 09:00 - [handelsnaam] [gedaagde] / [A] : Goedemorgen [eiser] , Vandaag heeft iedereen zich eigen ziek gemeld, ik zorg ervoor dat we er maandag zijn. [gedaagde]

Daarna heeft [eiser] de hiervoor onder 4.20 geciteerde aanmaning gestuurd. Hierna is [gedaagde] in september 2023 nog een aantal maal bij [eiser] langs geweest om werkzaamheden te verrichten.

Op 19 november 2023 heeft [eiser] [gedaagde] geschreven over lekkage in de slaapkamer. Opnieuw heeft [gedaagde] geantwoord dat hij dat zou gaan oplossen. Op 6 december 2023 klaagde [eiser] nog steeds over de lekkage. Kennelijk was die toen dus nog niet opgelost. Op 11 december 2023 schreef [gedaagde] dat hij op huwelijksreis was, maar de daarop volgende week meteen zou langs komen. Dat is kennelijk niet gebeurd, want [eiser] vroeg op 1 januari 2024 opnieuw of [gedaagde] zo snel mogelijk contact met hem wilde opnemen. Uiteindelijk heeft [eiser] op 11 januari 2024 [bedrijf 3] B.V. opdracht gegeven een noodreparatie uit te voeren.

[gedaagde] stelde tijdens de mondelinge behandeling dat de lekkages al aanwezig waren voor hij met zijn werkzaamheden begon. Verder heeft hij gesteld dat [eiser] wel een aantal keer heeft geklaagd over lekkages maar dat hij die – als hij langs kwam – niet kon vaststellen. Er zou ook een lekdetectie zijn uitgevoerd waaruit niet bleek dat er sprake was van een lekkage.

De kantonrechter stelt aan de hand van de hiervoor weergegeven Whatsappcorrespondentie vast dat [eiser] veelvuldig en gedurende langere tijd heeft geklaagd over lekkages. In die periode heeft [gedaagde] steeds geschreven dat hij dat zou oplossen. Hij heeft nooit geschreven dat er geen sprake was van lekkages. Verder stelt hij dat er een lekdetectie zou zijn uitgevoerd. Daarover heeft hij in de Whatsappconversatie ook geschreven op 11 december 2023, maar de resultaten van die lekdetectie zijn niet in het geding gebracht. Verder heeft [bedrijf 3] B.V. op 11 januari 2024 opgeschreven:

“Geheel het Dak is niet netjes Afgewerkt Waardoor er lekkages zijn ontstaan”

De kantonrechter is van oordeel dat uit al deze omstandigheden in onderlinge samenhang bekeken voldoende blijkt dat er sprake was van lekkages waarvoor een oplossing gevonden moest worden. [eiser] had [gedaagde] bovendien al zo vaak gevraagd de problemen op te lossen, zonder dat deze daar adequaat op reageerde dat hij er inmiddels van uit mocht gaan dat [gedaagde] ook dit maal de problemen niet voortvarend zou oplossen. Dat geldt des te meer omdat [gedaagde] op 11 december 2023 had geschreven dat hij de daarop volgende week meteen zou langs komen, dat vervolgens niet deed en kennelijk na het bericht van [eiser] van 1 januari 2024 ook niet direct is gekomen. Gelet op deze gang van zaken mocht [eiser] uit de houding van [gedaagde] afleiden dat deze tekort zou schieten in de nakoming van zijn verplichtingen. Naar het oordeel van de kantonrechter kon onder deze omstandigheden op grond van de redelijkheid en billijkheid een ingebrekestelling achterwege blijven en raakte [gedaagde] zonder ingebrekestelling in verzuim. [gedaagde] is dan ook aansprakelijk voor de kosten die [eiser] heeft gemaakt als gevolg van het feit dat hij de lekkages niet oploste.

De kosten voor de noodreparatie zijn te beschouwen als redelijke kosten ter beperking van de schade. Het was ook redelijk dat [eiser] deze kosten maakte. [gedaagde] moet deze kosten van € 1.070,00 dan ook aan [eiser] betalen.

De kosten voor het deskundigenrapport

[eiser] vordert verder vergoeding van de kosten voor het rapport van [bedrijf 1] voor een bedrag van € 1.149,50. Dit betreft kosten ter vaststelling van de schade, die op grond van artikel 6:96 lid 2 sub b van het Burgerlijk Wetboek voor vergoeding in aanmerking komen. De beslissing van [eiser] om een onderzoek te laten doen, de omvang en de kosten daarvan komen de kantonrechter redelijk voor. [gedaagde] heeft tegen het grootste gedeelte van de in het rapport genoemde posten ook geen onderbouwd verweer gevoerd, zodat de kantonrechter hem zal veroordelen tot betaling van deze kosten.

Conclusie

Conclusie van het voorgaande is dat [gedaagde] de volgende kosten aan [eiser] moet vergoeden:

Schade op grond rapporten [bedrijf 1] /Pierau € 5.962,28

Noodreparatie € 1.070,00

Kosten deskundigenrapport € 1.149,50

Totaal € 8.181,78

Wettelijke rente

[eiser] vordert wettelijke rente over het door hem gevorderde bedrag van af 15 maart 2024. De kantonrechter heeft hiervoor al overwogen dat er sprake was van verzuim aan de zijde van [gedaagde] . [eiser] heeft [gedaagde] al op 19 september 2023 in gebreke gesteld, en daarna nog diverse keren, waaronder op 13 en 15 januari 2024 en op 28 februari 2024. [gedaagde] was dus op 15 maart 2024 in verzuim. Omdat wettelijke rente kan worden toegewezen vanaf het moment dat een schuldenaar in verzuim is, is de vordering toewijsbaar. [gedaagde] moet dus wettelijke rente betalen vanaf 15 maart 2024 over het toegewezen bedrag.

[gedaagde] moet [eiser] de buitengerechtelijke incassokosten betalen

[eiser] vordert € 858,30 aan buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [eiser] voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten is niet hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief. Het gevorderde bedrag zal daarom worden toegewezen.

De uitspraak zal nog worden aangehouden

Omdat de kantonrechter bij de beoordeling in reconventie een deskundige zal benoemen, wordt in conventie iedere verdere beslissing aangehouden, totdat een eindvonnis gewezen zal worden.

in reconventie

[gedaagde] vordert in reconventie betaling van twee bedragen, te weten:

€ 2.754,51. Dat is het nog niet betaalde gedeelte van de aanneemsom die partijen op 19 september 2022 zijn overeengekomen;

€ 15.790,50. Volgens [gedaagde] hebben [eiser] en hij op 2 mei 2024 in een aanvullende overeenkomst afgesproken dat [gedaagde] voor dit bedrag aanvullende werkzaamheden zou verrichten. Deze werkzaamheden zou [gedaagde] ook hebben uitgevoerd.

Het bedrag van € 2.754,51

Het staat nog niet vast dat [eiser] het bedrag van € 2.754,51 moet betalen

[eiser] is op grond van de overeenkomst tussen partijen in principe verplicht het bedrag van € 2.754,51 aan [gedaagde] te betalen. [eiser] voert tegen dit deel van de vordering in reconventie ook geen verweer, maar hij beroept zich op opschorting. Dit bedrag zou verrekend moeten worden met de schadevergoeding die [gedaagde] [eiser] moet betalen. Maar het is op grond van het consumentenrecht de vraag of [eiser] dit bedrag nog aan [gedaagde] moet betalen. De kantonrechter overweegt daarover het volgende.

Consumentenrecht

De overeenkomst tussen [gedaagde] en [eiser] is een overeenkomst gesloten door een partij handelend in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf ( [gedaagde] ) met consument [eiser] . Daarom gelden voor [gedaagde] de informatieverplichtingen van titel 5 afdeling 2b van boek 6 van het Burgerlijk Wetboek. De kantonrechter moet dat ambtshalve toetsen, dus ook als daar geen beroep op gedaan is. Op grond van artikel 6:230l onder d van het Burgerlijk Wetboek moest [gedaagde] [eiser] vooraf (onder meer) informeren over de termijn waarbinnen het werk uitgevoerd zou worden. De kantonrechter kan uit de door partijen overgelegde stukken niet afleiden of [gedaagde] aan deze informatieverplichting heeft voldaan. In de overeenkomst zelf staat er niets over. In de overgelegde Whatsappberichten staat wel wanneer de werkzaamheden zouden aanvangen, maar niet hoe lang deze zouden duren.

Bij het niet voldoen aan de verplichting om dergelijke informatie te verstrekken kunnen sancties worden opgelegd. Die sanctie kan bestaan uit een vermindering van een gevorderde hoofdsom. De kantonrechter zal [gedaagde] in de gelegenheid stellen om zich bij akte uit te laten over de vraag of hij [eiser] van tevoren heeft geïnformeerd over de termijn waarbinnen de werkzaamheden uitgevoerd zouden worden. Voor zover dat niet het geval is, mag [gedaagde] zich er ook over uitlaten of en zo ja, welke sanctie in dit geval passend is. [eiser] zal daarna in de gelegenheid worden gesteld hierop bij akte te antwoorden.

Het bedrag van € 15.790,50

[gedaagde] moet bewijzen dat [eiser] de offerte van 2 mei 2024 heeft getekend

[gedaagde] heeft gesteld dat er tussen hem en [eiser] een tweede overeenkomst tot stand gekomen is, doordat [eiser] op 2 mei 2024 een offerte voor aanvullende werkzaamheden voor een bedrag van € 15.790,50 heeft ondertekend. [gedaagde] heeft deze offerte – naar de kantonrechter begrijpt een (scan van een) doorslag – in het geding gebracht. [eiser] heeft stellig en gemotiveerd betwist dat hij deze handtekening geplaatst heeft. Hij heeft tijdens de mondelinge behandeling een aantal officiële documenten getoond, waarop volgens hem een handtekening staat die afwijkt van de handtekening onder de offerte van 2 mei 2024. Verder heeft hij erop gewezen dat het niet logisch is dat hij op dat moment [gedaagde] nog een tweede opdracht zou gunnen. [gedaagde] had de eerste overeenkomst namelijk nog altijd niet tot een goed einde gebracht, terwijl er al ruim anderhalf jaar verstreken was, en [eiser] veelvuldig had geklaagd over de wijze van uitvoering en het feit dat [gedaagde] zijn afspraken niet nakwam. Verder heeft hij gesteld dat de door [gedaagde] in de offerte van 2 mei 2024 genoemde werkzaamheden onder de overeenkomst uit 2022 vallen.

De kantonrechter kan niet vaststellen dat het om dezelfde werkzaamheden ging als eerder ook al geoffreerd waren. De offerte van 2 mei 2024 ziet op:

dakrenovatie – verwijderen en afvoeren van oude dakpannen en leveren en plaatsen van folie en (nieuwe) dakpannen;

gootrenovatie – verwijderen van een oude goot en leveren en plaatsen van een (nieuwe) goot;

2 x balkon renovatie.

In de offerte van 10 september 2022 staan geen posten voor het verwijderen en leveren van dakpannen en voor renovatie van twee balkons. Er staan wel twee ‘Goten water aflopend met kiezelbak’ op, maar het is onduidelijk of dat op dezelfde goten ziet als in de offerte van 2 mei 2024 zijn bedoeld. Tussen partijen is niet in geschil dat het huis over meerdere goten beschikt en volgens [gedaagde] ging dit over een andere goot. De kantonrechter kan daarom niet al aan de hand van de geoffreerde werkzaamheden vaststellen dat deze offerte niet juist kan zijn.

Maar de kantonrechter kan niet van de echtheid van de handtekening uitgaan. [eiser] heeft namelijk stellig ontkend dat hij die akte getekend heeft. In de wet staat dat een dergelijk document in zo’n geval geen dwingend bewijs oplevert zolang niet is vastgesteld wie dat document heeft ondertekend. [gedaagde] beroept zich op de rechtsgevolgen van de getekende offerte. [gedaagde] moet daarom bewijzen dat [eiser] deze offerte heeft getekend. De kantonrechter zal [gedaagde] hier daarom een bewijsopdracht voor geven.

Getuigenbewijs?

Als [gedaagde] het bewijs (mede) wil te leveren door schriftelijke stukken of andere gegevens, dient hij die afzonderlijk bij akte in het geding te brengen. Als [gedaagde] het bewijs wil leveren door het doen horen van getuigen, moet hij dit in de akte vermelden en de verhinderdata opgeven van alle partijen en van de op te roepen getuigen. De kantonrechter bepaalt dan vervolgens een datum en tijdstip voor een getuigenverhoor.

De partijen moeten bij de getuigenverhoren in persoon aanwezig zijn. Als een partij zonder gegronde reden niet verschijnt, kan dit nadelige gevolgen voor die partij hebben.

De kantonrechter verwacht dat het verhoor per getuige 60 minuten zal duren. Als [gedaagde] verwacht dat het verhoor van een getuige langer zal duren, kan dat in de te nemen akte worden vermeld.

Deskundigenbericht?

Voor het geval [gedaagde] het bewijs wil leveren door een deskundigenbericht, zal hij dit in zijn akte kunnen aangeven. Voor dat geval is de kantonrechter voorshands van oordeel dat volstaan kan worden met de benoeming van één deskundige, die handschriftdeskundige is. Aan de deskundige zouden de volgende vragen kunnen worden gesteld:

Met welke mate van waarschijnlijkheid kan worden aangenomen dat de namens [eiser] op de offerte van 2 mei 2024 geplaatste handtekening van hem afkomstig is en door hem geplaatst is?

Wilt u bij de beantwoording van uw vraag zoveel mogelijk onderbouwen op welke gronden u tot uw beslissing bent gekomen?

Heeft u nog overige opmerkingen die voor de beoordeling van de zaak van belang zouden kunnen zijn?

Voordat de kantonrechter een deskundige zal benoemen, zal hij partijen in de gelegenheid stellen zich uit te laten over het aantal en het specialisme van de te benoemen deskundige(n) en over de aan de deskundige(n) voor te leggen vragen. Indien partijen zich wensen uit te laten over de persoon van de te benoemen deskundige(n), dienen zij daarbij aan te geven over welke deskundige(n) zij het eens zijn, dan wel tegen wie zij gemotiveerd bezwaar hebben. De kantonrechter zal de zaak hiertoe naar de rol verwijzen.

De kantonrechter ziet geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt van de wet, dat het voorschot op de kosten van de deskundige(n) in beginsel door de eisende partij moet worden gedeponeerd. Dit voorschot zal daarom door [gedaagde] moeten worden betaald. De hoogte van het voorschot zal na overleg met de te benoemen deskundige door de kantonrechter op een later moment worden vastgesteld. In het eindvonnis zal worden bepaald voor wiens rekening de definitieve kosten uiteindelijk zullen komen. In beginsel is dat de partij die (overwegend) in het ongelijk wordt gesteld

Ten slotte: willen partijen op deze weg verder gaan?

In conventie is geoordeeld dat [gedaagde] [eiser] een bedrag van € 8.181,78 en een bedrag van € 858,30 aan buitengerechtelijke incassokosten moet betalen. Het is nog onduidelijk of [eiser] het bedrag van € 2.754,51 aan [gedaagde] moet betalen. Verder zullen mogelijk getuigen moeten worden gehoord of zal een deskundige moeten worden benoemd. Een en ander is een tijdrovend en vaak kostbaar proces, terwijl de uitkomst van het geschil in reconventie onzeker is. Om deze redenen – en omdat in conventie met dit vonnis enige duidelijkheid is verschaft – geeft de kantonrechter partijen in overweging nogmaals te bezien of zijn het geschil in der minne kunnen regelen.

Om organisatorische redenen zal deze zaak verder door een andere rechter worden behandeld.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5. De beslissing

De kantonrechter

in conventie:

houdt iedere beslissing aan;

in reconventie

verwijst de zaak naar de rol van 28 januari 2026 voor akte uitlating door [gedaagde] over de punten genoemd in overweging 4.53 en 4.61 van dit vonnis,

bepaalt dat [eiser] vier weken later een akte mag nemen waarin hij ingaat op deze punten en op de akte van [gedaagde] ,

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.W. Wagenaar en in het openbaar uitgesproken op 31 december 2025.

58441

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?