[eiseres] , uit [plaats] (België), eiseres
(gemachtigde: mr. K. Bozia),
en
Dienst Toeslagen, verweerder(gemachtigde: mr. [gemachtigde] ).
Inleiding
Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar bezwaar van 23 april 2025 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Eiseres heeft een reactie gegeven op het verweerschrift.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.
2. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld. Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
3. In geschil is of verweerder in gebreke is gesteld door eiseres. Verweerder geeft in zijn verweerschrift van 10 november 2025 aan dat hij geen ingebrekestelling van eiseres heeft ontvangen en stelt dat het beroep daarom niet-ontvankelijk is.
4. Eiseres stelt dat zij wel een ingebrekestelling heeft gestuurd aan verweerder. Zij heeft een ingebrekestelling van 9 oktober 2025 overgelegd. Verder heeft de gemachtigde van eiseres ter aanvulling een kopie van het interne postboek van het kantoor gestuurd. Daarin staat dat “10-9-2025 [eiseres] Ingebrekestelling Kinderopvangtoeslag UHT Per post”.
5. De rechtbank is van oordeel dat eiseres hiermee onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat desbetreffende ingebrekestelling naar verweerder is verzonden. Uit het interne postboek van het kantoor van de gemachtigd van eiseres kan immers niet worden afgeleid dat de ingebrekestelling daadwerkelijk ter verzending is aangeboden.
6. Aangezien eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij verweerder in gebreke heeft gesteld, komt de rechtbank tot het oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van I. van Ittersum, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 23 december 2025.
de griffier is verhinderd deze uitspraak
te ondertekenen
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: