[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker
(gemachtigde: mr. R. Küçükünal),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het Uwv), verweerder
(gemachtigde: S.N. Westmaas).
Inleiding
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om een veroordeling van het Uwv in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek op 30 oktober 2025 gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het besluit van 9 juni 2023.
De rechtbank heeft het Uwv in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het Uwv de rechtbank meegedeeld dat hij bereid is om tot vergoeding over te gaan na de veroordeling in de proceskosten.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
Beoordeling door de rechtbank
1. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
2. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.
Is het Uwv aan verzoeker tegemoetgekomen?
3. De rechtbank moet dus beoordelen of het Uwv geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen.
4. Op 22 juni 2023 heeft verzoeker beroep ingesteld tegen het besluit van 9 juni 2023, waarin het bezwaar van verzoeker ongegrond is verklaard. In dit besluit heeft het Uwv de beslissing dat verzoeker per 27 oktober 2019 (einde wachttijd) en per 1 april 2021 (datum herbeoordelingsverzoek) geen recht heeft op een WIA-uitkering gehandhaafd. Met het gewijzigde besluit van 27 oktober 2025 heeft het Uwv verzoekster laten weten dat hij per 1 april 2021 en per 14 oktober 2024 recht heeft op een WIA-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%. Hiermee is het Uwv tegemoetgekomen aan het beroep van verzoeker.
Welk bedrag aan proceskosten moet het Uwv aan verzoeker vergoeden?
5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoeker krijgt een vergoeding van zijn proceskosten. Het Uwv moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 2.721,- omdat de gemachtigde van verzoeker een beroepschrift heeft ingediend en twee zittingen heeft bijgewoond. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
6. Omdat het Uwv met het besluit van 28 oktober 2025 - in navolging van het gewijzigde besluit van 27 oktober 2025 - de in bezwaar gemaakte kosten van € 1.294,- aan verzoeker heeft vergoed en verzoeker hierom bij de intrekking van het beroep niet heeft verzocht, zal de rechtbank daarover geen beslissing nemen.
Krijgt verzoeker een vergoeding van het griffierecht?
7. De rechtbank wijst erop dat het Uwv verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 50,- te vergoeden.Verzoeker moet zich hiervoor dan ook tot het Uwv wenden.
Beslissing
De rechtbank veroordeelt het Uwv tot betaling van € 2.721,- aan proceskosten aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. Y.N.M. Rijlaarsdam, rechter, in aanwezigheid van
mr. A. Azmi, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 11 december 2025.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.