[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker
(gemachtigde: mr. S.G.H. Langeweg),
en
de burgemeester van de gemeente [plaats]
(gemachtigde: mr. M. Bindels).
Inleiding
1. Met het besluit van 14 oktober 2025 heeft de burgemeester besloten een slaapkamer in de woning aan de [adres] te [plaats] met ingang van 16 oktober 2025 voor een periode van twee maanden te sluiten. De slaapkamer van de woning wordt volgens de burgemeester namelijk gebruikt als illegale seksinrichting.
2. Verzoeker is huurder van deze woning en woont in de woning. Hij heeft op 15 oktober 2025 bezwaar gemaakt tegen de sluiting van de slaapkamer. Op dezelfde dag heeft hij bij de rechtbank een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingediend.
3. Op 15 oktober 2025 heeft verzoeker de voorzieningenrechter gevraagd om een ordemaatregel te treffen. Verzoeker wil hiermee voorkomen dat de slaapkamer wordt gesloten voordat de voorzieningenrechter op zijn verzoek om een voorlopige voorziening heeft beslist.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
4. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een eventueel bodemgeding niet.
5. Artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (de Awb) bepaalt dat, indien tegen een besluit bij de bestuursrechter beroep is ingesteld dan wel voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de bestuursrechter, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening kan treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
6. Artikel 8:83, eerste lid, van de Awb bepaalt dat partijen zo spoedig mogelijk voor een mondelinge behandeling ter zitting worden uitgenodigd. Het vierde lid van dit artikel geeft de voorzieningenrechter de bevoegdheid om uitspraak te doen zonder dat partijen ter zitting zijn gehoord als onverwijlde spoed dat vereist en partijen daardoor niet in hun belangen worden geschaad. De voorzieningenrechter maakt gebruik van deze bevoegdheid. De voorzieningenrechter streeft ernaar om binnen afzienbare tijd een mondelinge behandeling ter zitting te bepalen. De exacte datum van de zitting is op dit moment echter nog niet bekend. De burgemeester heeft medegedeeld dat hij de sluiting, die vandaag ingaat, niet wil opschorten totdat de voorzieningenrechter uitspraak doet.
7. De vraag ligt voor of de voorzieningenrechter een ordemaatregel moet treffen, waarmee het besluit tot sluiting van de slaapkamer tot aan een beslissing op het
verzoek om voorlopige voorziening zou worden geschorst. De bevoegdheid om een ordemaatregel te treffen is aan de voorzieningenrechter gegeven om meteen in te kunnen grijpen bij dreigend en ernstig en onherstelbaar nadeel. Deze bevoegdheid is bedoeld voor bijzondere gevallen.
8. Verzoeker heeft in dit kader aangevoerd dat de gevolgen van een sluiting voor hem niet zijn te overzien. Hij heeft geen netwerk waar hij kan verblijven en hij kampt met psychische en lichamelijke problemen. Vanwege zijn problematiek kan hij ook niet zomaar bij een nachtopvang terecht. Volgens verzoeker is hij door een derde onder druk gezet, maar zijn er na 29 september 2025 geen incidenten meer geweest. Een sluiting gaat volgens verzoeker daarom te ver en zal leiden tot zijn maatschappelijke teloorgang.
9. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om een ordemaatregel te treffen. Uit het besluit volgt dat alleen de slaapkamer wordt gesloten en dat verzoeker toegang heeft tot de rest van zijn woning. Ook blijkt uit het besluit dat eiser al regelmatig in zijn woonkamer slaapt. Dat kan eiser na de sluiting blijven doen. Verder heeft de burgemeester te kennen gegeven dat er ook na 29 september 2025 loop is naar de woning en dat de buurt overlast ervaart. Hierdoor wordt de openbare orde verstoord. Het belang van verzoeker weegt daarom niet zodanig zwaar dat een ordematregel getroffen moet worden. De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek om hangende deze voorlopige-voorzieningsprocedure een ordemaatregel te treffen, af. Dit is op 16 oktober 2025 telefonisch aan partijen bericht.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. N.A.P. Vrijsen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 16 oktober 2025.
de voorzieningenrechter is niet in staat deze uitspraak te ondertekenen
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: