ECLI:NL:RBMNE:2025:7321

ECLI:NL:RBMNE:2025:7321, Rechtbank Midden-Nederland, 17-12-2025, UTR 23/3505, UTR 23/4737, UTR 23/4739 en UTR 23/4742

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 17-12-2025
Datum publicatie 19-01-2026
Zaaknummer UTR 23/3505
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

De rechtbank overweegt als volgt. Met een parkeervergunning wordt gebruik gemaakt van een uitzondering op het reguliere parkeerbeleid. Als iemand gebruik wil maken van een/deze uitzondering moet diegene wel aan de voorwaarden voldoen. Dat betekent ook dat het de verantwoordelijkheid is van de vergunninghouder en de gebruiker van de vergunning om zich op de hoogte te stellen van die voorwaarden. Dat eiseres dit niet heeft gedaan en er vanuit ging dat hij zich met de “nieuwe” vergunning niet aan hoefde te melden, komt dan ook voor haar rekening en risico. Tijdens de zitting is de mogelijkheid besproken dat vergunninghouder eiseres als gebruiker van de vergunning niet (goed/volledig) heeft gewezen op de voorwaarden die van toepassing zijn bij het gebruikmaken van de vergunning. Of hier al dan niet sprake van is kan echter niet tot de conclusie leiden dat de heffingsambtenaar de naheffingsaanslag(en) ten onrechte heeft opgelegd. Dit is een kwestie tussen eiseres en de vergunninghouder. De beroepen gericht tegen de uitspraken op bezwaar over de naheffingsaanslagen met nummers nummer en nummer zijn dan ook ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 december 2025 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres,

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummers: UTR 23/3505, UTR 23/4737, UTR 23/4739 en UTR 23/4742

en

de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht, verweerder

(gemachtigde: mr. D. Koopmans).

Procesverloop

In de periode van 6 december 2022 tot en met 22 februari 2023 heeft de heffingsambtenaar aan eiseres vier naheffingsaanslagen parkeerbelasting opgelegd. Eiseres heeft tegen deze naheffingsaanslagen bezwaar gemaakt.

Met de uitspraken op bezwaar heeft de heffingsambtenaar twee bezwaren van eiseres niet-ontvankelijk verklaard vanwege een te late indiening van het bezwaarschrift en twee bezwaren van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen de uitspraken op bezwaar beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is behandeld op de zitting van 26 november 2025. Eiseres en de gemachtigde van de heffingsambtenaar hebben deelgenomen aan de zitting.

Overwegingen

2. Het voertuig van eiseres stond op verschillende dagen geparkeerd zonder dat de verschuldigde parkeerbelasting was voldaan. Naar aanleiding hiervan zijn de volgende naheffingsaanslagen opgelegd:

- naheffingsaanslag 6 december 2022, aanslagnummer [nummer] , op 21 november 2022 om 10:05 uur stond het voertuig van eiseres geparkeerd op de Nieuwegracht aan de Werf in Utrecht

- naheffingsaanslag 4 januari 2023, aanslagnummer [nummer] , op 20 december 2022 om 13:55 uur stond het voertuig van eiseres geparkeerd op de Nieuwegracht aan de Werf in Utrecht

- naheffingsaanslag 15 februari 2023, aanslagnummer [nummer] , op 30 januari 2023 om 14:00 uur stond het voertuig van eiseres geparkeerd op de Nieuwegracht aan de Werf in Utrecht

- naheffingsaanslag 22 februari 2023, aanslagnummer [nummer] , op 6 februari 2023 om 13:38 uur stond het voertuig van eiseres geparkeerd op de Nieuwegracht aan de Werd in Utrecht.

Aanslagnummers [nummer] en [nummer] (UTR 23/4737 en UTR 23/4742)

3. Een bezwaarschrift moet worden ingediend binnen zes weken nadat het besluit bekend is gemaakt.De beschikking met aanslagnummer [nummer] is bekend gemaakt op 6 december 2022. Het bezwaarschrift had dus uiterlijk 17 januari 2023 door de heffingsambtenaar ontvangen moeten zijn. De beschikking met aanslagnummer [nummer] is bekend gemaakt op 4 januari 2023. Het bezwaarschrift had dus uiterlijk 15 februari 2023 door de heffingsambtenaar ontvangen moeten zijn. De heffingsambtenaar heeft de bezwaren ontvangen op 28 februari 2023. Dat is dus te laat. De hoofdregel is dan dat de heffingsambtenaar de bezwaren niet-ontvankelijk verklaart. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het bezwaarschrift te laat is ingediend. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen.

4. Eiseres heeft op de zitting aangegeven dat in die periode de postbezorging slechts eens in de paar weken plaatsvond, waardoor zij in één keer alle naheffingsaanslagen heeft ontvangen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres de reden van de te late indiening van de bezwaren niet onderbouwd of anderszins aannemelijk gemaakt. De enkele stelling daarover is onvoldoende om te kunnen spreken van een geldige reden voor het niet op tijd indienen van haar bezwaarschriften. Eiseres heeft geen enkel objectief, verifieerbaar (bewijs)stuk ingediend waaruit de late ontvangst blijkt of aannemelijk wordt. Dit betekent dat de heffingsambtenaar de bezwaren van eiseres terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard en de beroepen ongegrond zijn.

5. De heffingsambtenaar heeft niet gevraagd naar de reden van de te late indiening van het bezwaarschrift. De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar bij eiseres navraag had moeten doen naar de reden van de overschrijding van de bezwaartermijn, maar nu in beroep het standpunt van de eiseres is behandeld, komt de rechtbank tot de conclusie dat eiseres niet in haar belangen is geschaad. De rechtbank ziet dan ook aanleiding om onder toepassing van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) hieraan voorbij te gaan. Omdat de heffingsambtenaar niet naar de reden van de te late indiening heeft gevraagd, ziet de rechtbank wel aanleiding te bepalen dat de heffingsambtenaar het griffierecht dat eiseres heeft betaald moet vergoeden. Gelet op de samenhang van de zaken in de zin van artikel 8:41, derde lid, van de Awb is er eenmaal griffierecht geheven.

Aanslagnummers [nummer] en [nummer] (UTR 23/3505 en UTR 23/4739)

6. Eiseres voert samengevat aan dat zij een parkeervergunning heeft waar zij voor betaalt. Eiseres wist niet dat zij met deze parkeervergunning steeds opnieuw moest inloggen en het moest aangeven als zij parkeert. Bij de parkeervergunning waar zij eerder gebruik van maakte moest zij wel inloggen, maar omdat haar verteld was dat deze parkeervergunning op haar kenteken stond, ging zij ervan uit hier bij deze parkeervergunning geen sprake van was. Omdat eiseres dit niet wist heeft zij zich niet elke keer aangemeld. Een naheffingsaanslag zou volgens eiseres betekenen dat zij twee keer betaalt voor het parkeren.

In reactie op het verweerschrift voert eiseres aan dat de “nieuwe” vergunning een persoonlijke parkeervergunning is op naam, kenteken met een eigen inlogcode. De “oude” vergunning was een zakelijke vergunning. Omdat de “nieuwe” vergunning op naam en kenteken stond, ging zij ervan uit dat zij zich niet aan hoefde te melden.

7. De heffingsambtenaar geeft aan dat om met een geldige vergunning te kunnen parkeren wel aan de voorwaarden voldaan moet worden. Wordt aan één van die voorwaarden niet voldaan dan is er geen sprake van “vergunning-parkeren” maar van “straat-parkeren”. Eiseres heeft haar voertuig niet aangemeld en dan is er geen sprake van “vergunning-parkeren”. De heffingsambtenaar gaat verder in op de stelling van eiseres dat zij er niet van op de hoogte was dat zij zich moest aanmelden als zij haar voertuig parkeert en wijst op het aantal aanmeldingen bij de “oude” en “nieuwe” vergunning. De heffingsambtenaar heeft ter onderbouwing van zijn standpunt de betreffende vergunning met nummer [nummer] overgelegd, waaruit volgt dat deze vergunning op naam van [bedrijf] B.V. staat en (dus) niet op naam van eiseres zelf. Daarnaast heeft de heffingsambtenaar de “Beheerdershandleiding digitale zakelijke parkeervergunning” en de “Gebruikershandleiding digitale zakelijke parkeervergunning” overgelegd, waaruit volgt dat eiseres bij het daadwerkelijk gebruik maken van de parkeervergunning, moet inloggen.

8. De rechtbank overweegt als volgt. Met een parkeervergunning wordt gebruik gemaakt van een uitzondering op het reguliere parkeerbeleid. Als iemand gebruik wil maken van een/deze uitzondering moet diegene wel aan de voorwaarden voldoen. Dat betekent ook dat het de verantwoordelijkheid is van de vergunninghouder en de gebruiker van de vergunning om zich op de hoogte te stellen van die voorwaarden. Dat eiseres dit niet heeft gedaan en er vanuit ging dat hij zich met de “nieuwe” vergunning niet aan hoefde te melden, komt dan ook voor haar rekening en risico. Tijdens de zitting is de mogelijkheid besproken dat vergunninghouder eiseres als gebruiker van de vergunning niet (goed/volledig) heeft gewezen op de voorwaarden die van toepassing zijn bij het gebruikmaken van de vergunning. Of hier al dan niet sprake van is kan echter niet tot de conclusie leiden dat de heffingsambtenaar de naheffingsaanslag(en) ten onrechte heeft opgelegd. Dit is een kwestie tussen eiseres en de vergunninghouder. De beroepen gericht tegen de uitspraken op bezwaar over de naheffingsaanslagen met nummers [nummer] en [nummer] zijn dan ook ongegrond.

9. Op de zitting heeft de heffingsambtenaar aangegeven uit coulance één van de naheffingsaanslagen te vernietigen. Voor de verdere afwikkeling hiervan dient eiseres zich te wenden tot de heffingsambtenaar.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart de beroepen ongegrond;

- bepaalt dat de heffingsambtenaar het betaalde griffierecht van € 50,- aan eiseres dient te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.R. van Es – de Vries, rechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 17 december 2025.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?