ECLI:NL:RBMNE:2025:7354

ECLI:NL:RBMNE:2025:7354, Rechtbank Midden-Nederland, 21-07-2025, UTR 25/2182

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 21-07-2025
Datum publicatie 23-01-2026
Zaaknummer UTR 25/2182
Rechtsgebied Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Verzoek tot handhaving, een beroep van eiser omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op het handhavingsverzoek van eiser, gegrond.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 juli 2025 in de zaak tussen

Coöperatie Mobilisation for the Environment U.A., te Nijmegen, eiser

Het College van Gedeputeerde Staten van Flevoland, verweerder.

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 25/2182

(gemachtigde: mr. D. Delibes-Vermeulen)

en

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op zijn verzoek om handhavend op te treden tegen [bedrijf] B.V.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Wel moet de betrokkene dan eerst een ‘ingebrekestelling’ aan het bestuursorgaan sturen. Dat wil zeggen dat de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan moet laten weten dat er binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar. Dit staat (onder andere) in de artikelen 6:2, 6:12 en 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

3. Eiser heeft zijn handhavingsverzoek ingediend op 16 augustus 2023. Verweerder heeft op 11 oktober 2023 schriftelijk aan eiser medegedeeld, dat de beslistermijn van acht weken wordt verlengd met acht weken. Verweerder had uiterlijk op 6 december 2023 moeten beslissen. De rechtbank stelt vast dat verweerder op die datum nog steeds niet had beslist. Verweerder erkent in het verweerschrift ook dat niet tijdig is beslist. De rechtbank stelt verder vast dat eiser verweerder op 15 januari 2024 in gebreke heeft gesteld en dat sindsdien twee weken zijn verstreken. Het beroep is kennelijk gegrond.

5. Omdat verweerder nog geen besluit heeft genomen, bepaalt de rechtbank dat verweerder dit alsnog moet doen. Verweerder moet daarom binnen twee weken na het verzenden van deze uitspraak een beslissing op het handhavingsverzoek van eiser nemen (artikel 8:55d, lid 1, Awb). Verweerder verzoekt in zijn verweerschrift om tot 31 december 2025 de tijd te krijgen voor het nemen van een besluit, maar daar ziet de rechtbank geen aanleiding voor. Verweerder wijst op de problematiek rond PAS-melders (Programma Aanpak Stikstof) en dat handhavend optreden in zijn ogen onredelijk bezwarend voor het bedrijf zou zijn. Dit zijn echter geen redenen om niet of pas later op het handhavingsverzoek te beslissen. Dit zijn belangen die meegewogen moeten worden in de afweging om al dan niet handhavend op te treden.

6. De rechtbank bepaalt dat verweerder een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden door verweerder. Daarbij geldt wel een maximum van € 15.000,-.

7. Dat betekent ook dat eiser een vergoeding krijgt voor de proceskosten die hij heeft gemaakt. Verweerder moet dit betalen. Volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht is dit een vast bedrag omdat eiser een professionele (juridische) hulpverlener heeft ingeschakeld om voor hem een beroepschrift in te dienen. Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden wordt een lager bedrag toegekend (wegingsfactor 0,5). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Toegekend wordt € 453,50,-.

8. Omdat het beroep gegrond is moet verweerder het griffierecht van € 385,- aan eiser betalen.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;

- draagt verweerder op binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak

alsnog een besluit bekend te maken;

- bepaalt dat verweerder aan eiser een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag

waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van

€ 15.000,-;

- bepaalt dat verweerder het griffierecht dat eiser heeft betaald moet betalen;

- veroordeelt verweerder tot betaling van € 453,50,- aan proceskosten. Verweerder moet

dit bedrag betalen aan eiser.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Wolbrink, rechter, in aanwezigheid van mr. J.B. Thépass, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2025.

de griffier de rechter

Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J. Wolbrink

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?