ECLI:NL:RBMNE:2025:7418

ECLI:NL:RBMNE:2025:7418

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 18-12-2025
Datum publicatie 28-01-2026
Zaaknummer UTR 24/2368
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Parkeerbelasting. Ongegrond. De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar terecht de naheffingsaanslag parkeerbelasting aan eiser opgelegd. Het behoort tot de verantwoordelijkheid van een parkeerder om ervoor te zorgen dat de verschuldigde parkeerbelasting voor het parkeren op een parkeerplaats tijdig, bij aanvang van het parkeren en zolang er wordt geparkeerd, wordt voldaan.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 december 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser,

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 24/2368

en

de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht, verweerder

(gemachtigde: D.J. Koopmans).

Procesverloop

De heffingsambtenaar heeft op 10 januari 2024 aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd. Eiser heeft tegen deze naheffingsaanslag bezwaar gemaakt op

11 januari 2024.

De heffingsambtenaar heeft met de uitspraken op bezwaar van 1 februari 2024 de bezwaren van eiser ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld op 15 februari 2024. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is behandeld op de zitting van 6 november 2025. De gemachtigde van de heffingsambtenaar heeft deelgenomen aan de zitting.

Overwegingen

2. De naheffingsaanslag is aan eiser opgelegd omdat zijn auto met het kenteken [kenteken] op 31 december 2023 om 10:37 uur aan het Smaragdplein in Utrecht stond geparkeerd zonder dat de verschuldigde parkeerbelasting was betaald.

3. Volgens eiser is de naheffingsaanslag onterecht opgelegd. Normaal gesproken parkeert eiser in de straat achter het Smaragdplein en daar heeft hij een vergunning voor. Eiser voert aan dat de parkeerautomaat op het Smaragdplein defect was op 31 december 2023.

4. De heffingsambtenaar voert aan dat er aan het Smaragdplein twee parkeerautomaten staan in de buurt van de locatie waar eiser zijn auto heeft geparkeerd. Daarnaast stelt de heffingsambtenaar dat er geen sprake is geweest van storingen bij de twee parkeerautomaten op 31 december 2023. De heffingsambtenaar heeft een overzicht overgelegd van de parkeertransacties en eventuele storingen van de betreffende parkeerautomaten. Daar blijkt niet uit dat er op die dag een storing is geregistreerd aan de twee door de heffingsambtenaar genoemde parkeerautomaten.

5. De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar terecht de naheffingsaanslag parkeerbelasting aan eiser heeft opgelegd. Eiser heeft geen objectief, verifieerbaar bewijs overlegd waaruit blijkt dat er ten tijde van de poging om te betalen sprake zou zijn van een storing van de parkeerautomaat. Het behoort tot de verantwoordelijkheid van een parkeerder om ervoor te zorgen dat de verschuldigde parkeerbelasting voor het parkeren op een parkeerplaats tijdig, bij de aanvang van het parkeren en zolang er wordt geparkeerd, wordt voldaan. Een defecte parkeerautomaat is geen geldige reden om geen parkeerbelasting te hoeven voldoen. Eiser had de parkeerbelasting op een andere manier kunnen voldoen, bijvoorbeeld door betaling bij een andere parkeerautomaat of door middel van een parkeer app. Dat eiser dit niet heeft gedaan komt voor zijn rekening en risico. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. Y.N.M. Rijlaarsdam, rechter, in aanwezigheid van mr. A.A. Mulder, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 december 2025.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Y.N.M. Rijlaarsdam

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?