ECLI:NL:RBMNE:2025:7435

ECLI:NL:RBMNE:2025:7435

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 18-09-2025
Datum publicatie 29-01-2026
Zaaknummer UTR 25/5314, UTR 25/5349 en UTR 25/5460
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Mondelinge uitspraak
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Huisverbod oplegging en verlenging

Uitspraak

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van

18 september 2025 op de beroepen en het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

en

de burgemeester van de gemeente Utrecht

(gemachtigden: mr. O. Boubkari en K.J. Katier).

Als derde-partij neemt aan de zaken deel: [derde belanghebbende] uit [plaats] (de echtgenote).

Inleiding

Deze uitspraak gaat over het beroep tegen het opleggen van een tijdelijk huisverbod en het beroep en de voorlopige voorziening tegen de verlenging ervan.

Het huisverbod is ingegaan op 6 september 2025, en heeft betrekking op de woning aan de [adres] in [plaats] . De burgemeester heeft het huisverbod met het besluit van 16 september 2025 verlengd tot 4 oktober 2025, 16:41 uur. Het verlengde huisverbod houdt ook een contactverbod in met de personen die daar wonen, namelijk eisers echtgenote en hun vier (minderjarige) kinderen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 18 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigden van de burgemeester.

Op de zitting is besproken dat de voorlopige voorziening is gevraagd in het licht van het tegen de verlenging van het huisverbod ingestelde beroep. Op de zitting is duidelijk geworden dat eiser – die zonder gemachtigde procedeert – het ook niet eens is met de oplegging van het huisverbod. Met akkoord van de burgemeester heeft eiser op de zitting ook beroep ingesteld tegen de oplegging van het huisverbod.

Omdat de voorzieningenrechter na afloop van de zitting tot de conclusie is gekomen dat nader onderzoek niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak beslist zij ook op de beroepen van eiser tegen de oplegging en de verlenging van het huisverbod.

Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

1. De voorzieningenrechter verklaart de beroepen ongegrond en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Standpunt van eiser

2. Eiser is het niet eens met de oplegging en de verlenging van het huisverbod en voert aan dat er niet uit feiten of omstandigheden is gebleken dat zijn aanwezigheid in de woning ernstig en onmiddellijk gevaar opleverde voor de veiligheid van zijn echtgenote en kinderen. De burgemeester heeft dit onvoldoende onderbouwd. De ernst van de situatie is volgens eiser overdreven en de besluiten zijn volgens hem gebaseerd op aannames. Ook voert eiser aan dat het (verlengde) huisverbod onevenredig zwaar is in verhouding tot de feitelijke situatie. De burgemeester had ook kunnen volstaan met een minder ingrijpende maatregel. Tot slot doet eiser een beroep op artikel 8 van het EVRM omdat hij ernstig wordt beperkt in zijn recht op gezinsleven en privéleven.

Oplegging van het huisverbod

3. De burgemeester kan aan een persoon een huisverbod opleggen als uit feiten of omstandigheden blijkt dat diens aanwezigheid in de woning ernstig en onmiddellijk gevaar oplevert voor de veiligheid van één of meer personen die met hem in de woning wonen of daarin anders dan incidenteel verblijven of als op grond van feiten en omstandigheden een ernstig vermoeden van dit gevaar bestaat.

4. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de burgemeester bevoegd was om een huisverbod op te leggen. Op basis van de stukken die door de burgemeester zijn overgelegd vindt de voorzieningenrechter dat er ten tijde van oplegging van het besluit op zijn minst een ernstig vermoeden bestond dat zich een ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van de echtgenote en de dochter voordeed. Daarbij acht de voorzieningenrechter het volgende van belang. In het proces-verbaal van bevindingen van 6 september 2025 staat dat er in de nacht van 5 op 6 september 2025 een ruzie tussen eiser en zijn echtgenote plaatsvond in hun slaapkamer. Tijdens dit conflict is de 16-jarige dochter van eiser naar hun slaapkamer gekomen en is tussen eiser en haar moeder in gaan staan. In het proces-verbaal staat vermeld dat de dochter zich geïntimideerd voelde door eiser omdat hij met zijn voorhoofd tegen haar voorhoofd aan ging staan en met zijn arm een grote beweging maakte richting haar hoofd. De dochter wilde zich verdedigen en blokkeerde met haar onderarm. Omdat haar armband tegen eisers tand aankwam, is er een stukje van zijn tand afgebroken. Verder staat in het proces-verbaal vermeld dat naar aanleiding van dit incident is besloten dat een van de ouders de woning moest verlaten. Eiser werkte hier in eerste instantie niet aan mee. Toen zijn echtgenote wilde vertrekken, weigerde hij de autosleutels van één van hun twee auto’s te geven, zodat zij niet weg kon gaan. Ook staat in het proces-verbaal dat eiser als agressor naar voren kwam in het gesprek.

5. Daarnaast vermeldt het proces-verbaal ook een incident van twee dagen eerder, namelijk op 4 september 2025. De echtgenote van eiser heeft toen een melding gemaakt, omdat hij haar zou hebben mishandeld door met zijn hand haar mond dicht te drukken. Uit het proces-verbaal volgt dat eiser dit zou hebben gedaan omdat zijn echtgenote aan het schreeuwen was en dat hij daarover verklaart dat dit wellicht niet zo verstandig was. Over het letsel staat beschreven dat de binnenzijde van de bovenlip van de echtgenote rood en bloederig was en dat aan de zijkant van haar lippen een rode streep op haar wang zat.

6. Naast een proces-verbaal van bevindingen is er ook een Risico-taxatie instrument Huiselijk Geweld (RiHG) ingevuld. Daarin is vermeld dat eiser nauwelijks medewerking heeft verleend en ook daarna medewerking weigert. In het RiHG is het verder als sterk signaal aangemerkt dat er sprake is van veel verbale ruzie wat nu lijkt over te gaan in fysiek geweld. Ook is in het RiHG aangevinkt dat sprake zou zijn van willekeurig geweld en volstrekt zonder aanleiding en dat er een (dreiging is van) plotselinge, extreme uitbarsting van geweld. Verder staat in het RIHG vermeld dat bij nader onderzoek veel meer aan de hand lijkt te zijn dan alleen maar onenigheid over de katten.

7. Volgens eiser is de situatie groter gemaakt dan dat het is. Daarbij legt hij uit dat hij wel de hand op de mond van zijn echtgenote heeft gelegd, maar dat zij zich toen bewoog als gevolg waarvan het letsel is ontstaan. Verder merkt hij op dat hij met zijn arm de bedoeling had om zijn dochter (met zijn hand in haar nek) de slaapkamer uit te doen bewegen. Deze betwisting leidt niet tot een ander oordeel. Het is vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) dat, gelet op de aard van een huisverbod, dat altijd in spoedeisende situaties wordt opgelegd, het niet is vereist dat de juistheid van de aan het huisverbod ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden onomstotelijk vaststaat. Voldoende is dat aannemelijk is dat die feiten en omstandigheden zich hebben voorgedaan en een ernstig en onmiddellijk gevaar dan wel een ernstig vermoeden van een dergelijk gevaar voor de in het besluit genoemde personen opleveren. Ook volgt uit de vaste rechtspraak van de Afdeling dat het uitgangspunt is dat een bestuursorgaan (in dit geval de burgemeester) en ook de rechter in beginsel mag uitgaan van de juistheid van een op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal, tenzij bijvoorbeeld tegenbewijs moet leiden tot afwijking van dit uitgangspunt. De voorzieningenrechter ziet geen reden om niet van het op ambtseed opgemaakte proces-verbaal uit te mogen gaan. Eiser betwist niet dat hij zijn hand voor de mond van zijn echtgenote heeft gehouden en ook niet dat hij met zijn arm een grote beweging naar zijn dochter heeft gemaakt. Door de dochter is dit in ieder geval als intimiderend ervaren.

8. Verder merkt de voorzieningenrechter op dat eiser naar voren heeft gebracht op de zitting dat hij rustig en redelijk is of probeert te zijn in alle gesprekken. Maar in het proces-verbaal staat dat hij juist naar voren komt als agressor. Daarnaast heeft eiser ook op de zitting erkend dat hij wel heel boos kan worden en daar ook acties aan verbindt. Deze boosheid heeft bijvoorbeeld geleid tot het storneren van betalingen van vaste lasten voor de gezamenlijke woning en het blokkeren van de OV-kaart van zijn dochter. Daarbij komt ook dat eiser heeft gezegd dat hij als hij boos is, het belangrijk vindt om voet bij stuk te houden.

9. Gelet op al het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat de betwistingen van eiser en zijn beschrijving van het incident niet zodanige twijfel zaaien dat niet van het proces-verbaal uit kan worden gegaan. Eiser heeft verder ook geen tegenbewijs geleverd. Daarmee is het dan ook voldoende aannemelijk dat de feiten en omstandigheden zich hebben voorgedaan en dat er in ieder geval sprake is van een ernstig vermoeden van een ernstig en onmiddellijk gevaar voor de echtgenote en dochter. Dit maakt dat de burgemeester bevoegd was om aan eiser het huisverbod op te leggen.

Verlenging van het huisverbod

9. De burgemeester heeft het huisverbod verlengd en de voorzieningenrechter is van oordeel dat zij dit heeft mogen doen, omdat de dreiging, die ten grondslag lag aan het opleggen van het huisverbod, onverminderd voortduurt. Daarbij is ook de vaste rechtspraak van de Afdeling van belang. Hieruit volgt dat bij de beoordeling of de ernstige en onmiddellijke dreiging of het ernstige vermoeden daarvan daadwerkelijk niet langer bestaat, van belang of de uithuisgeplaatste inmiddels een reële aanvang met de hulpverlening heeft gemaakt en of de verwachting gerechtvaardigd is dat hij aan de hulpverlening blijft meewerken.

10. Uit het zorgadvies van 12 september 2025 blijkt namelijk dat het tot dan toe nog niet was gelukt om veiligheidsafspraken met eiser te maken. Er heeft een eerste gesprek plaatsgevonden maar dit gesprek heeft eiser voortijdig verlaten omdat hij naar eigen zeggen niet inzag waar dit toe moest leiden. Er zijn geen veiligheidsafspraken gemaakt die ervoor kunnen zorgen dat de rust in het gezin terugkeert. Dat alleen al is voldoende grond voor de burgemeester om het huisverbod te verlengen.

11. De voorzieningenrechter ziet niet dat deze verlenging onevenredig is. Er is sprake van verbaal geweld dat lijkt over te gaan naar fysiek geweld en eiser werkt op geen enkele manier mee aan hulpverlening voor het gezin. De voorzieningenrechter ziet niet welke belangen van eiser zwaarder zouden moeten wegen dan het belang van de bescherming van het gezin als geheel.

12. Ondanks dat eiser op grond van artikel 8 van het EVRM recht heeft op zijn familie- en gezinsleven/privéleven en het huis- en contactverbod daarop weliswaar een inbreuk vormt, oordeelt de voorzieningenrechter gelet op al het voorgaande dat die inbreuk op een wettelijke basis is gebaseerd, proportioneel en, gelet op het belang van de veiligheid van de gezinsleden in de woning, gerechtvaardigd. Voor zover eisers belang is gelegen in het feit dat hij spullen wil ophalen uit de woning, is op de zitting besproken dat hij daarvoor een afspraak kan maken met Veilig Thuis. Ook ziet de voorzieningenrechter, gelet op de ernst en het ontbreken van medewerking, niet dat er met een lichter middel kon worden ingegrepen door de burgemeester.

Opheffen van het huisverbod

13. Ten slotte ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om het huisverbod op te heffen. Er zijn nog geen veiligheidsafspraken gemaakt en er heeft in de tussentijd ook geen nieuw gesprek plaatsgevonden. Eiser zegt wel een gesprek met zijn echtgenote te willen maar de voorzieningenrechter hoort dat eiser daar allerlei voorwaarden aan verbindt, bijvoorbeeld over de wijze waarop zijn echtgenoot moet communiceren en dat de katten uit huis moeten. De voorzieningenrechter ziet geen bereidheid van eiser om naar zijn eigen aandeel in de ontstane situatie te kijken. De voorzieningenrechter ziet daarmee ook geen bereidheid om gezamenlijk te komen tot de nodige hulpverlening en verbetering van de dynamiek. Zolang de dynamiek niet verbetert, is het risico op escalatie niet weg.

Conclusie en gevolgen

Het beroep tegen de oplegging van het huisverbod is ongegrond. Ook het beroep tegen de verlenging van het huisverbod is ongegrond. Dat betekent dat het huisverbod in stand blijft tot 4 oktober 2025, 16:41. Omdat het beroep tegen de verlenging van het huisverbod ongegrond is, is er geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- verklaart het beroep tegen de oplegging van het huisverbod ongegrond;

- verklaart het beroep tegen de verlenging van het huisverbod ongegrond;

- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 september 2025 door mr. P.J. Blok, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K.E. Pruntel, griffier.

De voorzieningenrechter is verhinderd om deze uitspraak te ondertekenen

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak voor zover daarbij is beslist op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak voor zover daarbij is beslist op het beroep. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen deze uitspraak voor zover deze gaat over de voorlopige voorziening staat geen hoger beroep open.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. K.E. Pruntel

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?