ECLI:NL:RBMNE:2025:7437

ECLI:NL:RBMNE:2025:7437

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 25-08-2025
Datum publicatie 30-01-2026
Zaaknummer 16/247924-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

De verdachte heeft zich in een periode van vier maanden schuldig gemaakt aan oplichting van acht slachtoffers. De verdachte heeft zich via sociale media voorgedaan als een bonafide verkoper of als een bonafide verhuurbedrijf dat (luxe) auto’s verhuurde. Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het ontvangen, verspreiden en voorhanden hebben van gegevens die geschikt zijn voor (grootschalige) fraude. Strafoplegging: gevangenisstraf van 6 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk en met een proeftijd van 2 jaar.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats: Utrecht

Parketnummer: 16/247924-24

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer van 25 augustus 2025 in de strafzaak van:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2002 in [geboorteplaats] ,

ingeschreven op het adres: [adres] , [postcode] in [plaats] ,

hierna: de verdachte.

1. Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 11 augustus 2025. Het onderzoek is gesloten op 25 augustus 2025.

Op de zitting waren aanwezig:

2. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:

feit 1

op 20 november 2023 in [plaats] , in elk geval in Nederland, samen met een ander of anderen, [slachtoffer 1] heeft opgelicht;

feit 2

primair:

in de periode van 5 mei 2024 tot en met 25 augustus 2024 in [plaats] , in elk geval in Nederland, samen met een ander of anderen, meerdere personen heeft opgelicht;

subsidiair:

in de periode van 5 mei 2024 tot en met 25 augustus 2024 in [plaats] , in elk geval in Nederland, samen met een ander of anderen, diverse geldbedragen heeft witgewassen;

feit 3

in de periode van 4 april 2023 tot en met 21 november 2023 in [plaats] , in elk geval in Nederland, samen met een ander of anderen, voorbereidingshandelingen heeft gepleegd voor het plegen van Whatsappfraude of andere valsheidsmisdrijven gericht op de verkrijging van niet-contante betaalmiddelen.

De volledige tekst van de beschuldiging staat in de bijlage bij dit vonnis.

3. Bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte

feit 1, feit 2 primair en feit 3 heeft gepleegd. Voor feit 2 moet de verdachte worden vrijgesproken van medeplegen, omdat er onvoldoende bewijs is dat de verdachte dit feit samen met een ander heeft gepleegd. Het standpunt wordt – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 3.3.

Standpunt van de verdediging

De advocaat van de verdachte verzoekt de rechtbank de verdachte vrij te spreken van feit 3. Verweren over het bewijs worden - voor zover van belang voor de beoordeling - hierna besproken onder paragraaf 3.3.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank oordeelt dat feit 1 (oplichting via Facebook Marketplace), feit 2 primair (oplichtingen via TikTok en Snapchat) en feit 3 (voorbereidingshandelingen voor het plegen van fraude) wettig en overtuigend zijn bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de volgende bewijsmiddelen:

Bewijsmiddelen feiten 1, 2 primair en 3

Voor meerdere feiten

- De verklaring van de verdachte op de zitting van 11 augustus 2025, voor zover inhoudende:

U houdt mij voor dat er op de Samsung A12, die in mijn fouillering is aangetroffen, selfies en video’s zijn aangetroffen. Ik ben de persoon die op de foto’s te zien is.

Het klopt dat de iPhone 15 die tijdens een ander strafrechtelijk onderzoek bij mij is aangetroffen (de rechtbank begrijpt: de iPhone 15 met goednummer 794557) en de iPhone 15 tijdens de aanhouding op 3 oktober 2024 (de rechtbank begrijpt: de iPhone 15 met goednummer 829903) van mij zijn.

Het klopt dat de betalingen van [username 1] werden overgemaakt op rekeningen die op mijn naam staan.

Het telefoonnummer [telefoonnummer 1] is van mij.

- Een proces-verbaal van onderzoek naar de gebruiker van de Samsung A12, voor zover inhoudende:

Op 21 november 2023 werd in de fouillering van verdachte [verdachte] een telefoon Samsung, type A12, aangetroffen. Het goednummer betreft 794558.

Ik zag dat er een video was waarop verdachte [verdachte] te zien was. Ik herkende [verdachte] omdat ik wijkagent ben geweest in [plaats] .

Ik zag dat er voornamelijk berichten zijn verstuurd met Snapchat. Ik zag dat er als gebruikersnaam “ [verdachte (voornaam)] - [bijnaam van verdachte] ” stond. De voornaam van verdachte [verdachte] is [verdachte (voornaam)] en zijn bijnaam is [bijnaam van verdachte] (bron: tapgesprekken).

Ik zag dat [verdachte (voornaam)] - [bijnaam van verdachte] op 11 november 2023 een foto stuurde naar [.] . Ik herkende [verdachte] op de foto.

Uit de aangetroffen informatie in de telefoon bleek dat [verdachte] zeer waarschijnlijk de enige gebruiker was van de telefoon. Zo stonden er selfies en video’s op waarop hij te zien was en alle berichten werden verstuurd met de gebruikersnamen [verdachte (voornaam)] - [bijnaam van verdachte] en [naam 7] .

Voor feit 1

- Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , voor zover inhoudende:

Ik heb via Facebook Marketplace een Playstation portal gekocht. Met de verkoper gesproken en zelf geld overgemaakt naar zijn bank. Nu heb ik niks ontvangen.

Advertentietitel: Playstation portal.

Accountnaam andere partij: [username 2]

Gecommuniceerd via Facebook messenger.

Hoe is de betaling gedaan? bankoverschrijving.

Uw bankrekeningnummer: [rekeningnummer 7]

Bankrekeningnummer: [rekeningnummer 8]

Naam rekeninghouder andere partij: [naam 2]

Bedrag van de betaling: 246,95

Datum betaling: 20-11-2023.

- Een proces-verbaal van onderzoek aan de iPhone 15 (goednummer: 794557) van de verdachte, voor zover inhoudende:

Ik zag dat er chats waren via Facebook waarin er werd gesproken over de verkoop van een Playstation Portal. Ik zag dat de gebruiker van de telefoon gebruik maakte van de username [username 2] .Ik zag een chat die gehouden werd met [slachtoffer 1] . Ik zag dat het hierin ging over de verkoop van een Playstation Portal. Ik zag dat [slachtoffer 1] geld moest overmaken aan [rekeningnummer 8] op naam van [naam 2] . Ik zag dat [slachtoffer 1] zijn telefoonnummer, [telefoonnummer 2] , gaf om te bellen.

- Een proces-verbaal van een tapgesprek over de verkoop van een Playstation, voor zover inhoudende:

Op 20 november 2023 belde [verdachte] met het telefoonnummer [telefoonnummer 3]

naar het telefoonnummer + [telefoonnummer 2] . Ik zag in de politiesystemen dat dit nummer op naam stond van [slachtoffer 1] . Dit gesprek is opgenomen en is hieronder uitgewerkt:

[verdachte (voornaam)] : Hey een hele goede middag met [naam 5] (..)

Een hele goede middag met [naam 4] .

Ik spreek met [slachtoffer (voornaam)] ?

[telefoonnummer 2] : Yes. (..) Die portaal en die uh PlayStation wil je die opsturen dan. (..) het is voor mij een stukje rijden.

[verdachte (voornaam)] : Dan kan ik het voor u op de post zetten als u dat liever wil. (..)Dat kan ik dan zometeen doen voor u.

- Een proces-verbaal van onderzoek aan de Samsung A12, inclusief de screenshot op pagina 85, voor zover inhoudende:

De Samsung A12 met SIN-nummer AAPX5778NL is na de fouillering van verdachte [verdachte] in beslag genomen binnen het onderzoek 09Vogel. In deze Samsung zijn sporen aangetroffen van dat verdachte [verdachte] toegang had tot een BUNQ-rekening met rekeningnummer [rekeningnummer 8] wat op naam stond van [naam 2] . In de telefoon is een afbeelding gevonden met een screenshot van deze rekening met een bijschrijving van 246,95 euro op naam van [slachtoffer 1] . Het doet vermoeden dat verdachte [verdachte] toegang had tot de rekening waar [slachtoffer 1] geld naar over moest maken.

Voor feit 2

- Een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] , voor zover inhoudende:

Ik heb een auto proberen te huren en de aanbetaling voldaan. Op de dag van het ophalen van de auto ben ik geblokkeerd op WhatsApp. Ik heb mijn identiteitsbewijs en rijbewijs moeten toesturen voor het contract.

Waar bent u opgelicht? Snapchat, Whatsapp.

Advertentietitel: Mercedes AMG GT 800 euro per dag.

Accountnaam: [username 1] .

De verkoper kwam realistisch en eerlijk over. Serieuze communicatie en logische prijzen. We hebben afgesproken over de prijs en locatie waar de auto opgehaald kon worden.

Hoe is de betaling gedaan? betaalverzoek

Uw bankrekeningnummer: [rekeningnummer 9]

Bankrekeningnummer andere partij: [rekeningnummer 10]

Naam rekeninghouder andere partij: [verdachte]

Telefoonnummer andere partij: [telefoonnummer 1]

Het bedrag van betaling: 300,00

Datum betaling: 5-05-2024.

Een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 3] , voor zover inhoudende:

Ik was op zoek naar een huurauto. Ik kwam op Tiktok een advertentie tegen van het bedrijf [username 1] . Ik zag in de advertentie dat dit bedrijf mooie auto’s verhuurde en dat zij een soepele en transparante service hadden. Ik heb naar het bedrijf op Tiktok op 24 juni 13.51 uur een bericht gestuurd.

Ik heb vervolgens dezelfde dag een bericht gestuurd via Snapchat. Ik kon kiezen uit een Audi RS3, een Golf 8 R of een Mercedes Benz A35. Ik heb voor de Audi RS3 gekozen. De reguliere huurprijs van deze auto per dag is 350 euro. Hier kwam nog 1000 euro borg bij.

Op 27 juni 2024 heb ik via Ideal 250 euro aanbetaald.

Betaalspecificatie: Van rekening [rekeningnummer 11] 250 euro overgeboekt naar [rekeningnummer 10] tnv [verdachte] .

Het resterende bedrag moest op een later moment betaald worden. De contactpersoon bij [username 1] vertelde mij via Snapchat dat ik 500 euro kon overmaken en dat dat dan voldoende was. Ik heb op 3 juli 2024 via [naam 6] een betaling gedaan van 500 euro.

Betaalspecificatie: Van rekening [rekeningnummer 11] euro overgeboekt naar IBAN: [rekeningnummer 12] .

Op 4 juli 2024 vroeg ik of het mogelijk was de Audi op 5 juli 2024 op te halen. Ik kreeg het antwoord dat dit kon. Ik vroeg vervolgens hoe laat ik de auto op kon halen. Het contact met [username 1] werd vervolgens op alle mogelijke bij mij bekende manieren verbroken: Snapchat, Instagram, Tiktok. [username 1] was nergens meer te vinden, zij hebben mij op elk kanaal geblokkeerd.

- Een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 4] , voor zover inhoudende:

[username 1] beloofde mij en mijn familie huurauto’s voor de bruiloft. Totale aanbetaling overgemaakt. Blijkt dat het verhuurbedrijf niet bestaat.

Waar bent u opgelicht? Snapchat en Instagram.

Accountnaam andere partij: [username 1] .

De verkoper deelde foto’s op snapchat van allerlei auto’s met bijbehorende prijzen. Eiste een aanbetaling, foto rijbewijs voor contract. Vervolgens kreeg niemand een contract en reageerde niet meer op snapchat.

Hoe is de betaling gedaan? betaalverzoek

Uw bankrekeningnummer: [rekeningnummer 1]

Bankrekeningnummer andere partij: [rekeningnummer 2]

Naam rekeninghouder andere partij: [naam 3] .

- Een proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 6] , voor zover inhoudende:

Ik heb een auto gereserveerd via social media [username 1] en tikkie verzoek van hun betaald en foto rijbewijs gestuurd. Nu zijn die mensen spoorloos en reageren ze nergens op.

Gebruikte de verkoper een naam? [username 1] en/of [naam 3] .

Waar bent u opgelicht? Snapchat.

Hoe is de betaling gedaan?: BetaalverzoekUw bankrekeningnummer: [rekeningnummer 3]Bankrekeningnummer andere partij: [rekeningnummer 2]Naam rekeninghouder andere partij: [username 1] of [naam 3]Het bedrag van betaling: 300,00Datum betaling: 03-08-2024.

- Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 7] , voor zover inhoudende:

Ik zag op [website] een leuke auto te huur, namelijk een Audi Rs3. Vervolgens stuur ik meneer een bericht dat ik interesse had in de auto. Meneer vertelde mij dat de auto beschikbaar was en zei dat er een aanbetaling plaats moest vinden van 200 euro. De volgende dag ga ik akkoord met het aanbod en betaal ik de tikkie die meneer mij heeft gestuurd. Vervolgens verteld hij ook dat er een verzekering is van 250 euro. Daar heeft hij uiteindelijk een tikkie voor gestuurd en dat is ook uiteindelijk ook betaald.

Gebruikte de verkoper een naam? [username 1] .

Waar bent u opgelicht? TikTok en Snapchat.

Hoe is de betaling gedaan?: BetaalverzoekUw bankrekeningnummer: [rekeningnummer 4]Bankrekeningnummer andere partij: [rekeningnummer 2]Naam rekeninghouder andere partij: [verdachte]

Het bedrag van betaling: 450,00Datum betaling: 25-08-2024.

- Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 8] , voor zover inhoudende:

Ik heb op 25 augustus 2024 een auto gehuurd via snapchat. Ik heb op 25 augustus 2024 een tikkie betaald van €500 voor een zogenaamde aanbetaling.

Hij zou me de auto vandaag leveren maar is ineens plotseling verdwenen.

Waar bent u opgelicht? Snapchat.

Accountnaam andere partij: [username 1] .

Hoe is de betaling gedaan?: Betaalverzoek

Uw bankrekeningnummer: [rekeningnummer 5]

Bankrekeningnummer andere partij: [rekeningnummer 2]

Naam rekeninghouder andere partij: [verdachte]

Het bedrag van betaling: 600,00

Datum betaling: 25-08-2024.

- Een proces-verbaal van onderzoek naar transactiegegevens op rekeningnummer, voor zover inhoudende:

Ik vorderde de transactiegegevens van het bankrekeningnummer [rekeningnummer 2] t.n.v. [verdachte] voor de periode van 23-8-2024 tot en met 28-8-2024.

Ik zag op 25-8-2024 twee inkomende transacties van Tikkie waarbij de afzender Hr [slachtoffer 7] was. Ik zag dat het bankrekeningnummer [rekeningnummer 4] werd gebruikt door hem. Ik zag dat het totaalbedrag van de twee Tikkies 450,00 euro was.

Ik zag op dezelfde dag nog twee inkomende transacties vanaf Tikkie van totaal 600,00

euro. Ik zag dat deze betaald waren door Hr [slachtoffer 8] met het bankrekeningnummer

[rekeningnummer 5] .

- Een aanvullend proces-verbaal van transactiegegevens op de rekening [rekeningnummer 2] , voor zover inhoudende:

Ik deed onderzoek naar de transactiegegevens op de rekening [rekeningnummer 2] ten name van [verdachte] .

Transactiedatum

Bedrag

Omschrijving

2-08-2024

400,00 euro

Van [slachtoffer 4] , [rekeningnummer 1] , ‘ [.] ’

3-08-2024

500,00 euro

Van [slachtoffer 5] , [rekeningnummer 6] , ‘ [.] ’

3-08-2024

300,00 euro

Van [slachtoffer 6] , [rekeningnummer 3]

5-08-2024

950,00 euro

Van [slachtoffer 4] , [rekeningnummer 1] , ‘ [.] ’

- Een proces-verbaal van resultaat vordering Snapchat, voor zover inhoudende:

Uit de gevorderde gegevens van Snapchat blijkt dat het account met de gebruikersnaam " [username 1] ", voorheen " [gebruikersnaam] ", is aangemaakt op 28 augustus 2023, met het IP-adres [IP-adres] .

- Een proces-verbaal van resultaat IP-adres [IP-adres] , voor zover inhoudende:

Uit de CIOT blijkt dat het IP-adres [IP-adres] op 21-8-2024 gekoppeld staat aan het adres [adres] te [plaats] . Dit is het woonadres van [verdachte] .

- Een proces-verbaal van onderzoek aan de iPhone 15 (goednummer: 829903), voor zover inhoudende:

Op 3 oktober 2024 werd bij de aanhouding van [verdachte] een iPhone 15 in beslag genomen. Goednummer 829903.

Ik zag dat er een TikTok account aan deze telefoon was gekoppeld. Ik zag dat hier verschillende berichten naar waren gestuurd waarin het ging over het huren van auto’s. Ik zag dat er in meerdere gesprekken werd gesproken over het Snapchat account ‘ [username 1] ’. De mensen die contact legden moesten via Snapchat contact opnemen.

Ik zag dat het Snapchat account met de username ‘ [username 1] ’ gekoppeld was aan de telefoon. Ik zag dat er 177 gesprekken waren gevoerd vanaf het TikTok account en dat bijna alle gesprekken gingen over het verhuren van auto’s.

In de aangifte PL1300_BVH_2024165284 (de rechtbank begrijpt: de aangifte van [slachtoffer 3] ) verklaarde het slachtoffer op 24-6-2024 om 13:51 uur een bericht gestuurd te hebben naar het TikTokaccount [username 1] . Ik zag op de telefoon berichten die overeenkwamen met de aangifte.

Ik zag op de telefoon een foto van een identiteitskaart die behoorde tot [slachtoffer 3] .

Ik zag de volgende foto op de iPhone 15 staan (de rechtbank begrijpt: een foto van een rijbewijs). Ik zag dat de aangever uit de zaak PL0900_BVH_2024279317 (de rechtbank begrijpt: aangever [slachtoffer 7] ) dezelfde naam had als de persoon die op het rijbewijs stond.

- Een proces-verbaal onderzoek aan de in beslag genomen telefoons van de verdachte, voor zover inhoudende:

iPhone 15, goednummer 829903: ik zag dat op 25-8-2024 een foto op de telefoon kwam van het rijbewijs van de aangever [slachtoffer 8] .

- Een proces-verbaal van onderzoek aan de iPhone 8, voor zover inhoudende:

Op 3 september 2024 werd bij een zoeking een iPhone 8 in beslag genomen. Goednummer: 826582

Ik zag dat er een Snapchataccount aan deze telefoon gekoppeld was met de username

‘ [username 1] ’ en het user ID [user ID] .

Ik bekeek de gegevens die naar aanleiding van de vordering naar Snapchat aangeleverd waren en zag dat de username en het user ID overeenkwamen met de gegevens in de telefoon.

- Een proces-verbaal van onderzoek aan de iPhone 11 (AAPX5595), voor zover inhoudende:

Goednummer: 826583

Op 3 september werd bij een zoeking aan de [adres] in [plaats] een iPhone 11 in beslag genomen op de slaapkamer van [verdachte] .

Ik zag dat er een TikTok account aan deze telefoon was gekoppeld met de username ' [username 1] ’. Daarnaast zag ik ook dat er een Snapchataccount gekoppeld was met de username ‘ [username 1] ’.

Voor feit 3

- Een proces-verbaal van onderzoek aan de Samsung A12, voor zover inhoudende:

Er is onderzoek gedaan naar de gebruiker van de Samsung A12 die op 21 november 2023 bij de fouillering van verdachte [verdachte] in beslag is genomen.

Goednummer: 794558

SIN-nummer: AAPX5778NL

Ik zag dat er sms-berichten verstuurd werden vanaf deze telefoon die begonnen met een tekst die ik ambtshalve herken als het standaard openingsbericht van Whatsappfraude. Hierbij doet de verzender van dit bericht zich voor als het kind van de ontvanger. De verzender doet alsof de telefoon stuk of kwijt is en dus een nieuw nummer heeft. Daarna vragen ze de ontvanger via internetbankieren een rekening te betalen.

De Whatsappfraudeteksten kwamen ook voor in een aantal Telegramgesprekken. Het Telegramaccount dat aan deze telefoon is gekoppeld heeft de naam [naam 7] .

Ik zag dat het gesprek tussen [naam 7] en [naam 8] geopend was op 4-4-2023. Ik zag dat de inkomende en uitgaande berichten bestonden uit Duitstalige en Spaanstalige berichten die kenmerkend zijn voor Whatsappfraude.

Daarnaast zag ik dat gebruiker [naam 7] en [naam 8] bestanden naar elkaar stuurden. Dit waren xlsx-bestanden en txt-bestanden. Ik zag dat deze bestanden telefoonnummers bevatten.

Ik zag ook dat [naam 7] een bestand doorstuurde genaamd ‘ [bestand] ’. Fast Bulk SMS is een applicatie waarmee je in bulk sms-berichten kunt versturen. Ik zag dat deze applicatie ook op deze telefoon geïnstalleerd was.

Resume

Verder trof ik meerdere lijsten aan met nummers die begonnen met +49 en +34, de landcodes van Duitsland en Spanje.

Er zijn meerdere feiten bewezen verklaard. De (hiervoor weergegeven) bewijsmiddelen worden alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarover deze gaan.

3.3.1.1 Bewijsoverwegingen

In het kader van een ander strafrechtelijk onderzoek gericht tegen de verdachte is op 21 november 2023 een Samsung A12 in beslag genomen. Wat de politie aantrof in deze telefoon vormde de aanleiding voor het strafrechtelijk onderzoek dat heeft geleid tot de verdenkingen deze zaak.

Feit 3 - Voorbereidingshandelingen voor het plegen van fraude

Uit het onderzoek in de Samsung A12 blijkt dat daarop diverse gegevens stonden die verband houden met fraude: scripts/standaardteksten voor WhatsAppfraude in het Duits en Spaans, xlsx- en txt-bestanden met daarin duizenden Duitse en Spaanse telefoonnummers en een applicatie om in bulk sms-berichten te versturen. Daarnaast volgt uit de chatgeschiedenis op Telegram dat deze gegevens in de ten laste gelegde periode door de gebruiker van de telefoon (over en weer) zijn gedeeld met anderen.

Betrokkenheid verdachte

De telefoon is bij de verdachte aangetroffen. De verdachte heeft op de zitting verklaard dat de telefoon niet van hem was en dat hij deze één dag voor zijn aanhouding (op 20 november 2023) had gevonden op zijn werk. Hij wist niet wat er op de telefoon stond en had daar ook geen toegang toe. Dit alternatieve scenario wordt weerlegd door de bewijsmiddelen. Daaruit blijkt namelijk dat verdachte, ook voor vóór 20 november 2023, de gebruiker van de telefoon was. Zo is er op 11 november 2023 met deze telefoon een zogenaamde selfie verzonden naar een tegencontact. De wijkagent heeft de persoon op de foto herkend als de verdachte en ook de verdachte heeft op de zitting gezegd dat hij de persoon is die op de foto’s die zijn aangetroffen op de telefoon. De verdachte had de telefoon dus al langere tijd in bezit. Daar komt bij dat ook het overige onderzoek aan de telefoon erop wijst dat de verdachte de (enige) gebruiker was van de telefoon.

Omdat de telefoon daarnaast bij de verdachte is aangetroffen en er geen steun is voor zijn verklaring dat de telefoon in gebruik was bij iemand anders, gaat de rechtbank ervan uit dat de verdachte de gebruiker was en toegang had tot de gegevens op de telefoon. Op grond hiervan vindt de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde gegevens voorhanden heeft gehad.

De rechtbank ziet in de Telegramberichten op de telefoon voldoende bewijs voor het voorhanden hebben, maar ook het ontvangen en verspreiden van de gegevens gedurende de gehele ten laste gelegde periode van 4 april 2023 tot en met 21 november 2023. Volgens de advocaat van de verdachte kan niet worden vastgesteld dat de verdachte al die tijd de gebruiker was van de Samsung A12. De verdachte is aangehouden in november 2023 en de Telegramberichten zijn in april 2023 - dus veel eerder - verstuurd. De rechtbank verwerpt dit verweer. Op basis van de bewijsmiddelen staat vast dat de verdachte de gebruiker was van de telefoon en daarmee toegang had tot de gegevens en applicaties op de telefoon. Het enkele tijdsverloop tussen de uitgewisselde Telegramberichten en de aanhouding van de verdachte leidt niet tot het oordeel dat de verdachte niet de gebruiker was van de telefoon. Daarvoor is meer nodig, maar dat is er niet. Het strafdossier bevat geen aanwijzingen dat iemand anders de telefoon in gebruik heeft gehad in de ten laste gelegde periode en de verdediging heeft voor haar standpunt ook geen enkele onderbouwing geleverd. De rechtbank concludeert dan ook dat de verdachte degene is geweest die, voor het plegen van fraude, de ten laste gelegde gegevens voorhanden heeft gehad, heeft ontvangen en heeft verspreid.

Vrijspraak medeplegen

De rechtbank is, anders dan de officier van justitie, van oordeel dat wettig en overtuigend bewijs ontbreekt dat sprake is geweest van medeplegen. Medeplegen vereist een nauwe en bewuste samenwerking. Uit het onderzoek blijkt weliswaar dat de verdachte de ten laste gelegde gegevens naar anderen heeft gestuurd en van anderen heeft ontvangen, maar dit levert op zichzelf nog geen nauwe en bewuste samenwerking op zoals vereist voor medeplegen. De rechtbank zal de verdachte daarom hiervan vrijspreken.

Feit 1 - Oplichting van [slachtoffer 1] via Facebook Marketplace

In de Samsung A12 werd een screenshot gevonden van een Bunq-rekening op naam van [naam 2] . Uit de politiesystemen kwam naar voren dat [slachtoffer 1] aangifte had gedaan van oplichting.

Uit de aangifte van [slachtoffer 1] volgt - kort gezegd - dat de aangever op 20 november een bedrag van € 246,95 heeft overgemaakt naar een rekening op naam van voornoemde [naam 2] als betaling voor een Playstation Portal. Deze Playstation Portal werd op Facebook Marketplace te koop aangeboden door een gebruiker met de naam [username 2] . De aangever heeft zowel via Facebook Messenger als telefonisch contact gehad met de ‘verkoper’. De Playstation werd vervolgens, na overschrijving van het geldbedrag, niet geleverd.

Betrokkenheid verdachte

De rechtbank oordeelt dat de verdachte de aangever heeft opgelicht en heeft bewogen tot betaling. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Bij onderzoek in een bij de verdachte inbeslaggenomen iPhone 15 (goednummer 794557), waarvan de verdachte heeft erkend dat dit zijn telefoon was, is vastgesteld dat daarmee ingelogd was op Facebook met de gebruikersnaam [username 2] , Van datzelfde account is ook een chatgesprek aangetroffen met de aangever over de verkoop van de Playstation, waarin het rekeningnummer van [naam 2] is gedeeld. In het kader van een ander strafrechtelijk onderzoek was een tap geplaatst op het telefoonnummer van de verdachte en uit een opgenomen tapgesprek volgt volgens de politie dat door de verdachte is gebeld met het telefoonnummer van aangever over de verzending van de Playstation.

De verdachte heeft op de zitting bevestigd dat het telefoongesprek met zijn telefoon is gevoerd. Hij kan zich niet herinneren dat hij daarbij betrokken was. Mogelijk heeft een vriend, van wie hij de naam niet wil zeggen, dit gesprek gevoerd. Over de betrokkenheid van het rekeningnummer van [naam 2] weet hij niets. Het alternatieve scenario dat de verdachte hiermee schetst is niet aannemelijk geworden. De verklaring van de verdachte is niet concreet en kan niet worden geverifieerd. Het strafdossier bevat ook geen aanknopingspunten voor de gestelde gang van zaken. Dat de verdachte niets wist over het gebruik van de rekening van [naam 2] bij de oplichting is ook niet aannemelijk geworden, omdat het onderzoek naar twee telefoons van de verdachte aanwijzingen heeft opgeleverd voor het tegendeel. De rechtbank verwijst hiervoor naar screenshot in de Samsung A12 en het getapte telefoongesprek met de iPhone 15.

Vrijspraak medeplegen

Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewijs ontbreekt dat sprake is geweest van medeplegen. Medeplegen vereist een nauwe en bewuste samenwerking. Het enkele feit dat gebruik is gemaakt van een rekeningnummer op naam van een ander, in dit geval van [naam 2] , is onvoldoende om te spreken van een nauwe en bewuste samenwerking, juist ook omdat het dossier sterke aanwijzingen bevat dat de verdachte zelf toegang had tot die bankrekening. Ook overigens bevat het dossier geen aanwijzingen waaruit kan worden afgeleid dat sprake is geweest van een nauwe samenwerking met een ander. De rechtbank zal de verdachte daarom vrijspreken van medeplegen.

Feit 2 - Oplichtingen door ‘ [username 1] ’

Tijdens het onderzoek naar de Bunq-rekening op naam van [naam 2] worden aanwijzingen gevonden van betrokkenheid van een Rabobankrekening op naam van de verdachte. Uit de politiesystemen kwam naar voren dat in meerdere aangiftes van oplichting dit rekeningnummer was genoemd. De oplichter maakte daarbij gebruik van de naam [username 1] . Een naam die ook werd gebruikt bij de oplichting van nog een aantal aangevers. Alle aangevers dachten een auto te gaan huren bij [username 1] . Daarvoor deden zij (aan)betalingen, maar daarna werd alle contact door [username 1] verbroken en/of afspraken niet nagekomen.

Betrokkenheid verdachte

De rechtbank vindt op grond van de genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de op de tenlastelegging genoemde aangevers heeft opgelicht door zich op sociale media voor te doen als een bonafide autoverhuurbedrijf onder de naam ‘ [username 1] ’.

De verdachte heeft op de terechtzitting verklaard maar zijdelings betrokken te zijn geweest bij de oplichtingen. Hij stelde alleen zijn bankrekeningen beschikbaar waarop de geldbedragen door de aangevers zijn overgemaakt, anderen voerden de oplichtingshandelingen uit. Wie die andere personen zijn, wil de verdachte niet zeggen. Ook dit alternatieve scenario van de verdachte is niet aannemelijk geworden. Zijn verklaring is niet concreet en niet te verifiëren en er zijn geen aanwijzingen voor betrokkenheid van anderen bij deze oplichtingen. De verklaring wordt bovendien weerlegd door de bewijsmiddelen. Uit het dossier blijkt namelijk niet alleen dat alle aangevers geld hebben overgemaakt naar bankrekeningnummers op naam van de verdachte, maar ook dat het Snapchat-account en het TikTok-account van ‘ [username 1] ’ zijn gekoppeld aan telefoons van de verdachte. De rechtbank gaat ervan uit dat de verdachte dus toegang had tot deze accounts en daarvan gebruik heeft gemaakt. Op de inbeslaggenomen iPhone 15 (goednummer: 829903) van de verdachte zijn meerdere gesprekken over de verhuur van auto’s aangetroffen, waaronder het gesprek met aangever [slachtoffer 3] , en foto’s van rijbewijzen van meerdere aangevers.

Vrijspraak medeplegen

Omdat uit het dossier niet wettig en overtuigend blijkt dat anderen bij de oplichting betrokken zijn geweest en dus geen sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking met anderen, is de rechtbank van oordeel dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde medeplegen.

Bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:

feit 1

op 20 november 2023 in Nederland met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 1] heeft bewogen tot de afgifte van 246,95 euro door

- gebruik te maken van valse namen, te weten [username 2] en [naam 4] en [naam 5] en

- (vervolgens) met gebruikmaking van de naam [username 2] op het internet, te weten op Facebook Marketplace een advertentie te plaatsen waarin een Playstation Portal te koop werden aangeboden en

- met die [slachtoffer 1] meermalen contact te onderhouden (via Facebook

Messenger en telefonisch) en overleg te voeren en informatie te verschaffen over de wijze van en/of het tijdstip van levering en/of betaling van die aangeboden Playstation Portal en

- daarbij toe te zeggen dat deze goederen na ontvangst van betaling zouden worden toegezonden en/of geleverd en

- daarbij een bankrekening, te weten [rekeningnummer 8] op naam van [naam 2] op/door te geven, waarop het te betalen aankoopbedrag (inclusief verzendkosten) kon worden overgeboekt en over welke rekening hij, verdachte, de beschikking had en

- daarbij zich voor te doen als eigenaar/bezitter en als bonafide/betrouwbare verkoper van die Playstation Portal en/of de indruk en/of het vertrouwen te wekken dat het te koop aangeboden goed na betaling daadwerkelijk zou toezenden/leveren;

feit 2, primair

in de periode van 5 mei 2024 tot en met 25 augustus 2024 in Nederland , meermalen (telkens) met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, de navolgende personen heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten de navolgende geldbedragen:

1. [slachtoffer 2] tot de afgifte van 300,- euro en

2. [slachtoffer 3] tot de afgifte van 750,- euro en

3. [slachtoffer 4] tot de afgifte van 1.350,- euro en [slachtoffer 5] tot de afgifte van 500,- euro en

4. [slachtoffer 6] tot de afgifte van 300,- euro en

5. [slachtoffer 7] tot de afgifte van 450,- euro en

6. [slachtoffer 8] tot de afgifte van 600,- euro,

door

- gebruik te maken van een valse namen, te weten [username 1] en [naam 3] en

- (vervolgens) met gebruikmaking van die naam/namen op Snapchat en Tiktok een of meer advertenties te plaatsen waarin een of meer voertuigen te huur werden aangeboden (te weten: een Mercedes AMG en/of een Audi RS3 en/of andere voertuigen) en

- (met) een of meer van voornoemde personen via Snapchat en/of Tiktok en/of Whatsapp en/of Instagram een of meermalen contact te onderhouden en overleg te voeren en/of een foto van het rijbewijs te vragen en/of informatie te verschaffen over de wijze van en/of het tijdstip en/of de locatie van (af)levering en/of (aan)betaling en/of betaling voor een verzekering van die/dat te huur aangeboden voertuigen en

- daarbij toe te zeggen dat die te huur aangeboden voertuigen na ontvangst van betaling zouden worden (af)geleverd en

- daarbij bankrekeningen, te weten [rekeningnummer 10] op naam van [verdachte] en/of (via) [naam 6] [rekeningnummer 12] (op naam van [....] ) en/of [rekeningnummer 2] op naam van [naam 3] en/of [verdachte] door te geven, waarop de (aan)betalingen konden worden overgeboekt en/of gestort en over welke rekeningen hij, verdachte), de beschikking had en

- daarbij zich voor te doen als bonafide/betrouwbare verhuurder van die voertuigen en de indruk en het vertrouwen te wekken bij voornoemde personen dat de te huur aangeboden voertuigen na betaling daadwerkelijk zouden worden (af)geleverd;

feit 3

in de periode van 4 april 2023 tot en met 21 november 2023 in Nederland, meermalen (telkens) een of meer gegevens, te weten

- standaardteksten (in de Duitse en Spaanse taal) voor Whatsappfraude waarin de

verzender zich voordoet als het kind van de ontvanger en doet alsof de telefoon stuk of kwijt is en een nieuw telefoonnummer heeft en vraagt om via internetbankieren een rekening te betalen en

- xlsx-bestanden en txt-bestanden met daarin Duitse en Spaanse telefoonnummers en

- een applicatie om op een (Android-)telefoon te installeren om in bulk sms-berichten te versturen (te weten ‘ [bestand] ’,

heeft ontvangen, heeft verspreid en voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte (telkens) wist dat die bestemd waren tot het plegen van fraude, in elk geval een der in de artikelen 226, eerste lid, onderdelen 2° tot en met 5°, 231, eerste lid, 231a, eerste lid, 231b en 232, eerste lid, omschreven misdrijven dan wel een der misdrijven omschreven in de artikelen 310, 311, 312, 317, 321 en 326 van het Wetboek van Strafrecht terwijl dit feit betrekking had op de verkrijging van een niet-contant betaalinstrument;

De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.

4. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

feit 1

oplichting;

feit 2, primair

oplichting, meermalen gepleegd;

feit 3

gegevens ontvangen, verspreiden en voorhanden hebben waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van een misdrijf als omschreven in artikel 310, 311, 312, 317, 321 en 326, voor zover het feit betrekking heeft op de verkrijging van een niet-contant betaalinstrument.

Strafbaarheid feiten en verdachte De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

5. Straf

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden, waarvan een gedeelte van drie maanden voorwaardelijk en met een proeftijd van twee jaar.

Standpunt van de verdediging

De advocaat van de verdachte voert in het kader van de strafmaat aan dat rekening moet worden gehouden met de (beperkte) rol van de verdachte bij de oplichtingen. De verdachte heeft weliswaar zijn rekening ter beschikking gesteld en hij was ook op de hoogte van de oplichtingen, maar niet kan worden vastgesteld dat hij verdergaand betrokken is geweest bij de oplichting, door bijvoorbeeld de gesprekken met de aangevers te voeren.

De advocaat van de verdachte voert daarnaast aan dat de verdachte zelf heeft aangegeven liever een gevangenisstraf opgelegd te krijgen dan een taakstraf, omdat eerder opgelegde taakstraffen niet goed zijn verlopen. De advocaat van de verdachte verzoekt daarom om een gevangenisstraf op te leggen, met daarbij een zo groot mogelijk deel voorwaardelijk als stok achter de deur om te voorkomen dat dit nog een keer gebeurt.

Oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van deze straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.

Ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder de feiten zijn gepleegd

De verdachte heeft zich in een periode van vier maanden schuldig gemaakt aan oplichting van acht slachtoffers. De verdachte heeft zich op Facebook Marketplace voorgedaan als een bonafide verkoper van een Playstation Portal, maar leverde de Playstation na betaling niet. Daarnaast heeft de verdachte zich onder de naam ‘ [username 1] ’ voorgedaan als een bonafide verhuurbedrijf dat (luxe) auto’s verhuurde. De aangevers moesten een bedrag overmaken als aanbetaling of voor de verzekering. Bovendien werd hen gevraagd een foto van hun rijbewijs te sturen ten behoeve van een zogenaamd contract. In werkelijkheid had de verdachte geen enkele auto in zijn bezit en was hij dus nooit van plan de auto’s daadwerkelijk te verhuren. Hij verbrak na ontvangst van het geld ieder contact of hield zijn slachtoffer aan het lijntje.

De verdachte heeft dus via sociale media meerdere personen opgelicht en daarbij misbruik gemaakt van het vertrouwen dat mensen in hem stelden. Dit heeft hij alleen gedaan met het doel om daar zelf financieel beter van te worden, zonder stil te staan bij de mogelijke (financiële) gevolgen daarvan voor de slachtoffers.

Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het ontvangen, verspreiden en voorhanden hebben van gegevens die geschikt zijn voor (grootschalige) fraude. Op de telefoon van de verdachte zijn scripts/standaardteksten in het Duits en Spaans aangetroffen, evenals xlsx- en txt-bestanden met Duitse en Spaanse telefoonnummers en een applicatie om in bulk sms-berichten te kunnen versturen. Deze gegevens zijn kenmerkend voor zogenoemde ‘vriend-in-noodfraude’. Dit soort fraude is geraffineerd en de inhoud van de telefoon van de verdachte wijst erop dat hij erop uit was om zoveel mogelijk slachtoffers te maken.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

De rechtbank heeft gekeken naar het strafblad van de verdachte van 9 juli 2025. Hieruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor oplichting. Wel is hij op 18 september 2020 veroordeeld voor een vermogensdelict, namelijk een overval op een winkel. Van recenter datum, na de feiten die in deze zaak bewezen zijn verklaard, is de veroordeling van de verdachte voor brandstofdiefstal. Omdat het gaat om een jeugdveroordeling en een (niet-onherroepelijke) veroordeling voor feiten gepleegd na het bewezen verklaarde, weegt de rechtbank deze veroordelingen niet in strafverzwarende zin mee, maar deze (eerdere) veroordelingen versterken wel de zorgen die de rechtbank heeft over de pro-criminele houding van de verdachte.

Deze zorgen heeft de verdachte niet weg kunnen nemen met wat hij op de terechtzitting heeft verklaard. De verdachte heeft verklaard dat hij zich verantwoordelijk voelt voor de oplichtingen en de geleden schade van de slachtoffers wil vergoeden. Dat kan op zichzelf als een positieve houding worden gezien, maar de rechtbank zag ook een verdachte die zijn rol veel kleiner probeerde te maken dan uit het strafdossier blijkt. Verdachte wijst naar anderen, maar uit het bewijs volgt enkel betrokkenheid van hemzelf. De verdachte neemt hiervoor geen verantwoordelijkheid en de rechtbank betwijfelt of de verdachte zich daadwerkelijk bewust is van de ernst van zijn handelen. Dit baart de rechtbank zorgen voor de toekomst.

Strafkader

Gelet op de aard en de ernst van de bewezen verklaarde feiten vindt de rechtbank in dit geval een gevangenisstraf passend en geboden. Bij het bepalen van de strafsoort heeft de rechtbank er rekening mee gehouden dat de verdachte geen taakstraf wil uitvoeren. Voor de hoogte van de op te leggen gevangenisstraf heeft de rechtbank gekeken naar straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd. De rechtbank heeft daarnaast in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Hoewel het aantal slachtoffers en het totale schadebedrag in deze zaak nog relatief beperkt is gebleven, bevat het dossier aanwijzingen dat de verdachte niet slechts incidenteel, maar structureel en planmatig bezig was om op grotere schaal slachtoffers te maken. Zo blijkt dat in een telefoon van de verdachte bijvoorbeeld 38 gesprekken zijn aangetroffen over alleen al de verkoop van een Playstation en zijn er ook vele gesprekken aangetroffen over de verhuur van auto’s met anderen dan de aangevers in deze zaak.

Zwaarwegend voor de straf vindt de rechtbank in dit verband het onder feit 3 bewezen verklaarde. Dit feit toont aan dat de verdachte op zijn telefoon gegevens voorhanden heeft gehad die bij uitstek bedoeld waren voor het plegen van (grootschalige) fraude. Uit het dossier blijkt bovendien dat de verdachte al daadwerkelijk een veelheid dergelijke sms-berichten had verstuurd. Dit alles weegt de rechtbank in strafverzwarende zin mee.

Alles afwegende vindt de rechtbank de eis van de officier van justitie passend en legt aan de verdachte een gevangenisstraf op van zes maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk en met een proeftijd van twee jaar. Dit voorwaardelijke strafdeel dient ertoe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

6. In beslag genomen voorwerpen

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert dat de in beslag genomen telefoons verbeurd worden verklaard, omdat uit het dossier volgt dat alle telefoons door de verdachte in het kader van de oplichting zijn gebruikt.

Standpunt van de verdediging

De advocaat van de verdachte verzoekt om de telefoons, met uitzondering van de in beslag genomen Samsung-telefoon A12, terug te geven aan de verdachte. Niet kan worden vastgesteld dat deze telefoons zijn gebruikt bij de oplichting. Het enkele feit dat een Snapchat-account gekoppeld is geweest aan een telefoon is onvoldoende, omdat dat niet betekent dat de berichten van dat account met die telefoon zijn verstuurd.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de vijf telefoontoestellen met goednummers 794557, 794558, 826582, 826583 en 829903 verbeurd verklaren, want met betrekking tot deze voorwerpen zijn de onder 1 en/of 2 primair en/of 3 bewezen verklaarde feiten begaan.

7. Vorderingen van de benadeelde partijen

In deze zaak hebben zich met betrekking tot feit 2 primair (de oplichting door ‘ [username 1] ’) meerdere benadeelde partijen in het strafproces gevoegd. De benadeelde partij [slachtoffer 5] heeft het verzoek tot schadevergoeding na de zitting per e-mail ingediend.

[slachtoffer 4] vordert een schadevergoeding van € 1350,00, bestaande uit materiële schade.

[slachtoffer 6] vordert een schadevergoeding van € 300,00, bestaande uit materiële schade.

[slachtoffer 8] vordert een schadevergoeding van € 5.600,00, bestaande uit € 600,00 aan materiële schade en € 5.000,00 aan immateriële schade.

[slachtoffer 7] vordert een schadevergoeding van € 450,00, bestaande uit materiële schade.

[slachtoffer 3] vordert een bedrag van € 750,00, bestaande uit materiële schade.

[slachtoffer 5] vordert een bedrag van € 850,00, bestaande uit materiële schade.

Alle benadeelde partijen verzoeken de toe te kennen schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de officier van justitie

Ten aanzien van de materiële schade van alle benadeelde partijen stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat alle gevorderde bedragen toegewezen kunnen worden, omdat er een direct verband bestaat tussen de schade en de oplichting. Uitzondering hierop vormt de vordering van [slachtoffer 5] . Volgens de officier van justitie is deze vordering tot een bedrag van € 500,00 toewijsbaar, omdat het resterende bedrag van € 350,00 namens een ander wordt gevorderd. Dat [slachtoffer 5] haar vordering na de zitting heeft ingediend, doet niet af aan de ontvankelijkheid, omdat uit haar e-mail blijkt dat zij al eerder een vordering heeft ingediend.

Wat betreft de vordering van [slachtoffer 7] stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat, ondanks dat de advocaat van de verdachte stukken heeft overgelegd waaruit blijkt dat de verdachte een betaling aan een incassobureau heeft verricht ten behoeve van de benadeelde partij, de vordering moet worden toegewezen. Dit omdat de benadeelde partij op de zitting heeft verklaard nog geen betaling (van het incassobureau) te hebben ontvangen.

De officier van justitie vindt dat [slachtoffer 8] in zijn vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard, voor zover deze ziet op de gevorderde immateriële schade, omdat de schade onvoldoende onderbouwd is.

Ten aanzien van alle vorderingen vindt de officier van justitie dat de toegewezen schadevergoeding vermeerderd moet worden met de wettelijke rente. Ook heeft zij gevraagd om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel voor elke benadeelde partij.

Standpunt van de verdediging

De advocaat van de verdachte stelt zich primair op het standpunt dat [slachtoffer 5] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar vordering omdat het een nieuw verzoek betreft dat te laat is ingediend en niet is gebleken dat zij op een eerder moment al een vordering heeft ingediend. Subsidiair stelt de advocaat van de verdachte zich op het standpunt dat de vordering slechts kan worden toegewezen tot een bedrag van € 500,-, aangezien het overige gevorderde ziet op de schade van een ander.

De advocaat van de verdachte verzoekt de vordering van [slachtoffer 7] niet toe te wijzen, omdat voldoende aannemelijk is gemaakt met stukken dat het gevorderde bedrag al door de verdachte is betaald aan het incassobureau [incassobureau] ten behoeve van [slachtoffer 7] .

Daarnaast verzoekt de advocaat van de verdachte om [slachtoffer 8] niet-ontvankelijk te verklaren in de gevorderde immateriële schadevergoeding, omdat dat deel van de vordering onvoldoende is onderbouwd.

Ten aanzien van de overige gevorderde bedragen die zien op de materiële schade refereert de advocaat van de verdachte zich aan het oordeel van de rechtbank, omdat de vorderingen voor dat deel wel voldoende zijn onderbouwd.

Oordeel van de rechtbank

Vordering van [slachtoffer 7]

[slachtoffer 7] is niet-ontvankelijk, want de verdachte heeft de schade al vergoed

De verdediging heeft stukken overgelegd waarmee voldoende aannemelijk is gemaakt dat de verdachte het volledig gevorderde bedrag van de benadeelde partij al heeft betaald aan een incassobureau dat is ingeschakeld door de benadeelde partij.

Hoewel de benadeelde partij stelt dat hij de betaling (nog) niet zelf heeft ontvangen, blijkt uit de stukken dat de schade al aan het incassobureau is vergoed. Daarmee bestaat geen grond meer voor [slachtoffer 7] om zijn schade ook via deze strafprocedure te laten vergoeden. Hij heeft nu een vordering op het incassobureau. De schadevergoeding is daarmee een kwestie geworden tussen [slachtoffer 7] en het incassobureau en niet langer tussen [slachtoffer 7] en de verdachte.

De rechtbank verklaart [slachtoffer 7] daarom niet-ontvankelijk in zijn vordering.

Proceskosten

Omdat [slachtoffer 7] niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn vordering, zal hij in de kosten van de verdachte worden veroordeeld voor zover deze betrekking hebben op het verweer tegen de vordering. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Vordering van [slachtoffer 5]

In artikel 51g lid 1 en 3 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) is bepaald dat een benadeelde partij zich uiterlijk vóór het requisitoir van de officier van justitie moet voegen. De rechtbank stelt vast dat de voeging van de benadeelde partij [slachtoffer 5] en het verzoek tot schadevergoeding (door middel van het schadeformulier) per e-mail na de zitting, en dus na het requisitoir, heeft plaatsgevonden. Ook het schadeformulier is op 11 augustus 2025 ondertekend. Hoewel de benadeelde partij in haar e-mail stelt dat zij eerder een verzoek tot schadevergoeding per post heeft ingediend, blijkt hiervan niets uit het dossier. Onder deze omstandigheden kan de rechtbank niet vaststellen dat de vordering tijdig is ingediend. De rechtbank zal [slachtoffer 5] daarom niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering, omdat deze niet op de wettelijk voorgeschreven wijze is ingediend. Dat betekent in dit geval echter niet dat [slachtoffer 5] geen schadevergoeding krijgt. De rechtbank licht dat hieronder toe.

Ambtshalve oplegging schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank heeft [slachtoffer 5] niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering, omdat de vordering te laat is ingediend. De rechtbank kan echter op grond van het dossier vaststellen dat [slachtoffer 5] materiële schade heeft geleden. Uit het dossier volgt dat zij op 3 augustus 2024 € 500,00 heeft overgeboekt naar een rekeningnummer van de verdachte ten behoeve van de huur van een auto, maar dat de verdachte deze auto nooit daadwerkelijk heeft verhuurd. [slachtoffer 5] heeft dus nooit gekregen waarvoor zij heeft betaald.

De rechtbank ziet daarom aanleiding om ten aanzien van deze benadeelde partij ambtshalve toepassing te geven aan artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) door aan de verdachte voor (een deel van) het gevorderde bedrag een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De rechtbank begroot de schade van [slachtoffer 5] op € 500,00 en zal voor dit bedrag de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

De rechtbank zal het toegewezen bedrag vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment dat de schade is ontstaan, namelijk 3 augustus 2024.

Als door de verdachte niet wordt betaald, wordt deze verplichting aangevuld met het bijbehorende aantal dagen gijzeling zoals vermeld in het dictum, waarbij de toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.

Proceskosten

Omdat [slachtoffer 5] niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar vordering en zij zich nog kan wenden tot de burgerlijke rechter, zullen de proceskosten worden gecompenseerd, in die zin dat ieder zijn of haar eigen kosten draagt.

Vorderingen van [slachtoffer 4] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 8] en [slachtoffer 3]

Materiële schade

De benadeelde partijen hebben allemaal het bedrag gevorderd dat zij als gevolg van de oplichting hebben betaald aan de verdachte. De rechtbank wijst het deel van de vorderingen dat betrekking heeft op de materiële schade dan ook volledig toe, omdat er een rechtstreeks verband bestaat tussen de gevorderde schade (ter hoogte van het oplichtingsbedrag) en de bewezenverklaarde oplichting onder feit 2.

Immateriële schade

[slachtoffer 8] heeft ook verzocht om vergoeding van immateriële schade. Op grond van artikel 6:106 lid 1 aanhef en onder b van het Burgerlijk Wetboek heeft een benadeelde partij recht op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding, indien de benadeelde partij – voor zover hier relevant – ‘op andere wijze in zijn persoon is aangetast’. De benadeelde partij heeft een dergelijke aantasting niet (voldoende) onderbouwd. Hij heeft weliswaar in de toelichting omschreven dat hij zich door de oplichting zwak voelde, niemand meer vertrouwde en ook stress heeft ervaren doordat hij een foto van zijn gegevens had gestuurd naar de ‘verkoper’, maar hij heeft dit verder niet met stukken onderbouwd. Oplichting en online handelsfraude zijn ook doorgaans geen feiten waarbij de aard en de ernst van de normschending met zich meebrengen dat de nadelige gevolgen voor de benadeelde partij zo voor de hand liggen, dat aantasting in de persoon kan worden aangenomen en daarvoor immateriële schadevergoeding kan worden toegekend. De rechtbank zal de benadeelde partij, voor zover zijn vordering ziet op immateriële schade, daarom niet-ontvankelijk verklaren. De benadeelde partij kan desgewenst zijn vordering voor dat deel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Wettelijke rente

Voor zover de rechtbank de vorderingen toewijst, zal zij het toegewezen bedrag vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment dat de schade is ontstaan, tot de dag van volledige betaling. De ingangsdata van de wettelijke rente staan vermeld in het dictum.

Proceskosten

De verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partijen [slachtoffer 4] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 8] en [slachtoffer 3] hebben gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zullen maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Schadevergoedingsmaatregel

In het belang van de benadeelde partijen wordt, als extra waarborg voor betaling aan hen, de maatregel van artikel 36f Sr aan de verdachte opgelegd. Deze maatregel houdt de verplichting tot betaling aan de Staat in, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente en bij gebreke van betaling te vervangen door het bijbehorende aantal dagen gijzeling, zoals in het dictum staat vermeld. Toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partijen in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partijen.

8. Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straf en de beslissing op het beslag zijn gebaseerd op de volgende wetsartikelen:

- artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36f, 63, 57, 234 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

9. De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1, 2 primair en 3 heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;

- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij;

Strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;

Strafbaarheid verdachte

- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

Straf

- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van zes (6) maanden;

- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van drie (3) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt daarbij een proeftijd van twee (2) jaar vast;

- als voorwaarde geldt dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

Beslag (feit 1, feit 2 primair en feit 3)

- verklaart de vijf telefoontoestellen met goednummers 794557, 794558, 826582, 826583 en 829903 verbeurd:

Vordering tot schadevergoeding benadeelde partij [slachtoffer 4] (feit 2 primair)

- over een bedrag van € 400,00 vanaf 2 augustus 2024;

- over een bedrag van € 950,00 vanaf 5 augustus 2024;

tot de dag van volledige betaling;

- over een bedrag van € 400,00 vanaf 2 augustus 2024;

- over een bedrag van € 950,00 vanaf 5 augustus 2024;

tot de dag van volledige betaling, bij niet-betaling aan te vullen met 23 dagen gijzeling;

- bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

Vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer 6] (feit 2 primair)

Vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer 8] (feit 2 primair)

Vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer 3] (feit 2 primair)

- over een bedrag van € 250,00 vanaf 27 juni 2024;

- over een bedrag van € 500,00 vanaf 3 juli 2024;

tot de dag van volledige betaling;

€ 750,00 te betalen, vermeerderd met de volgende wettelijke rente:

- over een bedrag van € 250,00 vanaf 27 juni 2024;

- over een bedrag van € 500,00 vanaf 3 juli 2024;

tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 15 dagen gijzeling;

- bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

Vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer 7] (feit 2 primair)

Vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer 5] (feit 2 primair)

Dit vonnis is gewezen door mr. L.M.M. Heppe, voorzitter, mr. A.M.M. Lemmen en mr. drs. G. Boonzaaijer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. G.S.M. van Duinkerken, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 25 augustus 2025.

Mr. A.M.M. Lemmen is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Bijlage: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

Feit 1

hij op of omstreeks 20 november 2023 te [plaats] , althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 1] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten 246,95 euro door

- gebruik te maken van een of meer (gedeeltelijk) valse namen, te weten [username 2] en/of [naam 4] en/of [naam 5] en/of

- ( vervolgens) met gebruikmaking van de naam [username 2] op het internet, te weten op Facebook Marketplace een advertentie te plaatsen waarin een Playstation Portal te koop werden aangeboden en/of

- met die [slachtoffer 1] een of meermalen contact te onderhouden (via Facebook

Messenger en/of telefonisch) en/of overleg te voeren en/of informatie te verschaffen over de wijze van en/of het tijdstip van levering en/of betaling van die aangeboden Playstation Portal en/of

- daarbij toe te zeggen dat deze goederen na ontvangst van betaling zouden worden toegezonden en/of geleverd en/of

- daarbij een bankrekening, te weten [rekeningnummer 8] op naam van [naam 2] op/door te geven, waarop het te betalen aankoopbedrag (inclusief verzendkosten) kon worden overgeboekt en/of gestort en/of over welke rekening hij, verdachte en/of zijn medeverdachte(n), de beschikking had(den) en/of

- daarbij zich voor te doen als eigenaar/bezitter en/of als bonafide/betrouwbare verkoper van die Playstation Portal en/of de indruk en/of het vertrouwen te wekken dat het te koop aangeboden goed na betaling daadwerkelijk zou toezenden/leveren;

Feit 2

hij in of omstreeks de periode van 5 mei 2024 tot en met 25 augustus 2024 te [plaats] , althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen althans eenmaal (telkens)met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de navolgende personen heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten de navolgende geldbedragen:

1. [slachtoffer 2] tot de afgifte van 300,- euro en/of

2. [slachtoffer 3] tot de afgifte van 750,- euro en/of

3. [slachtoffer 4] tot de afgifte van 1.350,- euro en/of [slachtoffer 5] tot de afgifte van 500,- euro en/of

4. [slachtoffer 6] tot de afgifte van 350,- euro en/of

5. [slachtoffer 7] tot de afgifte van 450,- euro en/of

6. [slachtoffer 8] tot de afgifte van 600,- euro,

door

- gebruik te maken van een valse namen, te weten [username 1] en/of [naam 3] en/of

- ( vervolgens) met gebruikmaking van die naam/namen op Snapchat en/of Tiktok een of meer advertenties te plaatsen waarin een of meer voertuig(en) te huur werd(en) aangeboden (te weten: een Mercedes AMG en/of een Audi RS3 en/of andere voertuigen) en/of

- ( met) een of meer van voornoemde personen via Snapchat en/of Tiktok en/of Whatsapp en/of Instagram een of meermalen contact te onderhouden en/of overleg te voeren en/of een foto van het rijbewijs te vragen en/of en/of informatie te verschaffen over de wijze van en/of het tijdstip en/of de locatie van (af)levering en/of (aan)betaling en/of betaling voor een verzekering van die/dat te huur aangeboden voertuig(en) en/of

- daarbij toe te zeggen dat die/dat te huur aangeboden voertuig(en) na ontvangst van betaling zouden worden (af)geleverd en/of

- daarbij (een) bankrekening(en), te weten [rekeningnummer 10] op naam van [verdachte] en/of (via) [naam 6] [rekeningnummer 12] (op naam van [....] ) en/of [rekeningnummer 2] op naam van [naam 3] en/of [verdachte] door te geven, waarop de (aan)betaling(en) kon(den) worden overgeboekt en/of gestort en over welke rekening(en) hij, verdachte en/of zijn medeverdachte(n), de beschikking had(den) en/of

- daarbij zich voor te doen als bonafide/betrouwbare verhuurder van die/dat voertuig(en) en/of de indruk en/of het vertrouwen te wekken bij voornoemde personen dat de/het te huur aangeboden voertuig(en) na betaling daadwerkelijk zouden worden (af)geleverd;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 5 mei 2024 tot en met 25 augustus 2024 te [plaats] , althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

meermalen althans eenmaal (telkens) (van) een of meer geldbedragen, te weten 300,- euro en/of 750,- euro en/of 1.350,- euro en/of 500,- euro en/of 350,- euro en/of 450,- euro en/of 600,- euro, althans een geldbedrag,

Sub a

- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel

- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat /die geldbedragen(en) was/waren, en/of

- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die geldbedrag(en) voorhanden had(den)

Sub b

- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of

- gebruik heeft gemaakt

terwijl hij, verdachte en/of zijn medeverdachte(n), wist(en), althans redelijkerwijs moest(en)

vermoeden dat dat/die geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig (eigen) misdrijf;

feit 3

hij in of omstreeks de periode van 4 april 2023 tot en met 21 november 2023 te [plaats] , althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen althans eenmaal (telkens) een of meer stoffen, voorwerpen en/of gegevens, te weten

- scripts/standaardteksten (in de Duitse en/of Spaanse taal) voor Whatsappfraude waarin de

verzender zich voordoet als het kind van de ontvanger en/of doet alsof de telefoon stuk of kwijt is en/of een nieuw telefoonnummer heeft en/of vraagt om via internetbankieren een rekening te betalen en/of

- xlsx-bestanden en/of txt-bestanden met daarin Duitse en/of Spaanse telefoonnummers en/of

- een applicatie om op een (Android-)telefoon te installeren om in bulk sms-berichten te versturen (te weten ‘ [bestand] ’,

heeft vervaardigd, heeft ontvangen, zich heeft verschaft, heeft verkocht, heeft overgedragen, heeft verworven, heeft vervoerd, heeft ingevoerd, heeft uitgevoerd, heeft verspreid, anderszins ter beschikking heeft gesteld en/of voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, en/of zijn medeverdachte(n) (telkens) wist(en) dat die bestemd waren tot

het plegen van Whatsappfraude, in elk geval een der in de artikelen 226, eerste lid, onderdelen 2° tot en met 5°, 231, eerste lid, 231a, eerste lid, 231b en 232, eerste lid, omschreven misdrijven dan wel een der misdrijven omschreven in de artikelen 310, 311, 312, 317, 321 en 326 van het Wetboek van Strafrecht terwijl dit feit betrekking had op de verkrijging van een niet-contant betaalinstrument;

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?