ECLI:NL:RBMNE:2025:7441

ECLI:NL:RBMNE:2025:7441

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 02-10-2025
Datum publicatie 30-01-2026
Zaaknummer 16/349715-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan het witwassen van een Mercedes. Strafoplegging: taakstraf van 180 uur, waarvan 60 uur voorwaardelijk en met een proeftijd van 2 jaar.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats: Utrecht

Parketnummer: 16/349715-24

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer van 2 oktober 2025 in de strafzaak van:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1991 in [geboorteplaats] ,

ingeschreven op het adres: [adres 1] , [postcode] [plaats] ,

hierna: de verdachte.

1. Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 18 september 2025.

Op de zitting waren aanwezig:

2. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat zij, samengevat:

in de periode van 14 mei 2024 tot en met 27 augustus 2024 in Soest samen met een ander een Mercedes (kenteken [kenteken] ) heeft witgewassen;

De volledige tekst van de beschuldiging staat in de bijlage bij dit vonnis.

3. Bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte het feit heeft gepleegd.

De standpunten van de officier van justitie worden – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 3.3.

Standpunt van de verdediging

De advocaat van de verdachte verzoekt de rechtbank om de verdachte vrij te spreken van het feit. De verdachte heeft € 35.000,- geïnvesteerd in de Mercedes. Zij wist niet en kon niet weten dat de medeverdachte ten behoeve van de aankoop geld ingelegd zou hebben dat uit criminele bron afkomstig was.

De advocaat van de verdachte voert verschillende verweren over het bewijs. Deze worden - voor zover van belang voor de beoordeling - hierna besproken onder paragraaf 3.3.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank oordeelt dat het feit (het samen met een ander witwassen van een Mercedes) wettig en overtuigend is bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de volgende bewijsmiddelen:

Bewijsmiddelen

Een geschrift, te weten een kennisgeving van inbeslagneming van de Mercedes, voor zover inhoudende:

Adres: [adres 1] [postcode] [plaats]

Datum: 27-8-2024

Beslagene: [verdachte]

Object: voertuig, Mercedes/Benz

Kenteken: [kenteken] .

De verklaring van de verdachte op de zitting van 18 september 2025, voor zover inhoudende:

De Mercedes met kenteken [kenteken] is van mij.

Een proces-verbaal van de verklaring van de verdachte als getuige bij de politie, voor zover inhoudende:

Ik was niet aanwezig bij de betaling voor de Mercedes. Dit heeft [medeverdachte] allemaal gedaan.

Een proces-verbaal van de verklaring van de verdachte op 29 oktober 2024, voor zover inhoudende:

O: Volgens opgave heb je omzet gedraaid in 2023 van ongeveer € 26.500,-

V; Wat houd je hieraan over om te besteden?

V; Ik betaal €950 huur per maand voor mijn bedrijfspand aan het [adres 2] te [plaats] . In de coronatijd heb ik maar €200,- per maand betaald in overleg met de verhuurder. Ik betaal ruim €700 huur voor mijn woning aan de [adres 1] .

V; Welke toeslagen ontvang je?

A; Ik ontvang kinderbijslag, huurtoeslag en zorgtoeslag op mijn rekening.

V: Wanneer is de Mercedes gekocht?A; Eind april 2024.

V: Wie heeft dit geregeld?A; Mijn man [medeverdachte] , ik heb hem het door mij gespaarde geld gegeven en hij heeft het allemaal geregeld.

V; Hoe was jij bij de aankoop van de Mercedes betrokken?A: Ik heb samen met mijn man de auto uitgezocht op internet.

Een proces-verbaal van de verklaring van de medeverdachte [medeverdachte] bij de politie op 14 november 2024, voor zover inhoudende:

Op een gegeven moment ben ik gaan dealen. Het is begonnen als vriendendienst. In de loop van der jaren heb ik een handje vol mensen wat kunnen verkopen. Dat moet rond 2020 zijn geweest.

V: Welke verdovende middelen heb jij verkocht?A: Cocaïne.

Heb jij ooit drugsgelden op jouw rekening ontvangen?

A: Nee dat was contant. Bij hoge uitzondering heb ik wel eens een klant een tikkie gestuurd voor de drugs.

V: Wie is de eigenaar van de Mercedes, [kenteken] .

A: Mijn vrouw.

V: Hoe is de Mercedes betaald?

A: De auto is contant betaald. Het autobedrijf werkte met een importeur en daar heb ik het geld contant betaald.

Ik heb er wel eens in gereden.

Een proces-verbaal van onderzoek naar de aankoop van de Mercedes, inclusief bijlagen op pagina 419-421, voor zover inhoudende:

Uit informatie van het Landelijk Informatiepunt Voertuigcriminaliteit (LIV) blijkt dat de Mercedes type AMG GLB 35, kenteken [kenteken] is geïmporteerd uit Duitsland en sinds 31 mei 2024 op naam staat van [verdachte] .

Uit het Duitse kentekenbewijs van de Mercedes (Zülassungsbescheinigung) van 25 april 2024 blijkt dat de Mercedes afkomstig is van “ [bedrijf] GmbH”. De Mercedes is op 14 mei 2024 ter keuring aangeboden in Zwolle door aanvrager [verdachte] .

Een proces-verbaal van taxatie Mercedes, inclusief bijlage op pagina 423-426, voor zover inhoudende:

Taxatie per 14-11-2024

Een personenauto, merk Mercedes, kenteken [kenteken] , taxatiewaarde: € 53.500,-.

Een proces-verbaal van onderzoek naar de rekening van de verdachte, voor zover inhoudende:

Uit informatie Verwijzingsportaal Banken bleek dat op naam van [verdachte] twee bankrekeningnummers zijn gesteld te weten, [rekeningnummer 1] (* [rekeningnummer 1] zakelijk) en [rekeningnummer 2] (* [rekeningnummer 2] privé). Op vordering van de officier van justitie werden de saldo- en transactiegegevens verstrekt van deze beide rekeningen over de periode van 1 januari 2023 tot en met 12 augustus 2024.

Op beide rekeningen is het beginsaldo op 1 januari 2023 negatief. Op rekening * [rekeningnummer 1] betreft dit €-11,20 en op rekening * [rekeningnummer 2] was dit €-919,95.

Vanaf beide rekeningen werden in de periode voorafgaand aan de aankoop van de Mercedes geen contante geldopnamen gedaan of betalingen aan auto- en of garagebedrijven waaruit de aankoop van de Mercedes bleek.

Een proces-verbaal van onderzoek naar de rekening van de verdachte, voor zover inhoudende:

Op vordering van de officier van justitie werden de saldo- en transactiegegevens verstrekt van de beide rekeningen ( [rekeningnummer 1] (* [rekeningnummer 1] zakelijk) en [rekeningnummer 2] (* [rekeningnummer 2] privé)) over de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2022.

Uit de verstrekte gegevens van de privé bankrekening * [rekeningnummer 2] blijkt dat er in totaal 12 keer contant geld is opgenomen bij een geldautomaat. Dit vond elfmaal plaats in de periode tussen 6 augustus 2019 en 15 november 2019 en eenmaal op 23 maart 2022. Het totaal contant opgenomen bedrag is €3460,-.

Uit de verstrekte gegevens van de zakelijke rekening * [rekeningnummer 1] blijkt niet van contante stortingen dan wel opnamen.

Een rapport wederrechtelijk verkregen voordeel van 29 oktober 2024, voor zover inhoudende:

Onderzoek naar het wederrechtelijk verkregen voordeel van: [medeverdachte] .

De onderzoeksperiode is vastgesteld op 21 november 2019 tot en met 27 augustus 2024

Financieel onderzoek

Uit de verkregen iRVI bleek dat betrokkene in de periode 2019 tot en met 2023 één bankrekening op naam had, te weten een betaalrekening bij de ING voorzien van nummer: [rekeningnummer 3] .

Daarnaast had de verdachte ook een spaarrekening op naam voorzien van nummer: [rekeningnummer 4] .

Bij de Belastingdienst waren volgens de iRVI geen inkomsten uit arbeid, winst uit onderneming, inkomsten uit vermogen, inkomsten uit aanmerkelijk belang, ontvangen erfenissen, ontvangen schenkingen of ontvangen leningen bekend.

Bewijsoverwegingen

Beoordelingskader witwassen

Naar aanleiding van een verdenking van drugshandel werd de man van de verdachte, medeverdachte [medeverdachte] , op 27 augustus 2024 aangehouden. Diezelfde dag werd de woning van de verdachte en medeverdachte doorzocht en werd onder andere een Mercedes, die op naam stond van de verdachte, in beslag genomen.

Voor een bewezenverklaring van het ten laste gelegde witwassen moet komen vast te staan dat het voorwerp, in dit geval een Mercedes, afkomstig is uit enig (eigen) misdrijf. Het is voor een bewezenverklaring van het bestanddeel ‘afkomstig uit enig misdrijf’ niet vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat het ten laste gelegde voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Wel is voor een veroordeling vereist dat vaststaat dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf. Dat een voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf kan, als geen directe link kan worden gelegd met een specifiek misdrijf, toch bewezen worden als het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. Indien de door het Openbaar Ministerie aangedragen feiten en omstandigheden een gerechtvaardigd vermoeden van witwassen opleveren, mag van de verdachte worden verwacht dat hij of zij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onaannemelijke verklaring geeft dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is. Ontbreekt een dergelijke verklaring, dan kan het witwassen in beginsel bewezen worden verklaard.

Gerechtvaardigd vermoeden van witwassen?

De Mercedes staat sinds 14 mei 2025 op de naam van de verdachte. De verdachte heeft verklaard dat zij ongeveer € 35.000,- tot € 40.000,- contant aan de medeverdachte heeft gegeven om de Mercedes mee te kopen. Ook de medeverdachte heeft verklaard dat hij ongeveer € 35.000,- contant van de verdachte heeft gekregen om de Mercedes mee te kopen. Hij zou vervolgens alles geregeld hebben en de rest van de kosten (schadeherstel en importkosten) hebben betaald.

Uit het dossier is gebleken dat van de verdachte slechts een gering legaal inkomen bekend is. Uit financieel onderzoek volgt dat de medeverdachte in de jaren 2019-2024 geen (legaal) inkomen had uit arbeid. Daarin kan dus geen verklaring worden gevonden voor de aanwezigheid van een dergelijk groot contant geldbedrag voor de aankoop van de Mercedes.

Dat de verdachte een dergelijk bedrag contant betaalt, in samenhang met het gegeven dat de verdachte en de medeverdachte niet beschikken over een meer dan gering legaal inkomen, brengt een vermoeden van witwassen met zich mee. Het is een feit van algemene bekendheid dat met name in het criminele circuit grote contante geldbedragen circuleren en worden gebruikt om grote aankopen en andere uitgaven te doen.

Deze feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, rechtvaardigen naar het oordeel van de rechtbank dan ook het vermoeden dat de Mercedes middellijk uit enig misdrijf afkomstig is.

De verklaringen van de (mede)verdachte over de herkomst van (het geldbedrag voor) de Mercedes

Zowel de verdachte als de medeverdachte hebben verklaard dat de verdachte deze auto gekocht heeft met contant geld. Dit contante geld zou zij aan de medeverdachte hebben gegeven, waarmee hij de auto zou betalen.

De verdachte heeft in eerste instantie verklaard dat zij tussen de € 35.000,- en € 40.000,- voor de Mercedes heeft betaald en dat zij de maanden voor de betaling steeds contant geld had opgenomen van haar bankrekening totdat zij aan het bedrag kwam. Later verklaart zij dat zij een deel heeft gepind, een deel als spaargeld achter de hand had bij haar moeder en het overige gedeelte geleend heeft van haar moeder, broers, zussen en schoonzussen.

Geen concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring

De rechtbank stelt voorop dat op grond van het dossier onduidelijk is (gebleven) voor hoeveel geld de Mercedes precies van wie gekocht is. Er is kennelijk geen enkel document, zoals een factuur of een aankoopbewijs, waarin de aankoopprijs is opgenomen. De Mercedes is na inbeslagname getaxeerd op € 53.500,-.

Beide verdachten stellen dat de verdachte € 35.000,- in contant geld aan de medeverdachte heeft gegeven. Dat het geld van de verdachte afkomstig is, zegt wel iets over de bron van het geld en de (mogelijke) herkomst, maar nog niets over of de herkomst van het geld legaal is.

De verdachte heeft in eerste instantie verklaard dat het geld afkomstig is van haar bedrijf en een schadevergoeding uit het verleden. Zij zou dat bedrag in de maanden voorafgaand aan de koop contant hebben opgenomen tot aan het bedrag van de Mercedes. Hiermee ontstaat de indruk dat de verdachte nagenoeg het hele aankoopbedrag contant opgenomen zou hebben. Uit onderzoek naar haar bankgegevens blijkt echter dat zij in de jaren voorafgaand aan de aankoop van de Mercedes slechts € 3.460,- contant heeft opgenomen, met de laatste opname in 2022. Later verklaart de verdachte dat zij een deel al had gespaard bij haar moeder (rond de € 8.000,-) en dat zij het overige gedeelte geleend heeft van onder andere haar broertje, zus, schoonzussen en moeder. De verklaringen van de verdachte over de herkomst van het geld waarmee de Mercedes is betaald zijn dus inconsistent. De verdachte heeft ook niet verklaard welke bedragen zij precies geleend had van wie, waardoor deze verklaring te weinig concreet en niet verifieerbaar is. Zelfs op de zitting wist de verdachte niet te verklaren hoeveel geld zij precies geleend had, terwijl zij voldoende de tijd heeft gehad in aanloop naar de zitting om dat op te helderen en haar verklaring concreter te maken. Nader onderzoek door het Openbaar Ministerie naar de door verdachte gestelde financiering van de Mercedes is dus niet nodig. Dit leidt tot de conclusie dat het niet anders kan zijn dan dat het geld waarmee de Mercedes is betaald, een criminele herkomst had. De rechtbank komt daarmee tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde witwassen.

Medeplegen

De rechtbank vindt bewezen dat sprake is van medeplegen. Bij de medeverdachte [medeverdachte] en de verdachte was er sprake van een nauwe en bewuste samenwerking, gericht op het kopen van de Mercedes. Door samen de auto uit te zoeken en de aanschaf en registratie van de auto te regelen, hebben beide verdachten een actieve rol gespeeld bij de verwerving van de Mercedes. Medeverdachte [medeverdachte] en de verdachte voerden een gezamenlijke huishouding en beide verdachten hebben binnen hun gezamenlijke huishouding, profijt gehad van de aankoop van de Mercedes. De rechtbank vindt daarom wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte en de medeverdachte zich schuldig hebben gemaakt aan het witwassen van de Mercedes.

Bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:

in de periode van 14 mei 2024 tot en met 27 augustus 2024, in Nederland, tezamen en in vereniging, een voorwerp te weten een voertuig (Mercedes met kenteken [kenteken] ), heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl zij wisten dat bovenomschreven voorwerp middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.

De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.

4. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:

medeplegen van witwassen.

Strafbaarheid feit en de verdachte Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

5. Straf

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf van 180 uur, waarvan een gedeelte van 60 uur voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar.

Standpunt van de verdediging

De advocaat van de verdachte verzoekt de rechtbank om bij een bewezenverklaring aan de verdachte, voor zover het ziet op het onvoorwaardelijke gedeelte, een lagere taakstraf op te leggen dan door de officier van justitie is geëist.

De advocaat van de verdachte voert onder andere aan dat de verdachte een first offender is en vijf jonge kinderen heeft om voor te zorgen. De hoofdverdachte in deze zaak is de medeverdachte en de verdachte had maar weinig ruimte om andere keuzes te maken, juist vanwege het feit dat zij al heel lang samen is met de medeverdachte en vijf kinderen met hem heeft.

Oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van het gepleegde feit en de omstandigheden waaronder de verdachte dit feit heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en haar persoonlijke omstandigheden mee.

Ernst en omstandigheden van het feit

De verdachte heeft zich samen met haar partner schuldig gemaakt aan het witwassen van een luxe personenauto (Mercedes). Door zo te handelen heeft de verdachte eraan meegewerkt dat de opbrengsten van misdrijven aan het zicht van justitie worden onttrokken.

Het witwassen van criminele gelden en voorwerpen vormt een bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer ernstig aan. Door crimineel geld een schijnbaar legale herkomst te geven en in het economische verkeer te brengen, bijvoorbeeld door de aankoop van een voertuig, wordt ervoor gezorgd dat misdaad loont – één van de belangrijkste drijfveren voor het plegen van strafbare feiten. Daders van strafbare feiten worden op deze wijze in staat gesteld om met het door strafbaar handelen verdiende geld een maatschappelijke en financiële status te verwerven die zij niet behoren te hebben. De rechtbank neemt het de verdachte kwalijk dat zij hieraan heeft bijgedragen.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

De rechtbank heeft gekeken haar het strafblad van de verdachte van 6 september 2025. Hieruit blijkt dat de verdachte niet eerder voor een soortgelijk feit is veroordeeld. De rechtbank neemt het strafblad daarom niet in strafverzwarende of strafverminderende zin mee.

Strafkader

Om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen, werken strafrechters met landelijke oriëntatiepunten. Deze zijn gebaseerd op opgelegde straffen in andere, vergelijkbare zaken. Er bestaat geen oriëntatiepunt voor witwassen maar wel voor fraude. Voor fraude met een benadelingsbedrag tussen de € 10.000 en € 70.000 geldt als uitgangspunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf tussen de twee en vijf maanden of een vergelijkbare taakstraf.

De verdachte is, op een oude veroordeling door de kinderrechter na, niet eerder in aanraking gekomen met politie en justitie. Daarnaast draagt de verdachte momenteel de zorg voor een gezin met vijf jonge kinderen. De rechtbank ziet in de persoon van de verdachte daarom aanleiding om de verdachte geen gevangenisstraf, maar een deels voorwaardelijke taakstraf op te leggen. De rechtbank hoopt met het voorwaardelijke gedeelte de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen en zich te laten verleiden daartoe.

Gelet op dit alles legt de rechtbank aan de verdachte overeenkomstig de eis van de officier van justitie een taakstraf op voor de duur van 180 uur, waarvan 60 uur voorwaardelijk.

6. In beslag genomen voorwerpen

Op de beslaglijst in deze zaak staat de Mercedes met kenteken [kenteken] (G825989). De rechtbank zal hierover geen beslissing nemen, omdat daar conservatoir beslag op rust.

7. Toegepaste wetsartikelen

8. De beslissing

De opgelegde straf is gebaseerd op de volgende wetsartikelen:

- artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat de verdachte het feit heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;

- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt haar daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;

strafbaarheid verdachte

- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 180 uur;

- beveelt dat voor het geval de verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 90 dagen hechtenis;

- bepaalt dat van de taakstraf een gedeelte van 60 uur, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;

- beveelt dat, als de verdachte het voorwaardelijk deel van de taakstraf bij tenuitvoerlegging niet naar behoren heeft verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 30 dagen;

- stelt daarbij een proeftijd van twee (2) jaar vast;

- als algemene voorwaarde geldt dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.A. Bos, voorzitter, mr. I.J.B. Corbeij en mr. G. Boonzaaijer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. G.S.M. van Duinkerken, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 2 oktober 2025.

Mr. I.J.B. Corbeij is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Bijlage: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

zij in of omstreeks de periode van 14 mei 2024 tot en met 27 augustus 2024, te Soest,in ieder geval in Nederland,tezamen en in vereniging, althans alleen,een voorwerp te weten een voertuig (Mercedes met kenteken [kenteken] ), heeftverworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althansvan een voorwerp, te weten voornoemde Mercedes, gebruik heeft gemaakt, terwijlhij wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, datbovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig (aldan niet eigen) misdrijf;

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?