ECLI:NL:RBMNE:2025:7449

ECLI:NL:RBMNE:2025:7449

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 10-12-2025
Datum publicatie 02-02-2026
Zaaknummer UTR 25/3886
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Terugvordering te veel ontvangen voorschot WIA-uitkering. Het Uwv heeft bij de terugvordering, vanwege zijn eigen aandeel, een matiging toegepast van 25%. De rechtbank is van oordeel dat het Uwv in de situatie van eiseres alle relevante feiten en omstandigheden voldoende heeft meegewogen bij de beoordeling. Het beroep is ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 december 2025 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

Inleiding

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 25/3886

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het Uwv), verweerder

(gemachtigde: mr. E.F. de Roy van Zuydewijn).

Deze zaak gaat over het terugvorderen van een op voorschot uitbetaalde WIA-uitkering, waar eiseres, naar later bleek, geen recht op had.

Procesverloop

1. Eiseres werkte als [functie] bij [instelling] ( [naam] Stichting) voordat zij zich op 23 juni 2022 heeft ziekgemeld wegens gezondheidsklachten. Na einde wachttijd heeft eiseres op 29 maart 2024 een WIA-uitkering aangevraagd.

2. Vanwege het uitblijven van een beslissing op haar aanvraag is door eiseres op 28 juni 2024 een voorschot aangevraagd. Dit is met het besluit van 4 juli 2024 aan haar toegekend.

3. Met het besluit van 11 september 2024 heeft het Uwv de aanvraag voor de WIA-uitkering afgewezen, omdat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is geacht. Dit besluit is niet door eiseres aangevochten.

4. Vervolgens heeft het Uwv met het besluit van 22 november 2024 het ten onrechte ontvangen bedrag aan voorschotten van € 11.416,15 teruggevorderd. Eiseres heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Met het bestreden besluit van 15 mei 2025 op het bezwaar van eiseres heeft het Uwv de terugvordering met 25% gematigd. Eiseres is het hier niet mee eens en heeft beroep ingesteld. Het Uwv heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

5. De rechtbank heeft het beroep op 28 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en de gemachtigde van het Uwv.

6. Op de zitting heeft de gemachtigde van het Uwv zich bereid verklaard de oorspronkelijke vordering van € 11.416,15 bruto te verlagen met 50%, in plaats van het in het bestreden besluit opgenomen aandeel van 25%. Eiseres heeft veertien dagen bedenktijd gekregen om akkoord te gaan met het voorstel en het beroep in te trekken. Per e-mail van 11 november 2025 heeft eiseres kenbaar gemaakt niet in te willen gaan op het voorstel. Vervolgens is op 12 november 2025 het onderzoek in deze zaak gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Wat vindt de rechtbank?

Het bestreden besluit

7. In het bestreden besluit is het bezwaar van eiseres gegrond verklaard en heeft het Uwv de terugvordering van het oorspronkelijke bedrag van € 11.416,15 gematigd met 25% tot een bedrag van € 8.562,11. Deze matiging heeft het Uwv toegepast als uitkomst van een belangenafweging. Het feit dat ten onrechte een (te hoog bedrag aan) voorschot aan eiseres is toegekend, is namelijk mede aan het Uwv te wijten. Eiseres heeft de inkomsten die zij ondertussen nog ontving uit arbeid wel opgegeven, maar het Uwv heeft daar bij het toekennen van het voorschot ten onrechte geen rekening mee gehouden. Het standpunt van het Uwv is desalniettemin dat, nu achteraf blijkt dat eiseres geen recht heeft op een uitkering, het onverschuldigd betaalde bedrag aan voorschot moet worden terugbetaald omdat het gaat om gemeenschapsgeld. Het Uwv is verder van mening dat eiseres zich had moeten realiseren dat zij een te hoog bedrag aan voorschot ontving. Het Uwv baseert zich hierbij op de hoogte van haar totale inkomen voorafgaand aan haar ziekmelding en op de periode waarover het te hoge bedrag aan voorschot door haar werd ontvangen. Omdat zij naast het voorschot van € 3.315,79 bruto per maand ook nog loon van haar (ex-) werkgever ontving, had zij zich moeten beseffen dat het toegekende bedrag aan voorschot onjuist was. Ook acht het Uwv de periode van vier maanden waarover eiseres teveel voorschot heeft ontvangen niet zodanig lang dat zij er inmiddels op mocht vertrouwen dat zij recht had op wat zij ontving aan voorschot. Verder beroept het Uwv zich op de informatievertrekking. Telkens is eiseres gewezen op het feit dat zij een voorschot ontving met het risico dat het teruggevorderd zou kunnen worden als er geen recht op een uitkering zou bestaan.

8. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit en stelt dat het Uwv geheel van terugvordering had moeten afzien. In dat kader voert zij aan dat zij netjes aan het Uwv heeft doorgegeven hoeveel uur zij per week werkte. Door het Uwv is bij het verstrekken van het voorschot ten onrechte geen rekening gehouden met de inkomsten die zij hieruit ontving. Ook heeft zij tweemaal telefonisch contact gezocht met het Uwv om te verifiëren of het allemaal klopte. Bovendien, zo stelt eiseres, is bij haar de indruk gewekt dat zij het voorschot niet terug zou hoeven betalen. Zo heeft eiseres ook op de zitting toegelicht dat er in een online informatiebijeenkomst is aangegeven dat men het voorschot niet hoeft terug te betalen. Dit heeft zij ook in verschillende gesprekken met het Uwv te horen gekregen. Ten slotte benoemt eiseres dat zij gedupeerde is van de toeslagenaffaire en dat de terugvordering haar veel extra stress oplevert, wat haar gezondheid niet ten goede komt. Eiseres heeft, conform de afspraak op zitting, per e-mail aangegeven niet in te willen gaan op het voorstel van het Uwv om de terugvordering met 50% te matigen. Volgens eiseres treft haar geen enkel verwijt en zou om die reden geheel van terugvordering moeten worden afgezien.

9. Mede uit de toelichting zoals door de gemachtigde van het Uwv op de zitting is gegeven, blijkt dat bij de verlaging van de terugvordering rekening is gehouden met het eigen aandeel van het Uwv in het ontstaan van de vordering. Dat heeft zich vertaald naar een matiging van 25%. Eiseres heeft aan het Uwv doorgegeven dat zij 24 uur per week werkte. Het Uwv had hier rekening mee moeten houden bij het toekennen van een voorschot. Tijdens de zitting heeft het Uwv toegelicht dat als daar wel rekening mee zou zijn gehouden, helemaal geen voorschot zou zijn toegekend. De rechtbank stelt vast dat in dat geval de gehele terugvordering had kunnen worden voorkomen.

10. De rechtbank is van oordeel dat het Uwv in de situatie van eiseres alle relevante feiten en omstandigheden voldoende heeft meegewogen bij de beoordeling. Naast het eigen aandeel van het Uwv door het inkomen van eiseres niet mee te nemen in de berekening, heeft het Uwv terecht betrokken dat eiseres had kunnen beseffen dat de voorschotten te hoog waren gezien haar inkomsten uit arbeid. Een voorschot is een voorlopige betaling, waarbij er een risico bestaat dat achteraf een lager definitief recht kan blijken. Dat kan in zo’n geval tot een terugvordering leiden. Dat in een online bijeenkomst zou zijn gezegd dat een voorschot meestal niet hoeft te worden terugbetaald wanneer het is verstrekt wegens een te late beoordeling door het Uwv, doet hier niet aan af. De rechtbank ziet niet in dat het Uwv daarmee de indruk heeft gewekt dat eiseres het voorschot in haar geval niet hoefde terug te betalen. Bovendien is in het besluit van 4 juli 2024, waarin aan eiseres wordt medegedeeld dat zij vanaf 20 juni 2024 een voorschot krijgt uitgekeerd, de volgende passage opgenomen, waaruit blijkt dat eiseres duidelijk is geïnformeerd over de mogelijkheid tot terugbetaling:

‘Het voorschot is een schatting van uw uiteindelijke WIA-uitkering. Uw uitkering kan lager zijn dan uw voorschot. Bijvoorbeeld omdat u inkomsten had. In dat geval moet u het te veel ontvangen voorschot terugbetalen. Kreeg u het voorschot omdat wij te laat waren met de beoordeling van uw gezondheid? Dan hoeft u het voorschot meestal niet terug te betalen.

Als u geen WIA-uitkering krijgt, dan kijken wij of we het te veel betaalde bedrag kunnen verrekenen met een andere uitkering waarop u misschien recht heeft. Bijvoorbeeld een WW-uitkering. Lukt dat niet, dan moet u het bedrag mogelijk aan ons terugbetalen.’

11. Ondanks dat de rechtbank eiseres volgt in haar standpunt dat haar geen verwijt treft nu zij haar inkomsten goed heeft doorgegeven, neemt dat niet weg dat de voorschotten onverschuldigd zijn betaald. Het Uwv heeft bij de terugvordering, vanwege het eigen aandeel, terecht een matiging toegepast van 25%. In dat opzicht sluit de rechtbank aan bij rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep. De rechtbank acht de casus zodanig vergelijkbaar en ziet daarom geen reden om in dit geval af te wijken van het percentage van 25% zoals door het Uwv is toegepast in het bestreden besluit en door de Centrale Raad van Beroep is geaccepteerd.

Conclusie en gevolgen

12. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de matiging van 25% en daarmee de terugvordering van het bedrag van € 8.562,11 in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. ing. A. Rademaker, rechter, in aanwezigheid van

mr. T. Mennen, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 10 december 2025.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. ing. A. Rademaker

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?