ECLI:NL:RBMNE:2025:7502

ECLI:NL:RBMNE:2025:7502

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 23-12-2025
Datum publicatie 06-02-2026
Zaaknummer UTR 24/858
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Mondelinge uitspraak, wht, integrale herbeoordeling, geen aanvrager van kinderopvangtoeslag, niet in aanmerking voor compensatie, bezwaar gericht tegen ander besluit, ex-toeslagpartnerregeling zelf aanvragen, kan geen beroep doen op de hardheidsclausule omdat eiser zelf geen aanvrager is van kinderopvangtoeslag, beroep ongegrond.

Uitspraak

[eiser] , uit [plaats] , eiser

(gemachtigde: M.J.C. de Veer Game),

en

Dienst Toeslagen, kantoor Utrecht

(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Inleiding

Eiser heeft zich in 2021 bij Dienst Toeslagen gemeld als gedupeerde van de toeslagenaffaire en verzocht om compensatie in het kader van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Dienst Toeslagen heeft dit verzoek afgewezen en bij besluit van 26 april 2021 aangegeven dat eiser niet in aanmerking komt voor compensatie op basis van de lichte toets, ook wel de Catshuisregeling genoemd. Eiser krijgt dus geen €30.000,-.

Na de lichte toets voert Dienst Toeslagen nog een integrale herbeoordeling uit, waarbij nogmaals wordt gekeken of eiser een gedupeerde is van de toeslagenaffaire en daardoor in aanmerking komt voor compensatie. Met het besluit van 6 juli 2022 heeft Dienst Toeslagen een definitieve beschikking genomen. Hierbij is eiser niet als gedupeerde aangemerkt, waardoor hij geen recht heeft op compensatie. Volgens Dienst Toeslagen heeft eiser zelf namelijk nooit kinderopvangtoeslag aangevraagd.

Eiser heeft op 30 juli 2022 bezwaar gemaakt tegen “de definitieve beschikking herstel kindertoeslag afwijzing UHT-DCHR-4”. Dienst Toeslagen heeft dit opgevat als een bezwaar tegen de lichte toets en heeft in het bestreden besluit van 10 oktober 2024 een beslissing genomen op het bezwaar van eiser. Hieruit blijkt dat Dienst Toeslagen bij de afwijzing blijft, omdat eiser geen aanvrager van kinderopvangtoeslag is en daarom niet in aanmerking komt voor compensatie. Daarnaast geeft Dienst Toeslagen in het bestreden besluit aan dat deze conclusie ook volgt uit de integrale herbeoordeling.

Eiser is het daar niet mee eens en heeft beroep ingediend tegen het bestreden besluit. Dienst Toeslagen heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep van eiser op 23 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser, de zus van eiser, [A] , en de gemachtigde van Dienst Toeslagen. Eiser heeft zich afgemeld voor de zitting.

Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- bepaalt dat Dienst Toeslagen het griffierecht van € 51,- aan eiser moet vergoeden.

Beoordeling door de rechtbank

1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.

2. Tijdens de zitting is besproken of Dienst Toeslagen er in het bestreden besluit terecht van uit is gegaan dat het bezwaar van eiser was gericht tegen het besluit van 26 april 2021 over de lichte toets. De rechtbank komt tot de conclusie dat dit niet het geval is.

3. De rechtbank merkt op dat eiser in het bezwaarschrift heeft opgenomen dat deze zich richt tegen “de definitieve beschikking herstel kindertoeslag afwijzing UHT-DCHR-4”. In het besluit van 6 juli 2022 staat beschreven dat het betreft de “definitieve beschikking herstel kinderopvangtoeslag afwijzing”. Het kenmerk van dit besluit is “UHT-DCHR-A”, wat vrijwel overeenkomt met het kenmerk dat eiser in zijn bezwaarschrift heeft genoemd. Het kenmerk van het besluit van 26 april 2021 over de lichte toets heeft het kenmerk “DCH”. De rechtbank vindt verder van belang dat het bezwaarschrift bij Dienst Toeslagen binnen is gekomen op 2 augustus 2022. Dit is kort na de datum van de beschikking over de integrale herbeoordeling, terwijl al meer dan een jaar was verstreken na de beslissing over de lichte toets. Op de zitting is ook besproken dat het eiser vooral gaat om het oordeel of hij wel of niet gedupeerde is van de toeslagenaffaire. Onder deze omstandigheden, gezien de inhoud en timing van het bezwaar,, is de rechtbank van oordeel dat het bezwaar was gericht tegen het besluit van 6 juli 2022 over de integrale herbeoordeling. De rechtbank constateert dat Dienst Toeslagen dit heeft miskend, waardoor er een gebrek kleeft aan het bestreden besluit. De rechtbank ziet echter aanleiding om dit gebrek te passeren met toepassing van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Daarbij betrekt de rechtbank dat de inhoud van het besluit in de lichte toets overeenkomt met die in het besluit van de integrale herbeoordeling, namelijk dat eiser niet als gedupeerde is aan te merken omdat hij zelf geen aanvrager is geweest van kinderopvangtoeslag. In het bestreden besluit is de Dienst Toeslagen bij dit standpunt in beide besluiten gebleven. Bovendien is op de zitting besproken dat als wel uit zou worden gegaan van een bestreden besluit dat uitsluitend betrekking zou hebben op de lichte toets, een niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens het ontbreken van procesbelang in de rede had gelegen.

4. De rechtbank is verder van oordeel dat Dienst Toeslagen zich op het standpunt heeft mogen stellen dat eiser niet in aanmerking komt voor compensatie op grond van artikel 2.1 van de Wht, omdat eiser zelf geen kinderopvangtoeslag heeft aangevraagd. Dit wordt ook niet betwist door eiser. Hij geeft zelf ook aan dat hij de aanvrager is geweest van de kinderopvangtoeslag. Tijdens de zitting is besproken dat eiser wellicht zelf de formulieren heeft ingevuld, maar dit heeft gedaan met het sofinummer van zijn ex-partner. Daarom wordt zijn ex-partner formeel gezien als aanvrager. Omdat eiser niet de aanvrager is van de kinderopvangtoeslag in de zin van artikel 2.1 van de Wht, komt hij dus ook niet in aanmerking voor compensatie op grond van dat artikel. Dat eiser getrouwd was in gemeenschap van goederen en fiscaal partner was van de aanvrager en eventuele terugvorderingen mogelijk ook een impact op hem hebben gehad, maakt nog niet dat hij als aanvrager in die zin kan worden aangemerkt.

5. Tijdens de zitting is besproken dat er ook een ex-toeslagpartnerregeling in het leven is geroepen voor ex-partners van gedupeerde ouders. Dit is opgenomen in artikel 2.14h van de Wht. De termijn voor het indienen van een verzoek om daarvoor in aanmerking te komen is – gelet op artikel 6.1, zesde lid, van de Wht – inmiddels verstreken. Op de zitting is besproken dat op de website van Dienst Toeslagen staat vermeld dat als iemand een goede reden heeft voor het te late aanmelden, diegene nog wel een schriftelijk verzoek kan doen tot aanmelden. In dit kader vindt de rechtbank het van belang om er op te wijzen dat eiser zich in 2021 al heeft gemeld als gedupeerde en gedurende de procedure continu heeft aangegeven dat hij ex-partner is van iemand die kinderopvangtoeslag heeft ontvangen. Ten tijde van de beslissing op bezwaar was de ex-toeslagpartnerregeling ook al in de maak. Bovendien heeft Dienst Toeslagen op de zitting ook aangegeven dat het fraai was geweest om eiser hierop te wijzen. Het is daarom niet op voorhand uit te sluiten dat het bewandelen van deze route kansloos is. Of een verzoek nog in behandeling wordt genomen en, zo ja, of eiser dan voor die regeling in aanmerking komt, is een beoordeling waar de rechtbank echter in deze procedure niet op vooruit kan lopen.

6. Verder is tijdens de zitting door gemachtigde van eiser naar voren gebracht dat eiser zich in een schrijnende situatie bevindt. Daarbij is onder andere gewezen op de scheiding die eiser heeft gehad, de problematiek met de alimentatie die daardoor is ontstaan en ook is gewezen op verschillende terugvorderingen van de belastingdienst die eiser heeft moeten betalen. Het gaat in deze procedure echter om een beoordeling van de vraag of eiser in aanmerking komt voor compensatie op grond van artikel 2.1 van de Wht. Door Dienst Toeslagen is terecht gewezen op recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Daaruit volgt dat als het gaat om compensatie op grond van artikel 2.1 van de Wht alleen een aanvrager die gedupeerd is door de toeslagenaffaire een beroep kan doen op de hardheidsclausule. Omdat eiser zelf geen aanvrager is van de kinderopvangtoeslag, kan het beroep op de hardheidsclausule niet slagen.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen recht heeft op compensatie op grond van artikel 2.1 van de Wht. Omdat de rechtbank een gebrek heeft gepasseerd met toepassing van artikel 6:22 van de Awb, moet Dienst Toeslagen wel het griffierecht aan eiser vergoeden. Eiser heeft geen proceskosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

8. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 23 december 2025 door mr. P.J. Blok, rechter, in aanwezigheid van mr. E.S. Dorsman, griffier.

De griffier is verhinderd om dit

proces-verbaal mede te ondertekenen

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?