RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almere
Zaaknummer: 11824703 \ MC EXPL 25-4382
Vonnis van 3 december 2025
in de zaak van
[partij 1] ,
te [woonplaats] ,
eisende partij,verwerende partij in het incident,
hierna te noemen: [partij 1] ,
gemachtigde: gerechtsdeurwaarder mr. O.J. Boeder,
tegen
[partij 2] ,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,eisende partij in het incident,
hierna te noemen: [partij 2] ,
gemachtigde: mr. M. Rosiek van DAS Rechtsbijstand.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 30 juli 2025 met producties 1 tot en met 8; - de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring;
- de conclusie van antwoord in het incident.
Ten slotte is bepaald dat er een vonnis wordt uitgesproken.
2. Het geschil in het incident
[partij 2] vordert in het incident haar toe te staan om [A] (hierna: [A] ) in vrijwaring op te roepen.
[partij 1] heeft geen bezwaar gemaakt tegen de vordering in het incident.
3. De beoordeling in het incident
In de hoofdzaak vordert [partij 1] veroordeling van [partij 2] tot betaling van
€ 3.074,39 te vermeerderen met rente en kosten. Hij legt daaraan – kort gezegd – het volgende ten grondslag. [partij 1] heeft de auto van [partij 2] geleend. [A] heeft de auto bestuurd en schade aan de auto veroorzaakt. [partij 1] heeft daarop € 3.074,39 aan [partij 2] betaald om de herstelkosten voor te schieten. Uiteindelijk is de schade door de verzekeraar van [partij 2] gedekt. [partij 1] wil daarom het voorgeschoten bedrag terug.
Ter onderbouwing van de incidentele vordering tot oproeping in vrijwaring stelt [partij 2] – kort gezegd – dat [A] als bestuurder van de auto optrad en de schade heeft veroorzaakt, waarvoor zij op grond van artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek aansprakelijk is (onrechtmatige daad).
[partij 1] heeft geen bezwaar tegen de vordering in het incident.
[partij 2] heeft voldaan aan de voorwaarden waaronder een verzoek tot vrijwaring kan worden toegewezen. De kantonrechter zal [partij 2] daarom toestaan om [A] in vrijwaring op te roepen.
De kosten van het vrijwaringsincident zullen worden gecompenseerd.
4. De beslissing
De kantonrechter
in het incident
staat toe dat [A] door [partij 2] in vrijwaring wordt gedagvaard tegen de roldatum van woensdag 7 januari 2026 om 11:00 uur, teneinde op de vordering tot vrijwaring te antwoorden en voort te procederen;
compenseert de proceskosten in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt;
in de hoofdzaak
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 7 januari 2026 om 11:00 uur voor conclusie van antwoord van [partij 2] ;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. van Wegen en in het openbaar uitgesproken op 3 december 2025.
45353