ECLI:NL:RBMNE:2025:7509

ECLI:NL:RBMNE:2025:7509

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 08-04-2025
Datum publicatie 09-02-2026
Zaaknummer 16-259474-23 en 16-109913-23
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Jeugdstrafrecht. In de zaak met parketnummer 16/259474-23 acht de rechtbank afpersing in vereniging en de voortgezette handeling van afpersing in vereniging en diefstal met geweld wettig en overtuigend bewezen. In de zaak met parketnummer 16/109913-23 acht de rechtbank de eendaadse samenloop van afpersing in vereniging en diefstal met geweld in vereniging wettig en overtuigend bewezen. Aan de verdachte wordt een jeugddetentie van 172 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan 100 dagen voorwaardelijk en een taakstraf van 100 uur opgelegd.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummers: 16/259474-23 en 16/109913-23 (gev. ttz) (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 8 april 2025

in de strafzaak tegen:

[verdachte]

geboren op [geboortedatum 1] 2006 te [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres] , [postcode] te [woonplaats] , hierna: [verdachte] .

1. ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 25 maart 2025.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. A. Drogt en van hetgeen verdachte en zijn raadsvrouw mr. I.P.J. van den Heuvel-Beerens, advocaat te De Meern, naar voren hebben gebracht.

De rechtbank heeft voorts kennisgenomen van hetgeen mr. P.M.A.C. van de Wouw, advocaat te Utrecht, als gemachtigde van de benadeelde partijen [slachtoffer1] , [slachtoffer2] en [slachtoffer3] naar voren heeft gebracht.

De rechtbank heeft tot slot kennisgenomen van hetgeen de benadeelde partij [slachtoffer4] en de heer [persoon1] van Slachtofferhulp Nederland, als gemachtigde van de benadeelde partij [slachtoffer5] , naar voren hebben gebracht.

2. TENLASTELEGGING

De tenlasteleggingen zijn als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat [verdachte] :

16/259474-23

Feit 1

op 5 oktober 2023 in Utrecht (Griftpark), samen met (een) ander(en), door middel van (bedreiging met) geweld een paar Apple Airpods en/of een doosje van [slachtoffer6] heeft afgeperst;

Feit 2

op 5 oktober 2023 in Utrecht (Griftpark), samen met (een) ander(en), door middel van (bedreiging met) geweld een horloge van [slachtoffer6] en/of een tasje met inhoud van [slachtoffer7] heeft gestolen;

Feit 3

op 5 oktober 2023 in Utrecht (Wilhelminapark), samen met (een) ander(en), door middel van (bedreiging met) geweld een iPhone X en/of een iPhone 11 en/of een identiteitskaart en/of een rugzak met inhoud (headset, huissleutels, een of meerdere pasjes, een bankpas en/of een

brillenkoker) van [slachtoffer1] en/of [slachtoffer2] en/of [slachtoffer3] heeft

afgeperst;

Feit 4

in de periode van 5 oktober 2023 tot en met 6 oktober 2023 in Utrecht

(Maarschalkerweerdpad), samen met (een) ander(en), door middel van (bedreiging met) geweld heeft geprobeerd een tas van [slachtoffer8] af te persen;

16/109913-23

Feit 1

op 23 oktober 2021 te Utrecht door middel van (bedreiging met) geweld een telefoon en/of een bankpas en/of een ID-kaart van [slachtoffer5] heeft gestolen;

Feit 2

op 5 november 2021 te Utrecht, samen met (een) ander(en), door middel van (bedreiging met) geweld een biljet van € 10 van [slachtoffer4] heeft afgeperst;

Feit 3

op 5 november 2021 te Utrecht, samen met (een) ander(en), door middel van (dreiging met) geweld een handschoen van [slachtoffer4] heeft gestolen.

3. VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. Dit betekent dat er geen formele belemmeringen zijn om de zaak inhoudelijk te behandelen.

4. WAARDERING VAN HET BEWIJS

Het standpunt van de officier van justitie

In de zaak met parketnummer 16/259474-23

De officier van justitie acht alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend te bewijzen. [verdachte] was de hele avond samen met de medeverdachten, wist dat de groep van plan was om berovingen te plegen, is bij alle berovingen aanwezig geweest en heeft een belangrijk aandeel bij de berovingen gehad. Bij de beroving in het Griftpark heeft [verdachte] een door hem meegebracht (nep)vuurwapen aan aangever [slachtoffer6] getoond. Dit wapen is daarna ook in het Wilhelminapark gebruikt om de aangevers tot de afgifte van hun spullen te bewegen. Bij [verdachte] zijn naast de Airpods van aangever [slachtoffer6] (feit 1) ook de telefoons van aangevers [slachtoffer1] en [slachtoffer2] (feit 3) aangetroffen. Gelet op deze omstandigheden kan [verdachte] als medepleger van de aan hem ten laste gelegde berovingen worden aangemerkt.

In de zaak met parketnummer 16/109913-23

De officier van justitie acht alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend te bewijzen. Aangever [slachtoffer5] (feit 1) verklaart dat een jongen genaamd [verdachte] hem van zijn telefoon en pasjes heeft beroofd en deze verklaring wordt ondersteund door de verklaringen van twee getuigen. Aangever [slachtoffer4] (feit 2 en 3) verklaart dat hij door twee jongens, van wie er één [verdachte] heet, met geweld van een handschoen en een biljet van 10 euro is beroofd. Deze verklaring wordt ondersteund door de verklaringen van een anonieme getuige en de verklaring van getuige [getuige 1] , die [verdachte] ook heeft herkend op een aan hem getoonde foto.

Het standpunt van de verdediging

In de zaak met parketnummer 16/259474-23

Ten aanzien van feit 1 en feit 2 heeft de raadsvrouw geen bewijsverweer gevoerd. Ten aanzien van feit 3 heeft de raadsvrouw de rechtbank verzocht om [verdachte] (partieel) vrij te spreken van de beroving van aangever [slachtoffer3] , omdat uit de bewijsmiddelen niet volgt dat [verdachte] enige handeling in de richting van [slachtoffer3] heeft verricht. Ten aanzien van feit 4 heeft de raadsvrouw vrijspraak bepleit omdat uit de bewijsmiddelen niet volgt dat [verdachte] bij dit feit aanwezig of betrokken is geweest.

In de zaak met parketnummer 16/109913-23

De raadsvrouw heeft vrijspraak van alle ten laste gelegde feiten bepleit wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs. Ten aanzien van feit 1 heeft de raadsvrouw aangevoerd dat de aangever en de getuigen tegenstrijdig hebben verklaard, dat zij [verdachte] niet op een foto hebben herkend en dat zij slechts van anderen hebben gehoord dat de dader [verdachte] zou heten. Ten aanzien van feit 2 en 3 heeft de raadsvrouw aangevoerd dat geen van de getuigen het voorval zelf heeft gezien en dat hun verklaringen niet stroken met de verklaring van de aangever.

Het oordeel van de rechtbank

16/259474-23

Vrijspraak feit 4 (Maarschalkerweerdpad)

Op grond van het dossier stelt de rechtbank vast dat er op 5 en 6 oktober 2023 berovingen in het Griftpark, het Wilhelminapark en op het Maarschalkerweerdpad hebben plaatsgevonden en dat een groep van acht of negen jongens bij deze berovingen betrokken is geweest. Ter zitting heeft [verdachte] bekend dat hij bij de berovingen in het Griftpark en het Wilhelminapark aanwezig was en dat hij daar ook een aandeel in heeft gehad. Hij heeft echter ontkend dat hij ook bij het laatste incident op het Maarschalkerweerdpad betrokken is geweest. [verdachte] heeft verklaard dat hij met twee anderen op de parkeerplaats van [voetbalclub] stond en dat hij vanaf daar niet heeft gezien dat aangever [slachtoffer8] van zijn fiets werd geduwd en door meerdere jongens werd getrapt. Deze verklaring wordt niet weerlegd door de inhoud van het dossier.

Uit de verklaringen van de aangever, de getuige en de medeverdachten blijkt niet dat [verdachte] bij de poging tot afpersing op het Maarschalkerweerdpad aanwezig is geweest. Het dossier bevat geen andere bewijsmiddelen die erop wijzen dat [verdachte] hier wel bij aanwezig was. Er is dus onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat [verdachte] bij het onder 4 ten laste gelegde feit betrokken is geweest. Daarom zal [verdachte] van dit feit worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen

Feit 1 en 2 (Griftpark)

Feit 1 en 2 zijn door verdachte begaan. Verdachte heeft de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten bekend. De raadsvrouw heeft geen vrijspraak voor deze feiten bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:

- een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer7] van 5 oktober 2023;

- een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer6] van 6 oktober 2023;

- de bekennende verklaring van [verdachte] ter terechtzitting van 25 maart 2025.

Feit 3 (Wilhelminapark)

De verklaring van [verdachte] ter terechtzitting, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Na de beroving in het Griftpark hadden we afgesproken om weer samen te komen in het Wilhelminapark. Ik had mijn wapen aan iemand anders gegeven. Ik heb twee telefoons aangenomen en die bij me gehouden.

Een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer2] van 6 oktober 2023, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 5 oktober 2023 was ik samen met mijn vrienden [slachtoffer1] (de rechtbank begrijpt: aangever [slachtoffer1]) en [slachtoffer3] (de rechtbank begrijpt: aangever [slachtoffer3]) in het Wilhelminapark te Utrecht. Wij zagen een groep van acht personen langskomen. De groep kwam om ons heen staan. Ik zag dat verschillende jongens aan het duwen en trekken waren aan onze vriend [slachtoffer3] . Ik zag dat jongen 4 een vuurwapen op het achterhoofd van [slachtoffer3] richtte. Ik zag dat hij het vuurwapen tegen het hoofd van [slachtoffer3] hield. Ik zag dat jongen 2 zei dat we onze zakken leeg moesten maken. Ik zag dat verschillende jongens aan onze zakken in onze trui zaten. Ik gaf de jongens mijn telefoon. Mijn telefoon betreft een Apple IPhone 11 met een zwart hoesje. In mijn hoesje zat mijn identiteitskaart. Ik zag dat [slachtoffer1] en [slachtoffer3] hun spullen ook aan de jongens gaven.

Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer1] van 6 oktober 2023, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 5 oktober 2023 was ik samen met mijn vrienden [slachtoffer2] (de rechtbank begrijpt: aangever [slachtoffer2]) en [slachtoffer3] in het Wilhelminapark te Utrecht. Ik hoorde dat verschillende jongens riepen dat wij onze spullen af moesten geven. Ik zag dat verschillende jongens aan het duwen en trekken waren aan onze vriend [slachtoffer3] . Ik zag dat jongen 4 een vuurwapen op het achterhoofd van [slachtoffer3] richtte. Ik zag dat hij het vuurwapen tegen het hoofd van [slachtoffer3] hield. Ik zag dat jongen 2, met de schroevendraaier, zei dat we onze zakken leeg moesten maken. Ik zag dat verschillende jongens aan onze zakken in onze trui zaten. Ik gaf de jongens mijn telefoon. Mijn telefoon betreft een Apple iPhone X. Ik zag dat [slachtoffer2] en [slachtoffer3] hun spullen ook aan de jongens gaven.

Een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer3] van 6 oktober 2023, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 5 oktober 2023 was ik samen met mijn vrienden [slachtoffer1] en [slachtoffer3] (de rechtbank

begrijpt: [slachtoffer2]) in het Wilhelminapark. Een persoon kwam op mij aflopen. Deze persoon richtte een op echt lijkend pistool op mijn achterhoofd en zei tegen mij dat ik mijn tas aan hem moest afstaan. Ik draaide me vervolgens om en kon duidelijk zien dat het om een pistool ging. Doordat ik bedreigd werd, stond ik mijn rugtas af. In deze rugtas zaten de volgende tot mij behorende goederen:

zwarte Sony XN4 headset;

huissleutels;

rode kaarthouder met meerdere pasjes;

bankpas

brillenkoker.

Een proces-verbaal ter terechtzitting van medeverdachte [medeverdachte 1] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

[medeverdachte 1] verklaart het volgende:

Er was een plan om spullen te stelen van mensen in het Griftpark. In het Griftpark kwamen wij de groep van slachtoffers tegen. Het plan was om spullen van die groep af te pakken.

In het Wilhelminapark waren wij met dezelfde groep als in het Griftpark. Ik had wel kunnen weten dat wij nogmaals spullen zouden afpakken van mensen.’

Bewijsoverweging feit 3

Anders dan de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat [verdachte] niet alleen als medepleger van de afpersingen van [slachtoffer2] en [slachtoffer1] , maar ook van de afpersing van aangever [slachtoffer3] kan worden aangemerkt. [verdachte] heeft bekend dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan de afpersing van aangevers [slachtoffer2] en [slachtoffer1] . Deze aangevers zijn, samen met aangever [slachtoffer3] , door een groep jongens afgeperst. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de uiterlijke verschijningsvorm dat de nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachten, en daarmee het gezamenlijke opzet, was gericht op afpersing van alle drie de aangevers. De verdachten zijn gezamenlijk opgetrokken, en het feit dat [verdachte] zich (min of meer toevallig) (meer) heeft gericht op [slachtoffer2] en [slachtoffer1] , doet daar niet aan af. Daar komt nog bij dat [verdachte] ter zitting heeft verklaard dat hij op de avond van de berovingen een (nep)vuurwapen had meegenomen, dat hij dit wapen in het Griftpark zelf aan de aangevers heeft getoond en dat hij het wapen daarna aan een van zijn medeverdachten heeft gegeven. Aangever [slachtoffer3] verklaart dat een van de verdachten in het Wilhelminapark een (nep)vuurwapen op zijn achterhoofd heeft gericht. Op grond van het dossier en het verhandelde ter zitting heeft de rechtbank geen reden om te veronderstellen dat er naast het (nep)vuurwapen van [verdachte] nog een tweede (nep)vuurwapen was. De rechtbank concludeert dan ook dat de beroving van aangever [slachtoffer3] mede met behulp van het door [verdachte] meegebrachte (nep)vuurwapen is gepleegd. [verdachte] heeft een cruciale bijdrage aan de bedreiging met geweld van aangever [slachtoffer3] en de andere aangevers geleverd door zijn (nep)vuurwapen aan een van de medeverdachten te geven. Het enkele feit dat [verdachte] dit wapen niet zelf aan aangever [slachtoffer3] heeft getoond, maakt naar het oordeel van de rechtbank niet dat hij daarom niet als medepleger van de afpersing van [slachtoffer3] kan worden beschouwd. Het vorengaande brengt de rechtbank tot de slotsom dat [verdachte] als medepleger van de afpersing van alle drie de aangevers kan worden beschouwd.

16/109913-23

Vrijspraak feit 1 (Lubroveld)

Aangever [slachtoffer5] verklaart dat hij op 23 oktober 2021 op het Lubroveld in Utrecht was en dat een jongen daar zijn telefoon heeft afgepakt en een brandende sigaret op zijn hand heeft uitgedrukt. Naast deze verklaring van aangever bevat het dossier een verklaring van getuige [getuige 2] en verklaring van getuige [getuige 3] . De rechtbank stelt vast dat zowel aangever als getuige [getuige 2] van getuige [getuige 3] hebben gehoord dat de dader ‘ [verdachte] ’ zou heten. Getuige [getuige 3] gaf aan [verdachte] de bewuste avond herkend te hebben. Toen hem echter door de politie een foto werd voorgehouden van [verdachte] , gaf [getuige 3] aan de jongen op de foto wel te herkennen, maar zijn naam niet te weten. [getuige 3] bracht [verdachte] toen ook niet in verband met de beroving op 23 oktober 2021. Nu getuige [getuige 3] [verdachte] niet van de foto herkende en de verklaringen van [slachtoffer5] en [getuige 2] voor wat betreft het noemen van de naam van [verdachte] zijn gebaseerd op de vermeende herkenning van [verdachte] door [getuige 3] , staat naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende vast dat het inderdaad [verdachte] is geweest die de beroving heeft gepleegd. Bij dat oordeel is voorts van belang dat ook aan getuige [getuige 2] een foto van [verdachte] is getoond en ook hij de persoon op de foto niet herkende als de jongen over wie hij verklaard had. Die jongen zou blond haar hebben, zoals ook door de aangever is verklaard, terwijl het de rechtbank bekend is dat [verdachte] donker haar heeft en had ten tijde van het ten laste gelegde. Nu het dossier naast de voornoemde verklaringen geen andere bewijsmiddelen bevat die [verdachte] aan het ten laste gelegde kunnen linken, is er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat [verdachte] bij dit feit betrokken is geweest. Daarom zal [verdachte] worden vrijgesproken van het aan hem onder 1 ten laste gelegde.

Bewijsmiddelen feit 2 en 3 (Griftpark)

Een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer4] van 9 maart 2022, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 5 november 2021 was ik in het Griftpark in Utrecht. Ik zag dat er twee jongens mijn kant op liepen. Ik hoorde dat jongen 2 aan mij vroeg: "wil je even met ons meelopen?" Ik liep met de twee jongens mee. Ik zag en voelde dat jongen 2 mij van achteren bij mij keel greep. Ik zag dat jongen 1 voor mij stond en een mes tegen mijn buik aanhield. Ik hoorde dat jongen 2 zei: "Haal je zakken leeg. Ik wil zien van je heb. Als we zien wat je heb dan willen dit meenemen. Je mag je telefoon en je pasjes houden." Of woorden van gelijke strekking. Ik hoorde jongen 1 zeggen: "Pas op he. Ik ben echt niet bang om dit te gebruiken. Je moet doen wat ik zeg." Of woorden van gelijke strekking. Ik zag en voelde dat jongen 2 in mijn jaszakken voelde. Ik voelde dat jongen 2 uit mijn linkerzak mijn handschoenen pakte. Ik zag dat jongens 2 een zwarte handschoen pakte. Ik zag dat jongen 2 mijn handschoen niet terug in mijn linkerzak stopte. Ik had tien euro in mijn linkerhand vast. Doordat de twee jongens bedreigend overkwamen heb ik deze tien euro afgestaan. Ik voelde dat jongen 2 mij op de grond gooide. Ik zag en voelde dat jongen 2 mij driemaal à viermaal op de linkerzijde van mij gezicht sloeg. Ik zag en voelde dat jongen 2 mij tweemaal met zijn rechtervuist op de linkerkant van mijn gezicht sloeg.

De verklaring van getuige [getuige 1] van 10 december 2021, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik was die avond, dat [slachtoffer4] [de rechtbank begrijpt: aangever [slachtoffer4]] werd beroofd, in het Griftpark samen met [slachtoffer1] . Iets later kwam [verdachte] . Ik ken [verdachte] omdat ik hem eerder heb ontmoet. [verdachte] en mijn ex-vriendin kennen elkaar en toen ik nog een relatie met haar had, leerde ik ook [verdachte] kennen. [verdachte] en [slachtoffer4] liepen weg. [persoon2] liep ook met hun mee. Ik en [slachtoffer1] stonden er nog. Ik zei tegen [slachtoffer1] dat [slachtoffer4] sowieso geript zou worden door [verdachte] en [persoon2] . Dit zei ik omdat [verdachte] vaker mensen lastigvalt waaronder ook beroven.

Een proces-verbaal van bevindingen van 10 januari 2022, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik heb een foto [de rechtbank begrijpt: een foto van [verdachte]] getoond en vroeg wie deze jongen was. Hierop zei de getuige Walter [de rechtbank begrijpt: getuige [getuige 1]] direct dat het [verdachte] was.

Een proces-verbaal van bevindingen van 6 november 2021, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Een getuige meldde zich bij ons. Hij wilde anoniem blijven en vertelde dat hij de verdachten herkende. Hij noemde de namen [verdachte] . Hij wist dat [verdachte] meerdere beroving de laatste tijd had gepleegd. Bij de bovenstaande beroving heeft deze getuige [verdachte] herkend. Getuige zag dat [verdachte] met [slachtoffer4] het Griftpark inliepen. Hij had al een vermoeden dat [slachtoffer4] beroofd zou worden.

Bewijsoverweging feit 2 en 3

Aangever [slachtoffer4] verklaart dat hij op 5 november 2021 in het Griftpark met twee jongens meeliep en dat deze jongens hem samen hebben beroofd van een biljet van € 10 en een handschoen. Direct na het voorval heeft een anonieme getuige aan de politie verteld dat hij de aangever met twee jongens mee zag lopen en dat één van deze jongens [verdachte] heet. Later verklaart ook getuige [getuige 1] dat een jongen genaamd [verdachte] bij de beroving van de aangever betrokken was. Aan getuige [getuige 1] is een foto van [verdachte] getoond en de getuige herkende hem direct als de [verdachte] over wie hij had verklaard. Uit de verklaring van getuige [getuige 1] leidt de rechtbank af dat de getuige [verdachte] persoonlijk kent en normaal contact met hem had. Gelet hierop acht de rechtbank het niet aannemelijk dat de getuige ten onrechte de naam van [verdachte] noemt. Op grond van de aangifte, de verklaring van getuige [getuige 1] en diens herkenning van [verdachte] op een aan hem getoonde foto en de mededeling van de anonieme getuige, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] samen met een ander de onder 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft gepleegd.

5. BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] :

16/259474-23

1

op 5 oktober 2023 te Utrecht (Griftpark)

tezamen en in vereniging met een anderen,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door bedreiging met geweld

[slachtoffer6] heeft gedwongen tot de afgifte van een paar Apple Airpods en een

doosje, die geheel aan [slachtoffer6] toebehoorden,

door:

- met meerdere personen om die [slachtoffer6] heen te gaan staan,

- aan die [slachtoffer6] te vragen: "Heb je Airpods?" en "Als we in je zakken voelen

heb je dan nog steeds geen Airpods?",

- met zijn handen richting de broekzak van die [slachtoffer6] te gaan,

- een tasje voor het hoofd van die [slachtoffer6] te houden en daaruit gedeeltelijk een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp te pakken,

- tegen die [slachtoffer6] te zeggen: "als ik deze op je hoofd zet dan...", en

- dreigend met zijn bovenlichaam naar voren te buigen richting die [slachtoffer6] ;

2

op 5 oktober 2023 te Utrecht (Griftpark)

tezamen en in vereniging met anderen

een horloge dat geheel aan [slachtoffer6] toebehoorde

heeft weggenomen met het oogmerk om zich dat wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl deze diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen die [slachtoffer6] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, door

- die [slachtoffer6] stevig vast te pakken bij beide bovenarmen,

- die [slachtoffer6] tegen een heg aan te duwen,

- tegen die [slachtoffer6] te zeggen: "We willen ook je horloge", en

- een horloge van de pols van die [slachtoffer6] af te halen;

en

de inhoud van een tasje dat geheel aan [slachtoffer7] toebehoorde

heeft weggenomen met het oogmerk om zich dat wederrechtelijk

toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van

bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer7] , gepleegd met het

oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, door

- vóór die [slachtoffer7] te gaan staan, zijn heuptas van zijn rug naar zijn buik te

draaien, deze heuptas open te maken en/of een op een vuurwapen gelijkend

voorwerp gedeeltelijk uit deze heuptas te halen, en

- een tasje van die [slachtoffer7] over zijn hoofd te doen en de inhoud van dit tasje weg te

nemen;

3

op 5 oktober 2023 te Utrecht (Griftpark)

tezamen en in vereniging met anderen,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld

[slachtoffer1] en [slachtoffer2] en [slachtoffer3] hebben

gedwongen tot de afgifte van een iPhone X en een iPhone 11 en een

identiteitskaart en een rugzak met inhoud (headset, huissleutels, een of meerdere

pasjes, een bankpas en een brillenkoker), goederen die geheel of

ten dele aan die [slachtoffer1] en/of [slachtoffer2] en/of [slachtoffer3]

en/of een derde toebehoorden, door:

- die [slachtoffer3] te duwen en beet te pakken

- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, te tonen

en op het hoofd van die [slachtoffer3] te richten

- daarbij te zeggen dat die [slachtoffer1] en/of die [slachtoffer2] en/of die

[slachtoffer3] hun spullen moesten afstaan en daarbij aan de zakken te voelen;

16/109913-23

2

op 2021 te Utrecht

tezamen en in vereniging met een ander

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en bedreiging met geweld

[slachtoffer4] heeft gedwongen tot de afgifte van een biljet van 10 euro, dat geheel aan die [slachtoffer4] toebehoorde, door

- die [slachtoffer4] van achteren bij zijn keel te grijpen

- een mes te tonen en tegen de buik van die [slachtoffer4] te houden

- die [slachtoffer4] de woorden toe te voegen: "Haal je zakken leeg. Ik wil zien wat je hebt. Als

we zien wat je hebt dan willen we dit meenemen. Je mag je telefoon houden" en

"Pas op he, ik ben echt niet bang om dit te gebruiken. Ik ben niet bang. Je moet

doen wat ik zeg", althans woorden van gelijke dreigende aard/strekking,

- die [slachtoffer4] op de grond te gooien, en

- die [slachtoffer4] meermalen te slaan;

3

op 5 november 2021 te Utrecht

tezamen en in vereniging met een ander

een handschoen, die geheel aan [slachtoffer4] , toebehoorde

heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer4] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal

voor te bereiden en gemakkelijk te maken, en om, bij betrapping op heterdaad, aan

zichzelf of de andere deelnemer aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken,

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

- die [slachtoffer4] van achteren bij zijn keel te grijpen,

- een mes tegen de buik van die [slachtoffer4] te houden,

- die [slachtoffer4] de woorden toe te voegen: "Haal je zakken leeg. Ik wil zien wat je hebt. Als

we zien wat je hebt dan willen we dit meenemen. Je mag je telefoon houden" en/of

"Pas op he, ik ben echt niet bang om dit te gebruiken. Ik ben niet bang. Je moet

doen wat ik zeg", althans woorden van gelijke dreigende aard/strekking,

- die [slachtoffer4] op de grond te gooien, en

- die [slachtoffer4] meermalen te slaan.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. [verdachte] is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. [verdachte] wordt hiervan vrijgesproken.

6. STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

16/259474-23

Feit 1 en feit 2: de voortgezette handeling van:

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

en

diefstal voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

Feit 3: afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

16/109913-23

Feit 2 en 3: de eendaadse samenloop van:

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

en

diefstal voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, en om bij betrapping op heter daad, zichzelf en andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

7. STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van [verdachte] uitsluit. [verdachte] is dan ook strafbaar.

8. OPLEGGING VAN STRAF

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd om [verdachte] te veroordelen tot:

- een jeugddetentie van 172 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 100 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar en met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de Raad voor de Kinderbescherming, aangevuld met een gebiedsverbod voor het Griftpark, het Wilhelminapark en het Maarschalkerweerdpad gedurende de proeftijd;

- een taakstraf in de vorm van een werkstraf van 240 uren, indien niet of niet naar behoren verricht te vervangen door 120 dagen jeugddetentie. Gelet op artikel 77m, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht begrijpt de rechtbank dit deel van de eis zo dat een (voor jeugdigen maximale) taakstraf van 200 uren is bedoeld.

De officier van justitie heeft voorts gevorderd de te stellen voorwaarden en het uit te oefenen

toezicht dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft de rechtbank primair verzocht om een jeugddetentie van 150 dagen, waarvan 78 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van één jaar op te leggen. Voor het geval de rechtbank meer feiten bewezen acht dan door de verdediging is bepleit, heeft de raadsvrouw verzocht om naast de jeugddetentie een taakstraf in de vorm van een werkstraf van (maximaal) 130 uren op te leggen.

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van [verdachte] , zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De ernst van de feiten

[verdachte] heeft zich schuldig gemaakt aan het samen met anderen plegen van meerdere straatroven. In 2021 heeft hij samen met een medeverdachte een slachtoffer beroofd door hem af te zonderen en (onder meer) met een mes te bedreigen. In 2023 maakte hij deel uit van een groep jongens die in een kort tijdsbestek willekeurige slachtoffers heeft beroofd en daarbij (onder meer) gebruik heeft gemaakt van een nepvuurwapen dat [verdachte] die avond had meegebracht. Het moet voor alle slachtoffers, die zich ’s avonds gewoon met vrienden in een park bevonden, zeer beangstigend zijn geweest om uit het niets door een overtal aan jongens beroofd te worden. In de toelichting op de vorderingen van de benadeelde partijen komt duidelijk naar voren dat de slachtoffers veel last hebben gehad en nog hebben van wat hen is overkomen en dat zij zich nog altijd onveilig voelen op straat. De rechtbank neemt het [verdachte] kwalijk dat hij niet bij deze akelige gevolgen voor de slachtoffers heeft stilgestaan en dat hij bij alle bewezenverklaarde feiten een belangrijke of zelfs leidende rol heeft gespeeld.

De persoon van verdachte

Bij haar beslissing heeft de rechtbank rekening gehouden met een uittreksel uit de Justitiële Documentatie (het strafblad) van [verdachte] van 12 februari 2025. Hieruit blijkt dat [verdachte] niet eerder voor een misdrijf is veroordeeld.

De rechtbank heeft ook kennisgenomen van een rapport van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad), opgesteld door [persoon3] , raadsonderzoeker. In dit advies komt naar voren dat het risico op recidive als laag wordt ingeschat. [verdachte] heeft in de afgelopen periode een positieve ontwikkeling laten zien als het gaat om zijn schoolgang, relaties en houding. Hij is gestart met een opleiding, loopt drie dagen per week stage, heeft afstand genomen van verkeerde vrienden en ervaart meer verbinding en diepgang in de relatie met zijn ouders. Tijdens een opname in de [kliniek] in de zomer van vorig jaar heeft [verdachte] meer inzicht gekregen in zijn gevoelens en heeft hij geleerd om op een meer pro-sociale manier met lastige situaties om te gaan. Mede hierdoor laat hij op de woongroep waar hij doordeweeks verblijft minder zelfbepalend gedrag zien. Volgens de Raad is de grootste risicofactor gelegen in de geestelijke gezondheid van [verdachte] . Hij heeft als (jong) kind geleden onder een complexe thuissituatie waarin sprake was van verbaal en fysiek geweld. Dit heeft een grote emotionele impact op hem gehad en [verdachte] heeft aangegeven dat hij mede daardoor tot zijn delictgedrag is gekomen. De jeugdreclassering heeft [verdachte] geruime tijd begeleid volgens de ITB-HK aanpak en volgens de Raad heeft [verdachte] veel baat gehad bij de strakke kaders, aanmoediging en aansturing die bij deze aanpak horen. De Raad is bezorgd dat wanneer de ITB-HK aanpak wegvalt, [verdachte] zou kunnen terugvallen in oude patronen. Volgens de Raad is het daarom erg belangrijk dat het ingezette traject van begeleiding en behandeling wordt voortgezet. De Raad adviseert de rechtbank om een onvoorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf en een deels voorwaardelijke jeugddetentie met de volgende (dadelijk uitvoerbaar te verklaren) bijzondere voorwaarden op te leggen:

I) een meldplicht in het kader van de maatregel van Toezicht en Begeleiding, waarvan de eerste zes maanden in de vorm van ITB Harde Kern;

II) meewerken aan het behouden van een positieve dagbesteding (in de vorm van werk, school en/of stage), zolang de jeugdreclassering dit nodig vindt;

III) zich inzetten voor het verkrijgen van een gestructureerde en zinvolle vrijetijdsbesteding, indien en zolang de jeugdreclassering dit nodig vindt;

IV) meewerken aan behandeling door Fivoor of een soortgelijke instelling, zolang de jeugdreclassering dit nodig vindt;

V) meewerken aan plaatsing bij een (vervolg)woonvoorziening;

VI) een contactverbod met de medeverdachten, zolang de jeugdreclassering dit nodig vindt;

VII) een contactverbod met de slachtoffers, met uitzondering van een eventueel mediation en/of herstelbemiddelingstraject, zolang de jeugdreclassering dit nodig vindt.

Oplegging van straf

Bij het bepalen van de strafsoort en de vaststelling van de duur daarvan heeft de rechtbank in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Gelet op het aantal en de ernst van de feiten kan met geen andere straf worden volstaan dan met een straf die vrijheidsbeneming met zich meebrengt. De rechtbank vindt het bijzonder ernstig dat [verdachte] zich gedurende een langere periode met berovingen bezig heeft gehouden

en dat hij het gebruik van wapens daarbij niet schuwde. De bewezenverklaarde feiten rechtvaardigen in beginsel een onvoorwaardelijke jeugddetentie die de duur van zijn voorlopige hechtenis overschrijdt. Dit zou betekenen dat [verdachte] terug naar de jeugdgevangenis wordt gestuurd.

In de persoonlijke omstandigheden van [verdachte] ziet de rechtbank aanleiding om niet tot de oplegging van een dergelijke straf over te gaan. [verdachte] was ten tijde van de feiten minderjarig, is niet eerder voor misdrijven veroordeeld en de Raad schat het risico op recidive in als laag. De bewezenverklaarde feiten zijn langer geleden gepleegd en [verdachte] heeft zich in de afgelopen periode goed ingezet om tot een positieve gedragsverandering te komen. Een terugkeer naar de jeugdgevangenis zou betekenen dat het ingezette traject van begeleiding en behandeling tijdelijk wordt stopgezet en daar is [verdachte] zelf, maar ook de samenleving niet bij gebaat.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank voor het onvoorwaardelijk deel van de jeugddetentie volstaan met het aantal dagen dat [verdachte] in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. De op te leggen jeugddetentie zal tevens een voorwaardelijk deel behelzen, met als doel [verdachte] te ontmoedigen om zich in de toekomst opnieuw aan strafbare feiten schuldig te maken. Anders dan de raadsvrouw acht de rechtbank een proeftijd van twee jaar aangewezen, omdat de positieve ontwikkeling van [verdachte] nog pril is en een proeftijd van twee jaar beter waarborgt dat [verdachte] maximaal van zijn begeleiding en behandeling kan profiteren.

[verdachte] krijgt tot slot ook een taakstraf opgelegd, omdat de rechtbank het mede vanuit pedagogisch oogpunt belangrijk vindt dat hij nog een consequentie van zijn handelen ondervindt. De rechtbank is voorts van oordeel dat een taakstraf ook dienstig kan zijn om [verdachte] (verder) toe te laten werken naar een zinvolle en gestructureerde dagbesteding.

Alles afwegende legt de rechtbank [verdachte] een jeugddetentie op voor de duur van 172 dagen, waarvan 100 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar en daarnaast een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 100 uren. Aan het voorwaardelijk deel van de jeugddetentie zullen de bijzondere voorwaarden worden gekoppeld zoals door de Raad geadviseerd. De rechtbank zal in de bijzondere voorwaarden geen gebiedsverboden opnemen. Naar het oordeel van de rechtbank zijn deze gebiedsverboden niet (meer) proportioneel, omdat de feiten langer geleden zijn gepleegd en niet is gebleken dat [verdachte] in de afgelopen periode opnieuw bij strafbare feiten en/of overlast op deze locaties of elders betrokken is geweest. Bovendien verwacht de rechtbank dat de contactverboden op zichzelf voldoende waarborgen dat de slachtoffers niet ongewild met [verdachte] geconfronteerd zullen worden.

Dadelijke uitvoerbaarheid

Gelet op het aantal en de ernst van de bewezenverklaarde feiten en de langere periode waarover deze feiten zijn gepleegd, en de inschatting dat zonder de voortzetting van het strakke kader er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat [verdachte] opnieuw een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Daarom beveelt de rechtbank, gelet op artikel 77z Wetboek van Strafrecht, dat de in het dictum gestelde voorwaarden en het op grond van artikel 77aa uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.

Voorlopige hechtenis

De rechtbank zal het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opheffen, gelet op de straf die aan [verdachte] zal worden opgelegd.

9. BESLAG

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd om de schroevendraaier, de muts, de sjaal en de pet verbeurd te verklaren en om ten aanzien van de Nokia telefoon en de powerbank de teruggave aan [verdachte] te gelasten.

Het standpunt van de raadsvrouw

De raadsvrouw heeft geen opmerkingen gemaakt ten aanzien van het beslag.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de volgende in beslag genomen voorwerpen verbeurd verklaren, omdat deze zijn aan te merken als voorwerpen met behulp waarvan de bewezenverklaarde feiten zijn begaan:

 1 STK Gereedschap (G3231953);

 1 STK Sjaal (G3231972);

 1 STK Pet (G3231971);

 1 STK Bivakmuts (G3231973).

De rechtbank zal van de volgende in beslag genomen voorwerpen de teruggave aan [verdachte] gelasten, omdat niet is gebleken dat deze voorwerpen verband houden met de bewezenverklaarde feiten:

 1 STK GSM (G3231957);

 1 STK Muts (G3231969);

 1 STK Batterij (G3231960).

10. BENADEELDE PARTIJEN

De vorderingen van benadeelde partijen [slachtoffer1] , [slachtoffer2] en [slachtoffer3]

Voeging

De heer [slachtoffer1] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en

vordert een bedrag van € 5.795,28. Dit bedrag bestaat uit € 795,28 materiële schade en

€ 5.000 immateriële schade, ten gevolge van het onder feit 3 van parketnummer 16/259474-23 ten laste gelegde.

De heer [slachtoffer2] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een

bedrag van € 5.852,85. Dit bedrag bestaat uit € 852,85 materiële schade en € 5.000

immateriële schade, ten gevolge van het onder feit 3 van parketnummer 16/259474-23 ten laste gelegde.

De heer [slachtoffer3] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een

bedrag van € 6.226,51. Dit bedrag bestaat uit € 1.226,51 materiële schade en € 5.000

immateriële schade, ten gevolge van het in 16/259474-23 onder feit 3 van parketnummer 16/259474-23 ten laste gelegde.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geadviseerd de vorderingen van de benadeelde partijen gedeeltelijk en hoofdelijk toe te wijzen en gedeeltelijk niet-ontvankelijk te verklaren, conform de wijze waarop de rechtbank dat heeft gedaan in de zaken van medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . Dit betekent dat de officier van justitie voor benadeelde [slachtoffer1] € 25,28 materiële schade en € 1.000,00 immateriële schade toewijsbaar acht, voor benadeelde [slachtoffer2] € 73,85 materiële schade en € 1.000,00 immateriële schade en voor benadeelde [slachtoffer3] € 414,31 materiële schade en € 1.000,00 immateriële schade, een en ander inclusief de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de raadsvrouw

De raadsvrouw heeft verzocht om het verzoek van de officier van justitie te volgen.

Het oordeel van de rechtbank

Evenals de officier van justitie en de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat het passend is om aansluiting te zoeken bij de bedragen die in de zaken van de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zijn toegekend. De rechtbank zal het verzoek van de officier van justitie daarom volgen en de vorderingen van de benadeelde partijen gedeeltelijk en hoofdelijk toewijzen tot de bedragen zoals in het dictum genoemd, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 oktober 2023 tot de dag van volledige betaling. Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank tevens hoofdelijk de schadevergoedingsmaatregel opleggen, eveneens te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 oktober 2023 tot aan de dag van volledige betaling. Bij gebreke van betaling en verhaal zal geen gijzeling worden toegepast omdat [verdachte] ten tijde van de bewezenverklaarde feiten minderjarig was.

De vordering van benadeelde partij [slachtoffer5]

Voeging

De heer [slachtoffer5] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en

vordert een bedrag van € 1.217,34 euro. Dit bedrag bestaat uit € 467,34 euro materiële schade en € 750,00 immateriële schade, ten gevolge van het onder feit 1 van parketnummer 16/109913-23 ten laste gelegde.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geadviseerd de vordering volledig toe te wijzen, inclusief de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de raadsvrouw

De raadsvrouw heeft de rechtbank primair verzocht om de vordering niet-ontvankelijk te verklaren gelet op de bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft de raadsvrouw verzocht om de kosten voor de ID-kaart en de pasfoto’s af te wijzen dan wel niet-ontvankelijk te verklaren en om het gevorderde bedrag voor de immateriële schade te matigen.

Het oordeel van de rechtbank

Omdat [verdachte] wordt vrijgesproken van het onder feit 1 van parketnummer 16/109913-23 ten laste gelegde, zal de benadeelde partij [slachtoffer5] niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering tot schadevergoeding.

De vordering van benadeelde partij [slachtoffer4]

Voeging

De heer [slachtoffer4] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 442,00. Dit bedrag bestaat uit € 42,00 materiële schade en € 400,00 immateriële schade, ten gevolge van het onder feit 2 en feit 3 van parketnummer 16/109913-23 ten laste gelegde.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geadviseerd de vordering volledig toe te wijzen, inclusief de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de raadsvrouw

De raadsvrouw heeft de rechtbank primair verzocht om de vordering niet-ontvankelijk te verklaren gelet op de bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft de raadsvrouw verzocht om € 10,00 aan materiële schade toe te wijzen en de vordering voor het overige af te wijzen dan wel niet-ontvankelijk te verklaren.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de vordering van [slachtoffer4] betrekking heeft op schade die een rechtstreeks gevolg is van de bewezenverklaarde feiten en dat de schade bovendien voldoende onderbouwd is. De rechtbank zal de vordering daarom integraal toewijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 november 2021 tot de dag van volledige betaling. Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [slachtoffer4] de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 442,00, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 5 november 2021 tot de dag van volledige betaling. Bij gebreke van betaling en verhaal zal geen gijzeling worden toegepast, omdat [verdachte] ten tijde van de bewezenverklaarde feiten minderjarig was.

11. TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 33, 33a, 36f, 47, 55, 56, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z en 77aa van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

12. BESLISSING

De rechtbank:

Vrijspraak

- verklaart het onder feit 4 van parketnummer 16/259474-23 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

- verklaart het onder feit 1 van parketnummer 16/109913-23 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Bewezenverklaring

- verklaart het onder feit 1, feit 2 en feit 3 van parketnummer 16/259474-23 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het onder feit 2 en feit 3 van parketnummer 16/109913-23 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het onder 5 bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging van straf

- veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie van 172 dagen;

- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;

- bepaalt dat van de jeugddetentie een gedeelte van 100 dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt daarbij een proeftijd van twee jaren vast;

- stelt als algemene voorwaarden dat verdachte:

- stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte:

 zich in het kader van de maatregel van Toezicht en Begeleiding, waarvan de eerste 6 maanden zullen bestaan uit de maatregel van ITB Harde Kern, zal melden bij de jeugdreclassering op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen, zo vaak en zolang de jeugdreclassering dat noodzakelijk acht, en zijn medewerking verleent aan de daaruit voortvloeiende afspraken;

 meewerkt aan het behouden van een positieve dagbesteding in de vorm van werk en/of school met stage, zolang de jeugdreclasseerder dit nodig vindt;

 zich inzet voor het verkrijgen en behouden van een gestructureerde en zinvolle vrijetijdsbesteding (zoals o.a. een bijbaan/hobby/sport), indien en zolang de jeugdreclasseerder dit nodig vindt;

 meewerkt aan behandeling door Fivoor of een soortgelijke instelling, zolang de jeugdreclassering nodig vindt;

 zich inzet voor en meewerkt aan plaatsing bij een (vervolg) woonvoorziening;

 gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal zoeken of hebben met de medeverdachten:

 [medeverdachte 1] (geboren op [geboortedatum 2] 2004);

 [medeverdachte 3] (geboren op [geboortedatum 3] 2005);

 [medeverdachte 4] (geboren op [geboortedatum 4] 2007);

 [medeverdachte 2] (geboren op [geboortedatum 5] 2008).

 gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal zoeken of hebben met de slachtoffers:

 [slachtoffer6] (geboren op [geboortedatum 6] 2006),

 [slachtoffer7] (geboren op [geboortedatum 7] 2006),

 [slachtoffer2] (geboren [geboortedatum 8] 2004),

 [slachtoffer1] (geboren op [geboortedatum 9] 2005),

 [slachtoffer3] (geboren op [geboortedatum 10] 2005),

behoudens voor zover dat contact plaatsvindt in het kader van herstelbemiddeling, en op de voorwaarde dat het contact in dat kader plaatsvindt in overleg en met toestemming van Slachtofferhulp Nederland en/of de reclassering;

- geeft aan de gecertificeerde instelling, te weten Samen Veilig Midden-Nederland te Utrecht , de opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

- beveelt dat de bijzondere voorwaarden en het toezicht door de jeugdreclassering

dadelijk uitvoerbaar zijn;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van in de vorm van een werkstraf voor de duur van 100 uren;

- beveelt dat voor het geval verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht, de taakstraf wordt vervangen door 50 dagen jeugddetentie;

Beslag

- verklaart de volgende voorwerpen verbeurd:

 1 STK Gereedschap (G3231953);

 1 STK Sjaal (G3231972);

 1 STK Pet (G3231971);

 1 STK Bivakmuts (G3231973);

- gelast de teruggave aan verdachte van de volgende voorwerpen:

 1 STK GSM (G3231957);

 1 STK Muts (G3231969);

 1 STK Batterij (G3231960);

Benadeelde partij [slachtoffer1]

- wijst de vordering van [slachtoffer1] toe tot een bedrag van € 1.025,28,

bestaande uit € 25,28 aan materiële schade en € 1.000,- aan immateriële schade;

- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer1] van het

toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 oktober 2023 tot de

dag van volledige betaling;

- verklaart [slachtoffer1] voor wat betreft het meer gevorderde niet-

ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden

aangebracht bij de burgerlijke rechter;

- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer1]

aan de Staat € 1.025,28 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 oktober 2023 tot de dag van volledige betaling. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt geen gijzeling toegepast;

- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als

hij en/of zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft/hebben vergoed;

- veroordeelt verdachte ook in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten

behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken, tot op dit moment begroot op nihil;

Benadeelde partij [slachtoffer2]

- wijst de vordering van [slachtoffer2] toe tot een bedrag van € 1.073,85,

bestaande uit € 73,85 aan materiële schade en € 1.000,- aan immateriële schade;

- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer2] van het

toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 oktober 2023 tot de

dag van volledige betaling;

- wijst de vordering van [slachtoffer2] af voor een bedrag van € 9 euro bestaande uit materiële schade;

- verklaart [slachtoffer2] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de

vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer2] aan de Staat € 1.073,85 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 oktober 2023 tot de dag van volledige betaling. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt geen gijzeling toegepast;

- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als

hij en/of zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft/hebben vergoed;

- veroordeelt verdachte ook in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten

behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken, tot op dit moment begroot op nihil;

Benadeelde partij [slachtoffer3]

- wijst de vordering van [slachtoffer3] toe tot een bedrag van € 1.435,41,

bestaande uit € 435,41 aan materiële schade en € 1.000,- aan immateriële schade;

- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer3] van het

toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 oktober 2023 tot de

dag van volledige betaling;

- verklaart [slachtoffer3] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de

vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer3] aan de Staat € 1.435,41 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 oktober 2023 tot de dag van volledige betaling. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt geen gijzeling toegepast;

- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als

hij en/of zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft/hebben vergoed;

- veroordeelt verdachte ook in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten

behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken, tot op dit moment begroot op nihil;

Benadeelde partij [slachtoffer4]

- wijst de vordering van [slachtoffer4] toe tot een bedrag van € 442,00;

- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer4] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 november 2021 tot de dag van volledige betaling;

- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer4] aan de Staat € 442,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 november 2021 tot de dag van volledige betaling. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt geen gijzeling toegepast;

- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

- veroordeelt verdachte ook in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten

behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken, tot op dit moment begroot op nihil;

Benadeelde partij [slachtoffer5]

- verklaart [slachtoffer5] niet-ontvankelijk in de vordering;

Voorlopige hechtenis

- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.M.C. Klink, voorzitter, mr. L.E. Verschoor-Bergsma en mr. I.G.C. Bij de Vaate, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.J. Mol, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 8 april 2025.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan [verdachte] wordt ten laste gelegd dat:

16/259474-23

1

hij op of omstreeks 5 oktober 2023 te Utrecht (Griftpark)

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld

[slachtoffer6] heeft gedwongen tot de afgifte van een paar Apple Airpods en/of een

doosje, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer6] en/of

een derde toebehoorde(n)

door:

- met meerdere personen om die [slachtoffer6] heen te gaan staan,

- aan die [slachtoffer6] te vragen: "Heb je Airpods?" en/of "Als we in je zakken voelen

heb je dan nog steeds geen Airpods?",

- met zijn handen richting de broekzak van die [slachtoffer6] te gaan,

- een tasje voor het hoofd van die [slachtoffer6] te houden en daaruit gedeeltelijk een

vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, te pakken,

- tegen die [slachtoffer6] te zeggen: "als ik deze op je hoofd zet dan..."

en/of

- dreigend met zijn bovenlichaam naar voren te buigen richting die [slachtoffer6] ;

2

hij op of omstreeks 5 oktober 2023 te Utrecht (Griftpark)

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een horloge, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer6] , in elk

geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n)

heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer6] , gepleegd met het oogmerk om die

diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op

heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht

mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

- die [slachtoffer6] stevig vast te pakken bij beide bovenarmen,

- die [slachtoffer6] tegen een heg aan te duwen,

- tegen die [slachtoffer6] te zeggen: "We willen ook je horloge"

en/of

- een horloge van de pols van die [slachtoffer6] af te halen

en/of

een tasje met inhoud, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer7]

, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)

toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk

toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van

geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer7] , gepleegd met het

oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij

betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij

de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

- die [slachtoffer7] vast te pakken en/of te betasten en/of in zijn zakken te voelen,

- vóór die [slachtoffer7] te gaan staan, zijn heuptas van zijn rug naar zijn buik te

draaien, deze heuptas open te maken en/of een vuurwapen, althans een op een

vuurwapen gelijkend voorwerp, gedeeltelijk uit deze heuptas te halen

en/of

- een tasje van die [slachtoffer7] over zijn hoofd te doen en/of dit tasje weg te

nemen;

3

hij op of omstreeks 5 oktober 2023 te Utrecht (Wilhelminapark)

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld

[slachtoffer1] en/of [slachtoffer2] en/of [slachtoffer3] heeft/hebben

gedwongen tot de afgifte van een iPhone X en/of een iPhone 11 en/of een

identiteitskaart en/of een rugzak met inhoud (headset, huissleutels, een of

meerdere pasjes, een bankpas en/of een brillenkoker), in elk geval enig goed,

dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer1] en/of [slachtoffer2] en/of

[slachtoffer3] en/of een derde toebehoorde(n)

door:

- die [slachtoffer3] te duwen en/of beet te pakken

- de hengels van de tas van die [slachtoffer3] af te doen

- een (vuur)wapen, althans een op een (vuur)wapen gelijkend voorwerp, te tonen

en/of op het hoofd van die [slachtoffer3] te richten

- ( daarbij) te zeggen dat die [slachtoffer1] en/of die [slachtoffer2] en/of die

[slachtoffer3] hun spullen moesten afstaan en/of daarbij aan de zakken te voelen;

4

hij in of omstreeks de periode van 05 oktober 2023 tot en met 06 oktober 2023 te

Utrecht (Maarschalkerweerdpad)

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen

misdrijf om

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld

[slachtoffer8] te dwingen tot de afgifte van zijn tas, in elk geval enig goed, dat/die geheel

of ten dele aan die [slachtoffer8] en/of een derde toebehoorde(n)

die [slachtoffer8] :

- de weg heeft/hebben versperd,

- van de fiets heeft geduwd en/of getrokken, waardoor die [slachtoffer8] op de grond is

gevallen,

- meermalen op/tegen zijn heup, schouder, kaak en/of rug, althans het lichaam,

heeft/hebben geschopt,

- meermalen, althans eenmaal, tegen het hoofd en/of lichaam te hebben geslagen,

- een mes heeft getoond en/of de punt van het mes op die [slachtoffer8] gericht heeft en/of

- ( daarbij) heeft/hebben gezegd 'geef je tas!',

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid

16/109913-23

1

hij op of omstreeks 23 oktober 2021 te Utrecht

een telefoon (Iphone XR) en/of een bankpas en/of een ID-kaart, in elk geval enig

goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer5] , in elk geval aan een ander

toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk

toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van

geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer5] ,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te

maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht

mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door een

brandende sigaret op de hand van die [slachtoffer5] (uit) te drukken;

2

hij op of omstreeks 5 november 2021 te Utrecht

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld

[slachtoffer4] heeft gedwongen tot de afgifte van een biljet van 10 euro, in elk geval enig

goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer4] en/of een derde toebehoorde(n), door

-die [slachtoffer4] (van achteren) bij zijn keel te grijpen en/of

-een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp te tonen en/of tegen de buik

van die [slachtoffer4] te houden en/of

-die [slachtoffer4] de woorden toe te voegen: "Haal je zakken leeg. Ik wil zien wat je hebt. Als

we zien wat je hebt dan willen we dit meenemen. Je mag je telefoon houden" en/of

"Pas op he, ik ben echt niet bang om dit te gebruiken. Ik ben niet bang. Je moet

doen wat ik zeg", althans woorden van gelijke dreigende aard/strekking en/of

-die [slachtoffer4] op de grond te gooien en/of

-die [slachtoffer4] meermalen, althans eenmaal (met kracht) te slaan;

3

hij op of omstreeks 5 november 2021 te Utrecht

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een handschoen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer4] , in

elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n)

heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer4] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal

voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan

zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken,

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

-die [slachtoffer4] (van achteren) bij zijn keel te grijpen en/of

-een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp te tonen en/of tegen de buik

van die [slachtoffer4] te houden en/of

-die [slachtoffer4] de woorden toe te voegen: "Haal je zakken leeg. Ik wil zien wat je hebt. Als

we zien wat je hebt dan willen we dit meenemen. Je mag je telefoon houden" en/of

"Pas op he, ik ben echt niet bang om dit te gebruiken. Ik ben niet bang. Je moet

doen wat ik zeg", althans woorden van gelijke dreigende aard/strekking en/of

-die [slachtoffer4] op de grond te gooien en/of

-die [slachtoffer4] meermalen, althans eenmaal (met kracht) te slaan;

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?