ECLI:NL:RBMNE:2025:7535

ECLI:NL:RBMNE:2025:7535

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 27-11-2025
Datum publicatie 16-02-2026
Zaaknummer C/16/603097
Rechtsgebied Civiel recht; Insolventierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Lelystad

Samenvatting

Uitgesproken moratorium komen te vervallen omdat de huur niet (tijdig) is betaald. Nieuw verzoek moratorium toegewezen. Termijn van het eerste moratorium betrokken bij looptijd van dit tweede moratorium.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Toezicht

locatie Lelystad

zaaknummer: C/16/603097 / FT RK 25/1176

uitspraakdatum: 27 november 2025

uitspraak op grond van artikel 287b van de Faillissementswet

(“verzoek moratorium”)

enkelvoudige kamer

in de zaak van

[verzoeker] ,

geboren op [geboortedatum] 1961 te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres]

[postcode] [woonplaats] ,

hierna: [verzoeker] ,

tegen

[eiser] B.V.

gevestigd te [vestigingsplaats]

gemachtigde: mr. [C]

hierna: [eiser] .

1. De procedure

Op 19 september 2025 is door [verzoeker] tegelijk met het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling een verzoek ingediend tot het instellen van een moratorium als bedoeld in artikel 287b van de Faillissementswet (Fw).

Bij vonnis van deze rechtbank van 24 september 2025 is een moratorium uitgesproken voor de duur van zes maanden. In het vonnis is onder meer bepaald dat de voorziening slechts geldt zolang aan de lopende verplichtingen uit de rechtsverhouding waar het moratorium betrekking op heeft wordt voldaan.

Voor of op 1 november 2025 is de huur voor niet voldaan, waarna [eiser] opnieuw [verzoeker] heeft aangezegd de woning te moeten ontruimen.

Op 26 november 2025 is door [verzoeker] tegelijk met het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling een nieuw verzoek ingediend tot het instellen van een moratorium als bedoeld in artikel 287b Fw.

[verzoeker] is opgeroepen om te worden gehoord op de zitting, middels Teams, van 27 november 2025. Op die zitting zijn naast [verzoeker] verschenen:

- mevrouw mr. M. Raaijmakers, advocaat van [verzoeker] ;

- de heer [A] , beschermingsbewindvoerder;

- mevr. [B] , schuldhulpverlener namens de gemeente Hilversum;

- de heer [C] (Deurwaarder.com), namens [eiser] .

2. Het verzoek en het verweer

De gevraagde voorziening houdt in een schorsing voor de duur van zes maanden van de tenuitvoerlegging van het op 20 augustus 2025 gewezen vonnis van deze rechtbank tot ontruiming van de door [verzoeker] gehuurde woning op het hierboven genoemde adres.

[verzoeker] heeft aan zijn verzoek ten grondslag gelegd dat hij een minnelijke schuldregeling met zijn schuldeisers overeen wil komen of als dat niet lukt toelating tot de schuldsaneringsregeling zal verzoeken. De gevraagde voorziening is volgens [verzoeker] noodzakelijk om rust te creëren, zodat de minnelijke regeling kans van slagen heeft. Sinds het vorige verzoek is het duidelijk dat hij maandelijks een uitkering zal ontvangen, bovendien is medio november een betaling van het UWV ontvangen inzake achterstallige uitkeringen. Inmiddels is er ook een afspraak voor een intake bij de schuldhulpverlener.

Samengevat voert [eiser] aan dat het toegewezen verzoek tot ontruiming van de woning was gebaseerd op twee punten: de huurachterstand en de staat van de woning. Dit is uit de dagvaarding die voor die procedure is opgesteld te halen. Een moratorium kan niet worden toegewezen als ook de staat van de woning ten grondslag ligt aan het ontruimingsvonnis. Daarnaast op de zitting van 23 september 2025 door [verzoeker] verklaard dat de huur zou kunnen worden voldaan en dat is niet gebeurd, of althans niet tijdig. [eiser] vraagt het verzoek af te wijzen.

3. De beoordeling

Ontvankelijkheid 3.1.1. De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of [verzoeker] ontvankelijk is in zijn verzoek. Uit het verzoekschrift en hetgeen ter zitting is verklaard volgt dat [verzoeker] de huur voor november 2025 niet tijdig heeft voldaan. Naar het oordeel van de rechtbank is de op 24 september 2025 afgegeven voorziening als gevolg van deze tekortkoming komen te vervallen.

Nu [verzoeker] opnieuw een moratorium verzoek heeft ingediend ziet de rechtbank zich ook gesteld voor de vraag of een tweede moratoriumverzoek ex artikel 287b Fw ontvankelijk kan worden verklaard nadat een eerder moratorium tussentijds is komen te vervallen. De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend, nu genoemd artikel zich niet verzet tegen een herhaalde aanvraag.

Bedreigende situatie

De rechtbank dient te beoordelen of sprake is van een bedreigende situatie zoals dwingend is voorgeschreven in artikel 287b Fw. [verzoeker] heeft een kopie van het ontruimingsvonnis van 20 augustus 2025 en een kopie van de aanzegging van de woningontruiming op 27 november 2025 overgelegd. Ter zitting heeft [eiser] verklaard dat de geplande ontruiming van 27 november 2025 geen doorgang zal vinden, gezien de behandeling van het moratorium verzoek. [eiser] wenst echter wel, op een andere datum, de ontruiming door te zetten. Hiermee is naar het oordeel van de rechtbank aangetoond dat er sprake is van een bedreigende situatie.

Voldoen aan de lopende verplichtingen

Vervolgens moet de rechtbank beoordelen of de lopende verplichtingen gedurende de voorziening kunnen en zullen worden voldaan. In het verzoekschrift zitten brieven van het UWV waaruit volgt dat aan [verzoeker] een uitkering is toegekend (met terugwerkende kracht). Ter zitting is ook door de beschermingsbewindvoerder verklaard dat hiermee de lopende huur kan en zal worden voldaan nu ook de voor het beschermingsbewind benodigde bankrekeningen zijn geregeld. Ook bij het vorige moratorium is door verzoekende partij aangegeven dat de huur zou kunnen worden voldaan. Uit het huidige verzoek blijkt dat desondanks de huur niet tijdig is voldaan. Met name de brieven in het verzoekschrift van het UWV maken dat de rechtbank van oordeel is dat er (alsnog) voldoende waarborgen zijn dat [verzoeker] gedurende een moratorium de lopende huurtermijnen tijdig zal voldoen.

Weging van de belangen

De rechtbank dient de belangen van [verzoeker] en [eiser] tegen elkaar af te wegen. [verzoeker] heeft belang bij behoud van zijn huurwoning. Zo kan hij in (relatieve) rust met de beschermingsbewindvoerder en de schuldhulpverlening zoeken naar een oplossing voor zijn schulden. [eiser] heeft belang bij het correct en tijdig ontvangen van de huur. De rechtbank is van oordeel dat op dit moment de belangen van [verzoeker] zwaarder wegen dan de belangen van [eiser] . Daarbij merkt de rechtbank wel op dat het van belang is vanaf nu snel actie moet worden ondernomen door [verzoeker] , de beschermingsbewindvoerder en de schuldhulpverlening om een oplossing te vinden voor de schulden van [verzoeker] . Daarnaast zal vanaf nu de huur tijdig en correct moeten worden voldaan zoals ook op de zitting is gegarandeerd.

Ten aan zien van de staat van onderhoud van de woning merkt de rechtbank nog het volgende op. Door [eiser] is betoogd dat het ontruimingsvonnis is gebaseerd op zowel de huurachterstand als ook de staat van de woning, nu dit in de uitgebrachte dagvaarding voor die procedure is opgenomen. De rechtbank gaat aan dit betoog voorbij en verwijst voor de onderbouwing daarvoor naar r.o. 3.2 van het moratoriumvonnis 24 september 2025. De rechtbank wijst [verzoeker] er wel op dat [eiser] (en overigens ook [verzoeker] ) er belang bij heeft dat de woning goed wordt onderhouden. De eerdere toezegging dat de hulp zou worden geboden aan [verzoeker] om met hem de rommel in de woning op orde te brengen zal nu dan ook daadwerkelijk moeten worden omgezet in concrete daden.

Bovenstaande leidt er toe dat de rechtbank het verzoek zal toewijzen.

De termijn

In artikel 287b lid 5 Fw is de eis opgenomen dat een moratorium maximaal voor de duur van zes maanden wordt uitgesproken. Dat brengt naar het oordeel van de rechtbank mee dat bij een tweede moratorium in ieder geval de looptijd van het eerdere moratorium dient te worden betrokken. De rechtbank ziet daarom in dit geval aanleiding om voor dit tweede moratorium een kortere termijn uit te spreken en voor de duur aan te sluiten bij de startdatum van het eerste moratorium.

4. De beslissing

De rechtbank

Dit vonnis is gewezen door mr. K.G. van de Streek en in het openbaar uitgesproken op 27 november 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand