ECLI:NL:RBMNE:2025:7536

ECLI:NL:RBMNE:2025:7536

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 29-12-2025
Datum publicatie 16-02-2026
Zaaknummer C/16/25/1006 R
Rechtsgebied Civiel recht; Insolventierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Lelystad

Samenvatting

WSNP. Duur van de regeling verlengd. Recente schulden, vorderingen CJIB en Belastingdienst niet voldoende aannemelijk gemaakt dat deze te goeder trouw zijn ontstaan. Verzoek toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Toezicht

locatie Lelystad

zaaknummer: C/16/25/1006 R

uitspraakdatum: 29 december 2025

uitspraak op grond van artikel 288 lid 1 van de Faillissementswet

( “toepassing schuldsanering”)

enkelvoudige kamer

[verzoeker] ,

wonende [adres]

[postcode 1] [woonplaats] ,

voorheen handelend onder de naam [Handelsnaam] ,

voorheen gevestigd te [vestigingsadres] , [postcode 2] [vestigingsplaats] ,

voorheen geregistreerd in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel

onder nummer [nummer] ,

hierna: [verzoeker] .

1. De procedure

[verzoeker] heeft een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling (hierna: WSNP).

Het verzoekschrift is behandeld ter zitting van 11 augustus 2025. [verzoeker] is daar samen met de schuldhulpverlener verschenen. Om [verzoeker] in de gelegenheid te stellen aanvullende informatie aan te leveren is het verzoek aangehouden. Op 22 december 2025 is het verzoekschrift opnieuw ter zitting behandeld. Naast [verzoeker] is daar de schuldhulpverlener, mevrouw [schuldhulpverlener] (gemeente Hilversum ) verschenen.

2. De beoordeling

Het verzoekschrift voldoet aan de daaraan gestelde eisen.

Ten aanzien van [verzoeker] is voldaan aan het bepaalde in artikel 288 lid 1 van de Faillissementswet. Van een grond voor afwijzing van het verzoek is niet gebleken.

De ingangsdatum

De Faillissementswet bepaalt dat de looptijd in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de looptijd eerder te laten ingaan.

Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Die inspanningsplicht houdt in beginsel in dat er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt moet worden of er moet aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.

De rechtbank stelt vast dat [verzoeker] niet heeft verzocht om een eerdere ingangsdatum, terwijl ook overigens op basis van de ingediende stukken en hetgeen op de zitting is besproken niet kan worden vastgesteld dat aan de vereiste verplichtingen is voldaan. Zo heeft [verzoeker] niet gespaard waar hij op grond van zijn inkomsten zo’n €400 per maand had kunnen sparen, gedurende (een deel van) het minnelijk traject. De ingangsdatum van de regeling zal daarom worden bepaald op de datum van dit vonnis.

De duur van de regeling

Naast het feit dat [verzoeker] in 2025 twee nieuwe schulden heeft laten ontstaan, heeft hij heeft diverse schulden die niet te goeder trouw zijn ontstaan. Dit betreft een 45-tal boetes bij het CJIB en vorderingen aan de Belastingdienst, schulden die naar hun aard niet te goeder trouw zijn. Ten aanzien van de schulden aan de Belastingdienst is, naast de omvang van die schulden, ook opvallend dat deze schulden sinds de opheffing van het faillissement van [verzoeker] (2020) zijn gegroeid met ruim 60 duizend euro. Tijdens het faillissement heeft de curator destijds al opgemerkt dat [verzoeker] geen boekhouder had. Hoewel dus gewaarschuwd heeft [verzoeker] ook na dit faillissement voor zijn nieuwe eenmanszaak geen boekhouder in de arm genomen. Voor zowel de vorderingen van de Belastingdienst als de vorderingen van het CJIB heeft [verzoeker] , naar het oordeel van de rechtbank niet voldoende aannemelijk dat deze te goeder trouw zijn ontstaan en of onbetaald zijn gelaten. De rechtbank ziet hierin redenen om de duur van de schuldsaneringsregeling met 18 maanden te verlengen.

Gezien het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding de termijn van de WSNP, in afwijking van het uitgangspunt van achttien maanden vast te stellen op 36 maanden (ex artikel 349a lid 1 Faillissementswet).

3. De (controle van) de verplichtingen in de WSNP

De te benoemen bewindvoerder controleert of [verzoeker] de verplichtingen van de WSNP nakomt. Dit betreft de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te maken, de verplichting schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting (van inkomen boven het vrij te laten bedrag en van goederen die in de boedel vallen).

De taak van de bewindvoerder is in de tweede plaats om de zogenaamde boedel van de schuldenaar te beheren en te vereffenen (artikel 316 Fw). De boedel omvat alle bezittingen die [verzoeker] nu heeft en wat deze tijdens de toepassing van de regeling verkrijgt (artikel 295 Fw). [verzoeker] heeft de verplichting om tot de boedel behorende bezittingen aan de bewindvoerder af te staan (artikel 296 Fw). De bewindvoerder zal de opbrengsten hiervan verdelen onder de schuldeisers.

Als [verzoeker] zich tijdens het WSNP-traject houdt aan alle verplichtingen van de WSNP eindigt het traject met de zogenaamde ‘schone lei’. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de WSNP werkt niet meer op [verzoeker] kunnen verhalen. De ‘schone lei’ geldt vanaf het moment dat de bewindvoerder klaar is met zijn afwikkelingstaak. Dat is als de slotuitdelingslijst verbindend is geworden.

4. De beslissing

De rechtbank:

- spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:

[verzoeker] ,

geboren op [geboortedatum] 1985 te [geboorteplaats] ,

wonende [adres]

[postcode 1] [woonplaats] ,

voorheen handelend onder de naam [Handelsnaam] ,

voorheen gevestigd te [vestigingsadres] , [postcode 2] [vestigingsplaats] ,

voorheen geregistreerd in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel

onder nummer [nummer]

- benoemt tot rechter-commissaris mr. R.W.J. van Veen,

en tot bewindvoerder [bewindvoerder] ,

[adres]

;

- stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen;

- stelt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 29 december 2025 en de duur op 36 maanden;

- draagt de bewindvoerder op de post van [verzoeker] in te zien;

- stelt bij wijze van voorschot, bij toereikend boedelactief, het salaris van de bewindvoerder vast op het op grond van artikel 2 van het Besluit salaris bewindvoerder schuldsaneringsregeling geldende bedrag;

Dit vonnis is gewezen door mr. E.T.M. Schoevaars en is in het openbaar uitgesproken op

29 december 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand