ECLI:NL:RBMNE:2025:7544

ECLI:NL:RBMNE:2025:7544

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 11-11-2025
Datum publicatie 18-02-2026
Zaaknummer UTR 25/2158
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

WIA. Ongegrond. Het Uwv heeft het arbeidsongeschiktheidspercentage juist vastgesteld.

Uitspraak

[eiser] , uit [plaats] , eiser

(gemachtigde: mr. G.A.R. Wieleman),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het Uwv), verweerder

(gemachtigde: mr. J.J. Grasmeijer)

Inleiding

Eiser was werkzaam als [functie] bij [bedrijf] BV voor gemiddeld 29,48 uur per week. Eiser heeft zich ziekgemeld op 29 november 2021 in verband met burn-out klachten, vermoeidheidsklachten, slaapproblemen en angstklachten. Op 26 november 2023 bereikt eiser het einde van de wachttijd.

Met het besluit van 18 december 2023 (het primaire besluit) heeft het Uwv bepaald dat eiser met ingang van 27 november 2023 recht heeft op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) volgens een arbeidsongeschiktheidspercentage van 41,78%. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit.

Naar aanleiding van de medische bezwaren van eiser heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) niet aangepast. Daarom heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep zich gebaseerd op de ongewijzigde FML en de medische rapportage van de verzekeringsarts bezwaar en beroep. In de herbeoordeling heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep geconstateerd dat niet alle geduide functies passend zijn voor eiser. Op basis van de heroverweging is de arbeidsdeskundige tot een ongeschiktheidspercentage van 44,69% gekomen. Met het besluit van 21 februari 2025 (het bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van eiser daarom gegrond verklaard en het arbeidsongeschiktheidspercentage van eiser vastgesteld op 44,69%.

Eiser is het daar niet mee eens en heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 19 september 2025 op zitting behandeld. Eiser is verschenen en is bijgestaan door zijn gemachtigde. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Waar gaat deze zaak over?

2. Deze zaak gaat over de vaststelling van het arbeidsongeschiktheidspercentage van eiser. Volgens het Uwv is het arbeidsongeschiktheidspercentage juist vastgesteld op 44,69%. Eiser is het hier niet mee eens en vindt dat hij meer arbeidsongeschikt is. Aan de hand van wat partijen naar voren hebben gebracht, zal de rechtbank beoordelen of het Uwv het arbeidsongeschiktheidspercentage van eiser juist heeft vastgesteld.

Hoe toetst de rechtbank?

Bij de beoordeling van deze zaak moet de rechtbank bekijken of het Uwv de regels uit de wet goed heeft toegepast. Daarbij is het zo dat het Uwv besluiten over iemands arbeidsongeschiktheid mag baseren op medische rapporten van verzekeringsartsen. Die rapporten moeten op een zorgvuldige manier tot stand zijn gekomen, mogen geen tegenstrijdigheden bevatten en moeten voldoende begrijpelijk zijn.

De rapporten en besluiten zijn in beroep aanvechtbaar. Daarvoor moet eiser aanvoeren (en zo nodig aannemelijk maken) dat de rapporten niet aan de hiervoor genoemde drie voorwaarden voldoen, of dat de medische beoordeling onjuist is. Niet-medisch geschoolden kunnen aannemelijk maken dat niet aan de voorwaarden wordt voldaan. Om voldoende aannemelijk te maken dat een medische beoordeling onjuist is, is in beginsel informatie van een arts of medisch behandelaar nodig. Dat betekent dat de manier waarop iemand zelf zijn gezondheidsklachten ervaart, niet voldoende is om aan te nemen dat een medische beoordeling onjuist is.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

4. De rechtbank is van oordeel dat het Uwv het arbeidsongeschiktheidspercentage van eiser juist heeft vastgesteld op 44,69%. Dat licht zij hieronder toe.

De inhoudelijke medische beoordeling

Dynamische belastbaarheid

5. Eiser is het niet eens met de medische beoordeling van het Uwv. Eiser stelt dat zijn beperkingen zijn onderschat. Er had een beperking op item 4.21 in de FML aangenomen moeten worden omdat sprake is van beperkingen in de inspanningstolerantie in alle dynamische belastbaarheid. Eiser ervaart namelijk de hele dag vermoeidheidsklachten en als hij aan een activiteit begint, raakt hij na enkele uren de draad kwijt. Hij kan activiteiten maar voor een beperkte duur volhouden en daardoor zijn vaker pauzes nodig, is zijn werktempo verlaagd en duurt zijn herstel langer.

6. De verzekeringsarts bezwaar en beroep rapporteert op 5 februari 2025 geen aanleiding te zien de belastbaarheid van eiser, zoals vastgesteld door de primaire verzekeringsarts op 1 november 2023, te herzien. De verzekeringsarts bezwaar en beroep sluit zich aan bij de aangenomen uitgebreide beperkingen ten aanzien van persoonlijk functioneren en de duurbelasting vanwege de combinatie van psychische klachten en de aanwezige slaapstoornis bij eiser. De aangenomen beperkingen zijn vooral om stress te vermijden en om psychische belastbaarheid te beperken. Omdat geen sprake is van specifieke lichamelijke klachten bestaat er onvoldoende medische grondslag voor het stellen van beperkingen ten aanzien van de fysieke belastbaarheid. De rechtbank kan deze motivering goed volgen. Eiser heeft geen medische gegevens overgelegd die reden geven voor twijfel aan de juistheid van de medische beoordeling door de verzekeringsarts bezwaar en beroep. De beroepsgrond slaagt niet.

Urenbeperking

7. Eiser stelt dat er een verdere urenbeperking aangenomen had moeten worden. Daarbij verwijst eiser naar De Standaard Duurbelastbaarheid in Arbeid en de toelichting hierop door de Centrale Raad van Beroep (CRvB), daar blijkt namelijk uit dat de verzekeringsarts de duurbelastbaarheid kan beperken als er sprake is van een stoornis in de energiehuishouding, zoals bij eiser het geval is. Dat blijkt volgens eiser ook uit de verslagen over zijn re-integratie inspanningen. 20 uur was tijdens zijn re-integratie namelijk ook niet haalbaar. Om zijn standpunt verder te onderbouwen heeft eiser op 4 september 2025 medische stukken van een slaaponderzoek overgelegd waaruit blijkt dat bij eiser obstructief slaapapneu, ruggebonden slaapapneu, slaapparalyse en nachtmerries zijn geconstateerd. Ter zitting heeft eiser toegelicht dat ook op basis van observaties en indrukken van derden, bijvoorbeeld behandelaren waar eiser al langer door wordt gezien, geconcludeerd moet worden dat er een verdergaande urenbeperking aangenomen moet worden vanwege de ernstige vermoeidheid van eiser.

8. De verzekeringsarts bezwaar en beroep volgt het oordeel van de primaire verzekeringsarts als het gaat om de bepaling van de urenbeperking. De primaire verzekeringsarts houdt er rekening mee dat eisers slaapproblemen en de angst voor een ernstige ziekte zijn weerslag hebben op eisers’ energetische capaciteit gedurende de dag. Daarom is eiser belastbaar geacht voor 4 uur per dag/20 uur per week, niet zijnde in de nacht of op onregelmatige werktijden. De verzekeringsarts bezwaar en beroep rapporteert dat bij deze urenbeperking eiser voldoende tijd heeft voor rust en herstel. In de rapportage van 20 augustus 2025 licht de verzekeringsarts bezwaar en beroep verder toe dat mede op grond van het dagverhaal van eiser er geen reden is om een verdergaande urenbeperking aan te nemen. Eiser ligt namelijk 11 tot 12 uur per dag in bed en onderneemt overdag diverse activiteiten waarbij hij tussendoor niet ligt of slaapt. Ten aanzien van de resultaten van het slaaponderzoek rapporteert de verzekeringsarts bezwaar en beroep op 16 september 2025 dat ook dit geen aanleiding geeft om een verdergaande urenbeperking aan te nemen. Bij de beoordeling was namelijk al rekening gehouden met de slaapproblemen van eiser en de resultaten van het slaaponderzoek bevestigen die problemen maar leiden niet tot de conclusie dat er verdergaande beperkingen aan de orde zijn. Ter zitting heeft het Uwv ten slotte gereageerd op het punt dat eiser tijdens zijn re-integratie inspanningen niet in staat was 20 uur per week te werken. Die vergelijking kan volgens het Uwv niet opgaan omdat de functies die de arbeidsdeskundige heeft ingebracht, veel lichter zijn dan de functie waarin eiser werkzaam was.

9. De rechtbank kan de motivering van de verzekeringsarts bezwaar en beroep hoe tot de urenbeperking is gekomen goed volgen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft zichtbaar rekening gehouden met de slaapproblemen van eiser en de weerslag daarvan op eisers’ energetische capaciteit. De resultaten van het recente slaaponderzoek geven geen aanleiding tot twijfel daarover omdat daaruit niet blijkt dat er sprake is van nieuwe of ernstiger slaapproblemen dan de verzekeringsarts bezwaar en beroep al rekening mee heeft gehouden. Ook in wat eiser verder naar voren heeft gebracht ziet de rechtbank geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de vaststelling van de duurbelastbaarheid onjuist is. De beroepsgrond slaagt niet.

De arbeidskundige beoordeling

10. Eiser voert aan dat de geselecteerde voorbeeldfuncties niet voor hem geschikt zijn omdat de functies de belastbaarheid van eiser op punten 4.21 en 6.1 in de FML overstijgen. Ten aanzien van de specifieke functies voert eiser aan dat de functie Productiemedewerker textiel (geen kleding) niet geschikt is omdat daar meer dan gangbare concentratie voor vereist is. Een functionaris moet namelijk draad en naald steken. Ook de functie Productiemedewerker industrie is niet geschikt voor eiser omdat hier een verhoogd concentratievermogen voor vereist is omdat hele kleine onderdelen geplaatst moeten worden. Ter zitting heeft eiser toegelicht dat het feit dat de Arbeidsdeskundig analist van het Uwv concludeert dat er slechts af en toe ‘priegelwerk’ nodig is tijdens de voorbewerking in de functie, niets afdoet aan het feit dat de functie niet geschikt is voor eiser. Voor priegelwerk is immers concentratie nodig en eiser is beperkt op dit punt.

11. Omdat de FML in beroep niet is aangepast, heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep zich gebaseerd op de ongewijzigde FML zoals vastgelegd op 1 november 2023 en op de medische rapportage van de verzekeringsarts bezwaar en beroep. In de herbeoordeling heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep geconstateerd dat niet alle geduide functies passend zijn voor eiser. Na de heroverweging en raadpleging van het CBBS heeft de arbeidskundige bezwaar en beroep in overleg met de verzekeringsarts bezwaar en beroep één nieuwe SBC-code geduid. In de arbeidskundige onderbouwing onderbouwt de arbeidsdeskundige dat zowel voor de functies met SBC-code 111180 als SBC-code 272043 geen sprake is van overschrijding op het punt 1.8.7 omdat er alleen gangbare concentratie nodig is. Het gaat namelijk niet om cognitief intensief werk waarbij de aandacht lange tijd niet mag verslappen (denk aan opereren, luchtverkeersleiding, reparaties aan gevaarlijke installaties die niet onderbroken mogen worden).

12. Op 21 augustus 2025 rapporteert de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep na overleg met een arbeidsdeskundig analist en de verzekeringsarts bezwaar en beroep, dat er geen bijzondere concentratie nodig is voor het insteken van draad in een naald omdat dit korte handelingen zijn. Verder rapporteert de arbeidsdeskundige dat het priegelwerk in de voorbewerking in de functie ‘Productiemedewerker industrie’ wel mogelijk is voor eiser om uit te voeren omdat de concentratie kortdurend losgelaten kan worden. Er zijn voldoende onderbrekingen mogelijk en dat is bijvoorbeeld niet zo bij lopende bandwerk of hoog machine gebonden tempo.

13. De rechtbank heeft hiervoor geoordeeld dat de medische gronden niet slagen en dat daarom ervan wordt uitgegaan dat de beperkingen die in de FML van 1 november 2023 zijn opgenomen juist zijn. Er bestaat daarom geen aanleiding om te twijfelen aan de geschiktheid van de geduide functies, die zijn geselecteerd met gebruikmaking van de FML. Ook in wat eiser heeft aangevoerd ziet de rechtbank geen aanleiding om te oordelen dat de geselecteerde functies voor hem niet geschikt zijn. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft voldoende gemotiveerd dat de geselecteerde functies de aangenomen beperkingen in de FML niet overschrijden. In reactie op het punt dat verhoogd concentratievermogen vereist is, heeft de arbeidsdeskundige overleg gepleegd met een arbeidsdeskundig analist en de verzekeringsarts bezwaar en beroep en daaruit is gebleken dat er geen bijzonder concentratievermogen nodig is voor de geduide functies en dat eiser niet zodanig beperkt is dat hij dit niet uit kan voeren omdat de concentratie tussendoor losgelaten kan worden. De rechtbank oordeelt dat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep hiermee voldoende heeft gemotiveerd dat de functies passen bij de vastgestelde belastbaarheid van eiser. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

12. Uit deze uitspraak volgt dat het Uwv het arbeidsongeschiktheidspercentage van eiser juist heeft vastgesteld op 44,69%. Het beroep is daarom ongegrond. Er bestaat geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Veenendaal, rechter, in aanwezigheid van

mr. S. Vermeer, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 11 november 2025.

de griffier de rechter

(de griffier is buiten staat mede te ondertekenen)

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?