ECLI:NL:RBMNE:2025:7546

ECLI:NL:RBMNE:2025:7546

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 21-11-2025
Datum publicatie 18-02-2026
Zaaknummer UTR 25/3917
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

WIA. Ongegrond. Het Uwv heeft het arbeidsongeschiktheidspercentage juist vastgesteld.

Uitspraak

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. K.W.M. Jansen),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het Uwv), verweerder

(gemachtigde: mr. J.H. Swart)

Inleiding

Eiseres is op 1 januari 2021 uitgevallen voor haar werkzaamheden als [functie] via Unique diensten BV voor 48,63 uur per week vanwege psychische klachten en een Corona-infectie.

Na de wachttijd van 104 weken heeft het Uwv bepaald dat eiseres per 30 december 2022 recht heeft op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) volgens een arbeidsongeschiktheidspercentage van 54,80%. De werkgever van eiseres ging in bezwaar tegen dit besluit. Het Uwv heeft eiseres naar aanleiding van dit bezwaar voor 60,67% arbeidsongeschikt bevonden.

Op 7 september 2023 vroeg eiseres om een herbeoordeling vanwege toegenomen klachten. Op basis van die herbeoordeling heeft het Uwv met het besluit van 7 mei 2024 (het primaire besluit) de WIA-uitkering van eiseres gewijzigd per 1 augustus 2024 en eiseres voor 55,46% arbeidsongeschikt bevonden. Eiseres heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt.

Met het besluit van 12 juni 2025 (het bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar gegrond verklaard en het arbeidsongeschiktheidspercentage van eiseres vastgesteld op 61,43%. Naar aanleiding van de medische bezwaren is de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) op enkele punten aangepast. Op basis daarvan heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep een nieuwe functieselectie gemaakt binnen de eerder geduide SBC-codes. Op basis van de heroverweging is de arbeidsdeskundige tot een ongeschiktheidspercentage van 61,43% gekomen.

Eiseres is het daar niet mee eens en heeft beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 3 oktober 2025 op zitting behandeld. Eiseres is verschenen en is bijgestaan door haar gemachtigde. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Waar gaat deze zaak over?

Deze zaak gaat over de vaststelling van het arbeidsongeschiktheidspercentage van eiseres. Volgens het Uwv is het arbeidsongeschiktheidspercentage van eiseres juist vastgesteld op 61,43%. Eiseres is het hier niet mee eens. In het kort voert eiseres aan dat de medische beoordeling onzorgvuldig is geweest en dat haar beperkingen zijn onderschat. Eiseres heeft een verzekeringsarts van ArdoSZ ingeschakeld voor een medische beoordeling, uit dat verslag moet blijken dat eiseres meer arbeidsongeschikt is.

Aan de hand van wat partijen naar voren hebben gebracht, zal de rechtbank beoordelen of het Uwv het arbeidsongeschiktheidspercentage van eiseres juist heeft vastgesteld.

Wat is de datum in geding?

3. Eiseres heeft in september 2023 in haar aanvraag om een herbeoordeling aangegeven dat haar klachten zijn verergerd sinds juni 2023. Het Uwv heeft op basis daarvan de WIA-uitkering van eiseres aangepast per 1 augustus 2024. Bij de beoordeling van deze zaak moet de rechtbank kijken naar het moment waarop de medische situatie van eiseres is gewijzigd, namelijk 1 juni 2023 (de datum in geding). Ter zitting hebben partijen desgevraagd bevestigd dat de datum in geding in deze zaak 1 juni 2023 is.

Hoe toetst de rechtbank?

Bij de beoordeling van deze zaak moet de rechtbank bekijken of het Uwv de regels uit de wet goed heeft toegepast. Daarbij is het zo dat het Uwv besluiten over iemands arbeidsongeschiktheid mag baseren op medische rapporten van verzekeringsartsen. Die rapporten moeten op een zorgvuldige manier tot stand zijn gekomen, mogen geen tegenstrijdigheden bevatten en moeten voldoende begrijpelijk zijn.

De rapporten en besluiten zijn in beroep aanvechtbaar. Daarvoor moet eiseres aanvoeren (en zo nodig aannemelijk maken) dat de rapporten niet aan de hiervoor genoemde drie voorwaarden voldoen, of dat de medische beoordeling onjuist is. Niet-medisch geschoolden kunnen aannemelijk maken dat niet aan de voorwaarden wordt voldaan. Om voldoende aannemelijk te maken dat een medische beoordeling onjuist is, is in beginsel informatie van een arts of medisch behandelaar nodig. Dat betekent dat de manier waarop iemand zelf zijn gezondheidsklachten ervaart, niet voldoende is om aan te nemen dat een medische beoordeling onjuist is.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

5. De rechtbank is van oordeel dat het Uwv het arbeidsongeschiktheidspercentage van eiseres juist heeft vastgesteld op 61,43%. Dat licht zij hieronder toe.

De zorgvuldigheid van de medische beoordeling

Eiseres stelt dat de medische beoordeling door de verzekeringsarts bezwaar en beroep onzorgvuldig is geweest. De rapportage van de verzekeringsarts bezwaar en beroep is namelijk niet inzichtelijk en niet consistent opgesteld. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft bijvoorbeeld gerapporteerd dat eiseres haar beperkingen op punt 1.8.4 heeft onderbouwd, maar heeft hierop geen extra beperkingen aangenomen in de FML. Dat is volgens eiseres onzorgvuldig.

De rechtbank is van oordeel dat het onderzoek door de verzekeringsarts bezwaar en beroep zorgvuldig is geweest. De primaire verzekeringsarts heeft dossierstudie verricht en een telefonisch spreekuur gehouden op 23 februari 2024. Ook de verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft dossierstudie verricht en op 28 mei 2025 een spreekuur gehouden en aansluitend medisch onderzoek verricht. In de rapportage van 28 mei 2025 is de medische voorgeschiedenis van eiseres zichtbaar meegenomen in de beoordeling en de conclusies vloeien logisch voort uit de onderzoeksbevindingen. Ten aanzien van de aangenomen beperkingen wijst het Uwv erop dat het enkele feit dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep erkent dat de geclaimde beperkingen worden onderbouwd door eiseres, niet betekent dat die onderbouwing ook voldoende is om verdergaande beperkingen aan te nemen. Dat kan de rechtbank volgen. In het verweerschrift en op de zitting heeft het Uwv erkend dat de beperking ‘werken op hoogtes’ per abuis niet is opgenomen in de FML. Het Uwv lichtte daarbij toe dat deze wijziging in de FML geen gevolgen heeft voor de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres. Ter zitting zijn partijen overeengekomen dat het Uwv ter tegemoetkoming de proceskosten van eiseres vergoedt en heeft het Uwv toegezegd een aangepaste FML aan de rechtbank en eiseres na te zenden. Gelet op wat hiervoor is overwogen is de rechtbank van oordeel dat het feit dat het Uwv de beperking werken op hoogtes per abuis niet heeft opgenomen in de FML, niet maakt dat de algehele medische beoordeling onzorgvuldig is geweest. De beroepsgrond slaagt niet.

De inhoudelijke medische beoordeling

Eiseres is het niet eens met de medische beoordeling van het Uwv omdat haar beperkingen zijn onderschat. Er dient een aanvullende beperking te worden vastgesteld ten aanzien van het hoog handelingstempo. Het gebrek aan aandrift is namelijk bij eiseres medisch geobjectiveerd. Dat blijkt uit het feit dat bij eiseres sprake is van een depressie en als gevolg daarvan is er sprake van inactiviteit. Door de inactiviteit is het niet aannemelijk dat eiseres een hoog handelingstempo kan hanteren.

Daarnaast stelt eiseres dat er een verdergaande urenbeperking aangenomen had moeten worden omdat zij energetisch meer beperkt is dan vastgesteld. Zij is niet in staat om 40 uur per week en 8 uur per dag te werken. Een verdergaande urenbeperking is volgens eiseres medisch geobjectiveerd omdat haar verstoorde nachtritme en vermoeidheid een direct gevolg zijn van de gestelde diagnoses. Hoewel er geen duidelijke oorzaak is gevonden voor de vermoeidheid, is haar klachtenverhaal duidelijk en consistent. Daarmee is het volgens eiseres plausibel en voldoende aannemelijk dat de vermoeidheidsklachten voortkomen uit lichamelijke pijnklachten en haar depressie, en niet het gevolg zijn van inactiviteit of gedrag. Een verminderde energetische belastbaarheid kan volgens eiseres een reden zijn om een urenbeperking aannemelijk te achten. Ook uit het verslag van de door eiseres in bezwaar ingeschakelde verzekeringsarts van ArdoSZ blijkt dat eiseres energetisch meer beperkt is dan vastgesteld door de verzekeringsarts bezwaar en beroep. De verzekeringsarts van ArdoSZ concludeert namelijk dat sprake is van marginale belastbaarheid van eiseres en dat haar medische situatie de komende jaren niet veel zal veranderen. De verzekeringsarts van ArdoSZ heeft dan ook een urenbeperking aangenomen van 10 uur per week en twee uur per dag.

De primaire verzekeringsarts concludeert in het rapport van 6 maart 2024 dat het ziektebeeld van eiseres niet veel is veranderd ten opzichte van eerdere medische beoordelingen. Daarom acht de verzekeringsarts de FML van de Eerstejaars Ziektewet Beoordeling grotendeels van toepassing en worden enige stressbeperkende beperkingen toegevoegd, zoals geen deadlines, bekende arbeidsomstandigheden en taken en regelmatige diensten. De verzekeringsarts bezwaar en beroep rapporteert in de rapportage van 28 mei 2025 dat bij eiseres sprake is van een combinatie van klachten, waarbij de psychische klachten het hoofdprobleem zijn. Op fysiek vlak heeft eiseres veel klachten maar er zijn volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep objectief gezien, behoudens de pijnpunten, geen afwijkingen te vinden. De verzekeringsarts bezwaar en beroep stelt vast dat eiseres forse beperkingen heeft als gevolg van haar klachten, maar constateert ook dat er een duidelijke discrepantie is tussen de geclaimde ernst van de klachten en de maar zeer beperkte behandelingen. Vooral op psychisch vlak. Daarom acht de verzekeringsarts bezwaar en beroep een zeer ernstige depressie niet aan de orde. Een deel van de klachten van eiseres lijkt volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep vooral gevolg van gedrag en inactiviteit. Op basis van de herbeoordeling heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep zijn enkele extra beperkingen aangenomen, namelijk op het gebied van samenwerken (alleen in deeltaken) en dient eiseres in algemene zin fysiek niet te zwaar belast te worden om voor een consistente belasting te zorgen. Ten slotte rapporteren zowel de primaire verzekeringsarts als de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat verbetering van de belastbaarheid van eiseres te verwachten is bij adequate behandeling zoals binnen de GGZ en een multidisciplinaire behandeling om beter om te leren gaan met de klachten en conditie op te bouwen.

Ten aanzien van het rapport van de verzekeringsarts van ArdoSZ heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep geconcludeerd dat onvoldoende blijkt of eiseres gezien en onderzocht is door de arts. Er is geen medische onderbouwing gegeven voor de sterke wijzigingen in de FML ten opzichte van de opgestelde FML door de verzekeringsarts bezwaar en beroep. De FML zoals opgesteld door ArdoSZ bevat namelijk aanzienlijk meer beperkingen. Voor zover de verzekeringsarts bezwaar en beroep kan beoordelen zijn de beperkingen in de FML enkel aangenomen op basis van de klachten van eiseres. Om die reden heeft het Uwv het rapport van de verzekeringsarts van ArdoSZ buiten beschouwing gelaten. De rechtbank constateert dat het rapport van ArdoSZ vermeldt dat er een spreekuur heeft plaatsgevonden op 31 oktober 2024 en eiseres heeft desgevraagd ter zitting een toelichting gegeven op het onderzoek door de verzekeringsarts van ArdoSZ. Tegelijkertijd blijkt uit het rapport geenszins hoe dit medische onderzoek eruit heeft gezien of hoe lang dit heeft geduurd. Zo is er niets opgenomen over een anamnese, een toelichting van eiseres’ dagverhaal of op basis van welke (dossier)informatie de beperkingen in de FML door de verzekeringsarts van ArdoSZ zijn opgenomen. Ook ontbreekt in het rapport van Ardosz een integrale afweging waarom de conclusies van het Uwv onjuist zouden zijn. De conclusie van het Uwv dat het rapport van deze verzekeringsarts van Ardosz onzorgvuldig is opgesteld en om die reden buiten beschouwing is gelaten, kan de rechtbank dan ook goed volgen.

Daarnaast kan de rechtbank de motivering van de verzekeringsarts bezwaar en beroep hoe tot de aangenomen beperkingen en de urenbeperking van eiseres is gekomen ook goed volgen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep vindt dat er geen medisch objectiveerbare verklaringen zijn gevonden voor eiseres’ fysieke klachten en het feit dat eiseres weinig behandeling heeft gevolgd voor haar psychische klachten geeft aanleiding om aan te nemen dat die klachten niet zo ernstig zijn. De rechtbank kan dat volgen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft kenbaar rekening gehouden met een energetische beperking van eiseres. Maar omdat de veelvuldige rustmomenten en de inactiviteit van eiseres niet medisch objectiveerbaar zijn en volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep voortkomen uit een gedragsmatige aanpassing, bestaat er geen aanleiding tot een verdere urenbeperking. Ook dat kan de rechtbank volgen. Dat het Uwv om die reden ook geen beperking op het punt van hoog handelingstempo heeft aangenomen is volgens de rechtbank navolgbaar, er is immers geen aandriftsverlies aangetoond bij eiseres. Eiseres heeft, anders dan de rapportage van ArdoSZ, verder geen nieuwe (medische) informatie overgelegd die aanleiding geven tot twijfel over juistheid van de medische beoordeling van de verzekeringsarts bezwaar en beroep. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de beperkingen van eiseres niet heeft onderschat. De beroepsgrond slaagt niet.

Inschakelen onafhankelijk deskundige

8. Eiseres heeft de rechtbank gevraagd om een onafhankelijke deskundige te benoemen omdat de vastgestelde belastbaarheid van eiseres in het rapport van de verzekeringsarts van ArdoSZ zodanig verschilt van de vastgestelde belastbaarheid door de verzekeringsarts bezwaar en beroep, dat dat aanleiding geeft tot twijfel over de medische beoordeling van het Uwv. Bij de vraag of de rechtbank daartoe moet overgaan, gaat het erom of eiseres met de door haar aangevoerde beroepsgronden en ingebrachte medische informatie twijfel heeft gezaaid over de juistheid van de medische beoordeling. Zoals de rechtbank hiervoor al heeft overwogen heeft het Uwv zijn conclusies overtuigend gemotiveerd en heeft het Uwv het rapport van ArdoSZ op goede gronden buiten beschouwing gelaten. Daarom is er bij de rechtbank geen twijfel over de juistheid van de medische beoordeling. Ook ziet de rechtbank geen reden om aan te nemen dat eiseres belemmeringen heeft ondervonden bij de onderbouwing van haar standpunt dat het Uwv haar beperkingen heeft onderschat, zodat sprake zou zijn van een oneerlijk proces. Eiseres heeft zich in beroep laten bijstaan door haar gemachtigde en heeft haar beroep onderbouwd met argumenten. De rechtbank ziet dan ook geen reden om een onafhankelijke deskundige te benoemen en wijst het verzoek van eiseres af.

Conclusie en gevolgen

9. Uit deze uitspraak volgt dat het Uwv het arbeidsongeschiktheidspercentage van eiseres juist heeft vastgesteld op 61,43%. Het beroep is daarom ongegrond. Ter zitting zijn partijen overeengekomen dat het Uwv de proceskosten van eiseres vergoedt. Deze proceskostenvergoeding stelt de rechtbank aan de hand van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 1.814,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen op de zitting met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1). Verder zijn er geen voor vergoeding in aanmerking komende kosten gesteld.

Beslissing

De rechtbank

- verklaart het beroep ongegrond;

- veroordeelt het Uwv tot betaling van € 1.814,- aan proceskosten aan eiseres.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Veenendaal, rechter, in aanwezigheid van

mr. R. van Manen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 21 november 2025.

de griffier de rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?